ECLI:NL:GHSHE:2026:2527

Datum uitspraak
27-08-2026
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Rechtsgebied
Strafrecht
Zaaknummer
20-000660-25
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Het hof veroordeelt de verdachte ter zake van ‘zich gedragen in strijd met het voorschrift vastgesteld bij artikel 2.1, eerste lid, van de Wet dieren’ tot een voorwaardelijke taakstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis met een proeftijd van twee jaren. Het hof verklaart de inbeslaggenomen hond verbeurd.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

Parketnummer : 20-000660-25

Uitspraak : 27 augustus 2026

VERSTEK (dnip)

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

’s-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 21 februari 2025 in de strafzaak met parketnummer 02-400061-24 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1983,

wonende te [adres 1] .

Hoger beroep

Bij het vonnis waarvan beroep heeft de politierechter het tenlastegelegde bewezenverklaard, dat gekwalificeerd als ‘zich gedragen in strijd met het voorschrift vastgesteld bij artikel 2.1, eerste lid, van de Wet dieren, meermalen gepleegd’, de verdachte daarvoor strafbaar verklaard en hem veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis met een proeftijd van twee jaren.

Namens de verdachte en door de officier van justitie bij het arrondissementsparket Zeeland-West-Brabant is tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen onder aanvulling van het nemen van een beslissing omtrent het beslag en, in zoverre opnieuw rechtdoende, de onder de verdachte inbeslaggenomen hond verbeurd zal verklaren.

Vonnis waarvan beroep

Het bestreden vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 9 mei 2024 tot en met 13 juli 2024 te Waalwijk zonder redelijk doel en/of met overschrijding van hetgeen ter bereiking van zodanig doel toelaatbaar was, bij een dier, te weten een Stafford Terrier (genaamd [naam] ), pijn en/of letsel heeft veroorzaakt en/of de gezondheid en/of het welzijn van dat dier heeft benadeeld, door die Stafford Terrier (telkens) meermalen, althans eenmaal, met kracht (met een riem) tegen het lichaam te slaan en/of te schoppen.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij in de periode van 12 juli 2024 tot en met 13 juli 2024 te Waalwijk zonder redelijk doel bij een dier, te weten een Stafford Terrier (genaamd [naam] ), pijn heeft veroorzaakt door die Stafford Terrier meermalen te schoppen.

Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewijsmiddelen

Hierna wordt – tenzij anders vermeld – steeds verwezen naar het eindproces-verbaal van de politie eenheid Zeeland-West-Brabant, zaakregistratienummer PL2000-2024175824, op ambtsbelofte opgemaakt door [verbalisant 1] en gesloten d.d. 3 november 2024, bevattende een verzameling van op ambtseed dan wel op ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal van de politie met daarin gerelateerde bijlagen, doorgenummerde dossierpagina’s 1-34.

1. Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 14 juli 2024, dossierpagina’s 12-14, voor zover inhoudende de verklaring van [getuige 1] :

(p. 12)

Op 12 juli 2024 was ik werkzaam als postbezorgster. Omstreeks 14.44 uur stond ik bij de voordeur aan [adres 2] . De voordeur stond wagenwijd open. Ik kon binnen kijken. Ik zag een man in de deuropening staan. Achter de man zag ik een hond die daar lag. Ik hoorde dat de man ergens tegenaan trapte. Toen hij trapte hoorde ik die hond piepen/janken/huilen. Ik hoorde een schop en hoorde direct een hond huilen/piepen/janken.

Ik keek in mijn kratje van de post. Ik keek voor het huisnummer. Er staan daar brievenbusjes per twee woningen. Een bovenwoning en een benedenwoning. Ik zei hardop tegen mezelf [adres 2] . Hierop zei de man van [adres 2] : “Dat ben ik.” Achter hem zag ik in de gang, tegen de muur, een hond die in elkaar gedoken zat.

2. Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 16 juli 2024, dossierpagina’s 9-11, voor zover inhoudende de verklaring van [getuige 2] :

Ik liep 13 juli 2024, omstreeks 13.30 uur, met mijn hond door de [locatie] in Waalwijk. Op het moment dat ik langs de woning met [adres 2] liep, keek ik door het raam van de voordeur de gang van die woning in. Ik zag dat de bewoner in de gang stond en ik zag dat hij meerdere malen zijn hond schopte. Ik hoorde dat de hond vervolgens ten gevolge van de schoppen piepte en jankte. De bewoner kwam vervolgens naar buiten gelopen waarna ik hem aansprak over het schoppen van de hond. Hij zei hierop dat de hond alles onder zou schijten, waarop ik tegen hem zei dat dat toch niet normaal was wat hij die hond aandeed. Hij liep vervolgens kwaad weg. Ik weet dat deze man [verdachte] heet en dat hij de hond schopte. Ik ken de bewoner van [adres 2] en dat hij de bezitter is van de bruine Stafford hond.

3. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 juli 2024, dossierpagina’s 6-7, voor zover inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 2] :

Ik belde op 13 juli 2024 met een medewerkster van het RIBW. Zij vertelde dat een bovenbuurman van [verdachte] had gehoord dat [verdachte] naar de hond schreeuwde. Daarna hoorde hij harde bonkgeluiden en gelijk hierop de hond piepen/janken.

4. Het proces-verbaal van verhoor d.d. 29 oktober 2024, dossierpagina 23, voor zover inhoudende de verklaring van de verdachte:

Ik had een Amerikaanse Stafford. Jullie hebben haar afgepakt. Haar naam is [naam] .

Bewijsoverwegingen

De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:

zich gedragen in strijd met het voorschrift vastgesteld bij artikel 2.1, eerste lid, van de Wet dieren.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. Het feit is strafbaar.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.

Op te leggen straf

Het hof heeft bij het bepalen van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan dierenmishandeling, door zijn hond meermalen te schoppen. Daarmee heeft de verdachte pijn veroorzaakt bij zijn hond. Met zijn handelen heeft de verdachte blijk gegeven van een groot gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel ten opzichte van een dier dat van zijn zorg afhankelijk was. Het hof rekent het de verdachte dan ook aan dat hij heeft gehandeld zoals bewezen is verklaard.

Het hof heeft acht geslagen op de inhoud van het uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 2 juni 2026, betrekking hebbende op het justitiële verleden van de verdachte. Daaruit blijkt dat de verdachte eerder meermalen onherroepelijk voor strafbare feiten is veroordeeld, doch niet eerder voor een soortgelijk feit. Uit voornoemd uittreksel blijkt tevens dat het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.

Voorts heeft het hof gelet op de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan uit het strafdossier en ter terechtzitting in eerste aanleg is gebleken.

Alles afwegende acht het hof, in navolging van de vordering van de advocaat-generaal, de door de politierechter opgelegde straf gelet op de ernst van het bewezenverklaarde en de hierna te nemen beslissing omtrent het beslag passend en geboden, zodat het hof aan de verdachte een voorwaardelijke taakstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis met een proeftijd van twee jaren zal opleggen. Met oplegging van deze voorwaardelijke straf wordt enerzijds de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

Beslag

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat onder de verdachte een hond, een Stafford Terrier genaamd ‘ [naam] ’, in beslag is genomen. De hond behoort aan de verdachte toe.

Het hof is van oordeel dat hond [naam] vatbaar is voor verbeurdverklaring, nu het een dier is met betrekking tot welke het bewezenverklaarde is begaan. Naar het oordeel van het hof dient hond [naam] verbeurd te worden verklaard. Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van de verdachte.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2.1 en 8.12 van de Wet dieren, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.

BESLISSING

Het hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis;

bepaalt dat de taakstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

verklaart verbeurd het inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

- een hond (omschrijving PL2000-2024175824-G2748170, Stafford Terrier).

Aldus gewezen door:

mr. N.I.B.M. Buljevic, voorzitter,

mr. G.P.N. Robben en mr. I.R. Rigter, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. N. van Abeelen, griffier,

en op 27 augustus 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. I.R. Rigter is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »