RECHTBANK DEN HAAG
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/711297 / FA RK 26-8602
Datum beschikking: 7 september 2026
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1964 te [geboorteplaats] , [geboorteland] ,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie [accommodatie] te [plaats] ,
advocaat: mr. A.C.H. Walkate te Den Haag.
ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 20 augustus 2026, heeft de officier van justitie verzocht om een zorgmachtiging voor de duur van zes maanden.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een op 17 augustus 2026 ondertekende medische verklaring van E.M.C. Willemsen, psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een zorgkaart van 3 augustus 2026;
- een zorgplan van 7 augustus 2026;
- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 20 augustus 2026;
- een uittreksel uit de justitiële documentatie;
- een afschrift van de politiemutaties.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 7 september 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door mr. M.P. Friperson, waarnemend voor de advocaat en bijgestaan door een tolk in de Poolse taal;
- de verpleegkundig specialist, [naam] .
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.
Standpunten ter zitting
Betrokkene heeft naar voren gebracht dat het goed gaat en dat de opname heeft geholpen. Hij weet dat hij hulp nodig heeft en hij stemt in met de hulp die hij krijgt.
De advocaat heeft zich namens betrokkene gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
De verpleegkundig specialist heeft naar voren gebracht dat betrokkene nu gemotiveerd is en de aangeboden hulp accepteert. De aanvraag voor de zorgmachtiging komt vanuit het ambulante team; de ervaring leert dat als betrokkene buiten de beschermde setting van de instelling is, hij snel terugvalt in alcoholgebruik en dan verliest hij ziekte-inzicht. Betrokkene is op dat moment niet meer wilsbekwaam, verzet zich dan tegen de opname en andere zorg en het lukt hem niet om dit patroon te doorbreken. Op 10 september 2026 kan betrokkene met ontslag terug naar het Leger des Heils. Alcoholgebruik is daar toegestaan. Ook daarom is de zorgmachtiging nodig om betrokkene snel te kunnen helpen als het weer mis zou gaan.
Beoordeling
Uit de overgelegde stukken is gebleken dat betrokkene lijdt aan psychische stoornissen, te weten een depressieve stoornis, een stoornis in het gebruik van alcohol en traumagerelateerde klachten.
Ook is gebleken dat deze stoornissen leiden tot ernstig nadeel, gelegen in:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang.
Ten aanzien van de ernstige stoornis in het alcoholgebruik overweegt de rechtbank onder verwijzing naar de jurisprudentie van de Hoge Raad (bijvoorbeeld ECLI:NL:HR:2022:559) het volgende. Verslaving aan middelen als alcohol en drugs kan op zichzelf niet tot toepassing van de Wvggz leiden. Er moet om tot toepassing van de Wvggz te komen sprake zijn van een psychische stoornis van zodanige ernst dat het denken, voelen, willen, oordelen en doelgericht handelen daardoor zo ingrijpend worden beïnvloed dat de betrokkene het veroorzaakte gevaar niet kan worden toegerekend, omdat de stoornis de gevaarvolle daden van de betrokkene overwegend beheerst.
In het geval van betrokkene is evident dat de verslaving aan alcohol hem ernstig nadeel toebrengt. Ook blijkt uit de medische verklaring en de toelichting van de medisch specialist ter zitting dat het denken, voelen, willen, oordelen en doelgericht handelen van betrokkene door de alcoholverslaving zo ingrijpend worden beïnvloed dat het daardoor veroorzaakte ernstig nadeel niet aan hem kan worden toegerekend, omdat de stoornis het ernstig nadeel in overwegende mate beheerst. Betrokkene is niet in staat zich aan de greep van de alcohol te onttrekken en daarmee het ernstig nadeel te voorkomen.
Het ernstige nadeel komt voort uit herhaaldelijke terugvallen in alcoholgebruik in korte tijd na detoxificatie. Dit komt mede doordat betrokkene in het verleden vaker vroegtijdig met ontslag is gegaan, zonder dat adequate stabilisatie en/of behandeling plaats heeft gevonden. Op grond van bovenstaande is sprake van een psychische stoornis van zodanige ernst dat het denken, voelen, willen, oordelen en doelgericht handelen daardoor zo ingrijpend worden beïnvloed dat betrokkene het veroorzaakte gevaar niet kan worden toegerekend, omdat de stoornis de gevaarvolle daden van betrokkene overwegend beheerst.
Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, de geestelijke gezondheid van betrokkene te herstellen zodanig dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Betrokkene staat achter de aanvraag van de zorgmachtiging. Hij wenst elke mogelijkheid aan te grijpen om eigen patronen te doorbreken en meer grip te krijgen op de verslaving. Hoewel betrokkene nu wel inzicht toont, zorg accepteert en meewerkend is, is ziekte-inzicht zeer beperkt bij terugval, ten tijde van gebruik en in de eerste detoxfase. Tijdens eerdere opnames besloot betrokkene om, tegen medisch advies, eerder met ontslag te gaan en hij viel hierna snel terug in gebruik. Zodra hij alcohol gaat gebruiken, kan hij niet meer stoppen en verliest hij alle risico's uit het oog. Om die reden is verplichte zorg nodig.
De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend.
Beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1964 te [geboorteplaats] , [geboorteland] ,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 7 maart 2027;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. L. Kelkensberg, rechter, bijgestaan door mr. F.H. Lüchinger als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 7 september 2026.