ECLI:NL:RBDHA:2026:19008

Datum uitspraak
09-06-2026
Instantie
Rechtbank Den Haag
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Zaaknummer
C/09/704272 / JE RK 26-732
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

verlenging ondertoezichtstelling 1:260 BW

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Jeugd- en Zorgrecht

Zaaknummer: C/09/704272 / JE RK 26-732

Datum uitspraak: 9 juni 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland, gevestigd te Gouda,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,

over

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats],

hierna te noemen: [minderjarige].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [woonplaats 1],

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende in [woonplaats 2].

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

  • het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 29 april 2026;

  • de brief van de vader van 7 juni 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 9 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder;

- [naam] namens de gecertificeerde instelling.

De vader heeft zich bij brief van 7 juni 2026 afgemeld voor de zitting.

1.3.

De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft geen mening gegeven.

2 De feiten

2.1.

[minderjarige] is erkend door de vader.

2.2.

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].

2.3.

[minderjarige] woont bij zijn moeder.

2.4.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 22 mei 2026 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 10 juni 2026.

3 Het verzoek

3.1.

De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen tot aan zijn meerderjarigheid op [datum] 2027 en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

3.2.

De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd en ter zitting nader toegelicht. [minderjarige] gaat twee dagen per week naar dagbesteding van [zorginstantie] en hij heeft beperkte sociale contacten. Er is weinig zicht op zijn binnenwereld doordat [minderjarige] weinig van zich laat horen en zich over het algemeen terughoudend en afwachtend op stelt. Hierdoor is het complex om te bepalen wat hij nodig heeft en welke hulpverlening passend voor hem is. De laatste periode is [minderjarige] wel meer in contact met de jeugdbeschermer en [zorginstantie]. Hij toont meer mimiek en stelt nu ook vragen aan de jeugdbeschermer. De gedragswetenschapper van [zorginstantie] zal met [minderjarige] in gesprek gaan en om de vier weken zal er een evaluatie plaats vinden. De verwachting is dat de gedragswetenschapper op langere termijn mogelijk meer zicht kan krijgen op de belevingswereld van [minderjarige] en zijn onderliggende problematiek en daarmee kan bijdragen aan meer passende begeleiding. [minderjarige] heeft moeite met tot actie en uiting te komen en vermijdt situaties. Positief is dat hij nu zelfstandig naar de kapper gaat, bezig is met rijlessen en deze zelf inplant. Hieruit volgt dat hij de vaardigheden en mogelijkheden heeft voor het dragen van meer verantwoordelijkheid. Ook heeft hij bij [zorginstantie] voorzichtige stappen gezet en doet hij nu mee aan groepsbegeleiding. Naar verwachting zal [minderjarige] deze positieve stappen niet binnen het vrijwillig kader kunnen voortzetten, omdat blijvende stimulering, ondersteuning en begrenzing noodzakelijk is. [minderjarige] heeft al met de jeugdbeschermer een beroepentest ingevuld en gekeken naar verschillende branches. De komende periode blijft de jeugdbeschermer met [minderjarige] kijken naar verschillende mogelijke opleidingen en banen. Daarnaast is het belangrijk om een borgingsplan en een goede overdracht naar het vrijwillig kader te realiseren. De jeugdbeschermer zal verder gedurende de ondertoezichtstelling de vader blijven informeren en op korte termijn een afspraak met hem maken om zijn verhaal te horen.

4 De standpunten

4.1.

De moeder staat achter het verzoek. Zij ziet dat het een stuk beter gaat met [minderjarige] sinds de nieuwe jeugdbeschermer betrokken is. [minderjarige] heeft ingezien dat er wat moest veranderen. Hij is opener, staat ’s ochtends makkelijker op en heeft een normaal dag- en nachtritme. De sfeer is beter thuis en de moeder voelt zich nu fijner als [minderjarige] alleen thuis is. De moeder ziet dat [minderjarige] zich durft open te stellen naar de jeugdbeschermer. Ook de moeder heeft goed contact met de jeugdbeschermer. Het is volgens de moeder belangrijk om nu een opleiding te vinden die [minderjarige] leuk vindt. Ten aanzien van de vader, geeft de moeder aan dat zij in de veronderstelling was dat de gecertificeerde instelling hem informeerde en dat zij, als dat noodzakelijk is, hem zal informeren over [minderjarige].

5 De beoordeling

5.1.

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.1 De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

5.2.

De ontwikkeling van [minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd. Hoewel [minderjarige] het zelf nog niet volledig inziet, heeft hij de afgelopen periode mooie, voorzichtige stappen gezet. De moeder en de jeugdbeschermer zien dat [minderjarige] voorzichtig opener wordt. Hij zet goede stappen op het gebied van verantwoordelijkheden en heeft weer een normaal dag- en nachtritme. Gelet op de naderende meerderjarigheid van [minderjarige] is het belangrijk dat er duidelijkheid komt over welke hulpverlening hij nodig heeft en welke opleiding, baan of dagbesteding passend voor hem is. Daarnaast is het noodzakelijk dat er bepaalde praktische zaken geregeld worden voordat [minderjarige] meerderjarig wordt. Gelet op de verstandhouding tussen de vader en de moeder is het niet of onvoldoende mogelijk om de ernstige ontwikkelingsbedreiging weg te nemen met vrijwillige hulpverlening. [minderjarige] heeft veel baat bij de betrokkenheid van de jeugdbeschermer en een verlenging van de ondertoezichtstelling is dan ook noodzakelijk. De kinderrechter vertrouwt erop dat de jeugdbeschermer aan de bovenstaande zaken zal werken, de vader zal blijven informeren en zal zorgen voor een warme overdracht naar het vrijwillig kader met een borgingsplan waarop de vader en de moeder terug kunnen vallen.

5.3.

De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot aan zijn meerderjarigheid, te weten tot [datum] 2027.

5.4.

De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.2

5.5.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot [datum] 2027;

6.2.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2026 door mr. M.M. Meijers, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M.I. Klijn als griffier, en op schrift gesteld op 16 juni 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »