ECLI:NL:RBDHA:2026:21461

Datum uitspraak
01-07-2026
Instantie
Rechtbank Den Haag
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Zaaknummer
C/09/705093 / JE RK 26-822
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Jeugd- en Zorgrecht

Zaaknummer: C/09/705093 / JE RK 26-822

Datum uitspraak: 1 juli 2026

Beschikking van de kinderrechter over

I. een verlenging ondertoezichtstelling

II. zelfstandig verzoek van de moeder

in de zaak van

Stichting Jeugdbescherming West Haaglanden,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,

over

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2014 in [geboorteplaats],

hierna te noemen: [minderjarige].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [woonplaats],

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende in [woonplaats].

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

  • het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 11 mei 2026;

  • het bericht van de vader, ontvangen op 28 mei 2026;

  • het verweerschrift van de moeder, tevens houdende een zelfstandig verzoek, met bijlagen, ontvangen op 29 juni 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 1 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de vader;

- de moeder;

- [naam], namens de gecertificeerde instelling.

1.3.

De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2 De feiten

2.1.

[minderjarige] is erkend door de vader.

2.2.

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].

2.3.

[minderjarige] woont bij zijn moeder.

2.4.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 7 juli 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 8 juli 2026.

3 Het verzoek

3.1.

De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

3.2.

De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. [minderjarige] is vermoeid op school en hij komt niet tot leren. Hij Op dit moment gaat [minderjarige] daarom niet meer volledig naar school. [minderjarige] maakt een sombere en eenzame indruk en hij heeft weinig tot geen vrienden. De vader en de moeder raken constant verwikkeld in visieverschillen en [minderjarige] vangt de spanningen tussen hen (nog steeds) op. [minderjarige] is wisselend in waar hij het liefste wil verblijven. [minderjarige] geeft aan dat hij in de ideale wereld zichzelf mag zijn bij beide ouders, zonder rekening te hoeven houden met hun gevoelens. Parellel solo ouderschap is betrokken bij de vader en de moeder. Zij hebben nu allebei hun versie van het ouderschapsplan afgerond. Sinds kort wordt er ook hulpverlening vanuit Youz ingezet voor [minderjarige] om hem te leren hoe hij beter kan omgaan met zijn gevoelens en gedachtes. De resultaten daarvan moeten nog worden afgewacht. Een verlenging van de ondertoezichtstelling is nodig om de hulpverlening vanuit Youz door te zetten en de ouders te ondersteunen met het opstellen van een (gezamenlijk) ouderschapsplan.

4 De standpunten

4.1.

De moeder voert verweer tegen het verzoek en verzoekt om afwijzing. Zij is het niet eens met de uitvoering van de ondertoezichtstelling. Er is in de afgelopen periode veel hulpverlening ingezet, maar de situatie blijft onveranderd. De focus van de hulpverlening ligt voornamelijk op de communicatie tussen de vader en de moeder, terwijl [minderjarige] niet de hulp krijgt die hij nodig heeft. Daarnaast is er op dit moment geen vaste jeugdbeschermer. De moeder denk niet dat er vanuit de monitoringslijst afdoende hulp kan worden geboden door de gecertificeerde instelling. Zij is van mening dat de verstandhouding tussen haar en de vader door een verlenging van de ondertoezichtstelling niet zal verbeteren en zij vindt dat de situatie op dit moment stabiel genoeg is. De moeder vindt diagnostiek voor [minderjarige] belangrijk, zodat hij naar een passende school kan.

De moeder doet een zelfstandig verzoek om de zorgregeling zoals deze is opgesteld in haar concept ouderschapsplan te bekrachtigen. Deze ziet er als volgt uit:

  • van donderdag 16.15 uur tot zondag 17.00 uur verblijft [minderjarige] bij de moeder;

  • van zondag 17.00 uur tot woensdag 12.00 uur verblijft [minderjarige] bij de vader, als ook ieder laatste weekend van de maand van vrijdag 17.00 uur tot woensdag 17.00 uur;

  • van woensdag 12.00 uur tot donderdag 12.00 uur verblijft [minderjarige] bij de grootouders (vaderszijde).

Volgens de moeder wordt de zorgregeling reeds op deze manier gevolgd. Uit de adviezen van de hulpverleners volgt dat [minderjarige] behoefte heeft aan rust en stabiliteit. De moeder wil daarom voorkomen dat de zorgregeling in het nadeel van [minderjarige] wordt gewijzigd.

4.2.

De vader stemt in met het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling. Hij heeft behoefte aan een stabiele en externe partij die oog houdt voor de belangen van [minderjarige]. Daarbij maakt de vader de kanttekening dat er in de afgelopen periode nog onvoldoende sprake is geweest van duurzame begeleiding of een vaste lijn vanuit de gecertificeerde instelling waarop kan worden voortgebouwd. Volgens de vader vraagt de onderliggende complexe dynamiek juist om langdurige stabiliteit, duidelijkheid en vertrouwen. Hij hoopt dat de voortzetting van de ondertoezichtstelling kan bijdragen aan rust, duidelijkheid en een duurzame verbetering voor [minderjarige] en het gezinssysteem.

De vader is het niet eens met het vaststellen van de zorgregeling zoals deze door de moeder wordt verzocht. De vader geeft aan open te staan voor een week-op-week-af regeling, omdat dit in lijn is met de wens van [minderjarige] en hem, en ook de vader en de moeder meer rust en duidelijkheid kan bieden.

5 De beoordeling

5.1.

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.1 De kinderrechter overweegt daartoe als volgt.

5.2.

Er zijn nog steeds ernstige zorgen over de ontwikkeling van [minderjarige]. [minderjarige] groeit op in een opvoedsituatie waarbij sprake is van complexe relatieproblematiek tussen de vader en de moeder. Zij zijn nog niet toegekomen aan het opstellen van een gezamenlijk ouderschapsplan. [minderjarige] maakt een ongelukkige indruk en het is ernstig zorgelijk dat hij nauwelijks naar school gaat. Daar moet snel verandering in komen. De kinderrechter vindt het positief dat [minderjarige] is gestart met hulpverlening vanuit Youz en dat er binnenkort diagnostisch onderzoek zal plaatsvinden. Wanneer er meer zicht is op de onderliggende problematiek van [minderjarige] kan er passende hulpverlening voor hem worden ingezet. Het is belangrijk dat er vanuit de gecertificeerde instelling stevig regie wordt gevoerd. De doelen van de ondertoezichtstelling zijn nog niet behaald. Daarom verlengt de kinderrechter de ondertoezichtstelling voor de verzochte duur van zes maanden.

5.3.

De kinderrechter zal in deze procedure geen zorgregeling vaststellen, maar de kinderrechter wijst de vader en de moeder er op dat bij het bepalen van een zorgregeling het belang van [minderjarige] voorop moet staan. [minderjarige] heeft behoefte aan rust en stabiliteit. Hij heeft in het gesprek met de kinderrechter zelf duidelijk aangegeven dat hij een week-op-week-af regeling wil, waarbij hij zeven dagen bij de moeder is en zeven dagen bij de vader. De kinderrechter is – anders dan de moeder – van oordeel dat een dergelijke regeling in het belang van [minderjarige] is en voor de nodige rust en stabiliteit zou kunnen zorgen. [minderjarige] ervaart de huidige regeling als zeer onrustig en onvoorspelbaar. Ter zitting is duidelijk geworden dat de moeder op dit moment niet achter een week-op-week-af regeling staat, waarbij een rol speelt dat een dergelijke regeling voor haar zelf in verband met haar werk nu niet haalbaar is. De kinderrechter heeft de moeder ter zitting dringend verzocht de wens van [minderjarige] serieus te nemen en met haar werkgever te overleggen. Aan de gecertificeerde instelling heeft de kinderrechter aangegeven dat hierover het gesprek gevoerd moet worden met de vader en de moeder teneinde in het kader van de ondertoezichtstelling tot een zorgregeling te komen die in het belang van [minderjarige] is. De kinderrechter neemt daarbij in aanmerking dat een duidelijke regeling die de door [minderjarige] gewenste rust geeft, naar verwachting behulpzaam zal zijn bij het hervatten van de reguliere schoolgang. [minderjarige] heeft dit zelf ook zo aangegeven.

5.4.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 8 januari 2027;

6.2.

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

6.3.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2026 door mr. R.G. de Lange-Tegelaar, kinderrechter, in aanwezigheid van T.A.A. Hilhorst als griffier, en op schrift gesteld op 14 juli 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »