RECHTBANK Den Haag
Team handel - voorzieningenrechter
Zaak-/rolnummer: C/09/707407 / KG ZA 26-682
Vonnis in kort geding van 27 juli 2026
in de zaak van
[eiseres] te [woonplaats] ,
eiseres,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat: mr. A. Hashem Jawaheri,
tegen
[gedaagde] te [woonplaats] ,
gedaagde,
hierna te noemen: de man,
niet verschenen.
1 De procedure
De vrouw heeft op 29 juni 2026 een dagvaarding doen uitbrengen en heeft tijdens de mondelinge behandeling van 20 juli 2026 bij de daarin opgenomen eis volhard.
De man, die momenteel kennelijk in Iran verblijft, is behoorlijk opgeroepen voor die mondelinge behandeling, maar is daar niet verschenen. De advocaat van de man via wie het contact met de (advocaat van de) vrouw loopt was op de hoogte gesteld van dit kort geding. Tegen de man is verstek verleend.
2 De beoordeling van het geschil
De vordering komt de voorzieningenrechter noch onrechtmatig, noch ongegrond voor en wordt daarom op de wijze zoals hierna vermeld toegewezen.
Oplegging van dwangsommen als stimulans tot nakoming van de te geven beslissing, is aangewezen. De op te leggen dwangsommen zullen worden gemaximeerd.
In de omstandigheid dat partijen op dit moment nog gehuwd zijn, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om te bepalen dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
3 De beslissing
De voorzieningenrechter:
veroordeelt de man om binnen vier weken na betekening van dit vonnis, met gelijktijdige verzending van het vonnis aan mr. Koopman, een opdracht voor de verkoop van de woning aan de [adres] (de woning) te verstrekken aan Oude Delft Makelaardij (Oude Delft 219, 2611 HD te Delft), waarna de woning te koop wordt aangeboden voor een bedrag van tenminste € 350.000 en een laatprijs van tenminste € 320.000, dan wel bedragen hoger of lager zoals door de makelaar schriftelijk wordt geadviseerd;
bepaalt dat indien de man niet voldoet aan de veroordeling onder 3.1 binnen de gestelde termijn, dit vonnis in de plaats treedt van zijn benodigde instemmende wilsverklaring dan wel toestemming van de man voor het geven van de verkoopopdracht aan de makelaar en de verkoop van de woning;
machtigt de vrouw, dan wel de makelaar, zich toegang tot de woning te verschaffen, om zo de woning te kunnen betreden voor het maken van foto’s, de woning open te stellen voor bezichtigingen en andere handelingen te verrichten ten behoeve van de verkoop van de woning, op straffe van een dwangsom van € 500 voor iedere dag waarop de man deze toegang onmogelijk maakt, tot een maximum van € 20.000;
veroordeelt de man tot het meewerken aan de verkoop en levering van de woning aan de meestbiedende en bepaalt dat dit vonnis in de plaats treedt voor de voor verkoop en de levering van de woning benodigde wilverklaringen van de man, als bedoeld in artikel 3:300 BW;
veroordeelt de man de woning uiterlijk één week voor levering aan derden leeg en ontruimd en in goede staat ter beschikking te stellen en de woning te verlaten en niet meer te betreden, op straffe van een dwangsom van € 500 voor iedere dag dat de man in gebreke blijft hier aan te voldoen, tot een maximum van € 20.000;
bepaalt dat de man draagplichtig zal zijn voor van de helft van de kosten van de makelaar, de notaris en de overige kosten ter zake van de verkoop en levering van de woning;
bepaalt dat de netto-verkoopopbrengst van de woning (de opbrengst van de woning minus de resterende hypotheekschuld ten tijde van de levering en de kosten van de makelaar en notaris) gelijk tussen partijen wordt verdeeld, nadat de man € 76.116 aan de vrouw heeft voldaan uit de netto-verkoopopbrengst;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
wijst het meer of anders gevorderde af.
|
Dit vonnis is gewezen door mr. D.R. Glass en in het openbaar uitgesproken op 27 juli 2026. |
3425