ECLI:NL:HR:2024:1559

Datum uitspraak
05-11-2024
Instantie
Hoge Raad
Rechtsgebied
Strafrecht
Zaaknummer
23/00269
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Schietpartij n.a.v. drugsdeal in 2020 in Den Haag. Poging tot doodslag op beoogde wietleverancier en op medewerkster van eethuis (art. 287 Sr) en vernieling van ruit en televisie (art. 350.1 Sr). 1. Noodweer, proportionaliteitseis. Kon hof oordelen dat het schieten door verdachte buitenproportioneel is geweest gelet op dreiging die ongewapend slachtoffer voor verdachte vormde en omstandigheid dat er minder extreme alternatieven voorhanden waren? 2. Noodweerexces, art. 41.2 Sr. Kon hof oordelen dat het niet aannemelijk is geworden dat het schieten door verdachte het gevolg was van hevige gemoedsbeweging, op de grond dat verdachte tijdens schieten weliswaar opgewonden en gestrest was maar dat dit onvoldoende is om aan te nemen dat hevige gemoedsbeweging bestond? HR: art. 81.1 RO.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/00269

Datum 5 november 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 12 januari 2023, nummer 22-003766-21, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2000,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch alleen wat betreft de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De verdachte bevindt zich in voorlopige hechtenis. De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van zes jaren.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;

- vermindert deze in die zin dat deze vijf jaren en negen maanden beloopt;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 november 2024.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »