RECHTBANK DEN HAAG
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/712032 / FA RK 26-9064
Datum beschikking: 15 september 2026
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 7:11 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1963 te onbekend,
wonende te onbekend,
thans verblijvende in de accommodatie [zorginstelling] te [plaats],
advocaat: mr. J.I. Echteld te Gouda.
ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 3 september 2026, heeft de officier van justitie verzocht om een zorgmachtiging.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een op 31 augustus 2026 ondertekende medische verklaring van [naam 1], psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een blanco zorgkaart;
- een zorgplan van 31 augustus 2026;
- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 2 september 2026;
- een afschrift van de politiemutaties;
- een brief van de officier van justitie van 11 augustus 2026, waaruit blijkt dat betrokkene geen justitiële documentatie heeft.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 15 september 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- de psychiater, [naam 2].
Verder waren aanwezig:
- de arts in opleiding tot psychiater, [naam 3];
- de verpleegkundige, [naam 4];
- de stagiair, [naam 5];
- de co-assistent, [naam 6].
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.
Standpunten ter zitting
Betrokkene heeft naar voren gebracht dat het goed gaat met haar. Zij wil graag in een aanleunwoning wonen.
De advocaat heeft primair verzocht om afwijzing van de zorgmachtiging. Betrokkene herkent zich niet in de diagnose. Tevens is de ontregeling rondom diabetes niet meer aan de orde. Subsidiair heeft de advocaat verzocht om de vormen van verplichte zorg te beperken. Betrokkene verzet zich niet tegen de medicatie en de vorm van verplichte zorg ‘aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen’ is niet voorzienbaar en dan in het bijzonder het ‘beperken van het gebruik van communicatiemiddelen.
De psychiater heeft toegelicht dat het met betrokkene redelijk gaat. Betrokkene heeft eerder behandelingen gehad en tussen de behandelingen door gefunctioneerd in de maatschappij. Dit is passend bij het ziektebeeld. Betrokkene wil niet terugkeren naar [land] waar zij voorheen woonde en zij wil niet dat er contact wordt gezocht met haar naasten en familie. De psychiater vindt dat er moet worden gekeken op welke vervolgplek passende zorg verleend kan worden. De verwachting is dat betrokkende binnen drie maanden zal worden overgeplaatst. Het is dan de bedoeling dat naasten en familie van betrokkene bij de behandeling betrokken zullen worden. Wat betreft de vormen van verplichte zorg is er sprake van ambivalentie tegenover de medicatie, dus de vormen van verplichte zorg betreffende de medicatie zijn nodig.
Beoordeling
Op 13 augustus 2026 is door de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend tot en met 3 september 2026.
Uit de overgelegde stukken is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een bipolaire stoornis.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;
- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Er is bij betrokkene sprake van wanen, confabulaties en ernstige oordeels- en kritiekstoornissen. Betrokkene heeft geen idee dat zij ziek is en is dan ook niet gemotiveerd om zich te laten behandelen voor haar bipolaire stoornis en haar diabetes mellitus. De glucosewaarden waarmee zij werd gezien op de spoedeisende hulp van het HMC Westeinde waren dermate hoog dat deze als acuut gevaarlijk gelden, met een sterk verhoogde kans op overlijden. In haar huidige verwarde toestand kan betrokkene niet in staat worden geacht om adequaat een nieuw leven op te bouwen. Daarnaast brengt een onbehandelde psychose schade toe aan het brein. Ook is betrokkene sinds mei 2026 in Nederland zonder vaste woon- of verblijfsplaats en heeft in verwarde toestand aangeklopt bij een klooster. Haar lichamelijke aandoening en persoonlijke verzorging waren toen ernstig ontregeld. Verder eist betrokkene een onderdanige houding van anderen en is zij gebiedend in contact waarbij zij geen ruimte toestaat voor open communicatie. Dit kan voor irritatie zorgen en agressie opwekken bij anderen.
Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, de geestelijke gezondheid van betrokkene te herstellen zodanig dat zij haar autonomie zoveel mogelijk herwint en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Betrokkene zegt niet ziek te zijn en heeft geen hulp nodig. Om die reden is verplichte zorg nodig.
De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten;
- opnemen in een accommodatie.
Met toepassing van artikel 6:4 lid 2 Wvggz is de rechtbank van oordeel dat, in afwijking van het verzoekschrift, ook verplichte zorg in de vorm van het ‘aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten’ noodzakelijk is ter afwending van het ernstig nadeel. Het beperken van het gebruik van communicatiemiddelen wordt niet noodzakelijk geacht. Hoewel deze vorm niet is verzocht door de officier van justitie, is het naar het oordeel van de rechtbank van belang dat betrokkene afspraken zal nakomen op het moment dat er een passende vervolgplek voor betrokkene wordt gevonden.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend.
Beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1963 te onbekend,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 15 december 2026;
wijst het meer of anders verzochte af.
|
Deze beschikking is gegeven door mr. A.S. Perniciaro, rechter, bijgestaan door mr. E.J. Balk als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 15 september 2026. |
|
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 29 september 2026. |
|
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open. |