ECLI:NL:RBDHA:2026:29782

Datum uitspraak
08-09-2026
Instantie
Rechtbank Den Haag
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Zaaknummer
C/09/712025 / FA RK 26-9058
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

IBS

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht

Zaak-/rekestnr.: C/09/712025 / FA RK 26-9058

Datum beschikking: 8 september 2026

Machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling

Beschikking naar aanleiding van het op 3 september 2026 door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in artikel 37 van de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:

[de cliënt] ,

hierna te noemen: cliënt,

geboren op [geboortedatum] 1941 te [geboorteplaats] ,

wonende te [plaats 1] ,

thans verblijvende in de accommodatie [zorginstelling] te [plaats 2] ,

advocaat: mr. D.Z. Peters te Zoetermeer.

Procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 3 september 2026.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

- de beschikking tot inbewaringstelling van de burgemeester van de gemeente [gemeente] van 2 september 2026;

- de op 2 september 2026 ondertekende medische verklaring van een ter zake kundige arts, [naam 1] , die cliënt met het oog op de machtiging kort tevoren heeft onderzocht, maar niet bij zijn behandeling betrokken was.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 8 september 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:

- cliënt, bijgestaan door haar advocaat;

- de GZ-psycholoog, [naam 2] ;

- de verpleegkundige, [naam 3] .

Standpunten ter zitting

Cliënt geeft aan dat hij onterecht vast zit in de accommodatie en dat hij graag naar huis wil. Hij stelt dat hij psychisch in orde is en dat hij niets heeft misdaan. Het verblijf in de accommodatie zou zijn gezondheid niet ten goede komen, maar zou het juist verslechteren. Cliënt kan zich daarnaast niet vinden in hetgeen in de stukken wordt beschreven. Volgens cliënt verliep in de thuissituatie alles goed en rustig en waren er geen problemen. De advocaat geeft aan dat cliënt zich heel duidelijk verzet tegen zijn verblijf in de accommodatie. Hij wil heel graag naar huis, mede vanwege het gemis van zijn vrouw. Volgens cliënt is er geen sprake van een psychogeriatrische aandoening en waren er geen problemen in de thuissituatie.

De psycholoog heeft aangegeven dat cliënt over het algemeen heel vriendelijk aanwezig is op de afdeling. Wel is er heel duidelijk sprake van verzet, waarbij cliënt dagelijks veelvuldig aangeeft dat hij naar huis wil. Volgens de psycholoog is dit, ook voor de partner, niet haalbaar. Verder geeft de psycholoog aan dat het, gezien de wachtlijsten, nog onduidelijk is op welke termijn cliënt naar [plaats 1] kan verhuizen.

De verpleegkundige geeft aan dat cliënt gedurende de hele dag aangeeft dat hij niet in de accommodatie wil zijn. Hij heeft het vaak over zijn Spaanse vrouw en zijn exportbedrijf. Cliënt is goed in staat om over gebeurtenissen uit het verleden te vertellen, maar heeft moeite met het herinneren van recente gebeurtenissen. Daarnaast komt cliënt zonder aansturing niet voldoende toe aan zelfzorg. Zo heeft hij begeleiding nodig bij het aantrekken van schone kleding en het wassen. Ook eet cliënt niet uit zichzelf tot het hem wordt aangeboden. Verder beschrijft de begeleider cliënt als een hele lieve en vriendelijke man. De begeleider sluit zich aan bij het standpunt van de psycholoog dat het op dit moment niet haalbaar is voor cliënt om terug naar huis te gaan.

Beoordeling

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel waardoor een rechterlijke machtiging niet kan worden afgewacht. Het ernstig vermoeden bestaat dat het gedrag van cliënt als gevolg van een psychogeriatrische aandoening, te weten Alzheimer, dit ernstig nadeel veroorzaakt.

Het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel bestaat uit:

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige psychische schade;

- ernstige verwaarlozing;

- maatschappelijke teloorgang;

- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.

Bij cliënt is sprake van progressieve achteruitgang die gepaard gaat met achterdocht. Cliënt is wisselend in zijn antwoorden, herhaalt regelmatig dezelfde vragen en heeft geen ziektebesef en -inzicht. Daarnaast vertoonde cliënt de thuissituatie dwaalgedrag, waarbij hij naar zijn voormalige woning ging en daar ook aanbelde. Ook is cliënt onvoldoende in staat om het verkeer te overzien en is hij meermaals door de politie terug naar huis begeleid. Cliënt is (verbaal) agressief richting zijn echtgenote. De volledige zorg en verantwoordelijkheid voor cliënt liggen bij zijn echtgenote. Zij geeft aan zich door de situatie gevangen te voelen en de zorg voor cliënt niet langer vol te kunnen houden.

Om het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel te voorkomen dan wel af te wenden is

voortzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk. Dit middel is ook geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen dan wel af te wenden en er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

Gebleken is dat cliënt zich verzet tegen de voortzetting van het verblijf in een accommodatie. Cliënt geeft herhaaldelijk aan dat hij niet opgenomen wil worden in de accommodatie. Om die reden is verplichte zorg nodig.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat is voldaan aan de criteria voor een voortzetting van de inbewaringstelling. De machtiging zal worden verleend voor de duur van zes weken.

Beslissing

De rechtbank:

verleent een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling ten aanzien van:

[de cliënt] ,

geboren op [geboortedatum] 1941 te [geboorteplaats] ,

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 20 oktober 2026.

Deze beschikking is gegeven door mr. P. Burgers, rechter, bijgestaan door mr. K. Houdijk als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 8 september 2026.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 21 september 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »