RECHTBANK DEN HAAG
Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer: C/09/703595 / JE RK 26-651
Datum uitspraak: 16 juni 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden, gevestigd te Den Haag,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
- [de minderjarige 1]geboren op [geboortedatum 1] 2011 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [de minderjarige 1] ,
- [de minderjarige 2]geboren op [geboortedatum 2] 2010 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [de minderjarige 2] ,
hierna ook gezamenlijk te noemen: de kinderen.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
en
[de vader] ,
hierna te noemen: de vader,
hierna gezamenlijk te noemen: de ouders,
BRP-geregistreerd briefadres te [plaats] ,
feitelijk samenwonende in Den Haag.
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 17 april 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:
- [naam] namens de gecertificeerde instelling.
De ouders zijn niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat zij juist zijn opgeroepen.
De kinderrechter heeft [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. Zij hebben geen mening gegeven.
2 De feiten
[de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] zijn erkend door de vader.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] .
[de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] wonen met hun ouders in een tijdelijke crisisopvang.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 19 juni 2025 [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] onder toezicht gesteld tot 19 juni 2026.
3 Het verzoek
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] te verlengen voor de duur van negen maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt ter zitting nader toegelicht. De komende periode moet er onderzocht worden wat de mogelijkheden zijn rondom de dagbesteding van de kinderen. Ook moet er worden gekeken hoe er een zo goed mogelijk borgingsplan gemaakt kan worden zodat het met de inzet van vrijwillige hulpverlening in de toekomst goed blijft gaan. Daarnaast is het noodzakelijk dat de ouders de komende periode in hun kracht worden gezet en dat de gecertificeerde instelling meer op de achtergrond monitort.
4 De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.1 De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
De ontwikkeling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] wordt nog steeds ernstig bedreigd. De kinderen wonen samen met hun ouders tijdelijk in een kamer in een hotel voor noodopvang. Daar is weinig ruimte voor alle gezinsleden, waardoor er makkelijker spanningen kunnen ontstaan. De ouders willen geen overlast veroorzaken en zijn daardoor terughoudend in het aansturen en het aangaan van discussies met de kinderen. [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] blijven tot laat op en komen met regelmaat te laat of niet aan op school of dagbesteding doordat zij zich verslapen. De vader en de moeder zijn momenteel nog onvoldoende in staat om met vrijwillige hulpverlening de ernstige ontwikkelingsbedreiging van de kinderen weg te nemen. Een verlenging van de ondertoezichtstelling is noodzakelijk om ervoor te zorgen dat er op een zorgvuldige wijze een overdracht aan het vrijwillig kader kan worden voorbereid. Hierbij is het belangrijk dat de jeugdbeschermer zicht houdt en ondersteunt op meerdere leefgebieden als de schoolgang van de kinderen, de woonsituatie en de schuldenproblematiek. Daarnaast is het van belang dat de jeugdbeschermer de ouders helpt om meer zelfredzaam te worden, zodat zij zelfstandig in het belang van de kinderen kunnen handelen.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] voor de duur van negen maanden.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.2
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
5 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] tot 19 maart 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
|
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 juni 2026 door mr. J.M.J. Keltjens, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M.I. Klijn als griffier, en op schrift gesteld op 25 juni 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
-
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.