RECHTBANK DEN HAAG
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/711295 / FA RK 26-8600
Datum beschikking: 8 september 2026
Machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling
Beschikking naar aanleiding van het op 20 augustus 2026 door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in artikel 37 van de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:
[cliënt] ,
hierna te noemen: cliënt,
geboren op [geboortedatum] 1966 te [geboorteplaats] , [land] ,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie [accommodatie] te [plaats] ,
advocaat: mr. A.R. Oosthout te Den Haag.
Procesverloop
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 20 augustus 2026.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- de beschikking tot inbewaringstelling van de burgemeester van de gemeente Amsterdam van 19 augustus 2026;
- de op 19 augustus 2026 ondertekende medische verklaring van een ter zake kundige arts, [arts] , die cliënt met het oog op de machtiging kort tevoren heeft onderzocht, maar niet bij zijn behandeling betrokken was;
- een indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van13 september 2024;
- een afschrift van de beschikking waarbij mentorschap is ingesteld.
De mondelinge behandeling van het verzoek is voortgezet op 25 augustus 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- de specialist ouderengeneeskunde, [specialist] .
De rechtbank stelt vast dat cliënt niet bereid was de mondelinge behandeling bij te wonen. De rechtbank heeft cliënt in haar kamer opgezocht en heeft daar het verzoek met haar besproken.
Daar heeft cliënt verklaard dat zij niet wilde praten met de rechtbank. Ook wilde zij niet worden bijgestaan door haar advocaat, omdat die betaald zou zijn door haar man. Het verzoek is eerder op 25 augustus 2026 toegewezen voor de duur van een week en aangehouden voor het overige, omdat cliënt wegens wantrouwen geen bijstand van haar advocaat wilde. Op 1 september 2026 was de rechtbank genoodzaakt het verzoek nogmaals toe te wijzen voor de duur van een week en aan te houden voor het overige. Cliënt heeft in de tussentijd een nieuwe advocaat toegewezen gekregen, waar zij eveneens niet door wilde worden bijgestaan. De rechtbank concludeert hieruit dat het in de lijn der verwachting ligt dat cliënt ook van een eventuele andere advocaat geen bijstand wenst omdat deze door haar man zou zijn betaald. De mondelinge behandeling heeft daarom zonder aanwezigheid van cliënt en haar advocaat plaatsgevonden.
Standpunten ter zitting
De specialist ouderengeneeskunde heeft toegelicht dat cliënt enigszins meedraait met het programma, maar dat zij zich voornamelijk terugtrekt in haar kamer. Er bestaan zorgen dat zodra cliënt naar huis gaat, zij haar medicatie zal staken. Ondanks het gebruik van medicatie zijn de psychoses nog steeds aanwezig. Volgen de specialist ouderengeneeskunde is het vanuit de ziekte van Huntington moeilijk om dergelijke psychoses te behandelen. Gelet op het progressieve beloop van de ziekte is het niet meer haalbaar dat cliënt naar huis kan. Zodra zij iets beter benaderbaar is, zal zij mogelijk verhuizen naar een andere afdeling binnen de huidige accommodatie.
Beoordeling
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel waardoor een rechterlijke machtiging niet kan worden afgewacht. Het ernstig vermoeden bestaat dat het gedrag van cliënt als gevolg van een psychogeriatrische aandoening, te weten de ziekte van Huntington, dit ernstig nadeel veroorzaakt.
Het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang.
In de thuissituatie is gebleken dat cliënt niet in staat is om voldoende voor zichzelf te zorgen. Hoewel zij momenteel medicamenteus wordt behandeld, zijn de psychoses nog wel aanwezig. De verwachting is dat als zodra cliënt met ontslag naar huis gaat, zij haar medicatie niet meer zal innemen waarna de psychotische klachten weer zullen toenemen. Bij een psychotische ontregeling is er bij cliënt sprake van een vergiftigingswaan ten aanzien van eten, drinken en water. In het verleden heeft dit geleid tot een sterk verminderde voedselinname waardoor cliënt zichzelf verwaarloosde. De kans op lichamelijke schade is hierdoor groot.
Om het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel te voorkomen dan wel af te wenden is
voortzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk. Dit middel is ook geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen dan wel af te wenden en er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
Gebleken is dat cliënt zich verzet tegen de voortzetting van het verblijf in een accommodatie.
Cliënt wil naar huis en is alleen bereid haar medicatie te gebruiken omdat dit verplicht moet. De verwachting is dat zij haar medicatie daarom zal staken zodra zij naar huis gaat. Om die reden is verplichte zorg nodig.
Beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling ten aanzien van:
[cliënt] ,
geboren op [geboortedatum] 1966 te [geboorteplaats] , [land] ,
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 4 oktober 2026.
|
Deze beschikking is gegeven door mr. P. Burgers, rechter, bijgestaan door mr. K. Houdijk als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 25 augustus 2026. |
||
|
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 21 september 2026.. |
||
|
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open. |