ECLI:NL:RBGEL:2026:7681

Datum uitspraak
01-10-2026
Instantie
Rechtbank Gelderland
Rechtsgebied
Strafrecht; Materieel strafrecht
Zaaknummer
0512759124
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Veroordeling voor het medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving, medeplichtigheid aan diefstal met geweld in vereniging en medeplichtigheid aan diefstal door middel van een valse sleutel in vereniging tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden en taakstraf van 140 uur. Verdachte moet zich gedurende twee jaar houden aan bijzondere voorwaarden. Bij de bepaling van de straf is rekening gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn. Ten aanzien van de wederrechtelijke vrijheidsberoving had verdachte wel opzet op het gronddelict. Een kwalificatie als gijzeling is niet mogelijk. De gijzelaar is niet tegelijkertijd de 'ander' als bedoeld in 282a Sr.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer: 05/127591-24

Datum uitspraak : 1 oktober 2026

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 2004 in [geboorteplaats] ,

wonende aan [adres] in [woonplaats] .

Raadsman: mr. S.F.W. van ‘t Hullenaar, advocaat in Arnhem.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks op 16 maart 2024 te Nijmegen en/of Arnhem, althans in Nederland

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een persoon, te weten [aangever] , wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden, door

- die [aangever] naar een locatie te laten komen/te brengen,

- die [aangever] (meerdere malen) vast te pakken en/of vast te houden,

- een vuurwapen te richtingen op die [aangever] ,

- ( met) een vuurwapen tegen het hoofd, althans het lichaam, van die [aangever] te slaan

althans te drukken,

- een mes tegen de keel, althans het lichaam, van die [aangever] te zetten,

- die [aangever] (meerdere malen) vast te binden (met tiewraps),

- op het lichaam van die [aangever] te zitten en/of te steunen,

- die [aangever] te slaan met een knuppel en/of een stok op zijn been, althans zijn lichaam,

- die [aangever] met een arm om zijn nek vast te pakken,

- die [aangever] te slaan tegen het lichaam,

- een doek en/of lap in de mond van die [aangever] te duwen en/of

- die [aangever] tegen zijn wil in in een woning vast te houden met het oogmerk een ander, te weten die [aangever] te dwingen iets te doen of niet te doen, te weten het geven van de code van zijn telefoon en/of het geven van het adres van zijn woning en/of aangeven waar (in zijn woning) geld lag;

subsidiair:

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op of omstreeks 16 maart 2024 te Nijmegen en/of Arnhem, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een persoon, te weten [aangever] , wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden, door

- die [aangever] naar een locatie te laten komen/te brengen,

- die [aangever] (meerdere malen) vast te pakken en/of vast te houden,

- een vuurwapen te richtingen op die [aangever] ,

- ( met) een vuurwapen tegen het hoofd, althans het lichaam, van die [aangever] te slaan

althans te drukken,

- een mes tegen de keel, althans het lichaam, van die [aangever] te zetten,

- die [aangever] (meerdere malen) vast te binden (met tiewraps),

- op het lichaam van die [aangever] te zitten en/of te steunen,

- die [aangever] te slaan met een knuppel en/of een stok op zijn been, althans zijn lichaam,

- die [aangever] met een arm om zijn nek vast te pakken,

- die [aangever] te slaan tegen het lichaam,

- een doek en/of lap in de mond van die [aangever] te duwen en/of

- die [aangever] tegen zijn wil in in een woning vast te houden met het oogmerk een ander, te weten die [aangever] te dwingen iets te doen of niet te doen, te weten het geven van de code van zijn telefoon en/of het geven van het adres van zijn woning en/of aangeven waar (in zijn woning) geld lag bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks

16 maart 2024 te Nijmegen en/of Arnhem en/of Groesbeek, althans in Nederland opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft

verschaft, door

- een auto ter beschikking te stellen en/of zijn mededader(s) en die [aangever] tezamen naar

een woning te vervoeren,

- ( vervolgens) in de omgeving van zijn mededader(s) te wachten,

- met zijn mededader(s) naar de woning van die [aangever] te gaan,

- ( vervolgens) in de omgeving van de woning van die [aangever] op zijn mededader(s) te

wachten;

2.

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op of omstreeks 16 maart 2024 te Nijmegen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

- een gouden ketting,

- een bril (merk: Cartier),

- een of meerdere telefoons (merk: iPhone en/of Samsung),

- een tas (merk: Gucci) en/of

- een sleutel

in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [aangever] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door

- die [aangever] naar een locatie te laten komen/te brengen,

- die [aangever] (meerdere malen) vast te pakken en/of vast te houden,

- een vuurwapen te richtingen op die [aangever] ,

- ( met) een vuurwapen tegen het hoofd, althans het lichaam, van die [aangever] te slaan

althans te drukken,

- een mes tegen de keel, althans het lichaam, van die [aangever] te zetten,

- die [aangever] (meerdere malen) vast te binden (met tiewraps),

- op het lichaam van die [aangever] te zitten en/of te steunen,

- die [aangever] te slaan met een knuppel en/of een stok op zijn been, althans zijn lichaam,

- die [aangever] met een arm om zijn nek vast te pakken,

- die [aangever] te slaan tegen het lichaam,

- een doek en/of lap in de mond van die [aangever] te duwen en/of

- die [aangever] tegen zijn wil in in een woning vast te houden (teneinde zijn telefoon te

ontgrendelen en/of te weten komen waar hij zijn geld verborgen heeft)

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 16 maart 2024 te Nijmegen en/of Arnhem en/of Groesbeek, althans in Nederland opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft

- een auto ter beschikking te stellen en/of zijn mededader(s) en die [aangever] tezamen naar

een woning te vervoeren

- ( vervolgens) in de omgeving van zijn mededader(s) te wachten en/of

- ( vervolgens) de weggenomen tas van die [aangever] , in ieder geval enig weggenomen goed, heeft ontvangen;

subsidiair:

hij in of omstreeks in de periode van 16 maart 2024 tot en met 26 maart 2024 te Nijmegen en/of

Arnhem, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal een tas (merk: Gucci), althans een of meer goederen heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

3.

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] op of omstreeks 16 maart 2024 te Nijmegen en/of Arnhem, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten [adres]

te Arnhem, alwaar verdachte en/of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van

de rechthebbende bevond(en), een geldbedrag, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf

heeft/hebben verschaft en/of dat weg te nemen geldbedrag onder zijn/hun bereik heeft/hebben

gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een sleutel toebehorende aan [aangever]

, in ieder geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 16 maart 2024 te Nijmegen en/of Arnhem en/of Groesbeek, althans in Nederland opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door

- met zijn mededader(s) naar de woning van die [aangever] te gaan,

- ( vervolgens) in de omgeving van die woning van die [aangever] en/of zijn mededader(s) te

wachten en/of

- een deel van het weggenomen geldbedrag te ontvangen.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan feit 1 primair (medeplegen van gijzeling), feit 2 primair (medeplichtigheid aan diefstal met geweld in vereniging) en feit 3 (medeplichtigheid aan diefstal door middel van een valse sleutel in vereniging). De officier van justitie heeft verzocht om bij feit 1 en feit 2 de gedachtestreepjes over het vuurwapen niet bewezen te verklaren.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat verdachte wordt vrijgesproken van feit 1 primair. Onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad (HR 13 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:43) kan verdachte niet als medepleger worden aangemerkt. Verdachte moet ook van het onder feit 1 subsidiair tenlastegelegde worden vrijgesproken omdat het opzet op het gronddelict ontbreekt. Mocht de rechtbank de betrokkenheid van verdachte wel bewezen achten, dan kan het delict hooguit als wederrechtelijke vrijheidsberoving worden gekwalificeerd, niet als gijzeling. Uit het arrest van de Hoge Raad (HR 23 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1695) volgt dat de gijzelaar niet ook de ‘ander’ kan zijn die wordt gedwongen iets te doen of niet te doen (artikelen 282 en 282a van het Wetboek van Strafrecht (Sr)).

De raadsman heeft verder bepleit dat verdachte ten aanzien van feit 2 partieel wordt vrijgesproken van medeplichtigheid aan de geweldshandelingen die verder gaan dan het geven van een klap.

Verdachte heeft feit 3 bekend.

Beoordeling door de rechtbank

(Bij)namen

In deze zaak is sprake van meerdere verdachten en betrokkenen, die onder verschillende (bij)namen in het dossier voorkomen.2 Voor de leesbaarheid van het vonnis zal de rechtbank hieronder telkens de officiële voornaam van verdachte, de medeverdachten en andere betrokkenen gebruiken in plaats van de telkens wisselende (bij)namen die in verschillende verklaringen worden gebruikt.

Aangever over het incident

Op 16 maart 2024 is aangever [aangever] (hierna: [aangever] ) rond half vier bij hem thuis in Arnhem opgehaald door [verdachte] . [verdachte] en [aangever] hebben eerst [medeverdachte 1] opgehaald en zijn vervolgens naar een appartement in Nijmegen gegaan. [verdachte] is weer vertrokken om ‘ [medeverdachte 2] ’ op te halen. [aangever] is met [medeverdachte 1] in het appartement achtergebleven.

Na tien minuten/een kwartiertje werd er aangebeld. [medeverdachte 1] heeft de deur open gedaan. Ineens stond een Syrische jongen in het appartement. Hij was even lang als [aangever] , dun, blank en had zwart haar en krullen naar voren. De jongen pakte [aangever] direct bij zijn keel en zette een mes op zijn keel. De jongen is met een knie op aangever gaan zitten. Op een gegeven moment is er nog een derde jongen binnen gekomen.

[aangever] is door iedereen die in de woning aanwezig was geslagen. Hij is met vuisten op zijn gezicht en zijn hoofd geslagen. Hij is ook met een stok op zijn gezicht geslagen. [medeverdachte 1] heeft [aangever] ook met iets hards op zijn hoofd geslagen. [aangever] denkt dat dat een wapen (pistool) is geweest. Verder is [aangever] met een stok of een knuppel op zijn benen geslagen en is er een paar keer met een hamer lichtjes op zijn knie getikt. De polsen van [aangever] waren vastgebonden met tiewraps, waarschijnlijk door [medeverdachte 1] .

Het zou allemaal om geld gaan. [medeverdachte 1] zei: “Waar zijn die tonnen, waar zijn die tonnen?”.

[medeverdachte 1] heeft de Cartier bril en de 14K gouden ketting van [aangever] afgenomen. De iPhone 15 pro Max, een Samsung S21 en een nep Gucci nektasje zijn ook van [aangever] afgepakt.

Ook hebben de verdachten de broek en de onderbroek van [aangever] uitgedaan en filmpjes van zijn gezicht en geslachtsdeel gemaakt.

[aangever] probeerde steeds tegen te werken en de klappen af te weren. Toen [aangever] probeerde te vluchten voelde hij een arm om zijn nek, waardoor hij voor zijn gevoel een beetje buiten bewustzijn raakte. De verdachten dreigden dat ze [aangever] mee zouden nemen in de kofferbak naar Duitsland als hij niet mee zou werken.

Uiteindelijk heeft [aangever] medewerking verleend en heeft hij de toegangscode van zijn telefoon gegeven. [medeverdachte 1] heeft in de notities van de telefoon gezien dat [aangever] (bij hem thuis) “onder zijn bed” geld had liggen. De verdachten hebben de sleutels (van zijn woning) uit de zak van [aangever] gepakt. Uiteindelijk heeft [aangever] zijn adres gegeven.

Inmiddels waren er nog twee andere jongens het appartement binnen gekomen. Een jongen met glad haar naar achter en een blauw mondkapje is naar het huis van [aangever] in Arnhem gegaan. Die jongen heeft met [medeverdachte 1] gefacetimed. [aangever] moest aanwijzen waar zijn kamer was. Hij heeft via facetime gezien dat de jongen (met het mondkapje) in zijn kamer was.3

[aangever] heeft ongeveer een uur later het appartement in Nijmegen verlaten, samen met de verdachten. [aangever] is een andere kant op gelopen en is een restaurant binnen gegaan. Vervolgens zijn de politie en de begeleider van [aangever] naar het restaurant gekomen.4

Filmpjes

De hiervoor genoemde filmpjes zijn aangetroffen op de telefoon van [medeverdachte 1] . Op verschillende stills van het filmpje is onder andere te zien dat een persoon aangeduid als NN5 op aangever zit en een doek/stoffenlap in de mond van aangever houdt. Ook is hierop te zien dat NN5 met de rechterhand een mes tegen de rechterkant van de nek van aangever drukt.5

Letsel

Uit de geneeskundige verklaring volgt dat aangever na het incident letsel had opgelopen. Rechts op zijn voorhoofd had aangever een streepvormige blauwe plek, links op zijn jukbeen had hij een zwelling en blauwe plek en op de neusrug en de onderkin een schaafwond. Aangever had ook een schaafwond op zijn rug. Hij had striemen om beide polsen, een zwelling aan de linker pols, een snijwond aan de linker ringvinger, wondjes op de handrug en een schaafwond aan de linker elleboog. Op de linker knie van aangever zaten blauwe plekken.6

Verklaring [verdachte]

heeft verklaard dat hij nog geld tegoed had van [aangever] . [medeverdachte 1] had [verdachte] aangeboden om dat op te lossen. Hij zou [aangever] bang maken en hem geld laten afstaan. [verdachte] moest [aangever] brengen en dan zou [medeverdachte 1] de rest regelen. Uiteindelijk zei [medeverdachte 1] : “wanneer gaan we het doen […] kom zaterdag, breng hem naar mij en ik regel de rest.”

[verdachte] heeft eerst [aangever] in Arnhem opgehaald en daarna [medeverdachte 1] in Groesbeek. Samen zijn zij naar een appartement aan [adres] in Nijmegen gereden. [verdachte] is weer weggegaan om [medeverdachte 2] in Arnhem op te halen. In de tussentijd zou [medeverdachte 1] [aangever] bang maken en hem geld laten afstaan. Toen [verdachte] met [medeverdachte 2] weer terug was bij het appartement aan [adres] had hij telefonisch contact met [medeverdachte 1] . Er is een persoon met handschoenen en een beetje gekruld haar naar beneden gekomen om spullen, waaronder een Gucci tas en een telefoon van [aangever] , aan [verdachte] te geven. Die spullen, behalve de telefoon, heeft [verdachte] bij zich gehouden. In de notities van de telefoon stond dat er onder het bed in het huis van [aangever] geld zou liggen. [verdachte] en [medeverdachte 2] zijn (als bijrijder) bij een andere jongen in de auto gestapt en naar het huis van [aangever] gereden. Onderweg hadden de bestuurder en [verdachte] telefonisch contact met [medeverdachte 1] . De bestuurder van de auto had de sleutels en is het huis van [aangever] binnengegaan. Daar heeft hij geld gepakt. Terug in Nijmegen hebben ze het geld aan [medeverdachte 1] gegeven. Achteraf hoorde [verdachte] van [medeverdachte 1] wat er in het appartement is gebeurd en dat er filmpjes zijn gemaakt. [medeverdachte 1] vertelde [verdachte] dat hij [aangever] heeft geslagen. [verdachte] heeft na afloop € 450,00 van [medeverdachte 1] gekregen.7 Onderweg naar Arnhem vertelde [medeverdachte 1] aan [verdachte] via de telefoon een beetje dat het uit de hand liep met [aangever] . [verdachte] hoorde via de telefoon geschreeuw.8

Betrokkenheid van de andere verdachten

[medeverdachte 3] (hierna: [medeverdachte 3] ) heeft verklaard dat [medeverdachte 1] hem belde. [medeverdachte 1] was met vrienden in een flat. [medeverdachte 1] heeft [medeverdachte 3] de locatie gestuurd en [medeverdachte 3] is daar naartoe gegaan. [medeverdachte 2] , een vriend van [medeverdachte 3] en de broer van [naam] , was daar ook. Eenmaal boven (in het appartement), heeft [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 3] een sleutel gegeven en een locatie in Arnhem.

[medeverdachte 3] is met [verdachte] en [medeverdachte 2] naar Arnhem gereden. Gedurende de rit was [verdachte] via de telefoon aan het praten met [medeverdachte 1] . [medeverdachte 3] heeft in Arnhem geld opgehaald, hij schat tussen de 4.500 en 6.000 euro, en is teruggereden naar Nijmegen. Het geld heeft [medeverdachte 3] aan [medeverdachte 1] gegeven. Hij zag toen dat [medeverdachte 1] een gouden ketting droeg. [medeverdachte 3] droeg die dag een mondkapje. [medeverdachte 3] heeft van [medeverdachte 1] een deel van het geld gekregen.9

NN5 - die op het filmpje dat is aangetroffen op de telefoon van [medeverdachte 1] een doek/stoffenlap in de mond van [aangever] houdt - is geïdentificeerd als [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2] ).10

De feitelijke handelingen die de rechtbank bewezen acht

De rechtbank stelt op basis van het voorgaande vast dat [verdachte] eerst [aangever] en daarna [medeverdachte 1] heeft opgehaald en naar een appartement aan [adres] in Nijmegen heeft gebracht. [verdachte] is vervolgens weggegaan. [medeverdachte 2] is het appartement binnengegaan. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] hebben in het appartement verschillende geweldshandelingen op [aangever] uitgevoerd en spullen van hem afgepakt en hem de code van zijn telefoon afhandig gemaakt. [verdachte] is weer terug gekomen naar [adres] en heeft van [medeverdachte 2] (een deel van) de afgepakte spullen gekregen. [verdachte] is vervolgens met [medeverdachte 3] naar de woning van [aangever] in Arnhem gereden. [medeverdachte 3] is de woning binnengegaan en heeft geld gepakt uit de woning van [aangever] . [verdachte] en [medeverdachte 3] zijn weer terug gegaan naar [adres] en hebben het gepakte geld aan [medeverdachte 1] gegeven. [aangever] is al die tijd in het appartement aan [adres] vastgehouden.

De rechtbank merkt op dat de verklaring van [aangever] gedetailleerd is. Vrijwel alle handelingen die hem zijn aangedaan en ook de tijdlijn vinden steun in een andere bewijsmiddelen zoals het bij aangever geconstateerde letsel, de verklaringen van medeverdachten, de telefoongegevens en ook in beeldmateriaal. De rechtbank volgt dan ook de verklaring van [aangever] en komt op grond hiervan en op grond van de overige opgesomde bewijsmiddelen per verdachte tot de volgende bewezenverklaarde handelingen.

[medeverdachte 1]

Uit het voorgaande concludeert de rechtbank dat [medeverdachte 1] verschillende geweldshandelingen heeft uitgevoerd op [aangever] , zoals het slaan, zowel met de vuisten als met een stok, en tikken met een hamer. [medeverdachte 1] heeft (naakt)filmpjes van [aangever] gemaakt. Ook heeft hij spullen van [aangever] afgepakt waaronder een bril en een ketting. [medeverdachte 1] heeft [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] gevraagd om mee te doen aan de mishandeling en de diefstal. Op verschillende momenten heeft [medeverdachte 1] telefonisch contact gehad met [medeverdachte 3] en [verdachte] om hen aanwijzingen te geven en aan te sturen. [medeverdachte 1] heeft het geld uit de woning van [aangever] in ontvangst genomen en na afloop verdeeld onder de daders.

[medeverdachte 3]

is degene geweest die met [verdachte] en nog een jongen naar de woning van [aangever] is gegaan en daar uit de woning geld heeft gepakt. Hij werd daar bij aangestuurd via de telefoon.

[verdachte]

heeft de rol gehad van chauffeur en van bijrijder. Hij heeft [aangever] en [medeverdachte 1] thuis opgehaald en naar het appartement aan [adres] gebracht. Hij heeft (een deel van) de gestolen spullen gekregen uit handen van [medeverdachte 2] . Hij is vervolgens (als bijrijder van [medeverdachte 3] ) naar de woning van [aangever] in Arnhem gereden met als doel daar geld te pakken. [verdachte] heeft een deel van de buit gekregen.

[medeverdachte 2]

heeft zich gewelddadig gedragen in het appartement door [aangever] bij de keel te pakken en met een mes te dreigen, hem te slaan, op hem te gaan zitten en een prop in zijn mond te houden. [medeverdachte 2] heeft de gestolen spullen van [aangever] aan [verdachte] overhandigd. [medeverdachte 2] heeft een deel van de buit gekregen.

feit 1

Wederrechtelijke vrijheidsberoving.

Aangever is enkele uren (van 16:42 uur tot 20:59 uur11) vastgebonden en vastgehouden in een woning in Nijmegen. Aangever is in de woning mishandeld en bedreigd. Hierdoor is een dreigende situatie ontstaan waaraan aangever zich niet heeft kunnen onttrekken. Hij heeft nog geprobeerd te vluchten, maar werd tegengehouden. Onder de gegeven omstandigheden is sprake van wederrechtelijke vrijheidsberoving.

Een gijzeling ex artikel 282a van het Wetboek van Strafrecht is in deze zaak niet aan de orde. Gijzeling is slechts aan de orde als de dader handelt met het oogmerk om een ander dan de gijzelaar te dwingen iets te doen of niet te doen. Het dossier biedt geen aanknopingspunten om aan te nemen dat een ander dan aangever werd gedwongen om iets te doen of niet te doen/werd gedwongen tot het geven van een code of een adres of tot het aangeven waar het geld lag. Aangever zelf is geen ‘ander’, zoals bedoel in artikel 282a van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank zal daarom de laatste zinsnede “met het oogmerk … (in zijn woning) geld lag” wegstrepen in de bewezenverklaring.

Medeplegen

De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezen verklaard als vast is komen te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. Bij de beoordeling daarvan kan rekening worden gehouden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip. Daarnaast geldt de eis van een dubbele opzet: de verdachte moet zowel opzet op de onderlinge samenwerking met de mededader(s) hebben gehad als op het gronddelict.

De rechtbank concludeert dat sprake is van medeplegen. Uit de bewijsmiddelen komt naar voren dat [verdachte] nog geld tegoed had van [aangever] en dat [medeverdachte 1] dat probleem wilde oplossen door [aangever] bang te maken en hem geld te laten afstaan. [verdachte] heeft daarin een essentiële rol gehad door [aangever] en [medeverdachte 1] samen op de afgesproken plek aan [adres] te brengen terwijl hij wist dat [medeverdachte 1] [aangever] zou bang maken. De rechtbank constateert verder dat [verdachte] ook wist dat [aangever] zich bevond in een flat van een ander, zonder eigen vervoer en met [medeverdachte 1] , die de intentie had hem bang te maken. Deze omstandigheden brachten voor [aangever] al een forse mate van onvrijheid met zich waarbij het duidelijk niet de bedoeling was dat [aangever] direct zou mogen vertrekken als hij het niet vertrouwde. Dit wist [verdachte] op dat moment en hij heeft daaraan meegewerkt door [aangever] in die flat achter te laten. De rechtbank overweegt verder dat een afpersing, naar mate deze langer duurt en waaraan een slachtoffer zich niet kan onttrekken, op een gegeven moment kan overgaan in een wederrechtelijke vrijheidsberoving met als doel (nog) meer goederen af te nemen. Dat is hier het geval geweest. [verdachte] heeft gedurende deze situatie van vrijheidsberoving van enkele uren op meerdere momenten contact gehad met [medeverdachte 1] . [verdachte] wist dus op enig moment dat [aangever] daadwerkelijk nog verbleef in de woning toen hij (een deel van) de gestolen spullen overhandigd kreeg. [verdachte] wist dat [aangever] nog steeds werd vastgehouden toen hij daarna meereed naar Arnhem om geld uit de woning van [aangever] te stelen. Gedurende de rit naar Arnhem heeft [verdachte] namelijk telefonisch contact gehad met [medeverdachte 1] en hoorde toen van [medeverdachte 1] ‘een beetje’ dat het uit de hand was gelopen en hoorde geschreeuw op de achtergrond. [verdachte] wist wat het doel was van de rit naar Arnhem. [verdachte] heeft op geen enkel moment ingegrepen of zich gedistantieerd. Hij heeft naast de gestolen spullen na afloop van de vrijheidsberoving ook een deel van het gestolen geld gekregen.

De rechtbank is op basis van de bewijsmiddelen van oordeel dat [verdachte] (tenminste in voorwaardelijke zin) opzet heeft gehad op de vrijheidsberoving. Daarnaast oordeelt de rechtbank dat sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachten. Verdachte heeft een significante bijdrage geleverd aan de wederrechtelijke vrijheidsberoving. De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat sprake is van medeplegen.

Ten laste gelegde geweldshandelingen

Er is geen aanleiding om te twijfelen aan de door aangever genoemde geweldshandelingen. De aangifte vindt op veel punten steun in andere bewijsmiddelen. Alle ten laste gelegde geweldshandelingen kunnen bewezen worden verklaard met uitzondering van het gebruik van een vuurwapen en een knuppel. Aangever heeft daarover niet eenduidig verklaard. De rechtbank zal de gedachtestreepjes die zien op het gebruik van het vuurwapen en het woord knuppel wegstrepen in de bewezenverklaring.

Alles overziend, zal de rechtbank wettig en overtuigend bewezen verklaren dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan feit 1 primair, het medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving.

feit 2

Op grond van de hierboven genoemde bewijsmiddelen komt de rechtbank tot de conclusie dat van [aangever] de volgende spullen zijn afgepakt: een gouden ketting, een Cartier bril, een iPhone en een Samsung telefoon, een nep Gucci tas en een sleutel. Om die diefstal mogelijk te maken is sprake geweest van geweldshandelingen (zoals bewezen verklaard onder feit 1). Overigens is ook een laptop gestolen maar deze staat bij feit 2 niet op de tenlastelegging.

Daarmee is sprake van diefstal met geweld. [verdachte] heeft een bijdrage aan dit misdrijf geleverd door ervoor te zorgen dat [aangever] op de vooraf afgesproken plek werd gebracht, door in de omgeving van die plek te blijven wachten en de gestolen spullen in ontvangst te nemen.

Naar de mening van de raadsman kan [verdachte] niet verantwoordelijk worden gehouden voor geweldshandelingen die verder gaan dan een klap. [verdachte] ging er immers vanuit dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] [aangever] ‘hooguit een klap’ zouden geven.

Voor de bewezenverklaring van medeplichtigheid aan een misdrijf is vereist dat niet alleen wordt bewezen dat het opzet van de verdachte was gericht op zijn handelingen als medeplichtige als bedoeld in art. 48, aanhef en onder 1° of 2º Sr, maar ook dat zijn opzet, al dan niet in voorwaardelijke vorm, was gericht op het door de dader gepleegde misdrijf (het gronddelict). Bij de bewezenverklaring en kwalificatie van de medeplichtigheid moet worden uitgegaan van de door de dader verrichte handelingen, ook als het opzet van de medeplichtige slechts was gericht op een deel daarvan. Het opzet van de medeplichtige behoeft niet te zijn gericht op de precieze wijze waarop het gronddelict wordt begaan.

De rechtbank concludeert dat verdachte, omdat hij geweld (een klap) bij de diefstal accepteerde, (ten minste in voorwaardelijke zin) opzet heeft gehad op diefstal met geweld (het gronddelict). Dat het gebruikte geweld verder is gegaan dan [verdachte] mogelijk voor ogen heeft gehad is daarbij niet van belang.

De rechtbank zal wettig en overtuigend bewezen verklaren dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan feit 2, primair, medeplichtigheid aan diefstal met geweld in vereniging.

feit 3

Verdachte heeft dit feit bekend. Daarom zal de rechtbank volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die de rechtbank heeft gebruikt (ex artikel 359, derde lid, Wetboek van Strafvordering).

Bewijsmiddelen

  • het proces-verbaal van aangifte van [aangever] , p. 470 t/m 476;

  • de verklaring van verdachte afgelegd tijdens de terechtzitting van 15 september 2026.

3 De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1 primair, feit 2 primair en feit 3 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1. primair.

hij op of omstreeks op 16 maart 2024 te Nijmegen en/of Arnhem, althans in Nederland

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een persoon, te weten [aangever] , wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden, door

- die [aangever] naar een locatie te laten komen/te brengen,

- die [aangever] (meerdere malen) vast te pakken en/of vast te houden,

- een vuurwapen te richtingen op die [aangever] ,

- (met) een vuurwapen tegen het hoofd, althans het lichaam, van die [aangever] te slaan

althans te drukken,

- een mes tegen de keel, althans het lichaam, van die [aangever] te zetten,

- die [aangever] (meerdere malen) vast te binden (met tiewraps),

- op het lichaam van die [aangever] te zitten en/of te steunen,

- die [aangever] te slaan met een knuppel en/of een stok op zijn been, althans zijn lichaam,

- die [aangever] met een arm om zijn nek vast te pakken,

- die [aangever] te slaan tegen het lichaam,

- een doek en/of lap in de mond van die [aangever] te duwen en/of

- die [aangever] tegen zijn wil in in een woning vast te houden

met het oogmerk een ander, te weten die [aangever] te dwingen iets te doen of niet te doen, te weten het geven van de code van zijn telefoon en/of het geven van het adres van zijn woning en/of aangeven waar (in zijn woning) geld lag;

2 primair.

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op of omstreeks 16 maart 2024 te Nijmegen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

- een gouden ketting,

- een bril (merk: Cartier),

- een of meerdere telefoons (merk: iPhone en/of Samsung),

- een tas (merk: Gucci) en/of

- een sleutel

in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [aangever] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door

- die [aangever] naar een locatie te laten komen/te brengen,

- die [aangever] (meerdere malen) vast te pakken en/of vast te houden,

- een vuurwapen te richtingen op die [aangever] ,

- (met) een vuurwapen tegen het hoofd, althans het lichaam, van die [aangever] te slaan

althans te drukken,

- een mes tegen de keel, althans het lichaam, van die [aangever] te zetten,

- die [aangever] (meerdere malen) vast te binden (met tiewraps),

- op het lichaam van die [aangever] te zitten en/of te steunen,

- die [aangever] te slaan met een knuppel en/of een stok op zijn been, althans zijn lichaam,

- die [aangever] met een arm om zijn nek vast te pakken,

- die [aangever] te slaan tegen het lichaam,

- een doek en/of lap in de mond van die [aangever] te duwen en/of

- die [aangever] tegen zijn wil in in een woning vast te houden (teneinde zijn telefoon te

ontgrendelen en/of te weten komen waar hij zijn geld verborgen heeft)

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 16 maart 2024 te Nijmegen en/of Arnhem en/of Groesbeek, althans in Nederland opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door

- een auto ter beschikking te stellen en/of zijn mededader(s) en die [aangever] tezamen naar

een woning te vervoeren

- (vervolgens) in de omgeving van zijn mededader(s) te wachten en/of

- (vervolgens) de weggenomen tas van die [aangever] , in ieder geval enig weggenomen goed, heeft ontvangen;

3.

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] op of omstreeks 16 maart 2024 te Nijmegen en/of Arnhem, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten [adres]

te Arnhem, alwaar verdachte en/of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van

de rechthebbende bevond(en), een geldbedrag, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf

heeft/hebben verschaft en/of dat weg te nemen geldbedrag onder zijn/hun bereik heeft/hebben

gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een sleutel toebehorende aan [aangever]

, in ieder geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 16 maart 2024 te Nijmegen en/of Arnhem en/of Groesbeek, althans in Nederland opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door

- met zijn mededader(s) naar de woning van die [aangever] te gaan,

- (vervolgens) in de omgeving van die woning van die [aangever] en/of zijn mededader(s) te

wachten en/of

- een deel van het weggenomen geldbedrag te ontvangen.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1 primair:

medeplegen van het opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden;

feit 2 primair:

medeplichtigheid aan diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

feit 3:

medeplichtigheid aan diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel.

5 De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat [verdachte] zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden met aftrek van de tijd die hij in voorarrest heeft doorgebracht. Gedurende een proeftijd van twee jaar moet [verdachte] zich aan de algemene voorwaarde houden en aan de voorwaarden die door de reclassering zijn geadviseerd. Daarnaast moet [verdachte] worden veroordeeld tot een taakstraf van 140 uur, waarbij expliciet rekening is gehouden met het grote tijdsverloop.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat [verdachte] ten hoogste wordt veroordeeld voor een gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest in combinatie met een voorwaardelijke straf onder de door de reclassering geadviseerde voorwaarden.

De beoordeling door de rechtbank

Bij de beslissing over de straf die aan [verdachte] moet worden opgelegd, betrekt de rechtbank de aard en de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder die zijn begaan. Ook houdt de rechtbank rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van [verdachte] en met de inhoud van de volgende stukken:

  • het uittreksel justitiële documentatie van 3 augustus 2026 (het strafblad),

  • het rapport van GZ-psycholoog L. Aa van 28 juni 2024,

  • het rapport van de Reclassering van 18 juli 2026,

  • het rapport van de Reclassering van 3 september 2026.

In het bijzonder neemt de rechtbank het volgende in aanmerking.

Strafblad

[verdachte] is niet eerder veroordeeld voor soortgelijke feiten.

De ernst van de feiten

[verdachte] heeft zich schuldig gemaakt aan zeer ernstige feiten, te weten medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving en medeplichtigheid aan diefstal met geweld in vereniging en medeplichtigheid aan diefstal met een valse sleutel in vereniging. Het slachtoffer in deze zaak is urenlang vastgehouden in een woning in Nijmegen. De verdachten hebben het slachtoffer daar mishandeld en vernederd en spullen afhandig gemaakt. [verdachte] wist van het plan en heeft het slachtoffer naar de woning gebracht. Vervolgens zijn de verdachten naar de woning van het slachtoffer gereden om daar geld te stelen. [verdachte] is meegereden naar de woning van het slachtoffer en heeft gedurende de vrijheidsberoving op meerdere momenten contact onderhouden met de mededaders. Ook heeft [verdachte] gestolen spullen gekregen en een deel van de geldbuit. Het moeten voor het slachtoffer angstige uren zijn geweest in de woning in Nijmegen. [verdachte] heeft met zijn handelen een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke en psychische integriteit van het slachtoffer en zijn eigen financiële gewin boven het welzijn van het slachtoffer geplaatst. Dergelijk handelen roept ook angstgevoelens op in de samenleving.

Rapportages

Bij [verdachte] is sprake van een persisterende depressieve stoornis, aldus psycholoog Aa die [verdachte] heeft onderzocht. Dit was ook zo tijdens het delict maar deze heeft niet of niet zodanig doorgewerkt dat dit van invloed is op de toerekenbaarheid. [verdachte] is bovengemiddeld intelligent maar dit is in zijn jeugd niet tot uiting gekomen door de afwezigheid van ondersteuning en een gebrek aan ontwikkelingsmogelijkheden. De psycholoog schatte het recidiverisico in 2024 laag in.

Nadat [verdachte] gestopt is met school is hij sociaal maatschappelijk gezien afgegleden en in contact gekomen met mensen die zich bezig hielden met criminele handelingen. Via deze mensen heeft hij geprobeerd zijn geldproblemen op te lossen. Tijdens het schorsingstoezicht is gebleken dat [verdachte] het lastig vindt om verschillende leefgebieden zelfstandig op orde te krijgen. De leefgebieden financiën en sociaal netwerk worden gezien als risicovol.

Sinds mei 2026 heeft [verdachte] ambulante begeleiding. Hij heeft tijdens zijn schorsing verschillende banen gehad en werkt sinds een maand in de sales. De reclassering adviseert een voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden dagbesteding, ambulante begeleiding en ambulante behandeling (om de noodzakelijke stabilisering te realiseren ten aanzien van dagbesteding, financiën en psychosociaal functioneren), een meldplicht en een contactverbod met aangever. De reclassering schat het recidiverisico in als laag/gemiddeld.

De op te leggen straf

De aard en de ernst van de feiten rechtvaardigen het opleggen van een flinke straf. De rechtbank houdt bij het bepalen van de straf in het voordeel van [verdachte] rekening met het positieve verloop van de schorsingsperiode, het forse tijdsverloop en de (voorzichtig) positieve ontwikkeling die in [verdachte] ’ leven gaande is. [verdachte] is nog jong. De rechtbank ziet het belang van hulp in de vorm van ambulante behandeling en begeleiding, zodat hij zijn leven nog verder op orde kan krijgen. De rechtbank zal een forse voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen met de bijzondere voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd om die hulp mogelijk te maken en om [verdachte] te stimuleren op het rechte pad te blijven. De rechtbank is van oordeel dat alleen een voorwaardelijke gevangenisstraf onvoldoende recht doet aan de ernst van de feiten. Zij zal dan ook naast de voorwaardelijke gevangenisstraf een forse taakstraf opleggen.

De redelijke termijn

De rechtbank neemt in aanmerking dat in artikel 6, eerste lid, EVRM het recht van iedere

verdachte is gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht.

Die termijn begint op het moment dat door de Nederlandse staat ten opzichte van de

betrokkene een handeling is verricht waardoor deze in redelijkheid kan verwachten dat het

Openbaar Ministerie strafvervolging tegen hem zal instellen in verband met de verdenking

van een strafbaar feit. Als uitgangspunt heeft in deze zaak te gelden dat de behandeling op

zitting moet zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de redelijke termijn is

aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden, zoals de ingewikkeldheid van

een zaak, de invloed van de verdachte en/of zijn raadsman op het procesverloop en de wijze

waarop de zaak door de bevoegde autoriteiten is behandeld.

De rechtbank overweegt met betrekking tot de aanvang van de redelijke termijn en het

procesverloop in deze zaak het volgende. In deze zaak is [verdachte] op 15 april 2024 aangehouden en in verzekering gesteld. Het einddossier is gesloten op 3 april 2025. De rechtbank is van oordeel dat de redelijke termijn is overschreden en dat dit tijdsverloop een matiging van het op te leggen onvoorwaardelijke deel van de taakstraf van 20 uur tot gevolg moet hebben.

Alles afwegend vindt de rechtbank een straf conform de eis van de officier van justitie passend en geboden, waarbij de rechtbank voornoemde aftrek van 20 uur (vanwege overschrijding van de redelijke termijn) daarin al heeft verrekend.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47, 48, 49, 282, 311 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van zes (6) maanden;

  • bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van twee jaren niet heeft gehouden aan de volgende voorwaarden:

  • stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

 stelt als bijzondere voorwaarden dat:

Meldplicht bij reclassering

verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en

zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn;

Ambulante behandeling

verdachte zich gedurende de proeftijd laat behandelen door forensische polikliniek Kairos of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De behandeling start zo snel als mogelijk. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling kan zich richten op psychische problematiek, cognitieve vaardigheden, sociale vaardigheden, schuldenproblematiek en/of andere problematiek;

Contactverbod

verdachte gedurende de proeftijd geen contact opneemt, zoekt of heeft -in welke vorm dan ook, ook niet via derden- met de aangever [aangever] (geboren [geboortedag] 2006), tenzij dit contact plaatsvindt met uitdrukkelijke toestemming van de reclassering en daarbij de aanwijzingen van de reclassering worden opgevolgd. Sociale media zijn hierbij inbegrepen (geen contact via Facebook, Snapchat, WhatsApp of andere online platforms). De politie ziet toe op handhaving van dit contactverbod;

Dagbesteding

verdachte zich inspant voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;

Ambulante begeleiding

verdachte meewerkt met de ambulante begeleiding van Humanitas, of een soortgelijke

zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De begeleiding duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de begeleiding;

 geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de hierboven genoemde en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

hierbij gelden als voorwaarden dat verdachte:

- meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig

identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;

- meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het

zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;

 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 legt op een taakstraf van 140 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 70 dagen;

 heft op het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Rietveld (voorzitter), mr. M.G.J. Post en mr. A. Bril, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.J. Damen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 1 oktober 2026.

mrs. Rietveld en Post zijn buiten staat

dit vonnis te ondertekenen.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »