RECHTBANK DEN HAAG
Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer: C/09/706664 / JE RK 26-1000
Datum uitspraak: 3 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2019 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats],
[de vader] ,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats].
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 8 juni 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 3 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- de moeder bijgestaan door een tolk Roemeens;
- [naam] namens de gecertificeerde instelling;
- de pleegvader.
2 De feiten
[minderjarige] is erkend door de vader.
De ouders zijn met elkaar gehuwd.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].
[minderjarige] verblijft in een pleeggezin.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 8 juli 2025 [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 8 juli 2026.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 18 november 2025 de machtiging verlengd [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg tot 8 juli 2026.
3 De verzoeken
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de gecertificeerde instelling de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De gecertificeerde instelling verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. Hoewel er recent verbetering zichtbaar is in de samenwerking met de jeugdbeschermer en de omgangscontacten, is er nog steeds geen sprake van een duurzame en stabiele opvoedsituatie. De balans tussen de opvoedcapaciteiten van de ouders en de ontwikkelingsbehoeften van [minderjarige] is nog onvoldoende hersteld. Er is nog onvoldoende zicht op de voortgang van de behandeling en het herstel van de psychiatrische en verslavingsproblematiek van de ouders. Indien nu wordt overgegaan tot een thuisplaatsing zijn er zorgen over de veiligheid van [minderjarige] op de lange termijn. De huidige hulpverlening, waaronder het traject van [zorginstantie], is noodzakelijk om te onderzoeken of en zo ja, onder welke voorwaarden een terugplaatsing mogelijk is. Ter zitting heeft de gecertificeerde instelling naar voren gebracht dat [minderjarige] binnenkort kan starten bij [zorginstantie]. [minderjarige] heeft baat bij de stabiliteit, voorspelbaarheid en veiligheid die het pleeggezin hem kan beiden. Gelet het voorgaande is een verlenging van de ondertoezichtstelling en een verlenging van de machtiging uithuisplaatsing noodzakelijk om de veiligheid, ontwikkeling en het herstelproces van [minderjarige] te waarborgen.
4 De standpunten
Door de vader is het volgende naar voren gebracht. De gecertificeerde instelling heeft een jaar niets gedaan. Wat er in de rapporten staat over [minderjarige] en de ouders klopt volgens de vader niet. De vader erkent het incident van afgelopen jaar met de vorige jeugdbeschermer. Als de ouders [minderjarige] in het huidige pleeggezin komen bezoeken dan ziet de vader dat [minderjarige] wallen heeft van het huilen. De vader begrijpt dat [minderjarige] tijdelijk uit huis geplaatst moest worden maar de vader staat verder niet achter de verzoeken.
Door de moeder is het volgende naar voren gebracht. De ouders hebben hun best gedaan, alles volgens plan gedaan en een jaar gewacht. Vervolgens komt er een nieuwe jeugdbeschermer waardoor een nieuw onderzoek wordt opgestart. De moeder staat niet achter de verzoeken.
Door de pleegvader is het volgende naar voren gebracht. Het gaat goed met [minderjarige] en hij stelt zich redelijk open op. [minderjarige] gaat naar school en hij leert goed. Hier en daar zien de pleegouders wat problemen veroorzaakt door de stress.
5 De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.1 De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
Ondanks dat het met [minderjarige] in het pleeggezin goed gaat, wordt zijn ontwikkeling nog steeds ernstig bedreigd. Er is nog onvoldoende duidelijkheid over hoe de behandeling en het herstel van de psychiatrische en verslavingsproblemen bij de ouders verloopt. De ouders kunnen nog onvoldoende aansluiten bij de ontwikkelingsbehoeften van [minderjarige]. Het is noodzakelijk en in het belang van [minderjarige] dat hij passende therapie krijgt. Daarnaast is het noodzakelijk dat er gedegen onderzoek wordt verricht waaruit moet blijken onder welke voorwaarden een thuisplaatsing mogelijk is. De kinderrechter begrijpt dat de ouders graag zien dat [minderjarige] zo snel mogelijk naar huis komt, maar het is nog de vraag wat het beste voor [minderjarige] is. Dat moet uit het onderzoek blijken. Het pleeggezin kan [minderjarige] voor nu de stabiliteit, voorspelbaarheid en veiligheid bieden die hij nodig heeft. De kinderrechter benadrukt het belang van een goede samenwerking tussen de ouders, de huidige jeugdbeschermer en de pleegouders, in het belang van [minderjarige]. Gelet op het voorgaande is de ondertoezichtstelling nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van een jaar. De kinderrechter acht deze termijn passend en geboden gelet de zorgen en de nog in te zetten hulpverlening.
Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding.2 Het is nog te vroeg om te spreken van een thuisplaatsing. Er zal eerst onderzocht moeten worden onder welke voorwaarden [minderjarige] veilig terug naar huis kan. Tot die tijd is het in [minderjarige] zijn belang dat hij bij de pleegouders kan blijven wonen voor rust en stabiliteit.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.3
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 7 juli 2027;
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg tot 7 juli 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
|
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2026 door mr. R.G. de Lange-Tegelaar, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. B. van der Laken als griffier, en op schrift gesteld op 16 juli 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
-
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.