RECHTBANK DEN HAAG
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/711633 / FA RK 26-8810
Datum beschikking: 31 augustus 2026
Afwijzing machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling
Beschikking naar aanleiding van het op 26 augustus 2026 door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in artikel 37 van de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:
[cliënt],
hierna te noemen: cliënt,
geboren op [geboortedatum] 1947 te [geboorteplaats], [geboorteland],
wonende te [woonplaats],
thans verblijvende in de accommodatie van [zorginstelling] te [plaats],
advocaat: mr. J. de Koning te Lisse.
Procesverloop
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 26 augustus 2026.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- de beschikking tot inbewaringstelling van de burgemeester van de gemeente Katwijk van 25 augustus 2026;
- de op 25 augustus 2026 ondertekende medische verklaring van een ter zake kundige arts, [naam 1], die cliënt met het oog op de machtiging kort tevoren heeft onderzocht, maar niet bij haar behandeling betrokken was.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 31 augustus 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- cliënt, bijgestaan door haar advocaat;
- de arts, [naam 2], in opleiding tot specialist.
Standpunten ter zitting
Door en namens cliënt is ter zitting verzocht om het verzoek af te wijzen. Cliënt wil naar huis. Zij geeft aan dat zij thuis zelfstandig de boodschappen verzorgt en kookt. Cliënt heeft geen goede verstandshouding met de buren. Er heeft recent buiten een ruzie plaatsgevonden toen cliënt haar heg aan het snoeien was. De buurvrouw heeft cliënt benaderd, waarna cliënt naar binnen is gegaan. Cliënt snapt niet dat zij abrupt is opgenomen in een verpleeghuis. Een aantal dagen per week ontvangt cliënt hulp in de huishouding.
Door de arts is naar voren gebracht dat cliënt na het incident met de buren in het verpleeghuis is opgenomen. De arts heeft ‘van horen zeggen’ vernomen wat er zou zijn gebeurd. Cliënt begrijpt niet waarom zij is opgenomen. Zij wil naar huis en weigert zorg en medicatie. Het kan zijn dat zij zichzelf goed verzorgt maar daar is niet goed zicht op. Sinds het overlijden van haar echtgenoot in december 2025, is de praktijkondersteuner betrokken. De arts heeft van de praktijkondersteuner begrepen dat er is geprobeerd om thuiszorg in te zetten, maar dat cliënt de zorg heeft geweigerd. Ook is geprobeerd om [zorginstantie] in te zetten maar vanwege een incident, waarbij cliënt een medewerker zou hebben opgesloten, is dit stop gezet. Ook is er een casemanager aangesteld maar die mag van cliënt de woning niet in. Het huis ziet er kennelijk netjes uit. Cliënt zou nog auto rijden en zou bijna iemand hebben aangereden. Ook dit is allemaal ‘van horen zeggen’. De dochter zou op enige afstand wonen en overbelast zijn, maar welke zorg of steun zij gaf voor de opname is niet bekend. De dochter vindt de zorg voor haar moeder te veel. Er is geen contact met dochter opgenomen. Het is onbekend hoe cliënt thuis aan boodschappen komt en of zij haar medicatie neemt. Een schoonzus van cliënt heeft extra kleding gebracht na de opname, maar ook aan de schoonzus is geen informatie over de thuissituatie gevraagd.
Beoordeling
De rechtbank is van oordeel dat er onvoldoende informatie bekend is om op het verzoek toewijzend te kunnen beslissen. De exacte toedracht van het incident met de buurvrouw kan niet vastgesteld worden. Cliënt heeft een andere verklaring over het gebeuren gegeven. Kennelijk zijn er verschillende versies, waarvan niet duidelijk wordt wat er precies is voorgevallen. Politiemutaties zouden helderheid kunnen verschaffen. Ook is onbekend gebleven hoe cliënt voor zichzelf zorgt. Haar woning zou netjes zijn op zich en ook blijkt uit de stukken niet van vermagering of verwaarlozing van cliënt voorafgaand aan de opname. De rechtbank vindt de huidige beschikbare informatie niet voldoende om tot een zo ingrijpende maatregel als verzocht te besluiten. Veel van de informatie is ‘van horen zeggen’, te weten van de praktijkondersteuner. Hoe deze aan de informatie is gekomen is onbekend. Informatie van dochter, schoonzus, buurvrouw, politie of wijkagent en casemanager ontbreken. Indien een casemanager geen toegang tot cliënt krijgt, is van belang om te weten hoe vaak dit is geprobeerd. Ook zijn er voor een casemanager meerdere bronnen van informatie benaderbaar om een objectief beeld van de thuissituatie te kunnen geven. Nu is er geen enkele informatie van de casemanager op de zitting voorhanden. Onderbouwingsstukken die de standpunten zouden kunnen ondersteunen, zijn evenmin in het dossier aanwezig, noch wordt duidelijk waarom de procedure voor een rechterlijke machtiging niet kon worden afgewacht.
Gelet op het voorgaande is niet voldaan aan de criteria voor een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.
Beslissing
De rechtbank:
wijst het verzoek af.
|
Deze beschikking is gegeven door mr. J.C. van den Dries, rechter, bijgestaan door I. de Vroom als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 31 augustus 2026. |
|
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op8 september 2026. |
|
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open. |