ECLI:NL:RBDHA:2026:29334

Datum uitspraak
04-09-2026
Instantie
Rechtbank Den Haag
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Zaaknummer
C/09/705041 / FA RK 26-4740
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Zorgeregeling, waarbij rekening is gehouden met wisselend en onregelmatig werkschema door beroep moeder (stewardess), hoofdverblijfplaats en afwijzing verzoek informatie- en consultatieregeling wegens onvoldoende belang.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 26-4740

Zaaknummer: C/09/705041

Datum beschikking: 4 september 2026

Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, hoofdverblijfplaats en informatie- en consultatieregeling

Beschikking op het op 12 mei 2026 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. L.E. Leunissen te ‘s-Gravenhage.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. E.T.W. Laureau te ‘s-Gravenhage.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken waaronder:

­ het verzoekschrift, met bijlagen;

­ het F9-formulier van 18 mei 2026 van de zijde van de vader, met bijlage;

­ het F9-formulier van 10 juli 2026 van de zijde van de vader, met bijlage;

­ het verweerschrift tevens zelfstandig verzoeken, met bijlagen;

­ het F9-formulier van 14 juli 2026 van de zijde van de vader, met bijlagen;

­ het F9-formulier van 16 juli 2026 van de zijde van de vader, met bijlagen;

­ het verweer tegen het zelfstandig verzoek;

­ het F9-formulier van 17 juli 2026, met bijlagen.

Op 22 juli 2026 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:

  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat;

  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;

  • [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).

Feiten

­ Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.

­ Zij zijn de ouders van het volgende nog minderjarige kind:

- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2023 te [geboorteplaats] .

­ De vader heeft [minderjarige] erkend.

­ Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige] uit.

­ [minderjarige] woont bij de moeder.

Verzoek en verweer

De vader verzoekt – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad –:

- een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vast te stellen volgens een tweewekelijks schema, aldus:

- maandag: bij de vader;

- dinsdag: bij de vader;

- woensdag: wissel, waarbij de vader [minderjarige] vóór 9.30 uur naar de kinderopvang brengt en de moeder [minderjarige] vóór 18.30 uur van de kinderopvang ophaalt;

- donderdag: bij de moeder;

- vrijdag: bij de moeder;

- zaterdag: bij de moeder;

- zondag: bij de moeder;

- maandag: wissel, waarbij de moeder [minderjarige] vóór 9.30 uur naar de vader brengt;

- dinsdag: bij de vader;

- woensdag: wissel, waarbij de vader [minderjarige] vóór 9.30 uur naar de kinderopvang brengt en de moeder [minderjarige] vóór 18.30 uur van de kinderopvang ophaalt;

- donderdag: bij de moeder;

- vrijdag: wissel, waarbij de moeder [minderjarige] vóór 9.30 uur naar de kinderopvang brengt en de vader [minderjarige] vóór 18.30 uur van de kinderopvang ophaalt;

- zaterdag: bij de vader;

- zondag: bij de vader,

althans een zodanige verdeling van de zorg- en opvoedingstaken als de rechtbank in goede justitie mag vermenen te behoren;

- een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vast te stellen tijdens de vakanties, feestdagen en bijzondere dagen, aldus:

- zomervakantie: de moeder heeft de helft van de vakantie in de oneven jaren de eerste keuze, uiterlijk in december in het voorafgaande jaar te communiceren aan de vader; voor de vader geldt dit in de even jaren;

- herfstvakantie: de moeder in de even jaren; de vader in de oneven jaren;

- kerstvakantie: de moeder in de even jaren de kerstdagen, in de oneven jaren de eerste week vakantie en oud- en nieuwjaarsdag en de tweede vakantieweek; voor de vader geldt dit in de even jaren;

- voorjaarsvakantie: de moeder in de oneven jaren, de vader in de even jaren;

- meivakantie: de moeder in de even jaren, de vader in de oneven jaren;

- eventuele extra vakantie of de tweede week van de meivakantie: beide ouders hebben de helft van de vakantie, verdeling in onderling overleg;

- Goede Vrijdag, Hemelvaart en Sinterklaas in de even jaren bij de vader, in de oneven jaren bij de moeder;

- Pinksteren en Koningsdag in de even jaren bij de moeder, in de oneven jaren bij de vader;

- de verjaardag van [minderjarige] in de even jaren bij de vader, in de oneven jaren bij de moeder;

- de verjaardag van de vader en Vaderdag bij de vader;

- de verjaardag van de moeder en Moederdag bij de moeder;

- waarbij de regeling voor een bijzondere dag geldt voor de dag zelf én voor de opvolgende nacht;

- waarbij de ouder bij wie het kind verblijft, beslist of het kind een gelegenheid (zoals verjaardagsfeestjes, vakanties, kampen, sporttoernooien, et cetera) zal bijwonen,

althans een zodanige verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tijdens de vakanties als de rechtbank in goede justitie mag vermenen te behoren;

  • te bepalen dat de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2023 te [geboorteplaats] , wordt vastgesteld bij de moeder;

  • een informatie- en consultatieregeling vast te stellen, in die zin dat:

- partijen gehouden zijn elkaar over en weer te informeren over gewichtige aangelegenheden betreffende de persoon van [minderjarige] , zoals over relevante ontwikkelingen op het gebied van zijn gezondheid, scholing en welzijn;

- partijen elkaar voorafgaand aan het nemen van belangrijke beslissingen inzake de verzorging en opvoeding van [minderjarige] zullen consulteren;

- partijen gezamenlijk gebruik maken van een communicatiemiddel als e-mail en WhatsApp voor de uitwisseling van informatie over [minderjarige] .

Subsidiair heeft de vader in het verweerschrift tegen de zelfstandige verzoeken verzocht om een regeling volgens een om de vier weken terugkerend schema.

De moeder voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken, en verzoekt zelfstandig, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

  • te bepalen dat de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij moeder zal zijn;

  • een zorgregeling vast te stellen waarbij partijen de zorg voor [minderjarige] bij helfte verdelen, waarbij het vliegschema van de vrouw leidend is;

  • te bepalen dat, totdat [minderjarige] vijf jaar oud is, ieder der partijen vijf weken per jaar met [minderjarige] op vakantie kan gaan, met een maximum van twee weken aaneengesloten, en dat ieder der partijen een gewenste vakantie zes weken van tevoren aan de andere partij doorgeeft;

  • te bepalen dat, vanaf dat [minderjarige] vijf jaar oud is, de vakanties en feestdagen bij helfte tussen partijen worden verdeeld, waarbij het vliegschema van de vrouw leidend is, waarbij ten aanzien van de kerstdagen het streven is dat beide ouders een kerstdag met [minderjarige] doorbrengen;

  • de man te veroordelen om met ingang van de datum van onderhavig zelfstandig verzoek aan de vrouw te voldoen een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige] van € 652,- per maand, bij vooruitbetaling te voldoen vóór de eerste dag van iedere maand, dan wel een zodanige bijdrage als de rechtbank in goede justitie juist zal achten.

De vader voert verweer tegen de zelfstandige verzoeken, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling Verdeling zorg- en opvoedingstaken Wettelijk kaderOp grond van artikel 1:253a vierde lid in samenhang met artikel 1:377e BW kan de rechter op verzoek van de ouders of een van hen een beslissing inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (hierna: zorgregeling) alsmede een door de ouders onderling getroffen zorgregeling onder meer wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of als bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van de kinderen wenselijk voorkomt.

Standpunten

De huidige zorgregeling wordt volgens de vader gekenmerkt door onregelmatigheid vanwege het werkrooster van de moeder, die werkzaam is als stewardess. Dit werkrooster wisselt om de paar weken en is steeds pas enkele weken van tevoren bekend. De vader vindt dat dit niet in het belang is van [minderjarige] , die volgens hem behoefte heeft aan duidelijkheid, rust en continuïteit. Bovendien impliceert deze regeling dat de vader, die een fulltimebaan heeft als consultant, zich tot in de lengte der dagen (nog ruim 15 jaar) zou moeten aanpassen aan de werkroosters van de moeder, waarvoor frequent overleg tussen partijen nodig zal blijven. Hoewel de vader bekend was met het werkrooster van de moeder toen zij nog samen waren, was hun relatie van te korte duur om aan te nemen dat hij alle gevolgen en praktische bijkomstigheden daarvan volledig kon overzien. Volgens de vader kan de moeder haar werktijden of -functie aanpassen, bijvoorbeeld door dichterbij gelegen bestemmingen te kiezen of gedeeltelijk als grondstewardess te werken. Bovendien heeft de moeder eerder stage gelopen in het kader van haar (deeltijd)opleiding tot huisartsassistente, waarmee ook een regelmatiger zorgpatroon mogelijk zou zijn. De regeling die de vader voorstelt is zo veel mogelijk gebaseerd op de afspraken die partijen in het afgelopen jaar ten aanzien van de zorgregeling hebben gemaakt en gaat uit van een min of meer gelijkwaardige verdeling van de zorgtaken.

De moeder benadrukt dat zij en de vader beiden het belang van [minderjarige] vooropstellen, maar verschillen in de invulling daarvan. Ook de moeder wil de zorg voor [minderjarige] gelijkwaardig verdelen. Zij hecht echter aan het behouden van haar huidige baan en vindt dat dit, net als in het voorgaande jaar, leidend moet zijn. Volgens de moeder is een regelmatig werkrooster in haar functie niet haalbaar, maar gedijt [minderjarige] prima onder het wisselende rooster. De behoefte aan regelmaat is naar haar mening vooral die van de vader. Zij legt uit dat vluchten naar dichterbij gelegen bestemmingen juist tot meer onregelmatigheid leiden, terwijl intercontinentale vluchten langere thuisperiodes mogelijk maken. Tevens kan zij incidenteel verlof aanvragen om de zorg zoveel mogelijk af te stemmen.

Inhoudelijke beoordeling

De Raad heeft ter zitting aangegeven dat voor alle kinderen een stabiele en voorspelbare zorgregeling van belang is. De rechtbank sluit zich daarbij aan. Voor [minderjarige] is – zeker nu hij ouder wordt – van belang dat hij duidelijkheid en continuïteit heeft. Dat is ook in het belang van de vader, van wie niet verwacht kan worden dat de inrichting van zijn werk- en privéleven de komende 15 jaar voor een belangrijk deel afhankelijk is van het wisselende werkrooster van de moeder en waarin in dat geval planning op een langere termijn dan enkele weken feitelijk onmogelijk is. Hoewel de wens van de moeder om haar werk te behouden en zoveel mogelijk zelf te zorgen voor [minderjarige] invoelbaar is, wegen de belangen van [minderjarige] en de vader zwaarder dan het belang van de moeder. Tijdens de zitting heeft de moeder aangegeven dat, als zij zou moeten kiezen tussen een regeling volgens een tweewekelijks of een vierwekelijks schema, zij zou kiezen voor een tweewekelijks schema volgens het primaire verzoek van de vader. Op die manier verwacht de moeder zo veel mogelijk tijd door te kunnen brengen met [minderjarige] . De rechtbank zal daarom het primaire verzoek toewijzen. Daarbij heeft de vader zich bereid verklaard om voor opvang te zorgen als de moeder niet in de gelegenheid is om aan de regeling te voldoen. Wanneer de vader niet in de gelegenheid is om [minderjarige] op te vangen, is op de zitting afgesproken dat de moeder zelf binnen haar netwerk voor vervanging zal zorgen. De rechtbank vertrouwt erop dat de ouders in staat om een en ander in onderling overleg af te stemmen indien nodig.

Vakanties en feestdagen

Tijdens de zitting zijn partijen het eens geworden over de door de vader primair verzochte regeling over de vakanties en feestdagen. Daarbij hebben zij een enkele aanpassing gemaakt, namelijk in de verdeling van de kerstdagen. Partijen hebben afgesproken dat [minderjarige] ieder jaar zowel de vader als de moeder op de kerstdagen ziet, waarbij [minderjarige] in de even jaren bij de moeder is op eerste kerstdag, en op tweede kerstdag bij de vader. In de oneven jaren zal [minderjarige] bij de vader zijn op eerste kerstdag en bij de moeder op tweede kerstdag. In de overige afspraken over de kerstdagen volgt de moeder het verzoek van de vader.

De rechtbank zal het primaire verzoek van de vader daarom toewijzen.

Hoofdverblijfplaats

Wettelijk kader

In het eerste lid van artikel 1:253a BW is bepaald dat in geval van gezamenlijke uitoefening van het gezag geschillen hieromtrent op verzoek van de ouders of van een van hen aan de rechtbank kunnen worden voorgelegd. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt. Op grond van sub b van het tweede lid van artikel 1:253a BW kan de rechtbank beslissen bij welke ouder het kind zijn hoofdverblijfplaats heeft.

Inhoudelijke beoordeling

Partijen zijn het erover eens dat de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij de moeder kan worden bepaald. De rechtbank acht dit in het belang van [minderjarige] en zal conform deze overeenstemming beslissen.

Informatie- en consultatieregeling

Wettelijk kader

Op grond van artikel 1:253a BW, sub c van het tweede lid kan de rechtbank een regeling vaststellen inzake de wijze waarop informatie omtrent gewichtige aangelegenheden met betrekking tot de persoon en het vermogen van het kind wordt verschaft aan de ouder bij wie het kind niet zijn hoofdverblijfplaats heeft dan wel de wijze waarop deze ouder wordt geraadpleegd.

Inhoudelijke beoordeling

Nu niet gebleken is dat de moeder de vader niet informeert of raadpleegt bij belangrijke beslissingen en ook niet gebleken is dat er een geschil bestaat over de wijze waarop dat gebeurt, heeft de vader geen belang bij zijn verzoek en zal dit daarom worden afgewezen.

Kinderalimentatie

De moeder heeft op 10 juli 2026 een zelfstandig verzoek ingediend tot door de vader aan de moeder te betalen kinderalimentatie voor [minderjarige] . De rechtbank heeft het verzoek ten aanzien van de kinderalimentatie afgesplitst, onder zaak- en rekestnummer C/09/709037 en FA RK 26-7184.

Beslissing

De rechtbank:

*

bepaalt dat de minderjarige:

- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2023 te [geboorteplaats] ,

bij de vader zal zijn volgens het volgende twee wekelijkse-schema;

­ maandag: bij de vader;

­ dinsdag: bij de vader;

­ woensdag: wissel, waarbij de vader [minderjarige] vóór 9.30 uur naar de kinderopvang brengt en de moeder [minderjarige] vóór 18.30 uur van de kinderopvang ophaalt;

­ donderdag: bij de moeder;

­ vrijdag: bij de moeder;

­ zaterdag: bij de moeder;

­ zondag: bij de moeder;

­ maandag: bij de wissel, waarbij de moeder [minderjarige] vóór 9.30 uur naar de vader brengt;

­ dinsdag: bij de vader;

­ woensdag: bij de wissel, waarbij de vader [minderjarige] vóór 9.30 uur naar de kinderopvang brengt en de moeder [minderjarige] vóór 18.30 uur van de kinderopvang ophaalt;

­ donderdag: bij de moeder;

­ vrijdag: bij de wissel, waarbij de moeder [minderjarige] vóór 9.30 uur naar de kinderopvang brengt, en de vader [minderjarige] vóór 18.30 uur van de kinderopvang ophaalt;

­ zaterdag: bij de vader;

­ zondag: bij de vader,

waarbij is afgesproken dat, indien de moeder op haar dagen [minderjarige] de zorg voor [minderjarige] te dragen, zij in eerste instantie aan de vader zal vragen de dag van haar over te nemen, en wanneer dat niet mogelijk is, de moeder zelf binnen haar netwerk vervanging zal regelen;

*

stelt vast een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tijdens de vakanties, feestdagen en bijzondere dagen, aldus:

­ zomervakantie: de moeder heeft de helft van de vakantie in de oneven jaren de eerste keuze, uiterlijk in december in het voorafgaande jaar te communiceren aan de vader; voor de vader geldt dit in de even jaren;

­ herfstvakantie: [minderjarige] is bij de moeder in de even jaren; bij de vader in de oneven jaren;

kerstvakantie: [minderjarige] is bij de moeder in de oneven jaren de eerste week van de vakantie en oud- en nieuwjaarsdag en de tweede vakantieweek; bij de vader in de even jaren;

In de even jaren is [minderjarige] bij de moeder is op eerste kerstdag, en op tweede kerstdag bij de vader. In de oneven jaren is [minderjarige] bij de vader op eerste kerstdag en bij de moeder op tweede kerstdag;

- voorjaarsvakantie: de moeder in de oneven jaren, de vader in de even jaren;

­ meivakantie: de moeder in de even jaren, de vader in de oneven jaren;

­ eventuele extra vakantie of de tweede week van de meivakantie: beide ouders hebben de helft van de vakantie, verdeling in onderling overleg;

­ Goede Vrijdag, Hemelvaart en Sinterklaas in de even jaren bij de vader, in de oneven jaren bij de moeder;

­ Pinksteren en Koningsdag in de even jaren bij de moeder, in de oneven jaren bij de vader;

­ de verjaardag van [minderjarige] in de even jaren bij de vader, in de oneven jaren bij de moeder;

­ de verjaardag van de vader en Vaderdag bij de vader;

­ de verjaardag van de moeder en Moederdag bij de moeder;

­ waarbij de regeling voor een bijzondere dag geldt voor de dag zelf én voor de opvolgende nacht;

­ waarbij de ouder bij wie het kind verblijft, beslist of het kind een gelegenheid (zoals verjaardagsfeestjes, vakanties, kampen, sporttoernooien, et cetera) zal bijwonen.

*

bepaalt dat de minderjarige:

- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2023 te [geboorteplaats] ,

zijn hoofdverblijfplaats zal hebben bij de moeder.

*

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.F. Baaij, kinderrechter, bijgestaan door mr. T.A.L. Ravenhorst als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 4 september 2026.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »