RECHTBANK DEN HAAG
Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/09/711838 / JE RK 26-1544
Datum uitspraak: 11 september 2026
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de vader] ,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats],
advocaat: mr. H. van der Heide-Boertien uit Den Haag,
[de pleegmoeder] ,
hierna te noemen: de pleegmoeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
1 Het verdere verloop van de procedure
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 31 augustus 2026 een (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gezinsgerichte voorziening verleend met ingang van 31 augustus 2026 tot 14 september 2026 en de behandeling van het verzoek voor het overige aangehouden tot deze zitting.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- de beschikking van 31 augustus 2026 en de daarin genoemde stukken.
Op 11 september 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
- de vader met zijn advocaat en bijgestaan door een telefonische tolk en twee familieleden;
- [naam] namens de gecertificeerde instelling.
De pleegmoeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de pleegmoeder wel juist is opgeroepen.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een telefonisch gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter met de toestemming van [minderjarige] samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2 De feiten
Voor de feiten verwijst de kinderrechter naar de beschikking van 31 augustus 2026.
3 Het verzoek
De gecertificeerde instelling verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gezinsgerichte voorziening te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De gecertificeerde instelling motiveert het verzoek als volgt. De plaatsing van [minderjarige] in het netwerkpleeggezin, waar zij al geruime tijd woonde, is per 1 september 2026 beëindigd vanwege onvoldoende draagkracht en stabiliteit van de netwerkpleegmoeder. Een terugplaatsing bij de vader, of een plek binnen het verdere netwerk, is geen optie. De vader is niet in staat om de dagelijkse zorg voor [minderjarige] op zich te nemen. Daarbij komt dat hij aangekondigd heeft zonder [minderjarige] naar [land] te verhuizen met zijn nieuwe partner. [minderjarige] heeft, vanwege haar problematiek en belast verleden, behoefte aan een stabiele, veilige, voorspelbare en huiselijke opvoedomgeving. Van belang is dat [minderjarige] op korte termijn duidelijkheid krijgt over haar woonperspectief en dat zij vanuit een stabiele basis verder kan werken aan haar ontwikkeling en toekomstperspectief. Er is een gezinshuis in [plaats 1] bereid gevonden om [minderjarige] op te nemen en zij geven aan dat [minderjarige] past binnen het gezin. Hoewel het gezinshuis buiten de regio van [minderjarige] ligt en er sprake is van een gelovige opvoedomgeving, vindt de jeugdbeschermer deze plaatsing momenteel het meest passend. Het gezinshuis biedt een huiselijke en individuele opvoedomgeving die beter aansluit bij de behoefte van [minderjarige] aan stabiliteit en beschikbaarheid van opvoeders dan bijvoorbeeld een (crisis)groep. In het gezinshuis wonen kinderen die jonger zijn dan [minderjarige], waardoor de verwachting is dat er meer rust en structuur voor [minderjarige] kan worden geboden en het gezinshuis kan op de langere termijn ook perspectief biedend zijn.
Tijdens de zitting is hierbij aangevuld dat het momenteel goed gaat met [minderjarige] in het gezinshuis. [minderjarige] is aangemeld voor een psycholoog, zij staat nog op de wachtlijst. Met de huidige school -en in samenwerking met het gezinshuis- worden de mogelijkheden onderzocht voor [minderjarige] om het schooljaar op haar huidige school af te maken. Gedacht wordt aan het online aansluiten bij lessen, waarbij [minderjarige] daarnaast nog een aantal keer fysiek naar school moet reizen. Het is bij de gecertificeerde instelling bekend dat [minderjarige] in de omgeving van [plaats 2] wil verblijven. Er is vanuit de vervangend jeugdbeschermer geen zicht op de vraag of -als alternatief op de huidige plaatsing- wordt gezocht naar een plek in de omgeving van [plaats 2].
4 De standpunten
Door en namens de vader is verweer gevoerd tegen het verzochte. De wens van [minderjarige] is om in de regio van [plaats 2] te verblijven. Hier heeft zij namelijk haar sociale netwerk, haar school en haar hulpverlening. De plaatsing van [minderjarige] in het gezinshuis in [plaats 1] lijkt geen weloverwogen beslissing. Hierdoor kan [minderjarige] haar schooljaar namelijk niet fysiek afmaken. Dit is niet in haar belang. Ook is het niet in haar belang dat de hulp van een psycholoog lang op zich laat wachten en dat haar paspoort nog niet geregeld is. Verzocht wordt om de huidige plaatsing in het gezinshuis kortdurend te laten zijn, zodat binnen die tijd vanuit de gecertificeerde instelling voortvarend gezocht kan worden naar een plek in de omgeving van [plaats 2].
5 De beoordeling
Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding.1
Daartoe overweegt de kinderrechter het volgende. [minderjarige] verbleef al langere tijd in het netwerkpleeggezin. Per 1 september 2026 is deze plaatsing beëindigd. Het lukte de netwerkpleegmoeder niet langer om de verzorging en opvoeding van [minderjarige] te dragen en de veiligheid van [minderjarige] was in het geding. [minderjarige] is hierna geplaatst in een gezinshuis in [plaats 1]. In de korte tijd dat zij in het gezinshuis verblijft, lijkt het naar omstandigheden goed met haar te gaan. [minderjarige] heeft, vanwege haar kind-eigen problematiek en door wat zij in haar leven heeft meegemaakt, een zwaardere opvoedbehoefte. In het gezinshuis kan hierop worden aangesloten en kan de voor haar belangrijke stabiliteit en voorspelbaarheid geboden worden. De vader beschikt niet over de opvoedvaardigheden die nodig zijn voor de opvoeding van [minderjarige]. Bij hem is sprake van individuele problematiek, het contact tussen de vader en [minderjarige] verloopt niet structureel en daarbij komt dat hij naar alle waarschijnlijkheid naar [land] zal verhuizen. Het is daarom in het belang van de opvoeding en verzorging van [minderjarige] en voor haar ontwikkeling noodzakelijk dat haar plaatsing in het gezinshuis wordt voortgezet en de kinderrechter zal de machtiging uithuisplaatsing daarom verlenen. Ten aanzien van de duur van de machtiging ziet de kinderrechter noodzaak deze voor een kortere termijn, te weten voor de duur van vier maanden, toe te wijzen en aan te houden voor het overige. Voorafgaand aan de zitting heeft [minderjarige] in het gesprek met de kinderrechter toegelicht graag in de omgeving van [plaats 2] te willen verblijven. Hier bevindt zich haar hele (professionele) netwerk en zo kan zij haar schooljaar fysiek afmaken en haar diploma behalen. Ook staat zij in de regio [plaats 2] op de wachtlijst voor een psycholoog. Kortom, haar hele leven speelt zich af in de omgeving van [plaats 2] en het is daarom voor haar belangrijk hier te blijven. De kinderrechter vindt deze wens begrijpelijk en vindt het -ook vanwege de kwetsbaarheid van [minderjarige] en het feit dat zij zich in een cruciale fase voor het behalen van haar diploma bevindt- belangrijk hier gehoor aan te geven. Daarbij komt dat [minderjarige] in de regio [plaats 2] op de wachtlijst staat voor een psycholoog en deze hulp voor haar noodzakelijk is. De kinderrechter geeft de gecertificeerde instelling dan ook mee dat de komende tijd met voortvarendheid onderzocht moet worden of een plaatsing in een gezinshuis in de omgeving van [plaats 2] beschikbaar en passend voor [minderjarige] is. Door de vervangend jeugdbeschermer is dit ter zitting toegezegd en naar voren gebracht dat deze mogelijkheid onderzocht zal worden. Van de gecertificeerde instelling wordt hiernaast verwacht dat zij één week voor de nader te bepalen zittingsdatum een schriftelijke update aan de rechtbank en de belanghebbenden overleggen. Hierin moet in ieder geval kenbaar zijn gemaakt of een plaatsing van [minderjarige] in een gezinshuis in de omgeving van Den Haag gelukt dan wel op korte termijn mogelijk is en of de psychologische hulp aangevangen is.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6 De beslissing
De kinderrechter:
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gezinsgerichte voorziening met ingang van 14 september 2026 tot 14 januari 2027;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
houdt de beslissing voor het overige aan tot een nader te bepalen zittingsdatum, gelegen vóór 14 januari 2027;
gelast de griffier voor die zitting op te roepen:
- William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering;
- de vader;
- de advocaat van de vader;
- de pleegmoeder;
- de gezinshuisouders als informant;
- [minderjarige] voor het kindgesprek.
|
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 september 2026 door mr. M.M.C. Limbeek, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. I.E. Klopper als griffier, en op schrift gesteld op 25 september 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
-
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.