RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/134056-23
Datum uitspraak : 28 juli 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1993 in [geboorteplaats] (Turkije),
wonende aan [adres] in [woonplaats] .
Raadsvrouw: mr. D.A.J. Spierings, advocaat in Apeldoorn.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.
1 De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 april 2021 tot en met 8 december 2021 te Harderwijk, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad
- een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, en/of
- een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, en/of
- een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine-olie,
zijnde cocaïne en/of MDMA en/of amfetamine-olie
(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 april 2021 tot en met 8 december 2021 te Harderwijk, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten
- het opzettelijk verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, en/of
- het opzettelijk binnen of buiten het grondgebied van Nederland te brengen,
van (een) hoeveelheid/hoeveelheden van een materiaal bevattende cocaïne en/of MDMA en/of amfetamine-olie, zijnde cocaïne en/of MDMA en/of amfetamine-olie, zijnde (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, voor te bereiden en/of te bevorderen, (telkens)
- een of meer anderen heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen, en/of
- zich en/of een ander of anderen gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft/hebben getracht te verschaffen, en/of
- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden
heeft/hebben gehad waarvan hij, verdachte, en zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden
had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat/die feit(en)
hebbende hij, verdachte, en/of zijn medeverdachte(n)
- gesprekken en/of onderhandelingen gevoerd over de beschikbaarheid en/of vraagprijs en/of
levering van verdovende middelen (cocaïne en/of MDMA en/of amfetamine-olie), en/of
- afspraken gemaakt over de aankoop en/of verkoop en/of vraagprijs van die verdovende
middelen, en/of
- inlichtingen verschaft over de beschikbaarheid en/of prijzen en of mogelijkheden tot transport
van verdovende middelen, en/of
- foto’s van verdovende middelen ontvangen en/of verstuurd en/of vervaardigd en/of uitgewisseld
en/of voorhanden gehad, en/of
- inlichtingen gevraagd over de beschikbaarheid van (een) hoeveelheid/hoeveelheden
grondstoffen, te weten amfetamine-olie;
2.
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 september 2021 tot en met 8 december 2021 te Harderwijk, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
- ( telkens) stoffen en/of voorwerpen heeft bereid, bewerkt, verwerkt, te koop aangeboden,
verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervoerd, vervaardigd of voorhanden gehad, en/of
- vervoermiddelen, ruimten, gelden, andere betaalmiddelen en/of gegevens voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte, en zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van een van de in artikel 11, derde en vijfde lid van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten, hebbende hij, verdachte, en/of zijn medeverdachte(n)
- gesprekken en/of onderhandelingen gevoerd over de beschikbaarheid en/of vraagprijs en/of levering van (verdovende) middelen zoals vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, en/of
- foto’s van die (verdovende) middelen ontvangen en/of verstuurd en/of vervaardigd en/of uitgewisseld en/of voorhanden gehad;
3.
hij op of omstreeks 22 maart 2023 te Harderwijk, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk
aanwezig heeft gehad ongeveer 4210 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hasjiesj), zijnde hasjiesj
een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
4.
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 september 2021 tot en met 8
december 2021 te Harderwijk, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) zonder erkenning, althans buiten de erkenning handelend, één of meer vuurwapens van categorie II en/of categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten verschillende (vuur)wapens, heeft overgedragen en/of verhandeld en/of anderszins ter beschikking gesteld;
5.
hij op of omstreeks 22 maart 2023 te Harderwijk, althans in Nederland, munitie in de zin van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 46, althans een of meer knalpatronen van het kaliber 9mm voorhanden heeft gehad.
2 De ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie
Het verweer van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat sprake is van een vormverzuim in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering (Sv), nu het Openbaar Ministerie de bevoegdheid om in de telefoon van verdachte te kijken voor een ander doel heeft gebruikt dan waarvoor toestemming was verleend door verdachte. Het onderzoek aan de telefoon was daardoor onrechtmatig. Daarnaast heeft de raadsvrouw bepleit dat het onderzoeken van de telefoon zonder voorafgaande rechterlijke toetsing in strijd was met de zogenoemde Landeck-jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie en (daaropvolgend) de Hoge Raad. De raadsvrouw heeft zich primair op het standpunt gesteld dat het Openbaar Ministerie als gevolg hiervan niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging van verdachte. Subsidiair is verzocht om al het materiaal dat is verkregen uit het onderzoek aan de telefoon van verdachte en mogelijk ook de resultaten van de doorzoeking van zijn woning van het bewijs uit te sluiten.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de politie bevoegd was om de gehele telefoon van verdachte te onderzoeken, nu een officier van justitie hiervoor op 13 december 2021 toestemming heeft gegeven. In de telefoon van verdachte is in het kader van een witwasverdenking gezocht naar de bron van de mogelijk illegale herkomst van het bij verdachte in de auto aangetroffen geldbedrag. Verder is door de officier van justitie naar voren gebracht dat de Hoge Raad de Landeck-jurisprudentie als het gaat om het hebben van terugwerkende kracht in het arrest van 9 september 2025 (ECLI:NL:HR:2025:1247) heeft bijgesteld. Uit dit arrest volgt dat het aan de wetgever is om een wettelijke regeling op te stellen die in haar algemeenheid voldoet aan alle in de rechtspraak van het Hof van Justitie gestelde vereisten.
Beoordeling door de rechtbank
De rechtbank is van oordeel dat er weliswaar sprake is geweest van een vormverzuim in de zin van artikel 359a Sv, maar dat hier geen rechtsgevolg aan hoeft te worden verbonden. De rechtbank zal hierna uitleggen hoe zij tot dit oordeel is gekomen.
Op basis van het dossier - waaronder de door de officier van justitie nagezonden processtukken - stelt de rechtbank vast dat het voertuig met kenteken [kenteken] op 9 december 2021 in verband met een ANPR-hit is onderworpen aan een verkeerscontrole op grond van artikel 160 van de Wegenverkeerswet 1994. [verdachte] bleek de bestuurder te zijn van deze huurauto. Uit het dossier volgt dat [verdachte] vervolgens toestemming gaf tot het doorzoeken van de auto. In de auto werd een enveloppe aangetroffen met daarin (ongeveer) € 7.000,00. [verdachte] (hierna: verdachte) werd hierop aangehouden op verdenking van witwassen. Hij heeft over het geld verklaard dat hij een deel van € 5.000,00 had geleend van zijn ex en dat hij van het andere gedeelte van € 2.000,00 een deel van een vriend had en een deel van hemzelf was. Ook heeft hij verklaard dat hij een eigen bedrijf had in handel in cosmetica, waarvoor het geld bestemd was. De telefoon van verdachte werd in beslag genomen. Uit het dossier volgt dat de telefoon op bevel van de officier van justitie werd onderzocht. Dit bevel is gegeven op 13 december 2021. De witwasverdenking is door de officier van justitie geseponeerd. Verdachte heeft het in beslag genomen geldbedrag van € 6.980,00 op 1 september 2022 teruggekregen.
Gelet op het voorgaande staat voor de rechtbank vast dat er vanaf 9 december 2021 een witwasverdenking bestond tegen verdachte, nadat een contant geldbedrag bij hem in de auto werd aangetroffen. In het kader van die verdenking mocht het Openbaar Ministerie onderzoek doen naar een mogelijk illegale herkomst van dat geld. Om tot een veroordeling van witwassen te komen, moet immers worden vastgesteld dat de verdachte wist dat het geld van een misdrijf afkomstig is. Er moet sprake zijn van een onderliggend gronddelict. Hiertoe is de telefoon van verdachte doorzocht. Aangezien verdachte slechts beperkt toestemming gaf voor het bekijken van zijn telefoon (te weten om gesprekken met zijn ex te openen), heeft de officier van justitie aan de politie toestemming gegeven om de gehele telefoon te doorzoeken. Die toestemming is op geen enkele wijze beperkt. Dat is gezocht op trefwoorden met betrekking tot drugs was daarmee toegestaan en lag ook in de reden, nu Opiumwetdelicten als gronddelict van witwassen kunnen dienen. Van misbruik van enige bevoegdheid was daarmee geen sprake.
De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of de officier van justitie de bevoegde autoriteit was om het bevel tot onderzoek aan de telefoon af te geven. Zij overweegt daarover als volgt.
Ingevolge de recente Landeck-jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie1 en de daarop voortbouwende jurisprudentie van de Hoge Raad2 is voorafgaande toestemming van de rechter-commissaris vereist voor onderzoek aan een smartphone, als te verwachten is dat dit onderzoek een meer dan geringe inbreuk zal opleveren op de persoonlijke levenssfeer van de gebruiker. Van zo’n inbreuk is volgens de Hoge Raad al sprake, wanneer door het onderzoek inzicht wordt verkregen in de communicatie die door middel van de smartphone is uitgewisseld. Deze regels vloeien rechtstreeks voort uit de betreffende EU-regelgeving en worden dus geacht ook te hebben gegolden ten tijde van het onderhavige onderzoek.
Nu het doel van het onderzoek aan de (privé-)telefoon was om een meer dan oppervlakkig inzicht te krijgen in de communicatie die daarmee was uitgewisseld, had het openbaar ministerie voorafgaand aan het onderzoek toestemming moeten vragen aan de rechter-commissaris. Uit het voorgaande volgt dat dit niet is gebeurd. Hiermee is sprake van een onherstelbaar
vormverzuim in de zin van artikel 359a Sv. De rechtbank zal aan dit vormverzuim echter geen rechtsgevolg verbinden op grond van het volgende.
De telefoon van verdachte is onderzocht in december 2021. Onder de destijds geldende jurisprudentie van de Hoge Raad was het niet zonder meer duidelijk dat voor een dergelijk onderzoek in Nederland toestemming van een rechter-commissaris nodig was. Er kan dus niet gezegd worden dat het Openbaar Ministerie destijds willens en wetens een rechtsnorm heeft geschonden door de telefoon zonder deze toestemming te onderzoeken. Dit relativeert de ernst van het vormverzuim en maakt dat sanctionering om het Openbaar Ministerie ervan te weerhouden dergelijke vormverzuimen in de toekomst te blijven plegen om die reden niet nodig is. Daarnaast gaat de rechtbank er, gelet op de aard en ernst van de verdenking, van uit dat de rechter-commissaris, indien daartoe verzocht, zonder nadere beperkingen toestemming zou hebben gegeven om de privé-telefoon van verdachte te onderzoeken.
Bovenstaande leidt ertoe dat de onderzoeksresultaten van de analyse van de telefoon van verdachte (en ook de resultaten van de doorzoeking van zijn woning) kunnen worden gebruikt voor het bewijs. Het verweer wordt verworpen.
3. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 3
Vrijspraak van handel in harddrugs (feit 1, primair)
Aan verdachte is onder feit 1, primair – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij in de periode van 1 april 2021 tot en met 8 december 2021 in Harderwijk heeft gehandeld in verschillende soorten harddrugs.
De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat dat verdachte in die periode daadwerkelijk harddrugs heeft verkocht en geleverd (en/of de daarmee samenhangende handelingen heeft verricht). Uit het dossier blijkt niet dat daadwerkelijk sprake is geweest van geslaagde deals. Verdachte zal daarom van dit feit worden vrijgesproken.
Vrijspraak van handel in vuurwapens (feit 4)
Onder feit 4 is aan verdachte – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij in de periode van 1 september 2021 tot en met 8 december 2021 in Harderwijk samen met anderen heeft gehandeld in vuurwapens van de tweede en/of de derde categorie als omschreven in de Wet Wapens en Munitie, of dat hij deze vuurwapens anderszins ter beschikking heeft gesteld.
Voor de rechtbank staat – mede gelet op de verklaring van verdachte zelf – vast dat verdachte de enige gebruiker is van de iPhone 11 die op 9 december 2021 bij hem in beslag is genomen en dat hij onder de bijnaam ‘ [alias] ’ gebruikmaakte van WhatsApp op die telefoon. In de telefoon heeft de politie meerdere gesprekken van ‘ [alias] ’ aangetroffen die betrekking hebben op vuurwapens. Uit die gesprekken valt af te leiden dat verdachte – nadat een potentiële afnemer zich bij hem meldt – afbeeldingen stuurt van vuurwapens en dat hij daarbij een prijs noemt. Daarbij omschrijft verdachte in sommige gevallen ook om wat voor wapen het gaat (bijvoorbeeld het merk). Nog daargelaten de vraag of kan worden vastgesteld dat verdachte feitelijk kon beschikken over deze wapens, blijkt uit de gesprekken nergens dat het op enig moment daadwerkelijk tot een levering van de aangeboden wapens is gekomen. Dat verdachte wapens heeft overgedragen dan wel verhandeld of anderszins ter beschikking heeft gesteld zoals hem wordt verweten, kan daarom naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen worden. Verdachte zal worden vrijgesproken van het tenlastegelegde onder feit 4.
Voorbereidingshandelingen gericht op de handel in soft- en harddrugs
(feit 1, subsidiair en feit 2)
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde onder feit 1, subsidiair en
feit 2.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft – samengevat – bepleit dat algemene belangstelling voor drugs of het voeren vrijblijvende gesprekken hierover onvoldoende is voor een veroordeling op grond van artikel 10a van de Opiumwet. De Hoge Raad verlangt dat uit de feiten en omstandigheden blijkt dat de gedragingen van verdachte gericht waren op de voorbereiding of bevordering van een concreet Opiumwetmisdrijf. De raadsvrouw heeft bepleit dat de inhoud van de door verdachte gevoerde gesprekken, in ieder geval voor de periode april tot oktober 2021, niet voldoet aan het door de Hoge Raad gestelde vereiste. Pas vanaf oktober 2021 zijn in de berichten foto’s te zien en worden er prijzen genoemd. Als het al tot een bewezenverklaring komt, dan dient te worden uitgegaan van de periode oktober 2021 tot en met 8 december 2021.
Beoordeling door de rechtbank
Niet ter discussie staat dat verdachte de gebruiker is van de iPhone 11 die op 9 december onder hem in beslag is genomen en dat hij ‘ [alias] ’ is in de gesprekken die via WhatsApp zijn gevoerd met die telefoon.4
Op deze telefoon is verder een Telegram-account geïnstalleerd op naam van ‘ [naam] ’, met telefoonnummer + [telefoonnummer] . Door de verbalisant is beschreven dat na raadpleging van de politiesystemen bleek dat dit telefoonnummer vanaf 25 februari 2020 aan verdachte is gekoppeld. Op de telefoon is ook het Snapchataccount ‘ [account 1] ’ aangetroffen met gebruikersnaam ‘ [account 2] ’. Dit account is gekoppeld aan het e-mailadres: [e-mail address] en het telefoonnummer + [telefoonnummer] .5 Verdachte heeft verklaard dat niemand anders gebruik heeft gemaakt van zijn telefoon.6
Op grond van het voorgaande concludeert de rechtbank dat (ook) het Telegramaccount op naam van ‘ [naam] ’ en de daarmee verzonden berichten – anders dan verdachte zelf heeft verklaard – aan verdachte kan/kunnen worden toegeschreven. Voor die conclusie is voor de rechtbank ook van belang dat de strekking van de berichten – te weten het te koop aanbieden van drugs – overeenkomt met de strekking van de berichten die onder het account van ‘ [alias] ’ zijn aangetroffen in dezelfde telefoon, zoals hierna zal blijken.
In het hiernavolgende zal het voor de bewijsvoering relevante berichtenverkeer tussen verdachte (‘ [naam] ’ en ‘ [alias] ’) en verschillende andere personen worden weergegeven. Voor zover er in die berichten teksten cursief tussen haakjes staan weergegeven, betreft het opmerkingen van de verbalisant die het proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot de betreffende chat heeft opgemaakt.
In de chatgesprekken zijn, onder meer, de volgende berichten verstuurd:
3 april 2021
[naam] : Hey guys
[naam] : There is someone who is interested to buy coke?
5 april 2021
[naam] : I havé very good cocain now in Austria 500 gram I’m gonna sell for very good price if someone interested send just a text
10 juni 2021
Uit het digitaal onderzoek is gebleken dat de hiernavolgende chat verwijderd is. Door het verwijderen is waarschijnlijk de woordvolgorde van de originele tekst verloren gegaan.
[alias] : hoeveel had nodig jij
[naam] : brok 25
[naam] : dat kost
[alias] : 25 50 850 1500
[alias] : denk wil 50 maar wat bro jij beter ik
[naam] : voor me gabber je weet is
(…)
[alias] : gelijk klaar maken morgen kan dan ik
11 juni 2021
[alias] : ben me hier je bro bij hoelaat
[alias] : ik moet zo weg
Er worden vermoedelijk een aantal audioberichten over en weer gestuurd, maar deze zijn niet meer afspeelbaar.
[alias] : oke bro
[naam] : 50 alsjeblieft
[naam] : uit nu nunspeet rij weg
[alias] : oke bro
[alias] : zie je zo
[naam] : 50 is er
[alias] : klaar ja
[alias] : k heb laatste over i bro 10
[alias] : 60 maak wil als 1750 jij ik
[naam] verstuurd vermoedelijk een audiobericht, maar deze is niet meer afspeelbaar
[alias] : oke bro haha
[alias] : klaar min ga douchen 10 ik
[alias] : doe rustig
[naam] : er met 3 min ben7
Verdachte heeft verklaard dat het verwijderde gesprek met [naam] over cocaïne ging.8
De rechtbank leidt uit het voorgaande gesprek af dat verdachte met [naam] een gesprek voert over het afnemen van cocaïne. Verdachte verstrekt daarbij informatie over de prijzen voor verschillende hoeveelheden cocaïne.
3 september 2021
[alias] : Drie afbeeldingen Dit betreft een screenshot van een mp4-bestand. De persoon toont een grote zak met gedroogde henneptoppen
[alias] : Gewoon grote topjes
(…)
[alias] : 4.3 prijs echt gooie nl
[alias] : [naam]
[alias] : bro
[naam] : Ja broer
[naam] : Hij ziet er beetje donker uit broer
17 september 2021
[alias] : er worden vermoedelijk drie foto’s gestuurd, maar deze zijn niet meer inzichtelijk
[naam] : hees
[naam] : pp
[alias] : broer haze (hennep/wiet)
[alias] : orijinal
[alias] : dat top is
[naam] : nelderlnad of spaans
(…)
[alias] : nl
[naam] : top
[naam] : kosten is wat er hoeveel en dat moet
[alias] : 10 ik heb laatste stuk
[alias] : was gisteren 17
[alias] : nu nog 10
[naam] : kilo 10
[alias] : ja
[alias] : wil hoeveel jij licht eran
[naam] : wat kost dat
[naam] : ik wil alles sowieso man die denk
[alias] : 43 broer dan is9
De rechtbank leidt uit de gesprekken met [naam] en [naam] af dat verdachte een afnemer zoekt voor een partij hennep/wiet. Verdachte geeft daarbij informatie over het soort (Nederlands), de kwaliteit van het product en de prijs. Verdachte geeft aan dat hij na één dag nog maar 10 kg over heeft van de 17 kg die hij te koop had.
22 september 2021
[alias] : broer
[alias] : kan je olie regelen
[naam] : Welke ?
[naam] : Thc
[alias] : for speed
[alias] : maken
[naam] : Jawle
[alias] : prijs ??
[alias] : kunnen we gelijk kopen
[naam] : Ligt aan hoeveel
[alias] : hij wil beginnen met 2-3l
[alias] : als goe is 50l
[alias] : elke week
[naam] : Is te weinig gaat per vat
[alias] : hoe beodel je broer
[alias] : per vat
[alias] : wat is vat
[naam] : 25 l minimaal
[alias] : oh oke oke
[alias] : en prijs ?
[alias] : kan hij gelijk kopen ?
[alias] : ik ga hem nu zeggen minimaal 100
[alias] : l
[naam] : Ja toch10
De rechtbank leidt uit het gesprek af dat verdachte op zoek is naar iemand die amfetamine-olie kan verkopen. Degene voor wie verdachte op zoek is naar de amfetamine-olie wil beginnen met een kleine hoeveelheid. Als de kwaliteit goed blijkt te zijn, dan wil deze persoon wekelijks 50 liter gaan afnemen. [naam] kan de amfetamine-olie regelen, maar dit kan alleen per vat van 25 liter.
7 oktober 2021
[alias] : ik heb hier wel perfect spullen (cocaïne)
[alias] : alleen los
[alias] : maar garantie
[alias] : dus ik moet laten brengen hier
[naam] : Heb je foto en wat kost dat ?
[alias] : die los ?
[alias] : hij komt zo binnen dat is ook van blok broer
[alias] : Afbeelding (beschrijving rechtbank: op de foto is een in plastic geseald vierkant blok te zien met daarin wit poeder)
[naam] : Wat is dat bro
[alias] : ook spullen broer maar dan los
[alias] : alleen hij is word gemaakt in colombia zo omdat komt zo binnen
[alias] : ze zijn plaat snap je
[naam] : En wat kost dat bro
[alias] : 1650€
[alias] : wil hij niet 100 kopen broer ?
[naam] : Moet ik vragen
[naam] : Kost dat
[alias] : 3100€
[alias] : ik maak geen winst broer
[alias] : Afbeelding Mp4-bestand van zak wit korrelig poeder
[alias] : gewoon orijinal flex broer
[alias] : maar dan los
[naam] : Waarom maak je geen winst
[alias] : wat moet ik zeggen broer ? 3500€ voor 100 gram
[alias] : veel te duur man
[naam] : Ik ga er om 16:30 even heen als hij zegt akkoord kom ik jou kant meteen op
[alias] : s goed broer
[alias] : ik ben zelf ook weg broer dus je moet me rond 3 uur laten weten of half vier
[alias] : dan ik kan ook zelf harderwijk rijden
(…)
[alias] : ik moet ff weten prices
[alias] : welke hij wil
[alias] : en hoeveel
[alias] : dan ik zet klaar
[alias] : Geluidsfragment Dit betreft een geluidsfragment waarop te horen is “Broer je moet tegen die maat zeggen die spullen wat ik heb loos (fonetisch) hij komt binnen in Nederland, Hij komt onder de container. Hij komt plat snap je. De zak is open dus hij doet beetje ontplof hij is los. Hij is 100% niet gemixt als hij niet tevreden is geld terug geen probleem.”
[naam] : Geluidsfragment Dit betreft een geluidsfragment waarop te horen is ‘Broer ik kan hem niet bellen, hij doet helemaal niks mijn telefoon. niks Ik moet daar echt heen, maar leg maar gewoon 50 klaar. Dat moest hij sowieso hebben dus leg dat maar klaar, dan pak ik dat vanmiddag even op.”
[alias] : die los bedoel je ?
[alias] : ik zet klaar
(…)
[naam] : Ja dat is die van de foto toch
[alias] : Afbeelding (beschrijving rechtbank: dit betreft dezelfde afbeelding als eerder van een zak met wit korrelig poeder)
[alias] : Deze ja
(…)
[alias] : broer 17.30 je mag nij me zijn
[alias] : en als hij wil 100 broer
[alias] : maak ik voor hem gooie prijs
[naam] : ik ga hem vragen maar wat is goed
[alias] : ik maak voor hem 3000
[alias] : omdat ik mag jou broer
(…)
[naam] : Thanks broer
Ik ga het hem voorstellen
[naam] : Laat je zsm weten
[alias] : s goed man zie ik je zo
(…)
[alias] : ik zie je rond 8 uur
[alias] : ik moet om 21.00 om rotterdam zijn broer
[alias] : als je kan eerder komen perfect zijn
[naam] : Broer heb jij nog 10 gram van die hasj erbij
[alias] : mmm ff kijken
[alias] : denk t wel broer
[naam] : Wat kost dat voor mij
[naam] : Rook ik zelf op in een pijp
[naam] : Hoorde dat die heel heel goed was
[alias] : broer
[alias] : ik ga ff kijken
[alias] : als ik heb nog je krijg van me 10 gram
[alias] : maar ik denk ik heb allemal in 100 plaatje
(…)
[naam] : Rij nu weg
[naam] : 20 min bij jou
(…)
[alias] : broer kom 20 min naar me huis
[alias] : parker maar voor me deur broer
[alias] : [nummer]
De rechtbank leidt uit het gesprek af dat verdachte een partij cocaïne uit Colombia te koop aanbiedt. Verdachte geeft informatie over de prijs en de kwaliteit hiervan. Verdachte en [naam] maken een afspraak om elkaar te ontmoeten bij verdachte thuis. [naam] vraagt of verdachte er ook 10 gram hasj voor hem bij kan doen. Verdachte geeft aan dat hij dit zal doen, als hij dit nog heeft.
7 oktober 2021
[alias] : screenshot van een mp4 bestand (beschrijving rechtbank: zak met daarin wit korrelig poeder).
[alias] : gewoon fiekka ama los
[naam] : zo kan ik niet zien bro
[alias] : hij is gewoon perfect fiekks broer
[naam] : Mm ziety niet zo.uit bro op.foto
(…)
[alias] : broer luister
[alias] : ik heb nu 22 gram over
[alias] : voor 6 barki ga ik geven
[naam] : Nee man bro ik pakk ni echt kk gooie voor 26 walla is vingers ma kk gevaarlijk iedreen ect blij blij met diie
[alias] : oké man
[alias] : wil je 15 voor 500 barki broer
[alias] : of wil je echt 10
[naam] : Bro als dje goed is pak ik rond 4 a 5 die andere 5 erbij
[alias] : tamam bro
(…)
[naam] : Je kan ook 15 geven dan ik geef je later die parra voor de 5
[naam] : Dan krijg je rond 5 uut nkg 120 van mij
[alias] : tamam broer
[alias] : ik doe 15
(…)
[naam] : ik ben daar met 3 a4 min
[alias] : ik pak de spullen dan i kom
(…)
[naam] : Waar ben je lan
[alias] : 3 min omw
Gelet op de uiterlijke verschijningsvorm, de prijzen en de context van de gesprekken betreft dit
Waarschijnlijk cocaïne.
9 oktober 2021
[alias] : broer je weet niet wat jij hebt gemist
[alias] : die spullen gewoon kk gooie
(…)
[naam] : Nee man brow alla die was niet goed
[alias] : hij was gewoon
[alias] : top top top
(…)
[naam] : Ja meschien voor rook ma niet voor snuif
[alias] : ook broer
[alias] : ik heb bijna 40 pakjes weg gedan gisteren en vandaag
[naam] : Ja dat is lekker bro
[alias] : sws bro
[naam] : Nederlandse wiet nodig
[naam] : Ook groot afname
[alias] : kan broer er is wel maar in Arnhem
14 oktober 2021
[alias] : luister ik heb 50 gram sanni (cocaïne) 1200€ ga ik aan iemand geven hij is goed allen loos
[alias] : ik heb geld nodig spoed
[alias] : je man testen
[alias] : mag
[naam] : Loose spukk moeilijk11
De rechtbank leidt uit de gesprekken (en de afbeelding) af dat verdachte een partij cocaïne aan
[naam] probeert te verkopen. Ze onderhandelen over de prijs en maken een afspraak.
[naam] vraagt verdachte vervolgens om een grote partij Nederlands wiet. Dit kan verdachte
voor hem regelen (maar wel in Arnhem).
8 november 2021
[naam] : [verdachte] hoe lang moet ik nog op je wchten? Je
betaald ook niet elkens een beetje…iedereen
krijgt waar die recht op heeft vriend. Groetjes.
[naam] : Er is 2,5 kg haze voor 34 per???. Beetje donkere kleur maar niet zwart maar geur en je word lekker high van kompact
[alias] : Stuur maar foto oom dan verkoop ik het meteen
[naam] : Kijk maar even of iemand het wil hebben
9 november 2021
[naam] : Ik geef 33 geur en werking is heel goed
[naam] : Er 2,5
[naam] : Kijk maar
[naam] : Groet
[alias] : Oom hoe heet deze
[alias] : Wat voor haze
[alias] : Is dit Nederlands?
[naam] : Amnesia haze
[alias] : Oom
[alias] : Een vriend van me wil alles hebben moeten we naar Alkmaar brengen gaat dat lukken?
[naam] : Nee alleen als het hier betaald wordt
[alias] : Oke ik zal het doorgeven oom
(…)
[naam] : Deze is honderd procent Nederlandsen als hetniet zo is dan betaal ik hun €500 schade vergoeding,garantie NL haze
[naam] : Kom morgen anders eentje ophalen, betaal daarvoor, neem mee en als die man het niet wil kopen mag je terugbrengen en krijg je meteen je geld terug
9 november 2021
[alias] : Afbeelding (beschrijving rechtbank: te zien is een zakje met daarin bruine brokjes)
[alias] : er zijn 3 stuks maat
[alias] : AM
[naam] : voor hoeveel?
[alias] : 38
(…)
[alias] : Moet gehaald/gekocht worden Arnhem
9 november 2021
[alias] : Broer hoe gaat het
[alias] : Er is op dit moment 2,5 kg
[alias] : Amnezia super lekker high
[alias] : Afbeelding (beschrijving Rechtbank: te zien is een zakje met daarin bruine brokjes)
[naam] : Prijs
[alias] : 38
De rechtbank leidt uit de voorgaande gesprekken af dat [naam] een partij hennep te koop heeft. Verdachte verzamelt informatie over de kwaliteit en de prijs van de hennep. Diezelfde dag gaat verdachte op zoek naar een afnemer voor deze hennep. Hij benadert daarvoor [naam] en [naam] .
10 november 2021
[naam] : Afbeelding (drie grote zakken met vermoedelijk Xtc-pillen)
[alias] : Dit is een oude foto mijn broer
[alias] : :)
[alias] : Of niet
[alias] : Lijkt alsof ik deze foto 6-7 maanden geleden al heb gezien
[naam] : Die jongen die komt zo
[naam] : Ga hem kussen
[alias] : Wat ga je kussen
[naam] : Die Nederlandse jongen
[alias] : Waarom
[alias] : Wat is er gebeurd
[naam] : Geld nodig broer wat moet ik anders
[alias] : Als je er 100.000 of 50.000 kan regelen dan kunnen we die meteen naar Turkije sturen
[alias] : Voor geweldig veel geld
Verdachte heeft ter terechtzitting over deze chat verklaard dat hij heeft gekeken of hij samen met [naam] kon gaan handelen in Xtc-pillen.12
5 december 2021
[alias] : Twee afbeeldingen (dit betreft een screenshot van een filmpje waarbij met een mes vermoedelijk een blok cocaïne wordt geïnspecteerd)
[naam] : Heb je het gekocht/bij je/opgehaald vriend
[alias] : Bijna vriend
[naam] : is goed vriend
[alias] : Stuur locatie vriend
[naam] : Deelt locatie
[naam] : Moet Kaan naar beneden komen?/uitstappen?
Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij hennep, cocaïne en MDMA (Xtc) te koop heeft aangeboden. Ook was hij voor iemand op zoek naar amfetamine-olie om te kunnen verkopen. Hij probeerde (steeds) contact te leggen tussen de koper en de verkoper. Hij probeerde afnemers te zoeken en prijzen te regelen. Als de verkoop lukte, dan zou de verkoper de levering verder afhandelen met de koper. Verdachte zou een deel van de winst krijgen.13
Conclusie
De rechtbank leidt uit de inhoud van de hiervoor genoemde communicatie en de verklaring van verdachte af dat hij zich binnen de ten laste gelegde periode van 1 april 2021 tot en met 8 december 2021 bezighield met gedragingen die waren gericht op het voorbereiden en bevorderen van de handel in softdrugs (hennep) en harddrugs (cocaïne, MDMA en amfetamine-olie). Uit de berichten verspreid over een langere periode blijkt dat verdachte optrad als tussenpersoon. Hij bood (voor anderen) drugs te koop aan, bracht verkopers en afnemers van verdovende middelen bij elkaar, verstrekte informatie over onder meer de kwaliteit en het soort verdovende middelen, stuurde foto’s van het product aan potentiële afnemers en sprak met hen een prijs af. Bij een geslaagde deal, zou verdachte meedelen in de winst. De communicatie laat verder zien dat sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking met anderen (zoals [naam] , [naam] , [naam] en [naam] ) die zich eveneens bezighielden met deze criminele activiteiten.
Gelet hierop acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van voorbereidings- en bevorderingshandelingen als bedoeld in artikel 10a en 11a van de Opiumwet (feit 1, subsidiair en feit 2). Voor een bewezenverklaring is niet vereist dat de daadwerkelijke productie, levering of overdracht van de verdovende middelen of de daarvoor bestemde goederen wordt vastgesteld.
Aanwezig hebben van hasjies (feit 3)
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, p. 184;
- het proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen, 200-201;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 14 juli 2026.
Voorhanden hebben van munitie (feit 5)
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, p. 184.
- het proces-verbaal onderzoek wapen, p. 206.
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 14 juli 2026.
3 De bewezenverklaring
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1, subsidiair, feit 2, feit 3 en feit 5 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1, subsidiair
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 april 2021 tot en met 8 december 2021 te Harderwijk, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten
- het opzettelijk verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, en/of
- het opzettelijk binnen of buiten het grondgebied van Nederland te brengen,
van (een) hoeveelheid/hoeveelheden van een materiaal bevattende cocaïne en/of MDMA en/of amfetamine-olie, zijnde cocaïne en/of MDMA en/of amfetamine-olie, zijnde (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, voor te bereiden en/of te bevorderen, (telkens)
- een of meer anderen heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen, en/of
- zich en/of een ander of anderen gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft/hebben getracht te verschaffen, en/of
- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden
heeft/hebben gehad waarvan hij, verdachte, en zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden
had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat/die feit(en)
hebbende hij, verdachte, en/of zijn medeverdachte(n)
- gesprekken en/of onderhandelingen gevoerd over de beschikbaarheid en/of vraagprijs en/of
levering van verdovende middelen (cocaïne en/of MDMA en/of amfetamine-olie), en/of
- afspraken gemaakt over de aankoop en/of verkoop en/of vraagprijs van die verdovende
middelen, en/of
- inlichtingen verschaft over de beschikbaarheid en/of prijzen en of mogelijkheden tot transport van verdovende middelen, en/of
- foto’s van verdovende middelen ontvangen en/of verstuurd en/of vervaardigd en/of uitgewisseld en/of voorhanden gehad, en/of
- inlichtingen gevraagd over de beschikbaarheid van (een) hoeveelheid/hoeveelheden
grondstoffen, te weten amfetamine-olie;
2.
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 september 2021 tot en met 8 december 2021 te Harderwijk, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
- ( telkens) stoffen en/of voorwerpen heeft bereid, bewerkt, verwerkt, te koop heeft aangeboden, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervoerd, vervaardigd of voorhanden gehad, en/of
- vervoermiddelen, ruimten, gelden, andere betaalmiddelen en/of gegevens voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte, en zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van een van de in artikel 11, derde en vijfde lid van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten, hebbende hij, verdachte, en/of zijn medeverdachte(n)
- gesprekken en/of onderhandelingen gevoerd over de beschikbaarheid en/of vraagprijs en/of levering van (verdovende) middelen zoals vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, en/of
- foto’s van die (verdovende) middelen ontvangen en/of verstuurd en/of vervaardigd en/of uitgewisseld en/of voorhanden gehad;
3.
hij op of omstreeks 22 maart 2023 te Harderwijk, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk
aanwezig heeft gehad ongeveer 4210 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hasjiesj), zijnde hasjiesj
een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
5.
hij op of omstreeks 22 maart 2023 te Harderwijk, althans in Nederland, munitie in de zin van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 46, althans een of meer knalpatronen van het kaliber 9mm, voorhanden heeft gehad.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1, subsidiair
medeplegen van een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen door zich of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen, meermalen gepleegd;
feit 2:
medeplegen van stoffen te koop aanbieden waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van een van de in artikel 11, vijfde lid, van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten, meermalen gepleegd;
feit 3:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;
feit 5:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
5 De strafbaarheid van de feiten
De feiten zijn strafbaar.
6 De strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
7 De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat wordt volstaan met de oplegging van een taakstraf. Een gevangenisstraf is gelet op de forse schending van de redelijke termijn niet meer passend. Daarbij heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat de termijn is ingegaan op het moment dat verdachtes telefoon in beslag werd genomen op 9 december 2021.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft gedurende een periode van ongeveer negen maanden met zijn telefoon gecommuniceerd over het voorbereiden en bevorderen van de handel in drugs. Hij hield als tussenpersoon contact met zowel verkopers als afnemers van hennep, cocaïne, MDMA en amfetamine-olie en bracht op deze manier vraag en aanbod bij elkaar. Het is algemeen bekend dat handel in drugs schadelijk is voor de volksgezondheid en gepaard gaat met diverse vormen van criminaliteit en maatschappelijke onrust. Door zich hiermee bezig te houden heeft verdachte bijgedragen aan het in stand houden van dat criminele circuit. In de woning van verdachte werd verder ruim 4,2 kilogram hasjiesj aangetroffen en 46 knalpatronen. De rechtbank rekent verdachte dit alles aan.
Uit het strafblad van verdachte blijkt dat verdachte in Nederland eerder is veroordeeld, maar niet voor soortgelijke strafbare feiten. Van recidive waarmee de rechtbank rekening moet houden bij het bepalen van de straf, is aldus geen sprake.
Uit het reclasseringsrapport van 14 april 2026 volgt dat verdachte tussen 2023 en 2025 een detentiestraf in Duitsland heeft uitgezeten in verband met een drugsdelict. Sindsdien is het verdachte gelukt zijn leven weer enigszins op de rit te krijgen. In detentie is verdachte van zijn gokverslaving afgeraakt. Verdachte heeft een fulltime baan, eigen woonruimte (in een andere woonplaats) en staat onder bewindvoering met schuldhulpverlening. Ook het contact met zijn (ex-)vriendin is weer hersteld. Gelet op dit alles wordt het recidiverisico door de reclassering ingeschat als laag.
De rechtbank overweegt dat bij de bewezenverklaarde, ernstige feiten in beginsel de oplegging van een gevangenisstraf van aanzienlijke duur past.
Als uitgangspunt geldt dat de behandeling van een strafzaak in eerste aanleg dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden die een langere behandelingsduur rechtvaardigen. Uit het dossier valt af te leiden dat verdachte op 9 december 2021 werd aangehouden in verband met een verdenking van witwassen. Deze zaak werd echter geseponeerd. Daarmee bestond er op dat moment geen verdenking meer tegen verdachte waarmee hij rekening diende te houden. Op 22 maart 2023 werd de woning van verdachte doorzocht, waarbij de hasjiesj en de knalpatronen werden aangetroffen. Verdachte werd hierover – en ook over de in zijn telefoon aangetroffen gesprekken met betrekking tot verdovende middelen – op 28 maart 2023 gehoord. Anders dan de verdediging, concludeert de rechtbank dat verdachte vanaf dat moment bekend was met de verdenking tegen hem in het kader van de Opiumwet en de Wet Wapens en munitie en dat de termijn vanaf dat moment is gaan lopen. Hiermee is sprake van een schending van de redelijke termijn van zestien maanden. Van bijzondere omstandigheden die een langere behandelingsduur rechtvaardigen, is niet gebleken. Deze overschrijding dient in het voordeel van verdachte te worden verdisconteerd in de op te leggen straf.
Vanwege het tijdsverloop in deze zaak, de lange detentie in Duitsland daarna en de positieve ontwikkelingen in het leven van verdachte sindsdien, zal de rechtbank hier echter niet overgaan tot een straf die nu nog detentie voor hem mee brengt.
Alles afwegende zal de rechtbank aan verdachte een taakstraf van 240 uren opleggen. Vanwege de ernst van de feiten en om te voorkomen dat verdachte in de toekomst opnieuw strafbare feiten pleegt, zal daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf worden opgelegd voor de duur van 12 maanden, met een proeftijd van 2 jaren. Deze straf is lager dan de door de officier van justitie gevorderde straf, gelet op de voornoemde omstandigheden en omdat de rechtbank de handel in wapens (feit 4) niet bewezen acht.
8. De toegepaste wettelijke bepalingen
De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen:
- 14 a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht;
- 3, 10 a, 11 en 11a van de Opiumwet;
- 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.
9 De beslissing
De rechtbank:
spreekt verdachte vrij van het onder feit 1, primair ten laste gelegde feit;
verklaart bewezen dat verdachte de overige ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden;
bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van twee jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit;
legt op een taakstraf van 240 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 dagen.
|
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Graat (voorzitter), mr. L.C.P. Goossens en mr. M.C. Gerritsen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H. Jansen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 28 juli 2026. Mr. Gerritsen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. |
||