RECHTBANK DEN HAAG
Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/09/709109 / JE RK 26/1235
Datum uitspraak: 3 september 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland, gevestigd te Leiden,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2020 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen de moeder,
feitelijk verblijvende bij de grootmoeder moederszijde,
[de vader] ,
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats 1] ,
[de grootmoeder] ,
hierna te noemen: de grootmoeder moederszijde (de grootmoeder),
wonende in [woonplaats 2] .
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 11 juli 2025 mee in de beoordeling.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 3 september 2025. Daarbij was de moeder aanwezig.
De vader en de grootmoeder zijn niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader, de grootmoeder wel juist zijn opgeroepen.
Er is geen vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling ter zitting verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de gecertificeerde instelling wel juist is opgeroepen. De rechtbank heeft geprobeerd contact op te nemen met zowel de in het verzoekschrift vermelde jeugdbeschermer als met het kantoor van de gecertificeerde instelling. Beiden gaven geen gehoor. De kinderrechter heeft hierna besloten de zitting doorgang te laten vinden en heeft een beslissing genomen op het verzoek. Hoewel de afwezigheid van een jeugdbeschermer zeer onwenselijk is, zag de kinderrechter daarin geen reden om de zaak aan te houden nu zij op basis van de schriftelijke stukken voldoende was geïnformeerd.
2 De feiten
[de minderjarige] is erkend door de vader.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
[de minderjarige] woont bij met de moeder bij de grootmoeder moederszijde.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 3 september 2025 de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] verlengd tot 6 september 2026.
3 Het verzoek
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De gecertificeerde instelling heeft het verzoek, samengevat en zakelijk weergegeven, als volgt gemotiveerd.
[de minderjarige] wordt nog steeds in zijn ontwikkeling bedreigd. De gronden voor de eerste ondertoezichtstelling in 2023 waren dat [de minderjarige] in zijn ontwikkeling werd bedreigd vanwege de hardnekkige geschiedenis met middelengebruik van de moeder, haar zwakke gezondheid en haar persoonlijke problematiek. Ook heeft er huiselijk geweld plaatsgevonden tussen de vader en de moeder. [de minderjarige] is een periode uit huis geplaatst bij de grootmoeder moederszijde, wat feitelijk inhield dat de moeder hier niet meer mocht verblijven. De moeder is nadien met veiligheidsafspraken weer bij de grootmoeder en haar kinderen ingetrokken. Afgelopen jaar is de moeder gestart met haar individuele behandeling bij Lubec. Vanaf december 2025 is 10 voor Toekomst gestart met ambulante hulpverlening bij de moeder en de grootmoeder thuis. Deze hulpverlening is gericht op opvoedvaardigheden van de moeder, de sfeer tussen de grootmoeder en de moeder, de moeder haar financiële situatie en de moeder wordt ondersteunt in afspraken zoals bijvoorbeeld het regelen peuterspeelzaal. De relatie tussen de moeder en de grootmoeder verloopt zeer moeizaam. Wel wordt gezien dat de moeder positieve stappen zet. Zij heeft het beste met [de minderjarige] voor, is actief in behandeling, is leerbaar en oogt stabieler. Ook durft zij beter aan te geven wat wel en niet haalbaar is. 10 voor Toekomst is momenteel aan het onderzoeken of het mogelijk is om middels een drie partijen overeenkomst een contigent woning voor de moeder te verkrijgen. Mocht de moeder een contigent woning kunnen krijgen, is het belangrijk dat de hulpverlening betrokken blijft om zicht te houden op [de minderjarige] en zijn halfbroertje [halfbroer] . Hiernaast dient verder ingezet te worden op de omgang tussen [de minderjarige] en de vader. [de minderjarige] en de vader hebben van januari 2025 tot juni 2025 geen fysiek contact gehad. Om meer zicht te krijgen op de omgang tussen [de minderjarige] en de vader heeft 10 voor Toekomst afgelopen maanden de omgang begeleid. Zij zien dat [de minderjarige] heel gek is op zijn vader en het contact gaat de vader natuurlijk af. Er zijn geen zorgen over het contact. In de huidige situatie ziet [de minderjarige] zijn vader om de week op woensdag. Er zijn twee afspraken gemaakt om de omgang uit te bereiden. De vader is niet aanwezig geweest bij deze afspraken waardoor er geen uitbreiding is geweest. De ouders zijn verder aangemeld voor mediation om gezamenlijk afspraken te maken over de invulling van hun ouderschap. Het is hen echter niet gelukt om daadwerkelijk een afspraak te maken bij de mediation. Zij hebben geprobeerd gezamenlijk afspraken te maken over de omgang tussen [de minderjarige] en zijn vader. Deze zijn niet toekomstbestendig en gaan te veel uit van een stabiele relatie tussen de ouders. Het verleden leert echter dat er regelmatig spanningen zijn tussen de ouders en op die momenten is overleg niet mogelijk en zijn vaste duidelijk afspraken noodzakelijk om te voorkomen dat de omgang tussen [de minderjarige] en zijn vader stil komt te liggen. De gecertificeerde instelling is van mening dat de ondertoezichtstelling moet worden verlengd om te kunnen monitoren hoe het gaat wanneer de moeder haar eigen woning krijgt en de begeleiding vanuit de gecertificeerde instelling wordt beëindigd. Ook zal de invloed van de behandeling van de moeder gevolgd worden. Daarnaast is het plan om een ouderschapsplan op te stellen, zodat er duidelijke afspraken zijn waar de ouders, hulpverlening en een eventuele volgende jeugdbeschermer op kunnen terugvallen. Ook dient het contact tussen de vader en [de minderjarige] te stabiliseren. Een haalbare eindsituatie voor beëindiging van de ondertoezichtstelling lijkt nu een situatie te zijn waar de moeder duurzaam een stabiele woon- en opvoedsituatie biedt en [de minderjarige] op een voorspelbare en prettige manier contact heeft met zijn vader.
4 De standpunten
De moeder heeft verweer gevoerd tegen het verzoek. Er is geen noodzaak meer voor de ondertoezichtstelling. De ondertoezichtstelling van het halfbroertje van [de minderjarige] , [halfbroer] , is ook beëindigd. De moeder werkt aan alles mee, accepteert de noodzakelijke hulpverlening en leert hier ook van. Haar traumatherapie is ook bijna afgerond. De moeder heeft goed contact met de vader over zaken omtrent [de minderjarige] . Zij kunnen zelf afspraken maken. De moeder vindt het niet zo erg als de vader deze soms niet precies nakomt of iets te laat is. Het gaat goed met [de minderjarige] . Hij gaat elke dag naar school. De moeder woont nog steeds bij de grootmoeder en het gaat veel beter tussen hen sinds 10 voor Toekomst betrokken is. Als de ondertoezichtstelling wordt beëindigd en 10 voor Toekomst niet meer betrokken is, zal de moeder hulpverlening krijgen vanuit de gemeente. Dit is al geregeld. De moeder is ook bezig met het verkrijgen van urgentie om een woning te vinden. Totdat de moeder een eigen woning kan krijgen, kan zij bij de grootmoeder blijven wonen. Zij maken dan samen afspraken hierover.
5 De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.1 De kinderrechter overweegt daartoe als volgt.
De ontwikkeling van [de minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd. [de minderjarige] heeft een zeer belast verleden waarin hij veel onzekerheid, instabiliteit en onrust heeft meegemaakt. Dit kan een grote impact hebben op een jongen van zo’n jonge leeftijd. De kinderrechter begrijpt uit de stukken en hetgeen de moeder ter zitting naar voren heeft gebracht dat de moeder in het afgelopen jaar hard aan zichzelf heeft gewerkt en de noodzakelijke hulpverlening heeft geaccepteerd om de opvoedsituatie van [de minderjarige] te stabiliseren en te verbeteren. De moeder is leerbaar, trekt aan de bel als zij hulp nodig heeft en heeft haar traumabehandeling bijna afgerond, waarvoor zij ook complimenten verdient. De kinderrechter overweegt evenwel dat deze positieve ontwikkelingen nog pril zijn, en dat deze verbeterde opvoedsituatie voor [de minderjarige] eerst duurzaam bestendigd moet worden, voordat de ondertoezichtstelling kan worden beëindigd. Er moet voorkomen worden dat [de minderjarige] opnieuw belast wordt door instabiliteit in zijn opvoedsituatie. De kinderrechter ziet hierin aanleiding de ondertoezichtstelling voor de duur van zes maanden te verlengen, met afwijzing van het overige deel. De kinderrechter neemt in haar overweging mee dat de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] zijn halfbroertje [halfbroer] reeds is beëindigd. De kinderrechter vindt het echter van belang dat er in het komende halfjaar nog een jeugdbeschermer betrokken blijft die erop kan toezien dat de hulpverlening voor de moeder en [de minderjarige] goed blijft verlopen en die kan onderzoeken hoe dit kan worden voortgezet in het vrijwillige kader. Ook moet de ontwikkeling van [de minderjarige] worden gemonitord en moet hulpverlening die hij eventueel nog nodig zal hebben ter verwerking van hetgeen hij heeft meegemaakt, worden ingezet. Hiernaast moet de omgang tussen de vader en [de minderjarige] verder worden gestabiliseerd en dient een ouderschapsplan te worden opgesteld. Verder dient er zicht te blijven op de relatie tussen de moeder en de grootmoeder en op de zoektocht van de moeder naar een nieuwe woning. De kinderrechter heeft de hoop en het vertrouwen dat na deze periode de door de gecertificeerde instelling gewenste eindsituatie voor het beëindigen van de ondertoezichtstelling is behaald.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.2
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] tot 6 maart 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders verzochte af.
|
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 september 2026 door mr. M.M.C. Limbeek, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. van Leeuwen als griffier, en op schrift gesteld op 22 september 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
-
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.