GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA zittingsplaats Bonaire
Registratienummer: BON202600326
Datum uitspraak: 7 augustus 2026
BESCHIKKING
op verzoek van
[de moeder],
wonende op Bonaire,
hierna: de moeder,
en
[de vader],
wonende te Bonaire,
hierna: de vader,
met betrekking tot de minderjarige:
[de minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats],
hierna: [de minderjarige].
Als belanghebbenden worden aangemerkt:
[de voogdes],
wonende te Bonaire,
hierna ook: de voogdes,
en
VOOGDIJRAAD CARIBISCH NEDERLAND,
gevestigd te Bonaire,
hierna: de Voogdijraad.
1 Het procesverloop
Op 18 juni 2026 is door de Voogdijraad een verzoekschrift, met daarbij een raadsrapport, ter griffie ingediend.
Het Gerecht heeft de Voogdijraad bericht dat het in het verzoekschrift bedoelde verzoek door de moeder zou moeten worden ingediend en dat het verzoek zal worden behandeld als een verzoek van de moeder, mits zij ter zitting aanwezig is en het verschuldigde griffierecht betaalt.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 5 augustus 2026. Daarbij is de vader verschenen, die ook het verschuldigde griffierecht heeft betaald. Namens de Voogdijraad was [medewerker Voogdijraad] aanwezig. De moeder was in eerste instantie niet aanwezig, maar is – na telefonisch contact vanuit het Gerecht, later op de dag alsnog verschenen.
De beschikking is bepaald op vandaag.
2 De feiten
de minderjarige] is op [geboortedatum] 2017 geboren uit de toen nog minderjarige moeder. Hij is door de vader erkend.
Bij beschikking van 21 februari 2018 is [de voogdes] (oma moederszijde) benoemd tot voogdes over [de minderjarige].
De moeder en de vader hebben gezamenlijk het gezag over het jongere broertje van [de minderjarige], [broer] genaamd.
de minderjarige] en [broer] verblijven bij de vader.
3 Het verzoek en de beoordeling daarvan
Uit het raadsrapport en uit de toelichtingen op de mondelinge behandeling door de vader en de moeder volgt dat het verzoek feitelijk is om de voogdes uit de voogdij te ontslaan en de moeder en de vader gezamenlijk te belasten met het gezag over [de minderjarige].
Juridisch is de situatie als volgt. Op grond van artikel 1:253b (de leden 2, 3 en 5) BW BES kan de moeder de rechter in eerste aanleg verzoeken haar met het gezag over [de minderjarige] te belasten en wordt dit verzoek slechts afgewezen als gegronde vrees bestaat dat bij inwilliging de belangen van [de minderjarige] ernstig zouden worden verwaarloosd.
Uit het raadsrapport volgt dat voor verwaarlozing van de belangen van [de minderjarige] niet hoeft te worden gevreesd. De voogdes speelt al geruime tijd nog slechts een ondersteunende rol in de verzorging en opvoeding van [de minderjarige]. Feitelijk hebben de ouders – en recentelijk vooral de vader – de ouderlijke verantwoordelijkheid van zowel [de minderjarige] als [broer] gedragen. De voogdes heeft ook geen bezwaren kenbaar gemaakt tegen haar ontslag en de Voogdrijraad adviseert ook daartoe. Dit betekent dus dat de voogdes zal worden ontslagen uit de voogdij en dat een verzoek van de moeder om haar met het gezag over [de minderjarige] te belasten toewijsbaar is.
Zoals onder 3.1. is overwogen luidt het verzoek echter feitelijk niet om de moeder met het eenhoofdig gezag te belasten, maar om de ouders gezamenlijk met het gezag over hen te belasten. De wet biedt strikt genomen niet de mogelijkheid in een situatie als deze een dergelijk verzoek aan de rechter te doen. Wel zouden de ouders, nadat moeder met het eenhoofdig gezag zou zijn belast, gezamenlijk de griffier kunnen verzoeken het gezamenlijk gezag aan te tekenen in het gezagsregister. In het onderhavige geval zou die aantekening niet worden geweigerd. Ook zou – volgens vaste rechtspraak van dit Gerecht – de vader op grond van artikel 1:253c BW BES in dat geval kunnen verzoeken hem en de moeder gezamenlijk te belasten met het gezag. Ook een dergelijk verzoek zou worden toegewezen; uit het raadsrapport – en uit het feit dat ouders al gezamenlijk het gezag over [broer] hebben – volgt dat gezamenlijk gezag in het belang van [de minderjarige] wenselijk is. Gelet op het voorgaande zal het Gerecht nu de beide ouders ontvangen in hun verzoek hen gezamenlijk te belasten met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] en zal dit verzoek ook toewijzen.
4 De beslissing
Het gerecht:
ontslaat [de voogdes], geboren op [geboortedatum] 1981 te [geboorteplaats], als voogd over [de minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats];
belast [de moeder], geboren op [geboortedatum] 2002 te [geboorteplaats], en [de vader], geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats] met het gezamenlijk gezag over [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats];
verstaat dat de griffier aantekening maakt in het gezagsregister van de beslissingen in 4.1. en 4.2;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, in het openbaar uitgesproken op 7 augustus 2026 in aanwezigheid van de griffier.