Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 26-496
Zaaknummer: C/09/697936
Datum beschikking: 9 september 2026
Gezag
Beschikking op het op 13 januari 2026 ingekomen verzoek van:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. N.E. de Vries in Alphen aan de Rijn.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Procedure
De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken, waaronder:
-
het verzoekschrift, met bijlagen, namens de moeder;
-
het bericht van 4 augustus 2026, met bijlage, namens de moeder;
Op 12 augustus 2026 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de moeder met mr. J.H. Infante als waarnemer van haar advocaat. De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
Feiten
-
De vader en de moeder zijn gehuwd geweest van [datum 1] 2022 tot [datum 2] 2025.
-
Zij zijn de ouders van het volgende nu nog minderjarige kind:
- [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2023 in [geboorteplaats] .
-
De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [de minderjarige] uit.
-
Bij beschikking van deze rechtbank van 9 april 2025 is – voor zover hier van belang – bepaald dat [de minderjarige] zijn hoofverblijfplaats bij de moeder heeft.
Verzoek en verweer
De moeder verzoekt de rechtbank te bepalen dat het gezamenlijk gezag van partijen op grond van artikel 1:253n BW eindigt en dat de moeder voortaan bij uitsluiting van de vader het gezag over [de minderjarige] uitoefent, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vader heeft geen verweer gevoerd.
Beoordeling
De moeder verzoekt om het gezamenlijk gezag van de ouders te beëindigen en haar voortaan met het eenhoofdig gezag over [de minderjarige] te belasten. De vader is begin 2024 op reis gegaan naar de Verenigde Staten. Hij is hier vervolgens gebleven en heeft zich voor onbepaalde tijd in de Verenigde Staten gevestigd. De vader laat de opvoeding en verzorging van [de minderjarige] volledig aan de moeder over. Er is beperkte communicatie tussen de ouders. Het lukt de ouders niet om te communiceren op ouderniveau. Voor de moeder is het daardoor onmogelijk om gezamenlijk met de vader gezagsbeslissingen te nemen.
Op grond van artikel 1:253n, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of één van hen het gezamenlijk gezag dat na ontbinding van het huwelijk door echtscheiding in stand is gebleven worden beëindigd, indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd. Zoals blijkt uit artikel 1:253n, tweede lid, BW zijn de gronden van artikel 1:251a, eerste lid, BW van overeenkomstige toepassing. Het gezamenlijk gezag kan daarom slechts worden beëindigd, indien: (a) er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of (b) wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
De rechtbank concludeert dat sprake is van gewijzigde omstandigheden, gelet op het vertrek / de vestiging van de vader naar / in de Verenigde Staten. De moeder heeft onweersproken toegelicht dat als gevolg van die verhuizing, de vader al geruime tijd geen deel meer uit maakt van het leven van [de minderjarige] . Daarom is de moeder ontvankelijk in haar verzoek.
De rechtbank stelt bij haar beoordeling voorop dat het uitgangspunt van de wetgever is dat de ouders gezamenlijk het gezag over hun kind uitoefenen, omdat dit in het belang van het kind wordt geacht. Hiervoor is echter wel vereist dat de ouders daadwerkelijk in staat zijn tot een behoorlijk overleg over zaken die het kind aangaan en dat zij beslissingen over hun kind in gezamenlijk overleg kunnen nemen.
De rechtbank is van oordeel dat een wijziging van het gezag in het belang van [de minderjarige] noodzakelijk is. De minimale basis voor gezamenlijk gezag, zoals hiervoor omschreven, tussen de ouders ontbreekt. Partijen communiceren immers niet meer met elkaar en de vader maakt ook geen deel meer uit van het leven van [de minderjarige] . Het is dus niet mogelijk om met hem in overleg te treden over gezagsgerelateerde beslissingen. Daarnaast is vader al meerdere jaren niet meer betrokken bij de verzorging en opvoeding van [de minderjarige] , waardoor hij geen weet heeft van zich afspeelt in zijn leven. De rechtbank acht de vader dan ook onvoldoende in staat om in te schatten waar de belangen van [de minderjarige] het meest mee zijn gediend als het aankomt op gezagsbeslissingen.
Gelet op het voorgaande, zal de rechtbank het verzoek van de moeder om haar voortaan met het eenhoofdig gezag over [de minderjarige] te belasten als anderszins in het belang van het kind toewijzen.
BeslissingDe rechtbank:
*
bepaalt dat voortaan alleen aan de moeder [de moeder] , geboren op 24 januari 2003 in Leiderdorp het gezag zal toekomen over [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2023 in [geboorteplaats] .
*
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
|
Deze beschikking is gegeven door mr. J.S. Honée, kinderrechter, bijgestaan door mr. C.A.E. de Koning als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 9 september 2026. |