Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 26-2790
Zaaknummer: C/09/701815
Datum beschikking: 30 juli 2026
Gezag, verdeling van de zorg- en opvoedingstaken c.q. omgang en dwangsom
Beschikking op het op 18 maart 2026 ingekomen verzoek van:
[de moeder],
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J.E. Sondorp te Gouda.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader],
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken waaronder:
- het verzoekschrift;
- het F9-formulier van 31 maart 2026 van de zijde van de moeder met bijlagen.
Op 2 juli 2026 is de zaak op zitting van deze rechtbank gecombineerd behandeld met de verlenging van de ondertoezichtstelling (zaak- en rekestnummer: C/09/694329 / JE RK 25-1909). Op dit verzoek wordt, eveneens bij beschikking van 30 juli 2026, afzonderlijk beslist.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
Op 2 juli 2026 is de zaak op zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
-
[naam 1] en [naam 2], namens Jeugdbescherming west Zuid-Holland (de gecertificeerde instelling);
-
de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
-
de vader.
Van de zijde van de moeder is een verklaring overgelegd die door de moeder is voorgedragen tijdens de zitting.
Feiten
- Partijen zijn gehuwd geweest van [datum 1] 2000 tot [datum 2] 2023.
- Zij zijn de ouders van de volgende nu nog minderjarige kinderen:
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2015 te [geboorteplaats 1],
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 1] 2015 te [geboorteplaats 1].
- Zij zijn daarnaast de ouders van de volgende meerderjarige kinderen:
- [meerderjarige 1], geboren op [geboortedatum 2] 2001 te [geboorteplaats 2],
- [meerderjarige 2], geboren op [geboortedatum 3] 2003 te [geboorteplaats 2],
- [meerderjarige 3], geboren op [geboortedatum 4] 2005 te [geboorteplaats 3].
- De minderjarigen hebben de hoofdverblijfplaats bij de moeder.
- Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de minderjarigen uit.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 27 februari 2023 is – voor zover hier aan de orde – bepaald dat de kinderen hun hoofdverblijfplaats bij de moeder hebben en is een zorgregeling vastgesteld tussen de vader en de kinderen inhoudende dat de kinderen iedere donderdag uit school tot 19.00 uur en één keer in de veertien dagen op zaterdag en op zondag, zonder overnachting, bij de vader zijn.
- De minderjarigen staan sinds 4 januari 2024 onder toezicht van de gecertificeerde instelling. Bij beschikking van deze rechtbank van heden is de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd tot 4 januari 2027.
Verzoek en verweer
De moeder verzoekt:
-
de zorgregeling tussen de vader, [minderjarige 2] en [minderjarige 1] te beëindigen;
-
aan de vader een dwangsom op te leggen van € 500,00 per keer dat de vader in contact probeert te komen met de kinderen, met een maximum van € 20.000,00;
-
het gezamenlijk gezag van partijen over de minderjarigen [minderjarige 2] en [minderjarige 1], te beëindigen en te bepalen dat het gezag over de minderjarige kinderen alleen aan de moeder toekomt;
een en ander zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
De vader voert mondeling verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Beoordeling
Uit de stukken en hetgeen besproken is op de zitting blijkt dat sprake is geweest van een spanningsvolle relatie tussen de ouders, waarbij een ingewikkelde dynamiek is ontstaan. Beide partijen hebben over de situatie een andere beleving. De moeder heeft -onbetwist- gesteld dat er geen contact mogelijk is tussen de ouders en dat zij door de vader wordt genegeerd. Er lijkt in ieder geval geen constructieve communicatie te zijn tussen de ouders. [minderjarige 2] en [minderjarige 1] geven bij de moeder, de hulpverleners en ook tijdens het kindgesprek aan bang te zijn voor de vader. Zij wensen op dit moment geen contact. Tegen die achtergrond oordeelt de rechtbank over het gezag en de zorgregeling.
Gezag
Wettelijk kader
Het wettelijk uitgangspunt is dat de ouders gezamenlijk het gezag over hun kinderen uitoefenen. Volgens artikel 1:253n lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of één van hen het gezamenlijk gezag dat is ontstaan tijdens hun huwelijk beëindigen, als nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Op grond van lid 2 van dit artikel zijn de gronden van artikel 1:251a lid 1 BW van overeenkomstige toepassing. Het gezamenlijk gezag kan daarom worden beëindigd, indien: (a) er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of (b) wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
Ontvankelijkheid
Gebleken is dat er sinds juli 2025 geen contact meer is tussen de vader en de kinderen, waardoor de rechtbank concludeert dat er sprake is van een wijziging van omstandigheden. De moeder is daarom ontvankelijk in haar verzoek.
Inhoudelijke beoordeling
De moeder verzoekt haar alleen met het ouderlijk gezag over [minderjarige 2] en [minderjarige 1] te belasten. Zij acht dit noodzakelijk, omdat er volgens haar een onaanvaardbaar risico bestaat dat de kinderen klem en verloren raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare termijn voldoende verbetering zal komen. Volgens de moeder ontbreekt de minimale basis die nodig is om het gezag samen uit te oefenen. Er is geen overleg mogelijk en zij wordt al jaren genegeerd door vader. Met name wat betreft de hulpverlening voor de kinderen zorgt dit voor de problemen. Dit is erg belastend voor [minderjarige 2] en [minderjarige 1]. Zij hebben rust en stabiliteit nodig. De moeder spreekt de hoop uit dat de verandering in het gezag mogelijk een verandering in de dynamiek kan bewerkstelligen.
De vader heeft op de zitting aangegeven dat het hem een periode niet langer lukte om contact te onderhouden met de gecertificeerde instelling. Dit was te belastend. Zijn vriendin heeft per e-mail het contact onderhouden met de gecertificeerde instelling. De vader heeft aangegeven het belangrijk te vinden dat de gecertificeerde instelling betrokken blijft bij de ouders, omdat zij er als ouders samen gewoon niet uitkomen.
Op dit moment is het contact tussen de ouders niet bestaand. Gebleken is dat het tot stand komen van gezagsbeslissingen heel moeizaam gaat. Dat ziet met name op de beslissingen ten aanzien van de hulpverlening voor [minderjarige 2] en [minderjarige 1]. De moeder heeft -onbetwist- gesteld dat er een patroon is ontstaan, waarbij vader zijn toestemming geeft maar zich vervolgens volledig terugtrekt. Dit zorgt ervoor dat er even hoop is bij de moeder, de hulpverlening en ook bij de kinderen dat er wat ingezet kan worden. Door de terugtrekking van de vader kan dat vervolgens niet. Dat is niet in het belang van de kinderen. Het is duidelijk dat [minderjarige 2] en [minderjarige 1] hulpverlening behoeven, gelet op de huidige situatie. Bovendien is er een grote gezagsbeslissing aanstaande als zij naar de middelbare school gaan. [minderjarige 2] en [minderjarige 1] ervaren veel onrust. Gelet op die omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat de kinderen klem en verloren zullen raken en dat niet te verwachten is dat binnen afzienbare tijd verandering in de situatie zal komen. De door de moeder verzochte wijziging in het gezag is daarom aangewezen en de rechtbank zal het verzoek toewijzen.
Nu de moeder alleen met het gezag belast wordt, zal de rechtbank hierna spreken van een omgangsregeling.
Omgangsregeling
Wettelijk kader
Op grond van het eerste lid van artikel 1:377a BW heeft het kind recht op omgang met zijn ouders en met degene die in een nauwe persoonlijke betrekking tot hem staat. De niet met het gezag belaste ouder heeft het recht op en de verplichting tot omgang met zijn kind. Op grond van het tweede lid van dit artikel stelt de rechter op verzoek van de ouders of van een van hen of degene die in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind, al dan niet voor bepaalde tijd, een regeling inzake de uitoefening van het omgangsrecht vast dan wel ontzegt, al dan niet voor bepaalde tijd, het recht op omgang. Op grond van het derde lid van dit artikel ontzegt de rechter het recht op omgang slechts, indien:
-
omgang ernstig nadeel zou opleveren voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind, of
-
de ouder of degene die in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind kennelijk ongeschikt of kennelijk niet in staat moet worden geacht tot omgang, of
-
het kind dat twaalf jaren of ouder is, bij zijn verhoor van ernstige bezwaren tegen omgang met zijn ouder of met degene met wie hij in een nauwe persoonlijke betrekking staat heeft doen blijken, of
-
omgang anderszins in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind.
De moeder voert -samengevat- ter onderbouwing van haar verzoek het volgende aan. De bestaande zorgregeling acht de moeder niet meer in het belang van [minderjarige 2] en [minderjarige 1]. Op grond van artikel 1:377a BW dient de omgang ontzegd te worden. Tot juli 2025 is door de gecertificeerde instelling alles in het werk gesteld om de bezoekregeling voortgang te laten vinden. De regeling is stopgezet, omdat de kinderen zorgelijke signalen over het contact met de vader afgeven en de gecertificeerde instelling eerst het gesprek met vader aan wilde gaan. De kinderen geven aan niet naar hun vader te willen en bang voor hem te zijn.
De vader voert mondeling verweer. Hij heeft tijdens de zitting naar voren gebracht de kinderen erg te missen en graag weer contact met ze te willen. Hij heeft altijd heel leuk contact met de kinderen gehad en snapt niet waarom ze bang voor hem zouden zijn. De vader heeft de indruk dat ze bang zijn gemaakt door de moeder. Hij hoopt dat de therapie waarvoor de kinderen op de wachtlijst staan kan helpen en dat zij weer vertrouwen in hem krijgen.
Inhoudelijke beoordeling
De rechtbank overweegt als volgt. De vader begrijpt niet goed waarom er geen contact is en waarom [minderjarige 2] en [minderjarige 1] aangeven bang voor hem te zijn. Hij wil graag weer contact met ze. Gelet op de huidige situatie en dat wat [minderjarige 2] en [minderjarige 1] daarover hebben aangegeven bij de rechtbank acht de rechtbank op dit moment contact(herstel) niet in hun belang. Daarom zal de rechtbank bepalen dat de vastgestelde regeling tussen de vader en de kinderen niet meer geldt. Tevens zal de rechtbank ook geen nieuwe omgangsregeling vaststellen. De rechtbank spreekt de hoop uit dat dit de kinderen rust geeft, zodat zij toekomen aan hun (trauma)behandeling. Vanuit die rust zal er dan wellicht op enig moment ruimte ontstaan voor [minderjarige 2] en [minderjarige 1] om weer contact aan te gaan met de vader. De rechtbank vertrouwt erop dat de moeder de kinderen hiertoe zal stimuleren indien zij daar ruimte voor ziet.
Dwangsom / niet opleggen dwangsom
De moeder verzoekt de rechtbank een dwangsom aan de vader op te leggen inhoudende dat de vader aan de moeder een dwangsom van € 500,- dient te betalen voor iedere keer dat de vader in contact probeert te komen met de kinderen, met een maximum van € 20.000, -.
Het verzoek van de moeder wordt door de rechtbank afgewezen. Met een dergelijke maatregel dient terughoudend te worden omgegaan. Op de zitting is uitgebreid besproken met de vader dat [minderjarige 2] en [minderjarige 1] op dit moment geen contact met hem willen en contact met hem als bedreigend ervaren. Begin dit jaar is de vader verschenen bij de korfbal. Het was hem op dat moment niet duidelijk dat hij daar niet heen kon komen, zodat dit heel ongelukkig is uitgepakt. De rechtbank gaat ervan uit dat nu er geen regeling meer zal gelden, het voor de vader duidelijk is dat er geen contact moet zijn en dat hij zich hieraan zal houden. De rechtbank gaat ervan uit dat de jeugdbeschermer dit in het kader van de uitvoering van de ondertoezichtstelling ook nogmaals duidelijk zal maken aan de vader. Er bestaat daarom op dit moment onvoldoende aanleiding tot het opleggen van een dwangsom.
Brief aan [minderjarige 2] en [minderjarige 1]
De rechtbank heeft [minderjarige 2] en [minderjarige 1] een brief geschreven om hen te laten weten wat er is gebeurd na het gesprek dat zij hadden. Volledigheidshalve staat de inhoud van die brief hieronder, zodat beide ouders daarvan op de hoogte zijn.
Beste [minderjarige 2] en [minderjarige 1],
Wij spraken elkaar op 1 juli 2026. Jullie lieten mij weten op dit moment geen contact te willen met jullie vader. Jullie hebben mij uitgelegd waarom en hebben mij aangegeven dat er al een tijdje geen contact meer is.
Ik heb naar aanleiding van ons gesprek met jullie ouders gesproken. Na dat gesprek heb ik een beslissing genomen en daarom schrijf ik deze brief.
Ik heb besloten dat er geen regeling voor contact tussen jullie en je vader meer zal gelden. Eigenlijk vind ik dat het in het belang van kinderen is dat ze goed contact hebben met hun beide ouders. Maar soms gaat dat om allerlei redenen niet. En in jullie geval heb ik dus besloten dat het in jullie belang is als voor iedereen duidelijk is dat er op dit moment geen regeling is.
Het is me duidelijk geworden dat deze beslissing heel moeilijk zal zijn voor jullie vader. Hij wil heel graag contact met jullie en wil graag weer een rol spelen in jullie leven. Ik denk daarom dat jullie ook in de toekomst altijd welkom zijn bij hem. Ik hoop dat deze beslissing jullie rust zal geven en dat jullie daardoor in de toekomst misschien wel weer de ruimte zullen voelen om – in je eigen tempo – weer contact te hebben met je vader.
Ik wil jullie als laatste nog laten weten dat ik de inhoud van deze brief in de beslissing voor jullie ouders heb opgenomen, zodat zij allebei weten wat ik jullie heb geschreven.
Nogmaals bedankt voor ons prettige gesprek. Veel succes in de toekomst!
Met vriendelijke groet,
de rechter
Beslissing
De rechtbank bepaalt dat:
*
voortaan alleen aan de moeder, [de moeder], het gezag zal toekomen over de minderjarige kinderen:
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2015 te [geboorteplaats 1],
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 1] 2015 te [geboorteplaats 1];
*
– met wijziging in zoverre van de beschikking van 27 februari 2023 van deze rechtbank – de zorgregeling die tussen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en de vader is vastgesteld niet meer geldt en dat geen omgangsregeling wordt vastgesteld;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
|
Deze beschikking is gegeven door mr. C.L. Strop, kinderrechter, bijgestaan door mr. S.J. te Boekhorst als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 juli 2026. |