Burgerlijke zaken over 2025
Registratienummers: CUR201500988 – CUR2019H00414
Uitspraak: 4 november 2025
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
V O N N I S
in de zaak van:
1 [ERFGENAAM 1],
wonende in Curaçao,
oorspronkelijk gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,
thans appellante,
gemachtigde: voorheen mr. E. Bokkes, thans mr. A.K.E. Henriquez,
en:
2 [ERFGENAAM 2],
wonende te [woonplaats 1], Nederland,
oorspronkelijk gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,
thans appellante,
gemachtigde: mr. E. Bokkes,
3. [ERFGENAAM 3],
wonende te [woonplaats 2], Nederland,
oorspronkelijk gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,
thans appellante,
gemachtigde: mr. E. Bokkes,
en:
4 [ERFGENAAM 4],
wonende in Curaçao,
oorspronkelijk gedaagde in conventie, eiser in reconventie,
thans (incidenteel) appellant na oproeping op de voet van art. 12a Rv,
gemachtigde: mr. A.K.E. Henriquez,
tegen:
5 [ERFGENAAM 5],
wonende in Curaçao,
oorspronkelijk eiseres in conventie, gedaagde in reconventie,
thans geïntimeerde,
gemachtigde: mr. A.K.E. Henriquez.
Partijen worden hierna [erfgenaam 1], [erfgenaam 2], [erfgenaam 3], [erfgenaam 4] en [erfgenaam 5] genoemd.
1. Het verdere verloop van de procedure
Bij vonnis van 8 oktober 2024 (het vierde tussenvonnis) heeft het Hof een aanvullend voorschot op de schadeloosstelling en het loon voor de deskundige bepaald en verdere beslissingen gegeven.
Bij e-mail van 1 oktober 2025 heeft de deskundige verzocht om een tweede aanvullend voorschot.
Bij e-mail van 20 oktober 2025, 12.17 uur, heeft mr. Henriquez laten weten dat zijn cliënten [erfgenaam 1], [erfgenaam 4] en [erfgenaam 5] onder voorbehoud akkoord gaan met het verzoek, mits de deskundige hen de gelegenheid biedt te worden gehoord. Bij de e-mail is een schriftelijke verklaring van de cliënten van mr. Henriquez gevoegd.
Bij e-mail van 20 oktober 2025, 15.01 uur, heeft mr. Bokkes laten weten (onder meer) dat zijn cliënten [erfgenaam 2] en [erfgenaam 3] bezwaar maken tegen de voorwaarde die [erfgenaam 1], [erfgenaam 4] en [erfgenaam 5] stellen aan de toekenning van het aanvullende voorschot.
De volgende e-mails zijn nog ontvangen:
- 20 oktober 2025, 13.07 uur van de deskundige;
- 20 oktober 2025, 15.59 uur van mr. Henriquez;
- 20 oktober 2025, 17.44 uur van de deskundige.
Vonnis is bepaald op vandaag.
2. De verdere beoordeling
Bij het verzoek van 1 oktober 2025 heeft de deskundige kort verslag gedaan van de tot nog toe verrichte werkzaamheden. Hij heeft verzocht om een aanvullend voorschot van Cg 21.600,- exclusief OB. Gelet op de complexiteit van de zaak acht het Hof dit bedrag passend. Het Hof zal het aanvullende voorschot aldus vaststellen.
De wijze waarop het aanvullende voorschot dient te worden betaald, is dezelfde als in het derde tussenvonnis onder 2.5 is overwogen. Het Hof zal die overweging hieronder citeren:
Uit de aktewisseling leidt het Hof af dat de door mr. Bokkes vertegenwoordigde partijen onvoorwaardelijk bereid zijn daaraan mee te werken, maar dat de door mr. Henriquez vertegenwoordigde partijen nadere voorwaarden stellen, die erop gericht zijn om de gelden die nog aanwezig zijn in FIBV “veilig te stellen”. Het Hof acht die voorwaarden niet redelijk; de voortgang van het onderzoek zou daarvan niet afhankelijk gesteld moeten worden. Daarom zal het Hof alle partijen bevelen eraan mee te werken dat FIBV het voorschot betaalt en alles te doen wat daarvoor nodig is. Zij zijn daartoe jegens elkaar gehouden krachtens de eisen van redelijkheid en billijkheid. Voor het geval zij daar niet aan voldoen, zal het Hof op de voet van art. 3:300 BW bepalen dat dit vonnis van het Hof in de plaats treedt van een akte waaruit de benodigde medewerking van alle vijf partijen blijkt. Orco Bank, waarbij de tegoeden van FIBV worden aangehouden, en die de tegoeden heeft bevroren, dient dus mee te werken aan betaling van het voorschot aan drs. Blijleven, primair in opdracht van partijen, subsidiair op basis van dit vonnis. Het Hof zal bepalen dat beide gemachtigden zich dienen in te spannen om in onderling overleg te bevorderen dat FIBV het volledige voorschot zonder nadere voorwaarden zo spoedig mogelijk aan de deskundige betaalt, zodat deze na ontvangst daarvan aan de werkzaamheden kan beginnen. Verder zal het Hof de griffie opdragen een afschrift van dit vonnis te doen toekomen aan de deskundige en aan Orco Bank.
Het Hof ziet in het voorbehoud van [erfgenaam 1], [erfgenaam 4] en [erfgenaam 5] geen aanleiding om nadere instructies aan de deskundige geven. De deskundige heeft de leiding over het onderzoek. Indien partijen de instructies van de deskundige niet opvolgen, kan eerst de deskundige en vervolgens het Hof daaraan de gevolgtrekking verbinden die geraden voorkomt.
De datum waarop de deskundige het bericht dient in te leveren, wordt nader bepaald op 15 januari 2026. Het Hof houdt ieder verder oordeel aan.
B E S L I S S I N G
Het Hof:
bepaalt het tweede aanvullende voorschot op de schadeloosstelling en het loon voor de deskundige op Cg 21.600,-- exclusief OB;
beveelt iedere partij eraan mee te werken dat FIBV het volledige tweede aanvullende voorschot zo spoedig mogelijk aan de deskundige betaalt en alles te doen wat voor die betaling door FIBV nodig is;
bepaalt dat beide gemachtigden zich dienen in te spannen om te bevorderen dat FIBV het volledige tweede aanvullende voorschot zonder nadere voorwaarden zo spoedig mogelijk aan de deskundige betaalt;
bepaalt dat indien het tweede aanvullende voorschot niet binnen vier weken na heden aan de deskundige betaald is, dit vonnis in de plaats treedt van een akte waaruit de hiervoor bevolen medewerking van alle vijf partijen blijkt;
bepaalt dat de deskundige het onderzoek niet voortzet dan na ontvangst van het volledige tweede aanvullende voorschot;
bepaalt dat de deskundige bij het onderzoek partijen in de gelegenheid zal stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen en dat de deskundige in het schriftelijk bericht zal doen blijken of aan dit voorschrift is voldaan;
bepaalt dat de deskundigen een schriftelijk, gemotiveerd en ondertekend bericht zal inleveren ter griffie van het Hof, vóór 15 januari 2026, onder indiening van een declaratie onder vermelding van registratienummer CUR2019H00414 ([naam]);
bepaalt dat de zaak na ontvangst van het deskundigenbericht naar de rol zal worden verwezen voor conclusie na deskundigenbericht;
draagt de griffie op een afschrift van dit vonnis te doen toekomen aan de deskundige en aan Orco Bank;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mrs. G.C.C. Lewin, C.G. ter Veer en J. de Boer, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 4 november 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.