ECLI:NL:RBDHA:2026:29955

Datum uitspraak
10-09-2026
Instantie
Rechtbank Den Haag
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Zaaknummer
C/09/702728 / JE RK 26-570
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing, met toetsing opvoedbesluit

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Familie- en Jeugdrecht

Zaaknummer: C/09/702728 / JE RK 26-570

Datum uitspraak: 10 september 2026

Beschikking van de meervoudige kamer over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,

over

- [de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2016 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [de minderjarige 1] ,

- [de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2019 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [de minderjarige 2] ,

hierna tezamen ook te noemen: de kinderen.

De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

per briefadres te [plaats] ,

[de pleegouder 1] en [de pleegouder 2],

hierna te noemen: de pleegouders,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

De rechtbank merkt als informant aan:

[pleegzorgbegeleider] ,

pleegzorgbegeleider van Jeugdformaat.

1 Het verdere verloop van de procedure

1.1.

Bij beschikking van 12 mei 2026 heeft de kinderrechter in deze rechtbank de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] verlengd tot 13 september 2026 en voor dezelfde duur de machtiging verlengd om [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg. De behandeling van het verzoek is voor het overige aangehouden, met verwijzing van de behandeling naar de meervoudige kamer van de rechtbank.

1.2.

De rechtbank neemt nu ook de volgende stukken mee in de beoordeling:

- de beschikking van 12 mei 2026;

- het bericht van de pleegouders met bijlage van 31 augustus 2026.

De moeder heeft ter zitting twee aanvullende stukken aan de rechtbank overgelegd. De voorzitter van de meervoudige kamer heeft de stukken ter zitting voorgehouden aan partijen. De stukken zijn aan het dossier toegevoegd.

1.3.

Op 8 september 2026 heeft de meervoudige kamer van de rechtbank de zitting met gesloten deuren voortgezet, gelijktijdig met de voortzetting van de behandeling van het verzoek van de gecertificeerde instelling tot het verlengen van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 3]1. Op dit verzoek is bij afzonderlijke beschikking beslist. Op de zitting van de meervoudige kamer van 8 september 2026 zijn verschenen:

  • [naam 1] namens de gecertificeerde instelling;

  • de moeder;

  • [de pleegouder 2] , de pleegvader van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] ;

  • [pleegzorgbegeleider] ;

  • de vader van [de minderjarige 3] (via digitale verbinding), ondersteund door een tolk, als toehoorder;

  • [de pleegouder 3] , de pleegvader van [de minderjarige 3] , als toehoorder;

De andere pleegvader van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] , [de pleegouder 1] , is niet verschenen. Bij e-mailbericht van 31 augustus 2026 heeft hij zich afgemeld voor de zitting.

1.4.

De rechtbank heeft [de minderjarige 1] in de gelegenheid gesteld zijn mening te geven. Bij e-mailbericht van van 31 augustus 2026 is [de minderjarige 1] afgemeld voor het kindgesprek.

2 De feiten

2.1.

Voor de feiten verwijst de rechtbank naar de beschikking van 12 mei 2026.

3 Het verzoek

3.1.

Bij verzoekschrift van 3 april 2026 heeft de gecertificeerde instelling verzocht de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van een jaar. Van dat verzoek resteren op dit moment nog acht maanden. De gecertificeerde instelling heeft daarnaast verzocht om het opvoedbesluit te beoordelen. Dat besluit houdt in dat het perspectief van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] niet bij de moeder maar in het pleeggezin ligt. De gecertificeerde instelling heeft verzocht de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

3.2.

De gecertificeerde instelling handhaaft het verzoek en motiveert dat als volgt. De kinderen zijn inmiddels meer dan vier jaar uit huis geplaatst. Zij verblijven al drie jaar in het huidige pleeggezin, wat een perspectief biedende plek voor hen is. De kinderen hebben daar een veilige, gestructureerde en liefdevolle opvoedomgeving. De afgelopen jaren is er hulpverlening voor de kinderen ingezet. [de minderjarige 1] heeft vorig jaar door middel van Words and Pictures van Jeugdformaat uitleg gekregen over zijn situatie en de problematiek van de moeder. Voor [de minderjarige 2] is dat traject net gestart. Op dit moment is het belangrijk dat er rust en stabiliteit komt voor de kinderen. De moeder heeft sinds de uithuisplaatsing van de kinderen nog onvoldoende rust en stabiliteit in haar persoonlijke situatie kunnen creëren. Er zijn nog altijd zorgen over haar psychische gezondheid en middelengebruik. Wel positief is dat de moeder sinds kort een woning heeft via Housing First. Ook zet zij voorzichtige positieve stappen in het oplossen van haar persoonlijke problematiek. De moeder heeft behandeling bij De Brijder geaccepteerd en komt afspraken goed na. Ook zet de moeder zich in voor de contacten met de kinderen. De moeder heeft één keer in de drie weken één uur begeleid contact met de kinderen, bij voorkeur samen met broer [de minderjarige 3] . De bezoeken verlopen wisselend. Het lukt de moeder op goede dagen om goed aan te sluiten bij de kinderen. Het lukt haar echter niet altijd om zich aan de veiligheidsafspraken te houden. De moeder zorgt dan voor onrust en doet belastende uitspraken. Daarnaast worden ook niet alle bezoekmomenten nagekomen. De gecertificeerde instelling hoopt dat de moeder de stijgende lijn blijft voortzetten en aan zichzelf blijft werken. Het is namelijk in het belang van de kinderen dat het goed gaat met de moeder. De kinderen kunnen echter niet langer wachten en moeten duidelijkheid krijgen over hun opvoedperspectief. De gecertificeerde instelling heeft al op 16 maart 2023 besloten dat het perspectief niet meer thuis ligt. De moeder is ondanks de inzet van jarenlange hulpverlening onvoldoende stabiel en is daardoor niet in staat om voor de kinderen te zorgen. Voor de kinderen moet er duidelijkheid komen dat zij in het pleeggezin kunnen opgroeien. Dat neemt niet weg dat de moeder altijd een belangrijke rol zal spelen in hun leven. Als de moeder de stijgende lijn kan voortzetten en het beter met haar gaat, kan zij in de toekomst hopelijk een grotere rol spelen in het leven van de kinderen. Dat ziet dan op een uitbreiding van de omgang, maar niet op een rol als vaste verzorger van de kinderen.

4 De standpunten

4.1.

De moeder heeft ingestemd met een verlenging van de maatregelen. Zij staat niet achter het opvoedbesluit, waarin staat dat de kinderen niet meer terug naar haar kunnen. De moeder heeft aangevoerd dat zij de afgelopen jaren hard heeft gewerkt aan zichzelf. Zij heeft inmiddels een woning. Verder werkt zij mee aan hulpverlening en komt zij afspraken na. De moeder snapt dat de kinderen nu nog niet bij haar kunnen wonen, maar zij vindt dat dat op termijn wel kan. Het zou daarbij helpen als zij de kinderen vaker kan zien. Met [de minderjarige 3] heeft zij meer contact dan met [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] . De moeder begrijpt niet waarom dat zo is. De moeder vindt het belangrijk dat zij wordt betrokken bij het leven van de kinderen en dat zij een bijdrage kan leveren aan hun opvoeding. Zij benadrukt dat ze altijd zal blijven vechten voor de kinderen.

4.2.

De pleegouders zijn het eens met het verzoek en sluiten zich aan bij het verzoek van de gecertificeerde instelling om in de beschikking duidelijk te zijn over het opvoedperspectief van de kinderen. De kinderen wonen nu drie jaar in het pleeggezin en ontwikkelen zich positief. Ze gaan allebei graag naar school en komen daar goed mee. Ze hebben veel vriendjes en vriendinnetjes en hebben ieder hun eigen hobby’s. Ook is er regelmatig contact met hun broer [de minderjarige 3] . De pleegouders merken dat de kinderen behoefte hebben aan duidelijkheid over hun opvoedperspectief. [de minderjarige 1] heeft met Words and Pictures al wat inzicht gekregen in zijn situatie en de problematiek van de moeder. [de minderjarige 2] is inmiddels ook gestart met Words and Pictures. Voor de kinderen is het heel belangrijk dat er duidelijkheid en structuur is en dat zij weten waar zij aan toe zijn. Het zou daarom goed zijn als de kinderen weten dat zij in het pleeggezin kunnen opgroeien. Dat neemt niet weg dat het voor de kinderen belangrijk is dat zij veilig en voorspelbaar contact houden met hun moeder. De kinderen hebben veel last van de onvoorspelbaarheid en onrust rondom de bezoeken. Zo gaan bezoeken niet altijd door of houdt de moeder zich niet aan de gemaakte veiligheidsafspraken. De pleegouders merken dat de kinderen rondom de bezoeken prikkelbaar, verdrietig en boos zijn.

5 De beoordeling

5.1.

De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] te verlengen voor de resterende duur van het gevraagde jaar. Daarbij heeft de gecertificeerde instelling de rechtbank verzocht het door haar genomen opvoedbesluit, te weten dat het perspectief van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] niet bij de moeder maar in het pleeggezin ligt, te beoordelen. Uit het arrest van de Hoge Raad van 1 september 2023 volgt dat er geen zelfstandige rechtsgang is waarin het opvoedbesluit als zodanig aan de rechter ter beoordeling kan worden voorgelegd, maar dat de rechter een opvoedbesluit wel mag beoordelen in het verband van beslissingen, maatregelen en verzoeken die (mede) voortvloeien uit of samenhangen met het standpunt van de gecertificeerde instelling over het opvoedperspectief van de minderjarige(n).2 De rechtbank is dan ook bevoegd om zich in het kader van de verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging uithuisplaatsing uit te laten over het door de gecertificeerde instelling geformuleerde opvoedbesluit. Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de rechtbank van oordeel dat nog altijd wordt voldaan aan de grond voor de ondertoezichtstelling zoals bedoeld in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De rechtbank zal daarom de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] voor het resterende duur van het jaar verlengen.3 Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] noodzakelijk in het belang van hun verzorging en opvoeding.4 Tevens is de rechtbank van oordeel dat de gecertificeerde instelling het opvoedbesluit op goede gronden heeft genomen en dat het opgroeiperspectief van de kinderen bij het huidige pleeggezin ligt. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

5.2.

Hoewel de kinderen positieve stappen zetten in het pleeggezin, zijn er nog altijd zorgen over hun ontwikkeling. De kinderen hebben al veel meegemaakt in hun leven, waaronder spanningen en onveilige situaties in de opvoedomgeving bij de moeder, persoonlijke problematiek van de moeder en wisselende verblijfplekken. Bij de moeder is sprake van een belast verleden, middelengebruik en psychische problematiek. Hierdoor was de moeder onvoldoende in staat om fysiek en emotioneel beschikbaar te zijn voor de kinderen en hen de structuur, veiligheid en voorspelbaarheid te geven die zij nodig hebben. De kinderen verblijven nu al geruime tijd - sinds augustus 2023 - bij de pleegouders. De kinderen hebben een veilige plek bij de pleegouders, met wie zij een goede band hebben en die kunnen voorzien in de opvoedbehoeften van de kinderen. De huidige plaatsing is dan ook passend voor de kinderen en zij kunnen daar opgroeien. De afgelopen jaren is gebleken dat de moeder onvoldoende in staat is om de zorg te dragen voor de verzorging en opvoeding van de kinderen. Voor de moeder geldt dat er nog onvoldoende verbetering is gekomen in haar persoonlijke situatie. Het is wel positief dat zij sinds kort een woning heeft, dat zij behandeling volgt bij De Brijder en dat zij haar afspraken met de hulpverlening nakomt. De moeder heeft ter zitting naar voren gebracht dat zij inziet dat zij op dit moment niet zelf voor de kinderen kan zorgen en dat de kinderen op de juiste plek zitten in de pleeggezinnen.

5.3.

De rechtbank begrijpt de wens van de moeder om op termijn zelf voor haar kinderen te willen zorgen, maar daar kunnen [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] helaas niet op wachten. Daarom sluit de rechtbank zich aan bij de visie van de gecertificeerde instelling in het opvoedbesluit. [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] hebben al heel lang onzekerheid of zij wel of niet in het pleeggezin gaan opgroeien en het is voor hen heel belangrijk dat zij daar nu echt duidelijkheid over krijgen. Dat neemt niet weg dat er wel ingezet moet blijven worden op het behouden van de band van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] met de moeder. De rechtbank twijfelt er niet aan dat de gecertificeerde instelling en de pleegouders zich hiervoor zullen blijven inspannen.

5.4.

Gelet op deze overwegingen is het in het belang van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] dat er een jeugdbeschermer betrokken blijft die zicht houdt op hun ontwikkeling, de juiste hulpverlening voor de kinderen kan inzetten en de contacten tussen de kinderen en de moeder in de gaten houdt. Daarnaast moet de plaatsing van de kinderen in het huidige perspectief biedende pleeggezin gecontinueerd worden.

5.5.

Daarom zal de rechtbank beide kinderbeschermingsmaatregelen verlengen zoals verzocht.

5.6.

De beslissing tot verlenging van de ondertoezichtstelling wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.5

5.7.

De rechtbank zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6 De beslissing

De rechtbank:

6.1.

verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 2] en [de minderjarige 1] tot 13 mei 2027;

6.2.

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 2] en [de minderjarige 1] in een voorziening voor pleegzorg tot 13 mei 2027;

6.3.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 september 2026 door

mr. M.M.C. Limbeek, mr. M.J.L. van der Waals en mr. C.M. Koole, kinderrechters, in aanwezigheid van mr. J.M. Dreef als griffier, en op schrift gesteld op 24 september 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »