vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht
zaaknummer: 12089085 CV EXPL 26-1551
vonnis van: 22 september 2026
fno.: 364
vonnis van de kantonrechter
I n z a k e
[eiser]
wonende te [woonplaats]
eiser in conventie, verweerder in reconventie
nader te noemen: [eiser]
gemachtigden: mr. D.J.A. Vesters en mr. B. Schouten
t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid TATA CONSULTANCY SERVICES NETHERLANDS B.V.
gevestigd te Amsterdam
2. de vennootschap naar buitenlands recht TATA CONSULTANCY SERVICES LIMITED
gevestigd te Mumbai, India
gedaagden in conventie, eiseressen in reconventienader te noemen gedaagden, afzonderlijk te noemen: Tata NL c.q. Tata Limited
gemachtigden: mr. Y. el Harchaoui en mr. S.R. Sewnath.
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
Het procesdossier bestaat uit:
- de dagvaarding van 2 februari 2026, met producties;- de conclusie van antwoord van Tata NL, met een voorwaardelijke tegeneis en producties;
- het instructievonnis van 1 mei 2026, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald;- de dagbepaling van de mondelinge behandeling.
De mondelinge behandeling is gehouden op 10 juni 2026, voorafgaand waaraan beide partijen nog stukken in het geding hebben gebracht. [eiser] is verschenen, vergezeld door een tolk en zijn gemachtigde. Voor Tata NL is verschenen [naam 1] en voor Tata Limited [naam 2] , [naam 3] en [naam 4] , vergezeld door de gemachtigden. Partijen hebben hun standpunten verder toegelicht aan de hand van een pleitnota en vragen van de kantonrechter beantwoord.
Daarna is een datum voor vonnis bepaald.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Feiten
in conventie en (voorwaardelijke) reconventie
Tata Consultancy Group is een wereldwijd opererende dienstverlener op het gebied van IT, consultancy en bedrijfsoplossingen. Tata Limited, gevestigd in India, is enig aandeelhouder van Tata NL.
Tata NL en Tata Limited hebben een inleenovereenkomst gesloten, op grond waarvan Tata Limited bepaalde werknemers met specifieke kennis en expertise ter beschikking stelt aan (klanten van) Tata NL, die daarvoor aan Tata Limited een vergoeding betaalt. In de laatste versie van de overeenkomst van april 2006 is bepaald, voor zover relevant:“3. SCOPE OF ACTIVITIES Upon the request of [Tata NL], [Tata Limited] will depute technically skilled employees of [Tata Limited] to [Tata NL]a) (..) The employees deputed by [Tata Limited] will also perform such other related functions as may be called upon to do by [Tata NL] from time to time. (..)c) During the Deputation:1) [Tata NL] will be the economic employer of such deputed employees,2) [Tata NL] will have all the management and control over such deputed employees,3) these deputed employees will be exclusively at the disposal of [Tata NL] and will be accountable to [Tata NL]4) [Tata Limited] does not take any responsibility for the execution of any project undertaken by [Tata NL] excepting the responsibility of taking the deputed employees back whenever [Tata NL] no longer requires them.”
[eiser] , geboren op [geboortedag] 1978, is op 27 augustus 2001 in dienst getreden bij Tata Limited. Hij heeft eerst twee jaar in India gewerkt, daarna negen jaar in de Verenigde Staten, en vervolgens opnieuw twee jaar in India.
Op 13 februari 2015 hebben [eiser] en Tata Limited een ‘Service Agreement Addendum’ ondertekend. Daarin is onder meer opgenomen:“WHEREAS, [Tata Limited] and the Employee wish to clarify the service commitments of the Employee that will derive from this oversees deputation.IT IS NOW HEREBY AGREED AS FOLLOWS:1. [Tata Limited] may offer the Employee the opportunity to proceed on an overseas Deputation for a [Tata Limited] assignment at one of its clients companies, and the Employee will proceed on the deputation.2. The Employee agrees to return to India after completion of every overseas Deputation, provided the Deputation was in excess of 30 days, fulfill the agreement commitment and serve [Tata Limited] for a minimum period of 3 months.[Tata Limited] and the Employee agree that, in the event of the Employee’s breach of the commitment (..) above, and all other disputes, claims etc arising out of the Agreement, shall be referred to the Arbitration of a sole Arbitrator nominated by [Tata Limited], under the provisions of the Arbitration and Conciliation Act, 1996 (..), with reference to the following:A. The venue of the arbitration shall be Mumbai, India, and the parties shall be subject to the jurisdiction of the Courts of India (..). The parties expressly agree to jurisdiction over it/him/her in India.(..)This Addendum shall be governed by the laws of the Republic of India (..).”
Op 20 februari 2015 hebben Tata Limited en [eiser] een ‘Deputation overeenkomst’ gesloten, op grond waarvan [eiser] per 21 februari 2015 is gedetacheerd bij Tata NL om daar als [functie 1] werkzaamheden te verrichten. De overeenkomst is gesloten voor de duur van twee jaar.
In de Deputation overeenkomst is onder meer opgenomen dat [eiser] tijdens de detacheringsperiode naast een bedrag in euro’s gelijk aan zijn oorspronkelijk uitbetaalde Indiase salaris (onderworpen aan de toepasselijk regelingen van Nederland) een maandelijkse vergoeding ontving van € 2.560,- netto, ‘die overuren en vakantiegeld omvat’. Ook is ter indicatie opgenomen dat het bruto referentiesalaris in het gastland, bestaande uit het Indiase salaris en de netto vergoeding, € 6.131,- bedraagt.
Verder is in de overeenkomst opgenomen:“(..) RECITALS (..)B. (..) The subsidiary will assign and structure work for employees on Deputation. During the period of Deputation, Employer [Tata Limited, ktr] and Employee [ [eiser] , ktr] continue to maintain an organic relationship’ in which the Employer has principal rights on employment terms including increments, promotion and termination of employment. C. The Employer is willing to send the Employee on Deputation only if the Employee agrees, and the Employee does agree and commit, to complete his Deputation in the Country of Deputation and to return to India at the conclusion of the Deputation (..)1. DEPUTATION1.1 Place, Duration and Time. The Employer reserves the absolute right to decide the pace of Deputation and the duration of Deputation. The Deputation may take place at any time during the tenure of employment with the Employer. The Employee shall be temporarily deputed from the Employer to [Tata NL] for a fixed-term to work for project assignments of the Employer and its subsidiary. The Deputation shall commence on 21-Feb-2015 and expire on 20-Feb-2017. The Employer may review the Agreement for renewal before the end of this date. (..)2. COMPENSATION AND BENEFITS(..)2.4 (..) Even if the settlement of the remuneration and the withholding of tax and social security will be carried out by the company of the host country, this will not constitute an employment relationship with the host company. (..)4. POST-DEPUTATION4.1 The Employer agrees that the Deputation is subject to a valid employment contract concluded between the Employer and the Employee (..). The Employee continues to be formally and legally employed by the Employer during the Deputation and the employment will continue in the home country after the Deputation. (..)8. TERMINATION OF DEPUTATION BY THE EMPLOYER8.1 This Agreement may be terminated prematurely by using the following notice periods and termination grounds;a) In the event that the specific project-assignment for which the Employee has been deputed has been finished before the expiration of this Agreement, the Employer may terminate this Agreement and Deputation with immediate effect, unless otherwise explicitly and in writing shall be agreed between the Parties.(…)In the event of premature termination of the Agreement and Deputation, the Employee is obliged to return to India within a reasonable period of time after the date of the premature termination, which will not exceed seven days.(..)9. CHOICE OF LAW AND DISPUTES9.1 The Parties acknowledge and agree that this Agreement shall be governed by the laws of India. (..) If the dispute may not be resolved by way of negotiations, the dispute will be resolved by arbitration in accordance with the provisions of Arbitration and Conciliation Act, 1996 and governed by Indian law. The award of the arbitrator (..) shall be final and filed in the appropriate court in India.”
Vanaf het moment dat [eiser] is gedetacheerd is zijn loon betaald door Tata NL.
Op 24 februari 2020 is de Deputation overeenkomst met [eiser] voor de derde keer verlengd, tot 24 mei 2020. In alle verlengingsovereenkomsten is bepaald:“(..) We herewith confirm that your Deputation assignment is further extended till (..). (..)All other terms and conditions agreed upon in the Deputation agreement dated 21-Feb-2015 shall remain unchanged and remain in force for the duration of this extended period from (..) to (..).”
Na 24 mei 2020 is de Deputation overeenkomst niet meer verlengd. [eiser] heeft zijn werkzaamheden op dezelfde manier voortgezet, waarbij hij nieuwe opdrachten kreeg van Tata NL. Ook het salaris en de toeslagen zijn onveranderd doorbetaald door Tata NL.
[eiser] heeft voor Tata NL gewerkt als [functie 2] , [functie 3] en [functie 4] . Hij werkte onder meer voor klanten van Tata NL, zoals Rabobank, ABN AMRO, Ahold en Canon. [eiser] rapporteerde in 2024 en 2025 aan [naam 5] , die in dienst is van Tata NL.
[eiser] heeft in november 2021 afstand gedaan van zijn Indiase paspoort omdat hij het Nederlands staatsburgerschap had verkregen.
[eiser] heeft tegen een e-mail van 16 maart 2025 dat zijn opdracht op 31 maart 2025 eindigde en dat hij een ‘return travel request’ naar India voor 1 april 2025 moest indienen, bezwaar gemaakt. Bij e-mail van 18 maart 2025 heeft [naam 6], [functie 5] van Tata Limited geantwoord: “We see that you stayed more than 9 years in Netherlands, please understand you hired as an expatriate associate we can’t make you stay for a longer time. As the account team is releasing you form the project you will have to raise a return travel request to India.”
Op 22 april 2025 en 18 juni 2025 heeft [eiser] zich kortdurend ziekgemeld. Deze ziekmeldingen zijn geaccepteerd en ‘in het systeem’ gezet. [eiser] kreeg zijn salaris tijdens deze ziekmeldingen doorbetaald.
Op 3 juli 2025 heeft [naam 2] van HR [eiser] gevraagd twee documenten te tekenen. Een van die documenten betrof een verlenging dan wel vernieuwing van de Deputation overeenkomst, die liep tot maart 2026 en daarna definitief zou eindigen. [eiser] heeft de documenten niet getekend.
De laatste opdracht van [eiser] (bij de Rabobank), die op 31 december 2025 zou aflopen, is door Tata NL na het gesprek van 3 juli 2025 verkort tot juli 2025. [eiser] heeft daarna geen werkzaamheden meer verricht.
[eiser] heeft bij e-mail van 7 juli 2025 bezwaar gemaakt tegen de gang van zaken en onder meer geschreven:“I came to the Netherlands in 2015. The deputation agreement expired in May 2020. And since then from 2020 I am working as a Dutch citizen here in different projects in the Netherlands on my Dutch PR and passport. (..) If I am offered to accept a local Dutch contract I will be happy to consider it.”
Op 24 juli 2025 is er opnieuw een gesprek geweest, waarbij onder andere [eiser] , een medewerker van HR van Tata NL en [naam 6], [functie 5] van Tata Limited, aanwezig waren. [eiser] is toen te kennen gegeven dat hij binnen 14 dagen een zogenaamd terugreisverzoek naar India moest indienen. Als hij dat niet zou doen, zouden in het ‘backend systeem’(HR administratiesysteem) bepaalde wijzigingen worden doorgevoerd en zou geen salaris meer worden betaald.
[eiser] heeft zich de volgende dag (25 juli 2025) ziek gemeld met fysieke en mentale klachten.
Bij e-mail van 5 augustus 2025 heeft [naam 6] aan [eiser] laten weten dat hij, zoals eerder was meegedeeld, een Indiase werknemer was die op basis van ‘deputation’ in Nederland was en derhalve geen toegang had tot het Nederlandse ziekteprotocol zoals dat gold bij Tata NL. Zijn ziekmelding werd daarom niet geaccepteerd. Ook werd [eiser] opnieuw verzocht een terugreisverzoek te doen, omdat zijn ‘deputation’ officieel eindigde per 8 augustus 2025.
[eiser] heeft op 6 augustus 2025 geconstateerd dat Tata NL zelf in het backend systeem voor hem een terugreisverzoek naar India had ingediend.
Hierop heeft [eiser] zijn gemachtigde ingeschakeld, die bezwaar heeft gemaakt en heeft gemeld dat [eiser] zich beschikbaar hield voor werkzaamheden.
Vanaf 6 augustus 2025 heeft [eiser] geen salaris meer ontvangen, ook het Indiase salaris niet.
Bij e-mail van 30 augustus 2025 heeft de gemachtigde van gedaagden onder meer laten weten dat, omdat de ‘deputation’ was geëindigd per 6 augustus 2025, [eiser] opnieuw werd gevraagd binnen zeven dagen naar India terug te reizen en wanneer [eiser] dat weigerde, Tata Limited geen andere keuze had dan de arbeidsovereenkomst (met Tata Limited) beëindigen.
Bij kort geding vonnis van 27 november 2025 is de loonvordering van [eiser] afgewezen, omdat volgens de kortgedingrechter voorshands onvoldoende aannemelijk was gemaakt dat sprake was (geweest) van een arbeidsovereenkomst met Tata NL en ook een beroep op de Uitzendrichtlijn [eiser] niet kon baten.
Het geschil
in conventie en (voorwaardelijke) reconventie
2. [eiser] vordert, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, als voorlopige voorziening:
a. Tata NL en Tata Limited hoofdelijk te veroordelen tot betaling van het Indiase salaris van € 1.148,11 netto per maand, vermeerderd met de Nederlandse toeslag van € 3.060,- netto per maand, vanaf 6 augustus 2025 tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst tussen partijen rechtsgeldig is geëindigd, zulks voor de duur van het geding.
Verder vordert [eiser] primair, na - zo begrijpt de kantonrechter - wijziging van eis ter zitting:
b. te verklaren voor recht dat tussen Tata NL en [eiser] een arbeidsovereenkomst bestaat als bedoeld in artikel 7:610 Burgerlijk Wetboek (BW),
c. te verklaren voor recht dat op deze arbeidsovereenkomst Nederlands recht van toepassing is,
d. Tata NL te veroordelen hem binnen 48 uur na het vonnis toe te laten tot de overeengekomen werkzaamheden tot de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd, een en ander op straffe van een dwangsom],
en subsidiair:
e. te verklaren voor recht dat tussen Tata Limited en [eiser] een arbeidsovereenkomst bestaat als bedoeld in artikel 7:690 BW,
f. te verklaren voor recht dat op deze arbeidsovereenkomst de (dwingendrechtelijke) bepalingen van Nederlands recht van toepassing zijn,
en zowel primair en subsidiair, Tata NL en Tata Limited hoofdelijk te veroordelen tot betaling van:
g. het Indiase salaris van € 1.148,11 netto per maand, vermeerderd met de Nederlandse toeslag van € 3.060,- netto per maand, vanaf 6 augustus 2025 tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst tussen partijen rechtsgeldig is geëindigd,
h. de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW over deze bedragen ter hoogte van 50%, althans een in goede justitie te bepalen percentage,
i. de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over de hiervoor genoemde bedragen vanaf de dag van verschuldigdheid tot aan de dag der algehele voldoening,
en verder:j. Tata NL en Tata Limited hoofdelijk te veroordelen binnen zeven dagen na dit vonnis een deugdelijke specificatie te verstrekken van (zo begrijpt de kantonrechter) deze bedragen,k. Tata NL en Tata Limited te veroordelen in de proceskosten en de nakosten, zo nodig te vermeerderen met de wettelijke rente.
3. [eiser] stelt ter toelichting - kort gezegd - dat hij de afgelopen elf jaar onafgebroken aan Tata NL ter beschikking is gesteld om daar onder leiding en toezicht van Tata NL werkzaamheden te verrichten. Bovendien is de Deputation agreement, die steeds werd verlengd, per 24 mei 2020 geëindigd en niet meer verlengd, zodat in ieder geval daarná een arbeidsovereenkomst tot stand is gekomen tussen hem en Tata NL. [eiser] wijst er onder meer op dat hij al die tijd zijn opdrachten en instructies van Tata NL kreeg, hij in zijn laatste functie aan een leidinggevende van Tata NL rapporteerde, hij zijn functioneringsgesprekken voerde met de Nederlandse organisatie en door Tata NL werd beoordeeld, hij elf jaar lang feitelijk en structureel in Nederland heeft gewerkt, zijn salaris, dat werd uitbetaald in euro’s, van Tata NL ontving, gestort op een Nederlandse bankrekening met Tata NL als werkgever op de loonstrook vermeld, al die tijd inkomstenbelasting en sociale premies zijn afgedragen, hij Nederlands staatsburger is en afstand heeft gedaan van zijn Indiase nationaliteit, hij een Nederlandse ziektekostenverzekering heeft en verzekerd is voor sociale zekerheid. Op basis hiervan is bij [eiser] tenminste gerechtvaardigd het vertrouwen gewekt dat hij in dienst was van Tata NL. [eiser] werd bovendien op precies dezelfde manier behandeld als werknemers die rechtstreeks in dienst zijn van Tata NL. Verder is iedere connectie die [eiser] had met Tata Limited al sinds lange tijd en ook duurzaam verbroken. Er moet daarom een arbeidsovereenkomst worden geacht te zijn gesloten dan wel ontstaan tussen [eiser] en Tata NL, waarbij de meest voor de hand liggende datum 24 mei 2020 is, toen de Deputation overeenkomst eindigde. Nu [eiser] zich steeds beschikbaar heeft gehouden voor werkzaamheden heeft hij recht op doorbetaling van loon.
4. Het voorgaande leidt volgens [eiser] bovendien tot de conclusie dat Nederland het zogenaamde gewoonlijk werkland is maar ook dat de arbeidsovereenkomst een duidelijk nauwere band heeft met Nederland. Er is nooit een arbeidsovereenkomst gesloten met Tata Limited waarin voor het recht van India is gekozen, nu er slechts een aanstellingsbrief is, waarin geen rechtskeuze is gemaakt. Voor zover een arbeidsovereenkomst met Tata Limited zou bestaan zijn op basis van artikel 8 Rome-I in daarom de bepalingen van Nederlands recht van toepassing. Indien gedaagden wel een beroep zouden kunnen doen op de rechtskeuze voor India, dan kan dat er niet in resulteren dat [eiser] de bescherming verliest van de dwingendrechtelijke bepalingen van het Nederlandse recht.
5. Gedaagden betwisten kort gezegd dat een arbeidsovereenkomst met Tata NL bestaat en stellen dat Tata Limited nog steeds de werkgever van [eiser] is. In de kern komt het verweer erop neer dat op grond van de (volgens gedaagden na mei 2020 stilzwijgend verlengde) Deputation overeenkomst sprake was van een tijdelijke detachering van [eiser] door Tata Limited bij Tata NL, dat op grond van de tussen partijen gesloten overeenkomst Indiaas recht van toepassing is en de Nederlandse rechter niet bevoegd is. Bij geschillen over de uitvoering van de tussen partijen gesloten Deputation overeenkomst is namelijk gekozen voor arbitrage in India.
6. Voor het geval wordt geoordeeld dat er een arbeidsovereenkomst met Tata NL bestaat, vordert Tata NL in reconventie om [eiser] op grond van artikel 6:203 lid 2 BW te veroordelen tot terugbetaling van € 12.050,30, althans een pro rata bedrag berekend vanaf de dag dat een arbeidsovereenkomst tussen [eiser] en Tata NL zou bestaan, alles met veroordeling van [eiser] in de kosten van de procedure.
7. Volgens gedaagden is er vanaf het moment dat tussen Tata NL en [eiser] een arbeidsovereenkomst zou bestaan, geen grond voor de betalingen die aan hem ten behoeve van zijn zorgverzekering zijn gedaan, omdat die zijn gebaseerd op de expatregeling. De bedragen zijn vanaf mei 2020 dan ook onverschuldigd betaald, zodat Tata NL deze terugvordert.
8. [eiser] voert hiertegen verweer. Daarop en op de overige stellingen van partijen wordt hierna, voor zover voor de beoordeling van belang, nader ingegaan.
De beoordeling
in conventie en (voorwaardelijke) reconventie
9. De vorderingen hangen zodanig samen dat deze tegelijkertijd worden behandeld.
10. Ten eerste wordt geoordeeld dat voldoende vaststaat dat een arbeidsovereenkomst bestaat tussen Tata NL en [eiser] . De laatste Deputation overeenkomst die tussen [eiser] en Tata Limited gold had een bepaalde tijd en een expliciete einddatum tot 24 mei 2020, net zoals dat het geval was bij de eerdere Deputation overeenkomsten. Anders dan eerdere keren is er na 24 mei 2020 geen schriftelijke verlenging overeengekomen. In de (laatste) Deputation overeenkomst is niets afgesproken over stilzwijgende verlenging. Tata Limited heeft nog aangevoerd dat naar Indiaas recht de mogelijkheid bestaat van stilzwijgende verlenging van een overeenkomst als deze, maar heeft zich daarop tegenover [eiser] eerder niet beroepen en heeft evenmin weersproken dat zij [eiser] op 3 juli 2025 (tevergeefs) heeft gevraagd een ‘verlenging’ dan wel een nieuwe Deputation overeenkomst te tekenen, waaruit volgt dat ook zij ervan uitging dat de Deputation overeenkomst is geëindigd, in plaats van dat deze (stilzwijgend) is doorgelopen.
10. Ondanks het eindigen van deze overeenkomst is [eiser] vanaf 24 mei 2020 voor Tata NL blijven werken en heeft daarvoor van Tata NL maandelijks een beloning ontvangen. Volgens gedaagden heeft Tata NL vanwege fiscale redenen binnen het concern deze beloning betaald voor Tata Limited, maar dat neemt niet weg dat het loon feitelijk door Tata NL aan [eiser] is betaald. Voor de verhouding tussen [eiser] en Tata NL geldt daarmee het rechtsvermoeden van het bestaan van een arbeidsovereenkomst, zoals bepaald in artikel 7:610a BW. Tata NL heeft dit vermoeden niet kunnen ontkrachten. Zij heeft weliswaar aangevoerd dat de wijze van werken vanaf 24 mei 2020 niet is veranderd, maar dat doet niet af aan het feit dat de Deputation overeenkomst toen niet meer gold en daarmee de grondslag voor de detachering is vervallen. Voorts stelt Tata NL dat geen gezagsverhouding bestaat tussen haar en [eiser] , omdat hij zijn werkzaamheden slechts voor klanten van Tata NL zou verrichten. Dat neemt echter niet weg dat deze werkzaamheden werden verricht namens en onder verantwoordelijkheid van Tata NL. Dat [eiser] ook met de klant waarvoor hij op dat moment werkzaamheden verrichtte, uit praktisch oogpunt overleg had over vrije dagen of bepaalde instructies, maakt nog niet dat die klant daarmee werkgeversgezag over hem had. Bovendien zou de redenering van Tata NL betekenen dat zij over de direct bij haar in dienst getreden medewerkers, die werkzaamheden voor klanten verrichten (volgens [eiser] ongeveer 90% van de direct in dienst getreden werknemers), evenmin gezag heeft. Dat is niet goed voorstelbaar en ook niet gewenst. Verder hebben gedaagden ter toelichting van hun stelling dat het gezag over [eiser] lag bij Tata Limited, verwezen naar ‘het systeem’ waaruit zou blijken dat de (oud-)leidinggevenden van [eiser] werkzaam zijn voor Tata Limited. Hoewel uit producties 22 en 23 van gedaagden kan worden opgemaakt dat de betreffende medewerkers in de afgesproken structuur formeel vallen onder de “Organisation: Tata Consultancy Services” [waarmee gedaagden Tata Limited bedoelen, zo begrijpt de kantonrechter] met als “Depute Location: [plaats], Netherlands”, betekent dat nog niet dat deze medewerkers ook daadwerkelijk, dus materieel, vallen onder het gezag van Tata Limited, zoals onderhavige zaak laat zien. Onvoldoende bestreden is dan ook dat [eiser] viel onder het gezag van Tata NL en dat hij, zoals hij stelt, zijn functioneringsgesprekken hield met de Nederlandse organisatie. Ten slotte volgt ook uit de inleenovereenkomst tussen Tata Limited en Tata NL dat die laatste in de werkrelatie met [eiser] het gezag heeft. Dat (eventueel ook nog) een arbeidsovereenkomst bestaat tussen Tata Limited en [eiser] doet aan voorgaand oordeel niet af, nu nergens uit blijkt dat Tata Limited aan die arbeidsovereenkomst (in ieder geval) vanaf 24 mei 2020 (nog) invulling heeft gegeven. Pas in maart 2025 heeft Tata Limited zich tot [eiser] gericht, maar op dat moment bestond al bijna vijf jaar een arbeidsovereenkomst tussen Tata NL en [eiser] , zo volgt uit het hiervoor overwogene.
12. Geheel los hiervan, is nog relevant dat aan [eiser] voor maart 2025 niet is aangekondigd dat de detachering binnenkort zou aflopen, dan wel dat hij er steeds rekening mee moest houden dat hij op enig moment zou worden teruggezonden. Het gaat hierbij om een intra-concern detachering, die niet incidenteel van aard is en daarom niet is uitgesloten van de reikwijdte van 7:690 BW, zoals gedaagden bepleiten, zodat deze detachering (deputation) ook valt onder het begrip uitzending en dus ook onder de Uitzendrichtlijn. Het initieel tijdelijke karakter van de detachering is door de lange duur van die detachering feitelijk een permanente situatie geworden. Gedaagden hebben daarbij geen objectieve verklaring gegeven voor steeds verlengen van de Deputation overeenkomst (tot 2020), waardoor [eiser] inmiddels al ruim tien jaar voor Tata NL werkt. Van [eiser] kon door gedaagden op grond van alle feiten en omstandigheden ook in redelijkheid niet worden gevraagd, na meer dan tien jaar onafgebroken te hebben gewerkt voor Tata NL in Nederland, plots en op korte termijn, definitief naar India terug te keren.
12. De verklaring voor recht dat sprake is van een arbeidsovereenkomst tussen Tata NL en [eiser] is dus toewijsbaar.
12. Met het eindigen van de Deputation overeenkomst, waardoor het ‘Service agreement addendum’ ook geen werking meer heeft, bestaat voor de werkrelatie tussen [eiser] en Tata NL sinds 24 mei 2020 geen rechtskeuze en geen forumkeuze meer.
12. De rechtsverhouding tussen Tata NL en [eiser] heeft verder geen internationale aspecten, nu Tata NL een Nederlandse vennootschap is, [eiser] (sinds november 2021) de Nederlandse nationaliteit heeft en de werkzaamheden gewoonlijk in Nederland worden verricht. Dat betekent dat Nederlands recht van toepassing is op de arbeidsovereenkomst en de kantonrechter in Amsterdam bevoegd is, nu Tata NL daar is gevestigd.
12. Nu is vastgesteld dat tussen Tata NL en [eiser] een arbeidsovereenkomst bestaat, moet worden beoordeeld wat hiervan de (financiële) gevolgen zijn. Allereerst betekent het dat [eiser] , nu hij stelt niet meer arbeidsongeschikt te zijn en zijn vordering zo wordt begrepen dat hij thans wedertewerkstelling vraag in plaats van Tata NL te veroordelen uitvoering te geven aan de op haar rustende re-integratieverplichtingen, moet worden toegelaten tot het werk en dat zijn loon moet worden betaald. Op de wedertewerkstelling zal een gematigde en gemaximeerde dwangsom worden gesteld. Partijen hebben geen expliciete afspraken over de beloning (het loon en andere vergoedingen) gemaakt; de tot 6 augustus 2025 betaalde vergoedingen zijn duidelijk afgestemd op de expat-regeling en weken daarmee af van wat een Nederlandse werknemer bij Tata NL betaald kreeg. In het kader van deze arbeidsovereenkomst is ook de hoogte van het loon niet vastgesteld. In dat geval heeft de werknemer op grond van artikel 7:618 BW aanspraak op het loon dat ten tijde van het sluiten van de arbeidsovereenkomst voor dergelijke arbeid gebruikelijk was. Onvoldoende weersproken is dat het gevorderde netto loon een gebruikelijk loon oplevert, zodat dit wordt toegewezen. De wettelijke verhoging wordt daarbij gematigd tot 25%. [eiser] heeft hoofdelijke veroordeling gevorderd maar nu loon wordt gevorderd op basis van de arbeidsovereenkomst met Tata NL, wordt alleen zij daartoe veroordeeld. Hetzelfde geldt voor de verstrekking van de loonspecificatie.
12. De gevorderde wettelijke rente over het gevorderde achterstallige loon wordt toegewezen zoals in de beslissing vermeld.
12. Nu de voorwaarde waaronder de vordering in reconventie is ingesteld, is vervuld, wordt aan die vordering toegekomen.
12. Uit de herkwalificatie en het oordeel over de beloning volgt dat [eiser] na 24 mei 2020 ten onrechte een vergoeding voor zijn zorgverzekering heeft ontvangen. Het gaat dan volgens gedaagden om een bedrag van in totaal € 12.050,30, dat niet is bestreden. [eiser] verzet zich echter wel tegen terugbetaling van dit bedrag, nu volgens hem Tata NL de consequenties van haar handelen op hem probeert af te wentelen, Tata NL gedurende al die tijd de zorgkostenvergoeding heeft betaald waarmee deze onderdeel is geworden van de arbeidsvoorwaarden en de vordering van Tata NL tot slot in strijd is met goed werkgeverschap. Nu Tata NL de zorgkostenvergoeding vanaf mei 2020 is blijven betalen in de veronderstelling dat [eiser] een expat was (en dus alleen met Tata Limited een arbeidsovereenkomst had) kan alleen al daarom de vergoeding geen arbeidsvoorwaarde zijn geworden die geldt tussen Tata NL. Verder is niet gebleken dat direct in dienst getreden werknemers een soortgelijke vergoeding krijgen, zodat [eiser] in beginsel is gehouden deze terug te betalen. Wel kan Tata NL worden verweten dat zij, doordat zij de rechtsverhouding die na 24 mei 2020 ontstond niet heeft erkend en niet schriftelijk heeft vastgelegd, is blijven betalen wat zij voorheen betaalde. [eiser] hoefde er op basis van deze gang van zaken redelijkerwijs niet op bedacht te zijn dat hij na jaren deze vergoeding in één keer zou moeten terugbetalen. Het gaat inmiddels om een substantieel bedrag, waardoor voorstelbaar is dat [eiser] in financiële problemen raakt als hij het volledige bedrag zoals gevorderd in één keer moet voldoen. Volledige terugbetaling achteraf is dan ook in strijd met goed werkgeverschap. Aan de andere kant is het [eiser] die zich nu op het bestaan van een arbeidsovereenkomst met Tata NL beroept, zodat hij in beginsel ook de eventuele nadelen daarvan moet dragen. De tegenvordering tot terugbetaling van deze vergoedingen zal al met al naar redelijkheid worden toegewezen tot een bedrag van € 6.000,00.
12. [eiser] heeft in afwachting van de beslissing in de hoofdzaak een voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv verzocht. Omdat in deze beschikking over het gehele geschil wordt beslist, heeft [eiser] bij dat verzoek geen belang meer, zodat het wordt afgewezen.
12. Tata NL en Tata Limited zijn in conventie in het ongelijk gesteld en worden daarom veroordeeld in de proceskosten (inclusief nakosten). De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. De proceskosten in reconventie worden gecompenseerd nu deze vordering samenhangt met de vordering in conventie en partijen voorts over en weer in het ongelijk worden gesteld.
DE BESLISSING
De kantonrechter:
in conventie
I. verklaart voor recht dat tussen Tata NL en [eiser] een arbeidsovereenkomst bestaat als bedoeld in artikel 7:610 BW;
II. verklaart voor recht dat op deze arbeidsovereenkomst Nederlands recht van toepassing is;
III. veroordeelt Tata NL [eiser] binnen 10 dagen na betekening van het vonnis toe te laten tot de overeengekomen werkzaamheden, tot de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd, op straffe van een dwangsom van € 250,00 per dag dat Tata NL hiermee in gebreke blijft, met een maximum van € 22.500,00;
IV. veroordeelt Tata NL om aan [eiser] te betalen het salaris van € 4.208,11 netto per maand, vanaf 6 augustus 2025 tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst tussen partijen rechtsgeldig is geëindigd, te vermeerderen met (maximaal) 25% wettelijke verhoging over het achterstallige salaris, alsmede de wettelijke rente over het achterstallige salaris en de wettelijke verhoging, vanaf de dag van verschuldigdheid tot de dag van volledige betaling;
V. veroordeelt Tata NL om binnen zeven dagen na heden aan [eiser] een deugdelijke specificatie te verstrekken van de onder IV. genoemde bedragen;
VI. veroordeelt gedaagden hoofdelijk in de proceskosten van [eiser] , tot op heden begroot op:
- kosten van de dagvaarding € 151,94
- griffierecht € 93,00
- salaris gemachtigde € 1.154,00 (2 punten × € 577,00)- nakosten € 144,00totaal € 1.542,94
te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als gedaagden niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend;
V. veroordeelt gedaagden hoofdelijk tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;
in reconventie
VI. veroordeelt [eiser] tot betaling aan Tata NL van € 6.000,00;
in conventie en reconventie
VIII. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
IX. wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. B. Brokkaar, kantonrechter, bijgestaan door mr. T.C. van Andel, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 22 september 2026.