ECLI:NL:RBNHO:2026:13693

Datum uitspraak
07-10-2026
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Zaaknummer
C/15/382973
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Beschikking van de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling en een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Alkmaar

Zaaknummer: C/15/382973 / JU RK 26-1528

Datum uitspraak: 7 oktober 2026

Beschikking van de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling en een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming te Haarlem,

hierna te noemen de Raad,

over

[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] , [land] ,

hierna te noemen [de minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende in [plaats] ,

[de vader] ,

hierna te noemen de vader,

wonende in [plaats] .

De kinderrechter merkt als informant aan:

de gecertificeerde instelling Stichting De Jeugd- & Gezinsbeschermers, hierna te noemen de GI.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:

  • het mondelinge verzoek van de Raad op 7 oktober 2026;

  • de schriftelijke bevestiging van het verzoek van de Raad met bijlagen, ontvangen op 8 oktober 2026.

2 De feiten

2.1.

De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .

2.2.

[de minderjarige] woont bij haar ouders.

3 Het verzoek

3.1.

De Raad verzoekt [de minderjarige] voorlopig onder toezicht te stellen voor de duur van drie maanden. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van drie maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De Raad verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.

4 De beoordeling

4.1.

De kinderrechter heeft de volgende informatie ontvangen. De minderjarige heeft op school aangegeven dat ze sinds haar 10e jaar wordt mishandeld door haar vader. Ze wordt geslagen, vernederd, wordt in al haar bewegingen gecontroleerd en ingezet voor het huishouden. Haar haren zijn – gedwongen – geknipt omdat ze geen hoofddoek wil dragen. Voorts is sprake van diverse blauwe plekken en heeft ze foto’s van eerder toegebracht letsel laten zien. Ze vreest dat ze, net zoals een ander vrouwelijk familielid is overkomen, naar [land] zal worden gestuurd waar haar leven niet zeker is.

4.2.

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een voorlopige ondertoezichtstelling is voldaan.1 Er is een ernstig vermoeden dat de ontwikkeling van [de minderjarige] acuut en ernstig wordt bedreigd. De voorlopige ondertoezichtstelling is noodzakelijk om die bedreiging weg te nemen.

4.3.

Daarnaast is de kinderrechter van oordeel dat het noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding dat [de minderjarige] uit huis wordt geplaatst.2

4.4.

De kinderrechter is ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [de minderjarige] . Daarom stelt de kinderrechter [de minderjarige] voorlopig onder toezicht voor de duur van drie maanden. Ook machtigt de kinderrechter de GI om [de minderjarige] uit huis te plaatsen voor de duur van vier weken.

4.5.

De kinderrechter verklaart de beslissing om de machtiging tot uithuisplaatsing af te geven uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

4.6.

De Raad, [de minderjarige] en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5 De beslissing

De kinderrechter:

5.1.

stelt [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] , [land] , voorlopig onder toezicht van Stichting De Jeugd- & Gezinsbeschermers met ingang van 7 oktober 2026 tot 7 januari 2027;

5.2.

verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 7 oktober 2026 tot 4 november 2026;

5.3.

verklaart de beslissing onder 5.2. uitvoerbaar bij voorraad;

5.4.

houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan;

5.5.

roept de Raad, de GI, de vader en de moeder op voor de zitting van mr. S.I.A.C. Angenent op [datum] in het gerechtsgebouw van de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, aan Kruseman van Eltenweg 2 in Alkmaar;

5.6.

bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting;

5.7.

vraagt de griffier [de minderjarige] op te roepen voor een kindgesprek.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2026 door mr. W.C. Oosterbroek, kinderrechter, in aanwezigheid van L.I. Fernandes Paredes als griffier, en op schrift gesteld op 8 oktober 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking over de machtiging tot uithuisplaatsing is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking over de voorlopige ondertoezichtstelling staat geen hoger beroep open.3

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »