RECHTBANK DEN HAAG
Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer: C/09/710385 / JE RK 26-1395
Datum uitspraak: 31 augustus 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2012 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in Den Haag.
[de zus] ,
de zus van [de minderjarige] , tevens pleegouder,
hierna te noemen: de zus,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 3 augustus 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 31 augustus 2026. Daarbij waren aanwezig:
- [naam] , namens de gecertificeerde instelling.
De moeder en de zus zijn niet verschenen. De moeder en de zus hebben voorafgaand aan de zitting de rechtbank laten weten dat zij niet bij de zitting aanwezig zouden zijn. De zus heeft een brief met haar mening gegeven, deze is toegevoegd aan het dossier.
De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [de minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [de minderjarige] heeft verteld.
2 De feiten
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
[de minderjarige] verblijft bij zijn zus.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 3 september 2025 [de minderjarige] onder toezicht gesteld tot 3 september 2026.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 24 februari 2026 de machtiging verlengd [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg tot 3 september 2026.
3 Het verzoek
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4 De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.1 De kinderrechter overweegt daartoe als volgt.
Sinds het ongeval van de moeder verblijft [de minderjarige] bij zijn familie, op dit moment bij zijn zus. De zus geeft hem stabiliteit en een vertrouwde opvoedomgeving. [de minderjarige] heeft zijn eigen plek bij zijn zus en zijn vriendjes en school in de buurt. [de minderjarige] heeft ook prettig en vaak contact met zijn moeder. Maar er zijn ook nog steeds zorgen over de ontwikkeling van [de minderjarige] waardoor de jeugdbeschermer langer betrokken wil blijven. De zorgen zijn onder meer gelegen in de conflicten binnen de familie en de (opvoed)rol van de vader. Binnen de familie is nog steeds sprake van onderlinge spanningen. [de minderjarige] kan hier tussen komen te zitten. Ondanks de inzet van pleegzorg en de gemaakte afspraken blijft het soms lastig voor de tantes en de zus om duurzaam en constructief met elkaar samen te werken. De gecertificeerde instelling zal de komende periode hulpverlening inzetten om de onderlinge verhoudingen te verbeteren. Ook ziet [de minderjarige] zijn vader tegenwoordig regelmatig. Vanwege de zorgen van de gecertificeerde instelling over het justitiële verleden van de vader is een aanmelding gedaan bij het Landelijk Expertise Team Jeugdbescherming (LET). Zij zullen onderzoek doen naar de rol van de vader, de veiligheidsrisico’s en voorwaarden voor het contact met [de minderjarige] . Naar verwachting zal dit onderzoek zes maanden duren. Daarnaast zal het komend jaar gekeken worden wat nodig is om een overdracht naar het vrijwillig kader mogelijk te maken.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] voor de duur van een jaar.2
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.3
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
5 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] tot 3 september 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
|
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 31 augustus 2026 door mr. M.J.L. van der Waals, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. I.M. Kroon als griffier, en op schrift gesteld op 29 september 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
-
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.