ECLI:NL:RBDHA:2026:31486

Datum uitspraak
06-10-2026
Instantie
Rechtbank Den Haag
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Zaaknummer
NL26.56418
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vervolgberoep vreemdelingenbewaring. Voortvarend handelen, ambtshalve toetsing. Ongegrond.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.56418

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 oktober 2026 in de zaak tussen

[eiser] , v-nummer: [x] , eiser

(gemachtigde: mr. H. Palanciyan),

en

de minister van Asiel en Migratie.

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring die aan eiser is opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). Eiser is het niet eens met het voortduren van de vreemdelingenbewaring. Hij voert daartegen een aantal beroepsgronden aan. Onder meer aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring. Omdat eiser ook verzoekt om schadevergoeding beoordeelt de rechtbank ook of aan eiser een schadevergoeding moet worden toegekend.

1.1.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring is niet onrechtmatig. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.

Procesverloop

2. Met het besluit van 27 augustus 2026 heeft de minister aan eiser de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd. Bij uitspraak van 9 september 2026 heeft de rechtbank het beroep van eiser tegen dat besluit ongegrond verklaard.1

2.1.

Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel beroep ingesteld. Eiser heeft ook verzocht om schadevergoeding.

2.2.

De minister heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.

2.3.

De rechtbank heeft op 25 september 2026 aan de minister verzocht om haar te informeren over status van de aanvraag om een laissez passer (lp). De minister heeft op 29 september 2026 gevolg gegeven aan dit verzoek.

2.4.

De rechtbank heeft het vooronderzoek op 30 september 2026 gesloten en bepaald dat de zaak niet op zitting wordt behandeld.

Beoordeling door de rechtbank

Toetsingskader

3. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van vreemdelingenbewaring in strijd is met de Vw 2000 dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.2

4. Uit de uitspraak van 9 september 2026 volgt dat de maatregel van vreemdelingenbewaring tot het moment van sluiten van dat onderzoek, rechtmatig was. Daarom beoordeelt de rechtbank nu alleen of de maatregel van vreemdelingenbewaring sinds het moment van sluiten van dat onderzoek, op 4 september 2026, rechtmatig is.

Werkt de minister voldoende voortvarend aan de uitzetting?

5. Eiser heeft verzocht om duidelijkheid over de stand van zaken. Hij is op

27 augustus 2026 in vreemdelingenbewaring gesteld en heeft vanaf het eerste moment aangegeven dat hij zo snel mogelijk wil terugkeren naar Servië. Eiser heeft hiervoor zijn paspoort via een speciale koerier laten opsturen en papieren ingevuld voor de lp-aanvraag. Ook neemt eiser zelf contact op met de Servische autoriteiten om te vragen naar de stand van zaken en om ervoor te zorgen dat hij zo snel mogelijk kan vertrekken. Hij vraagt zich af of de lp-aanvraag inmiddels is verstuurd en, zo ja, wanneer dit is gebeurd. Ook vraagt eiser zich af of er contact is geweest met de Servische autoriteiten.

5.1.

De rechtbank begrijpt dit verzoek aldus, dat eiser zich op het standpunt stelt dat de minister onvoldoende voortvarend werkt aan zijn uitzetting.

5.2.

Met de brief van 29 september 2026 heeft de minister toegelicht dat op

8 september 2026 de lp-aanvraag is ingediend bij de Servische autoriteiten. Deze is per

e-mail verzonden met daarbij een kopie van eisers paspoort. De minister is in afwachting van een reactie van de Servische autoriteiten. Het originele paspoort van eiser heeft de minister op 14 september 2026 ontvangen. Omdat deze beschadigd is en de reeds meegestuurde kopie gelijk is aan het origineel, is deze niet nagezonden en is de lp-aanvraag doorgezet. Ook heeft de minister de lp-medewerker verzocht om extra aandacht te vragen voor dit dossier.

5.3.

Naar het oordeel van de rechtbank werkt de minister voldoende voortvarend aan eisers uitzetting. Eiser is op 27 augustus 2026 in vreemdelingenbewaring gesteld en op

8 september 2026 is een lp-aanvraag ingediend bij de Servische autoriteiten, met daarbij een kopie van eisers paspoort. Aan de Servische autoriteiten mag enige tijd worden gegund om de afgifte van de lp in orde te maken en om te bepalen welke stappen daarvoor nodig zijn. De minister moet voorlopig in de gelegenheid worden gesteld om een antwoord af te wachten.

Daarnaast volgt uit de brief van de minister van 29 september 2026 dat gesprekken met eiser zijn gevoerd op 16 en 22 september 2026, waarin eiser heeft aangegeven zo snel mogelijk te willen vertrekken naar Servië. De rechtbank begrijpt hieruit dat dit vertrekgesprekken zijn geweest. De minister werkt daarmee voldoende voortvarend aan de uitzetting van eiser.

Leidt ambtshalve toetsing tot een ander oordeel?

6. Los van de door eiser aangevoerde grond, ziet de rechtbank in de door de minister en eiser verstrekte gegevens geen grond om te komen tot het oordeel dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor deze maatregel niet is voldaan.3

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.S. Gaastra, rechter, in aanwezigheid van

mr. J.M. van Kouwen, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »