RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummers: C/10/721985 / FA RK 26-5050 en C/10/723371 / JE RK 26-1408
Datum uitspraak: 10 september 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling, verlenging machtiging tot uithuisplaatsing en wijziging van het ouderlijk gezag
in de zaken van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: de GI,
en
[de vader] ,
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats 1] ,
advocaat mr. W. de Deugd, kantoorhoudende in Dordrecht,
over
[minderjarige 1] ,
geboren op [geboortedatum] 2013 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige 1] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende ten aanzien van alle zaken aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats 2] ,
advocaat mr. S.O. Zengin, kantoorhoudende in Den haag.
De kinderrechter merkt als belanghebbende in de zaak met zaaknummer C/10/723371 aan:
[de vader] ,
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats 1] ,
advocaat mr. W. de Deugd, kantoorhoudende in Dordrecht.
De kinderrechter merkt als belanghebbende in de zaak met zaaknummer C/10/721985 aan:
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: de GI,
De kinderrechter merkt als informant in de zaak met zaaknummer C/10/723371 aan:
de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam- Dordrecht ,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de Raad.
Omdat in één beschikking wordt beslist over de zaak tussen de ouders door de rechtbank en met betrekking tot het verzoek van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing door de kinderrechter, wordt ter bevordering van de leesbaarheid van deze beschikking in het vervolg van deze beschikking alleen gesproken over de kinderrechter, ook daar waar de rechtbank wordt bedoeld.
1 Het verdere verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
-
het verzoekschrift ingediend namens de vader met bijlagen, ontvangen op 23 juni 2026 (C/10/721985);
-
de aanvullende brief ingediend namens de vader, ontvangen op 28 juli 2026 (C/10/721985);
-
de tussenbeschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 3 augustus 2026 en de daaraan ten grondslag liggende stukken (C/10/723371).
Op 10 september 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
-
de advocaat van de moeder;
-
de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- een vertegenwoordiger van de Raad, [vertegenwoordiger 1] ;
- een vertegenwoordiger van de GI, [vertegenwoordiger 2] .
De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] uitgenodigd voor een kindgesprek. [minderjarige 1] heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.
2 De feiten
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] .
[minderjarige 1] woont bij zijn vader.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 3 augustus 2026 de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] verlengd tot 17 september 2026.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij diezelfde beschikking de machtiging verlengd om [minderjarige 1] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen bij de vader met gezag tot 17 september 2026.
3 De (aangehouden) verzoeken
Het verzoek van de vader met zaaknummer C/10/721985
De vader verzoekt het gezamenlijk gezag te wijzigen, in die zin dat de vader eenhoofdig belast is met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] . De vader verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Het aangehouden verzoek van de GI met zaaknummer C/10/723371
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] bij de vader met gezag te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Op een gedeelte van het verzoek is reeds beslist. Er moet nog een beslissing worden genomen op het restant van het verzoek. Te weten de verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] bij de vader met gezag voor de periode van 17 september 2026 tot 17 augustus 2027.
4 De standpunten
Ten aanzien van het verzoek van de vader
Namens en door de vader wordt ter zitting overeenkomstig het verzoekschrift het volgende naar voren gebracht. De vader probeert al langere tijd het contact met de moeder over [minderjarige 1] te zoeken en de communicatie te laten functioneren, maar zonder succes. De moeder zegt vaak af en komt afspraken niet na. De moeder haar privésituatie weegt op dit moment zwaarder voor haar dan het contactherstel met [minderjarige 1] . De vader vindt dit erg verdrietig en is van mening dat [minderjarige 1] de gevolgen hiervan niet kan blijven dragen. Bij belangrijke beslissingen is de toestemming van de moeder vereist. Nu moeder amper tot niet reageert of bereikbaar is blijven zaken liggen en wordt bijvoorbeeld hulpverlening niet tijdig opgestart. Het ouderlijk gezag lijkt voor de moeder een middel te zijn geworden om de strijd tussen de ouders in stand te houden. [minderjarige 1] is echter degene die hier de nadelige consequenties van ondervindt. Het is niet de vader zijn bedoeling om de moeder buitenspel te zetten, zij is en blijft de moeder van [minderjarige 1] . De vader hoopt dat er in de toekomst sprake kan zijn van stabiel en positief contact tussen [minderjarige 1] en de moeder.
Namens de moeder wordt ter zitting verweer gevoerd tegen het verzoek van de vader. De moeder voelt zich al lange tijd buitenspel gezet. Er is al heel lang geen omgang tussen de moeder en [minderjarige 1] . Deze contactbreuk is volgens de moeder ontstaan sinds de plaatsing van [minderjarige 1] bij de vader. De moeder heeft het gevoel dat de vader haar de kinderen niet gunt. Met het jongere broertje van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , heeft de moeder wel structureel contact. Dit maakt de situatie nog lastiger. Als de vader het eenhoofdig gezag krijgt, gaan de kanten nog verder uit elkaar staan en zal de moeder geen informatie meer krijgen over [minderjarige 1] . Hierdoor raken de moeder en [minderjarige 1] volledig vervreemd van elkaar, wat niet in [minderjarige 1] zijn belang is. Daarnaast wordt niet voldaan aan het “klem en verloren criterium”. Door de betrokkenheid van de GI is het wel mogelijk voor de ouders om het gezag gezamenlijk uit te voeren. Het probleem zit vooral in de toestemmingen die de moeder moet geven. De moeder heeft de intentie om te tekenen, maar dit lukt niet altijd door praktische problemen. In deze gevallen geeft de moeder per e-mail aan dat zij toestemming geeft. De moeder is ook bereid om digitale handtekeningen te zetten. De moeder heeft op het moment veel ballen om hoog te houden waardoor het haar niet lukt om [minderjarige 1] op te halen in Nederland. Hierin mist de moeder tegemoetkoming van de vader.
De GI brengt naar zitting naar voren dat de moeder op dit moment niet in staat is om haar gezag uit te oefenen, aangezien zij niet betrokken is bij (het leven van) [minderjarige 1] . De moeder is bijvoorbeeld niet op de hoogte van de hulpverlening van [hulporganisatie] of de eerste schoolweek van [minderjarige 1] op zijn nieuwe school. De moeder zit in een hele zware situatie met haar andere kind en heeft zelf aangegeven dat het contact met [minderjarige 1] op dit moment hierdoor geen prioriteit heeft. Daarnaast kost het de GI veel moeite om toestemming van de moeder te verkrijgen voor zaken die voor [minderjarige 1] van belang zijn. Als er afspraken worden gemaakt met de vader over het informeren van de moeder als zij geen gezag meer heeft, is de GI ervan overtuigd dat de vader zich aan deze afspraken zal houden.
Ten aanzien van het verzoek van de GI
De GI handhaaft het verzoek ter zitting en licht het nader toe. Hoewel hij er niet met plezier naartoe gaat, doet [minderjarige 1] het goed bij [hulporganisatie] . Ook op zijn nieuwe school en bij de vader thuis heeft [minderjarige 1] het fijn. [minderjarige 1] heeft tot op heden geen behandeling gehad voor de dingen die hij in het verleden heeft gemaakt. Binnenkort kan hij hopelijk starten met therapeutisch boksen, in combinatie met EMDR. De samenwerking met de vader en ASVZ verloopt positief. Het contact met de moeder blijft voor [minderjarige 1] onvoorspelbaar en onrustig. Indien de vader belast wordt met het eenhoofdig gezag, kan de komende periode worden toegewerkt naar een overdracht aan het vrijwillige kader en acht de GI een ondertoezichtstelling voor een kortere periode dan een jaar ook passend.
Namens de moeder wordt ter zitting geen verweer gevoerd tegen het verzoek van de GI. [minderjarige 1] verblijft bij de vader en hoewel de moeder dit liever anders had gezien, is dit de situatie.
Namens en door de vader wordt ter zitting geen verweer gevoerd tegen het verzoek van de GI. Het gaat goed met [minderjarige 1] in de thuissituatie bij de vader en op zijn nieuwe school. De vader heeft een fijne samenwerking met de GI.
5 Het advies
De Raad brengt in zijn adviserende rol ter zitting naar voren achter het verzoek van de vader te staan. De Raad denkt dat er de komende periode nog een rol is weggelegd voor de GI om een lijntje houden met de moeder en te voorkomen dat het contact volledig stilvalt.
6 De beoordeling
Ten aanzien van het verzoek van de vader
Het gezamenlijk ouderlijk gezag kan op grond van artikel 1:253n BW worden beëindigd bij gewijzigde omstandigheden sinds de aanvang van het gezamenlijk gezag of als bij de beslissing tot gezamenlijk gezag van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Indien één van deze gevallen zich voordoet, zal vervolgens beoordeeld moeten worden of er reden is voor beëindiging van het gezamenlijk ouderlijk gezag. Van toepassing is het in artikel 1:251a BW genoemde criterium dat er een onaanvaardbaar risico is dat een kind klem of verloren dreigt te raken tussen de ouders en dat niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zal komen, of dat wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is. Doet dit zich voor dan bepaalt de rechtbank aan wie van de ouders voortaan het gezag over de minderjarige toekomt.
Uit de stukken en ter zitting is gebleken dat sprake is van gewijzigde omstandigheden sinds de aanvang van het gezamenlijk ouderlijk gezag. [minderjarige 1] woont, na een lastige periode waarin hij uit huis was geplaatst, sinds 19 april 2024 bij zijn vader en heeft al lange tijd geen structureel contact met zijn moeder. Het lukt de GI en de vader niet om een samenwerking met de moeder te creëren. De moeder heeft een lastige privésituatie waar op dit moment al haar aandacht naartoe gaat. Dit heeft er echter toe geleid dat de moeder niet meer betrokken is bij [minderjarige 1] en beperkt op de hoogte is van de belangrijke zaken in zijn leven. Het gaat [minderjarige 1] goed bij de vader, aldus blijkt uit de stukken en hetgeen is besproken ter zitting. Het lukt vader aan te sluiten bij hetgeen [minderjarige 1] nodig heeft en vader is daarenboven goed in staat om hulp te vragen indien nodig.
Vervolgens zal beoordeeld moeten worden of op grond van het in artikel 1:251a BW genoemde criterium, er reden is voor beëindiging van het gezamenlijk ouderlijk gezag.
De kinderrechter is van oordeel dat het beëindigen van het gezamenlijk gezag in het belang van [minderjarige 1] noodzakelijk is. De kinderrechter overweegt hiertoe als volgt. Al zeer geruime tijd is de moeder niet voldoende op de hoogte van wat er in [minderjarige 1] zijn leven speelt en is zij daarmee niet in staat naar behoren en vanuit het belang van [minderjarige 1] haar ouderlijk gezag uit te oefenen. Ook oefent de moeder haar gezag met regelmaat niet tijdig uit. Hierdoor lopen voor [minderjarige 1] belangrijke zaken vertraging op, hetgeen schadelijk is voor zijn ontwikkeling. Bij instandhouding van het gezamenlijk ouderlijk gezag zal [minderjarige 1] verdere nadelige gevolgen ondervinden als voor hem belangrijke beslissingen genomen moeten worden of noodzakelijke papieren ondertekend moeten worden en de (re)actie van moeder uitblijft. Naarmate [minderjarige 1] ouder wordt zal dit voor hem ook steeds duidelijker worden.
Het is in het belang van [minderjarige 1] dat de vader op deze momenten snel kan beslissen en niet op een reactie of handtekening van de moeder moet wachten.
Dat de moeder, zoals benoemd onder 6.2, zich in een zware privésituatie bevindt waardoor zij heeft aangegeven niet betrokken te kunnen zijn in het leven van [minderjarige 1] doet aan bovenstaande niets af. Voor [minderjarige 1] is immers belangrijk dat zijn ontwikkeling kan voortgaan; [minderjarige 1] heeft slechts één jeugd tijdens welke hij zich kan ontwikkelen tot een stabiele,
De kinderrechter zal het gezamenlijk ouderlijk gezag daarom beëindigen en bepalen dat het ouderlijk gezag voortaan uitsluitend aan de vader toekomt.
Ten aanzien van het verzoek van de GI
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.1 De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
[minderjarige 1] is in april 2024 bij zijn vader geplaatst na een onrustige periode met veel wisselingen in zijn verblijfplaats. Ten tijde van de plaatsing bij de vader waren er grote zorgen over [minderjarige 1] zijn gedrag en is hij aangemeld voor een opname bij [opvanglocatie] . Hier is [minderjarige 1] in juni 2024 gestart. [minderjarige 1] verbleef gedurende de opname doordeweeks bij [opvanglocatie] en in het weekend afwisselend bij de ouders. In september 2024 is [opvanglocatie] begonnen met afbouwen van het verblijf van [minderjarige 1] en sinds december 2024 woont [minderjarige 1] volledig bij de vader. Hier gaat het goed met [minderjarige 1] . De vader weet [minderjarige 1] , met de ondersteuning van ASVZ, de stabiliteit, veiligheid en duidelijkheid te bieden die hij nodig heeft om zich goed te ontwikkelen. Ook de samenwerking tussen de vader en de GI verloopt voorspoedig, waardoor de voor [minderjarige 1] benodigde hulpverlening van [hulporganisatie] is opgestart en [minderjarige 1] is aangemeld voor therapeutisch boksen. De ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige 1] is met name gelegen in het ontbreken van structureel contact met de moeder. Er heeft al lange periode geen fysieke omgang tussen [minderjarige 1] en de moeder plaatsgevonden, terwijl [minderjarige 1] dit wel graag zou willen. De moeder is slecht in contact met de vader en de GI waardoor zaken waar haar toestemming voor nodig is lang blijven liggen, en zij niet op de hoogte is van wat er in [minderjarige 1] zijn leven speelt.
Gelet op het bovenstaande heeft de kinderrechter zoals hierboven overwogen het gezamenlijk ouderlijk gezag beëindigd in het belang van [minderjarige 1] . Aangezien de vader wel voldoende bereid en in staat is om de benodigde hulpverlening te accepteren en in te zetten, is de verwachting dat de betrokkenheid van de GI niet veel langer meer nodig zal zijn. Desondanks is het belangrijk dat een overdracht naar het vrijwillige kader zorgvuldig wordt voorbereid. De vader heeft ter zitting zijn medewerking en inzet toegezegd, temeer nu het belang van [minderjarige 1] hiermee wordt gediend. Voorgaande maakt dat de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] wel zal verlengen, maar voor een kortere periode dan verzocht.
De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] voor de duur van zes maanden.2
Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] , bij de vader met ouderlijk gezag, nog noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding.3
Zoals hiervoor benoemd woont [minderjarige 1] al bijna twee jaar volledig bij zijn vader en gaat het hier goed met hem. [minderjarige 1] ontvangt bij en van zijn vader de zorg, opvoeding en structuur die hij nodig heeft en ervaart rust in de thuissituatie bij de vader. Ter zitting is er door geen van de partijen verweer gevoerd tegen de plaatsing van [minderjarige 1] bij de vader. Doordat er nu nog een ondertoezichtstelling loopt, is een machtiging tot uithuisplaatsing echter noodzakelijk om de plaatsing van [minderjarige 1] bij de vader te formaliseren. De kinderrechter heeft bij dit alles de vader, [minderjarige 1] en de GI een compliment gegeven gezien het feit dat het [minderjarige 1] , die heel veel heeft meegemaakt, goed gaat.
De kinderrechter zal de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] bij de vader eveneens verlengen voor de duur van zes maanden.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
7 De beslissing
De kinderrechter:
Inzake C/10/721985
beëindigt het gezamenlijk ouderlijk gezag en bepaalt dat het ouderlijk gezag over de minderjarige [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2013 te [geboorteplaats] voortaan aan de vader toekomt;
bepaalt dat van deze beslissing aantekening wordt gemaakt in het in artikel 1:244 BW genoemde openbare gezagsregister;
Inzake C/10/723371
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] tot 17 maart 2027;
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] bij de vader met gezag tot 17 maart 2027;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 september 2026 door mr. M.P.G. Rietbergen, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. A.L. Bottse als griffier, en op schrift gesteld op 21 september 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
-
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.