beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/793131 / FA RK 26/6719
kenmerk: ZM/IND/212964
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking van 18 september 2026 van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 2007 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres 1] ,
verblijvende te [adres 2] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. W.A.L. de Boer te Amsterdam,
zorgaanbieder: UMC, [locatie 1] .
1 Procesverloop
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 31 augustus 2026.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 18 september 2026 in het gebouw van de zorgaanbieder.
Ter zitting waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene;
- de raadsman;
- mw. [naam 1] , psychiater;
- [naam 2] , verpleegkundige.
Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen.
2 Beoordeling
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van anorexia nervosa en een complexe posttraumatische stressstoornis met ernstig ondergewicht en chronische, nu in ernst toegenomen suïcidaliteit.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in: levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade en ernstige verstoorde ontwikkeling voor of van betrokkene of een ander.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. Van de in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg, die zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, alsmede gelet op hetgeen bij de mondelinge behandeling naar voren is gekomen acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk voor de duur van zes maanden:
-
toedienen van vocht, voeding en medicatie;
-
het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
-
beperken van de bewegingsvrijheid;
-
insluiten (telkens voor maximaal zeven dagen);
-
uitoefenen van toezicht op betrokkene (telkens voor maximaal zeven dagen);
-
onderzoek aan kleding of lichaam;
-
onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
-
controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
-
aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen en het nakomen van afspraken met het ambulant behandelteam;
-
beperken van het recht op het ontvangen van bezoek;
-
opnemen in een accommodatie.
De rechtbank bepaalt dat verplichte zorg in de vorm van ‘insluiten’ en ‘uitoefenen van toezicht op betrokkene’, anders dan door de officier van justitie is verzocht en in het zorgplan is vermeld, in duur wordt beperkt. De rechtbank wijst deze vormen van zorg toe voor de duur van telkens maximaal zeven dagen.
De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
Namens en door betrokkene is aangevoerd dat dit niet werkt voor betrokkene. Het doet haar meer kwaad dan goed. Betrokkene wil niet in de kliniek blijven en de behandeling kan ook thuis. Betrokkene wil niet terug naar de [locatie 2] ([locatie 2]). Er gebeurt weinig en op de afdeling [afdeling] werd ze lastiggevallen. Bij de vrouwenafdeling was het iets beter maar niet ideaal. Het verzoek is dus om de zorgmachtiging af te wijzen.
De psychiater heeft aangegeven dat de zorgmachtiging nodig is omdat zonder verplicht kader de eetstoornis de overhand neemt bij betrokkene. Er is nu iets opgebouwd en die lijn moet worden voortgezet. Dat kost veel tijd, energie en strijd met de eetstoornis dus dat gaat niet vrijwillig. Het is lastig om een geschikte plek te vinden voor betrokkene omdat er weinig klinieken zijn waar ook sondevoeding verplicht gegeven kan worden. Betrokkene wil niet naar de [kliniek], vanwege de verhalen die haar vriendinnen hebben verteld. Voor een andere kliniek is de wachttijd 22 weken tot de intake. Terug naar Arkin is geen ideale plek, maar er is daar wel een gesloten afdeling wat betrokkene op dit moment nodig heeft vanwege het suïcide risico. In het [locatie 1] is ook een wachtlijst, maar betrokkene is er tussendoor gekomen omdat ze bij de [locatie 2] steeds naar de eerste hulp moesten met betrokkene. Betrokkene heeft een psychotherapeutische behandeling nodig en die is bij de [locatie 2] ook niet voorhanden. Het alternatief is thuis, maar dat is voorlopig nog geen optie. Betrokkene is afgelopen week nog weggevlucht tijdens een rookmoment en door medewerkers van het GVB van het spoor gehaald.
De rechtbank is van oordeel dat het onverantwoord is om betrokkene nu naar huis te laten gaan. In de thuissituatie zijn ook heel recent nog gevaarlijke incidenten gebeurd. Het is lastig om een goede plek voor betrokkene te vinden. De plek die wat de artsen betreft geschikt is, de [kliniek], wordt door betrokkene afgewezen en op een andere geschikte plek is de wachttijd lang.
De rechtbank vindt de [locatie 2] ook niet de ideale plek voor betrokkene maar een alternatief is er op dit moment niet. Het is de rechtbank gebleken dat de behandelaren er alles aan doen om bij de [locatie 2] een zo goed mogelijke omgeving voor betrokkene te creëren door de juiste zorg daar te organiseren.
De rechtbank spreekt wel de hoop uit dat betrokkene alsnog in gesprek gaat bij de [kliniek] om haar eigen mening te vormen. Hopelijk lukt het met de zorgmachtiging komende periode een goede plek te vinden voor betrokkene.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van zes maanden.
3 Beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 2007 te [geboorteplaats], inhoudende dat gedurende de looptijd van de machtiging bij wijze van verplichte zorg de in rechtsoverweging 2.4 genoemde maatregelen kunnen worden getroffen;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 18 maart 2027.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is op 18 september 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door mr. E. Dinjens, rechter, bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 28 september 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.