RECHTBANK DEN HAAG
Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/09/697319 / JE RK 26-31
Datum uitspraak: 12 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden, gevestigd te Den Haag,
hierna te noemen de gecertificeerde instelling,
over
[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
[de vader] ,
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats] .
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 8 januari 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 12 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- de moeder;
- [naam] namens de gecertificeerde instelling.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2 De feiten
Het huwelijk van de ouders is door echtscheiding ontbonden.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
[minderjarige] woont bij haar vader.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 14 maart 2025 [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 14 maart 2026 en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de vader afgewezen.
3 Het verzoek
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen tot zij meerderjarig is, te weten tot [datum] 2026, en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt onderbouwd. Aanvankelijk verliep Ouderschap na Scheiden positief tussen de ouders, maar het traject is recent stopgezet door de vader na beschuldigingen van de moeder. Er is onderzoek gedaan en er zijn meerdere veiligheidstaxaties gemaakt waaruit is gekomen dat [minderjarige] veilig is bij de vader. Het traject zal nog worden afgerond en de komende periode zal gekeken worden of Solo Parallel Ouderschap opgestart kan worden. [minderjarige] heeft veel stress ervaren door de recente escalatie met haar zus en moeder waardoor ze nu minder naar haar moeder gaat. [minderjarige] lijkt ook in een loyaliteitsconflict te zitten waarbij ze moeite kan hebben om haar grenzen bij haar ouders aan te geven omdat ze hen niet wil kwetsen. [minderjarige] heeft een fijne coach die haar op praktisch en emotioneel gebied ondersteund. Verlenging van de ondertoezichtstelling is nodig om de hulpverlening te kunnen continueren.
4 De standpunten
De vader stemt in met verlenging van de ondertoezichtstelling. Het traject ouderschap na Scheiden verliep positief, maar de vader heeft het traject stopgezet omdat achter zijn rug om werd gepraat door de moeder en zij daarbij een grens is overgegaan. De zus van [minderjarige] bleef een zorgrol op zich nemen, terwijl [minderjarige] dat niet wil en daar last van heeft. Er zijn communicatieproblemen tussen de moeder en [minderjarige] en [minderjarige] heeft door de spanningen last van rugklachten en buikpijn. Inmiddels gaat het wat beter met [minderjarige] en haar stage en school verlopen goed. De vader is nog bezig met de jeugdbeschermer om een aantal zaken te regelen voor als [minderjarige] meerderjarig is, zoals een Wmo aanvraag voor begeleid wonen.
De moeder stemt in met verlenging van de ondertoezichtstelling. [minderjarige] gaat op dit moment één dag in de twee weken naar de moeder in plaats van het hele weekend. Het is geëscaleerd tussen de moeder en [minderjarige] doordat de moeder aan het bellen was met de zus van [minderjarige] toen [minderjarige] thuis was. Door een communicatiefout wist de moeder niet dat [minderjarige] dit niet fijn vond. De moeder hoopt dat zij en [minderjarige] aan hun band en communicatie kunnen werken en dat [minderjarige] snel weer hele weekenden naar de moeder wil komen.
5 De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.1 De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
De ontwikkeling van [minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd. De ouders hadden positieve stappen gezet en het leek steeds beter te gaan met [minderjarige] , maar recent is het traject Ouderschap na Scheiden stopgezet en de situatie tussen de moeder en [minderjarige] geëscaleerd. [minderjarige] heeft veel last van spanningsklachten door de onrust en de spanningen met haar moeder en haar zus waardoor zij rugklachten en buikpijn heeft en fysiotherapie nodig heeft. Hierdoor gaat [minderjarige] ook nog maar één dag per twee weken naar de moeder in plaats van een heel weekend en heeft zij momenteel geen contact met haar zus. [minderjarige] lijkt ook in een loyaliteitsconflict te zitten waarbij zij moeite kan hebben met het (tijdig) bespreekbaar maken van dingen of het aangeven van haar grenzen bij haar ouders. Het is wel positief dat [minderjarige] een goede band heeft met haar coach die haar ook ondersteunt en het gaat goed met [minderjarige] op school en op stage. De komende periode is het van belang dat de jeugdbeschermer nog betrokken blijft om de relatie tussen de moeder en [minderjarige] te herstellen en te werken aan de communicatieproblemen zodat er meer stabiliteit komt en is het van belang dat de hulpverlening voor [minderjarige] gecontinueerd kan worden, dan wel tijdig opgestart kan worden voordat [minderjarige] meerderjarig is.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot zij meerderjarig is, tot [datum] 2026.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot [geboortedatum] 2026;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
|
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 12 maart 2026 door mr. N.B. Haverhoek, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. V.A.H. Schoorl als griffier, en op schrift gesteld op 23 maart 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
-
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.