RECHTBANK DEN HAAG
Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer: C/09/706574 / JE RK 26-993
Datum uitspraak: 3 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2016 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats 1],
[de vader] ,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats 2].
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt het op 5 juni 2026 ontvangen verzoekschrift met bijlagen mee in de beoordeling:
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 3 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:
- [naam] namens de gecertificeerde instelling;
-
de moeder;
-
de vader.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft zich afgemeld voor het kindgesprek.
2 De feiten
[minderjarige] is erkend door de vader.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].
[minderjarige] heeft zijn hoofdverblijfplaats bij de vader. Hij woont afwisselend bij beide ouders.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 6 januari 2026 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 14 juli 2026.
3 Het verzoek
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. Er is nog steeds sprake van emotionele onveiligheid voor [minderjarige] als gevolg van de verstoorde relatie en interactie tussen de ouders. De ouders zitten nog altijd vast in een patroon van strijd en conflicten, waardoor zij niet in staat zijn gezamenlijk beslissingen te nemen die in het belang van [minderjarige] zijn. [minderjarige] wordt nog steeds belast wanneer afstemming tussen ouders nodig is, bijvoorbeeld over huiswerk, hulpverlening of de verdeling van feestdagen die niet juridisch zijn bepaald en schriftelijk zijn vastgelegd. De ouders houden zich alleen aan afspraken wanneer deze juridisch zijn vastgelegd. Zodra ruimte ontstaat voor eigen invulling, ontstaat opnieuw onduidelijkheid en strijd. Dat leidt tot onvoorspelbaarheid en spanning voor [minderjarige].
[minderjarige] zit volledig klem tussen de ouders. Hij ervaart druk vanuit zijn loyaliteit en lijkt beide ouders tevreden te willen houden. De gecertificeerde instelling vindt het noodzakelijk dat er hulpverlening wordt ingezet voor de ouders. De ouders zijn inmiddels aangemeld voor Parallel Solo Ouderschap (PSO) van [zorginstantie]. Daarvoor is helaas wel een wachtlijst van acht tot negen maanden. Voor [minderjarige] is hulp nodig gericht op het leren uiten van zijn emoties en het leren verwerken van de gebeurtenissen uit het verleden. Daarbij heeft [minderjarige] aangegeven één-op-één behandeling te willen. De gecertificeerde instelling is daarover in gesprek met [zorginstantie].
4 De standpunten
De moeder heeft ingestemd met het verzoek. De moeder is blij met de betrokken jeugdbeschermer, met wie [minderjarige] een goede band heeft. De moeder erkent dat er hulp nodig is voor [minderjarige] en de ouders. Het is belangrijk dat [minderjarige] niet meer belast wordt met volwassenzaken.
De vader heeft ingestemd met het verzoek. De vader ziet dat [minderjarige] in de knel zit en dat hij daar hulp bij nodig heeft. De vader weet niet meer wat hij zelf kan doen om de situatie te veranderen. De vader zou graag afspraken met de moeder willen maken en willen communiceren over [minderjarige], maar zij weigert met hem in gesprek te gaan.
5 De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.1
Daartoe overweegt de kinderrechter dat de ernstige ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige] nog onverminderd aanwezig is. Er is sprake van een langdurig conflict tussen de ouders, wat een grote impact heeft op [minderjarige]. Hij heeft moeite met het omgaan met zijn emoties en ervaart ook veel spanning en stress door de situatie. [minderjarige] zit volledig klem tussen de ouders en hij wordt hierdoor belemmerd in zijn ontwikkeling. Aangezien [minderjarige] afwisselend bij beide ouders verblijft, is het nodig dat de ouders kunnen samenwerken en op een constructieve wijze met elkaar kunnen communiceren waarbij ze elkaar niet diskwalificeren als opvoeder richting [minderjarige]. Tot op heden lukt dat de ouders echter niet. Hulpverlening om daar verandering in te brengen is nog altijd niet opgestart. Het is positief dat de ouders zijn aangemeld voor PSO vanuit [zorginstantie], maar de wachttijden zijn wel erg lang. De kinderrechter verwacht dat de gecertificeerde instelling voor de tussenliggende periode duidelijke (veiligheids)afspraken maakt met de ouders, waarbij het belang van [minderjarige] te allen tijde leidend is. Ook moet er met voortvarendheid hulpverlening voor [minderjarige] zelf ingezet worden, nu hij duidelijk gebukt gaat onder de situatie. Aangezien de zorgen nog altijd niet zijn weggenomen en het opstarten van hulpverlening nog de nodige tijd vergt, is de kinderrechter van oordeel dat de verzochte duur van één jaar passend en geboden is. De kinderrechter zal het verzoek dan ook toewijzen als verzocht.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.2
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 14 juli 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
|
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2026 door mr. J.M.J. Keltjens, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. J.M. Dreef als griffier, en op schrift gesteld op 17 juli 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
-
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.