ECLI:NL:RBAMS:2022:7164

Datum uitspraak
21-11-2022
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Zaaknummer
C/13/719757 / FA RK 22/4125
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Bepalen hoofdverblijfplaats, zorgregeling en nihilstelling kinderalimentatie.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rekestnummer: C/13/719757 / FA RK 22/4125

Beschikking van 21 november 2022

in de zaak van:

[de vader] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

hierna te noemen de vader,

advocaat mr. J.J. Blok te Veenendaal

tegen

[de moeder] ,

wonende te [woonplaats 2] ,

hierna te noemen de moeder,

advocaat mr. C.J. Avis-Knuit te Hoofddorp.

1 1. Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

- het verzoekschrift met bijlagen van de vader ingekomen op 7 juli 2022;

- de nagekomen stukken van de vader, ingekomen op 12 juli 2022;

- het verweerschrift van de moeder, ingekomen op 17 augustus 2022;

- de brief met bijlage van de vader, ingekomen op 1 november 2022;

- de brief van de vader, ingekomen op 11 november 2022;

- het F-formulier van de moeder, ingekomen op 11 november 2022.

1.2.

De zaak is vervolgens op de stukken afgedaan.

2 De feiten

2.1.

Partijen zijn de ouders van het minderjarige kind:

[minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum] 2007 te [geboorteplaats] (België),

hierna te noemen [minderjarige] .

2.2.

De ouders oefenen gezamenlijk het gezag over [minderjarige] uit.

2.3.

Bij de ontbinding van hun huwelijk, zijn de ouders overeengekomen dat de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij de moeder is en hebben zij afspraken gemaakt over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en de kinderalimentatie.

3 De beoordeling

3.1.

Partijen hebben overeenstemming bereikt over wijziging van de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] , de zorgregeling en de kinderalimentatie en hebben de rechtbank verzocht deze afspraken vast te leggen in een beschikking.

3.2.

Nu de rechtbank hetgeen partijen overeen zijn gekomen in het belang van [minderjarige] acht, zal zij met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 1:253a en 1:377e van het Burgerlijk Wetboek, het volgende beslissen.

4 De beslissing

De rechtbank:

- wijzigt de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 17 mei 2013 met dien verstande dat de rechtbank:

- bepaalt dat [minderjarige] haar hoofdverblijfplaats zal hebben bij de vader;

- als verdeling van de zorg- en opvoedingstaken bepaalt dat:

- [minderjarige] met ingang van een door haar zelf te bepalen datum op een door haar zelf in overleg met de moeder te bepalen dag eens per twee weken bij de moeder verblijft;

- de zorg voor [minderjarige] gedurende de vakanties en de feestdagen in onderling overleg tussen de ouders en [minderjarige] wordt vastgesteld, waarbij de wens van [minderjarige] dienaangaande doorslaggevend is;

- de bijdrage in de kosten van de verzorging en opvoeding door de vader aan de moeder te betalen op nihil stelt;

- verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.M. Breugem, rechter, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. G. Veldman, griffier, op 21 november 2022.1

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »