ECLI:NL:GHSHE:2026:229

Datum uitspraak
28-01-2026
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Rechtsgebied
Strafrecht
Zaaknummer
20-001488-25
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen. Diefstal. Mishandeling. Terzake de mishandeling: Vrijspraak strafverzwarend bestanddeel 304 sr. Uit het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep en het procesdossier blijkt naar het oordeel van het hof onvoldoende dat sprake was van een nauwe persoonlijke betrekking van een zekere hechtheid tussen de verdachte en [levensgezel 1] in die zin dat zij een relatie hebben gehad die qua hechtheid vergelijkbaar is met die tussen echtgenoten of geregistreerde partners.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

Parketnummer : 20-001488-25

Uitspraak : 28 januari 2026

TEGENSPRAAK (ex artikel 279 Sv)

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven, van 27 mei 2025 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken met parketnummers 01-015366-25, 01-221540-24 en 01-406789-24 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissingen op de vorderingen tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf onder parketnummers 01-260508-21,

01-121064-23 en 01-339723-23, tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2000,

ingeschreven te [adres] ,

thans uit anderen hoofde verblijvende in P.I. [inrichting] .

Hoger beroep

Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte door diens raadsvrouw naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, bewezen zal verklaren hetgeen aan de verdachte is tenlastegelegd en de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 weken, waarvan 6 weken voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en met als bijzondere voorwaarden (kort gezegd) een meldplicht bij de reclassering en voortzetting van de ambulante begeleiding door Homerun Humanitas. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof de tenuitvoerlegging zal gelasten van twee eerder aan de verdachte voorwaardelijk opgelegde straffen onder parketnummers 01-121064-23 en 01-339723-23 en de vordering tot tenuitvoerlegging onder parketnummer 01-260508-21 zal afwijzen. Met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij Gemeente Veldhoven heeft de advocaat-generaal zich op het standpunt gesteld dat het hof de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk zal verklaren.

De verdediging heeft zich achter de vordering van de advocaat-generaal geschaard, voor zover ziende op de strafoplegging en de vordering van de benadeelde partij Gemeente Veldenhoven. Ten aanzien van de drie vorderingen tot tenuitvoerlegging van eerder voorwaardelijk opgelegde straffen is door de verdediging verzocht deze af te wijzen.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat de politierechter heeft volstaan met aantekening van de uitspraak op een aan het dubbel van de dagvaarding gehecht stuk, maar het hof gebonden is aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359 van het Wetboek van Strafvordering.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

onder parketnummer 01-015366-25: hij op of omstreeks 17 oktober 2024 te Veldhoven opzettelijk en wederrechtelijk een bushokje, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan de gemeente Veldhoven, in elk geval aan een ander, toebehoorde, heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

onder parketnummer 01-221540-24: hij op of omstreeks 9 juli 2024 te Eindhoven 2 blikjes bier, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Albert Heijn, in elk geval aan een ander, toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen;

onder parketnummer 01-406789-24:

hij op of omstreeks 25 december 2024 te Eindhoven, althans in Nederland, zijn levensgezel [levensgezel 1] heeft mishandeld door die [levensgezel 1] in haar gezicht één of meerdere kopsto(o)t(en) te geven en/of te slaan.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Partiële vrijspraak van het onder parketnummer 01-406789-24 tenlastegelegde

Anders dan de advocaat-generaal, maar met de politierechter, acht het hof niet wettig en overtuigend bewezen dat slachtoffer [levensgezel 1] ten tijde van de tenlastegelegde mishandeling de levensgezel was van de verdachte.

Uit het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep en het procesdossier blijkt naar het oordeel van het hof onvoldoende dat sprake was van een nauwe persoonlijke betrekking van een zekere hechtheid tussen de verdachte en [levensgezel 1] in die zin dat zij een relatie hebben gehad die qua hechtheid vergelijkbaar is met die tussen echtgenoten of geregistreerde partners. Uit het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep en het procesdossier blijkt slechts dat de verdachte en [levensgezel 1] gedurende een periode van circa 1 jaar een (liefdes-) relatie hebben gehad, doch niet dat zij een gemeenschappelijke huishouding voerden of dat anderszins sprake was van een nauwe persoonlijke betrekking van een zekere hechtheid. Van dit strafverzwarende bestanddeel zal de verdachte derhalve worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaken met parketnummers 01-015366-25, 01-221540-24 en 01-406789-24 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

onder parketnummer 01-015366-25: hij op 17 oktober 2024 te Veldhoven opzettelijk en wederrechtelijk een bushokje, dat aan de gemeente Veldhoven toebehoorde, heeft beschadigd;

onder parketnummer 01-221540-24: hij op 9 juli 2024 te Eindhoven 2 blikjes bier, die aan Albert Heijn toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen;

onder parketnummer 01-406789-24: hij op 25 december 2024 te Eindhoven [levensgezel 1] heeft mishandeld door die [levensgezel 1] in haar gezicht een kopstoot te geven.

Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan dit arrest gehecht.

Bewijsoverwegingen

De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het in de zaak met parketnummer 01-015366-25 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen.

Het in de zaak met parketnummer 01-221540-24 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:

diefstal.

Het in de zaak met parketnummer 01-406789-24 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:

mishandeling.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.

Op te leggen sanctie

Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het beschadigen van een bushokje en aan winkeldiefstal. Door aldus te handelen heeft de verdachte er telkens blijk van gegeven geen respect te hebben voor het eigendom van de rechthebbende en heeft hij zich, ten aanzien van de winkeldiefstal, enkel laten leiden door eigen financieel gewin. Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan de mishandeling van zijn toenmalige vriendin. Hij heeft met zijn handelen een inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Het hof rekent het de verdachte aan dat hij heeft gehandeld zoals is bewezenverklaard.

Ten aanzien van de persoon van de verdachte heeft het hof acht geslagen op de inhoud van het hem betreffende uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 6 november 2025, waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk voor soortgelijke strafbare feiten is veroordeeld, laatstelijk twee maal in 2021, één maal in 2022 en één maal in 2023. Ten tijde van de bewezenverklaarde feiten liep de verdachte voorts in een of meer proeftijden van eerdere veroordelingen waarbij aan hem (mede) een voorwaardelijke straf was opgelegd. Deze eerdere veroordelingen hebben de verdachte er kennelijk niet van weerhouden zich opnieuw schuldig te maken aan dergelijke strafbare feiten.

Voorts heeft het hof gelet op de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting en uit het procesdossier is gebleken. In dit kader is onder meer door de raadsvrouw naar voren gebracht dat de verdachte momenteel uit anderen hoofde gedetineerd is in de P.I. Grave. Uit het reclasseringsrapport d.d. 14 mei 2025 volgt dat de verdachte te kampen heeft met LVB, PTSS, persoonlijkheidsproblematiek en drugs- en alcoholgebruik. De reclassering adviseert hulpverlening binnen een forensisch kader – te weten de ambulante begeleiding vanuit Homerun Humanitas – voort te zetten, aangezien deze organisatie hulpverlening biedt ten aanzien van mentorschap en begeleid wonen. Uit een recent reclasseringsrapport d.d. 6 januari 2026 – opgemaakt ten behoeve van een andere strafzaak – blijkt dat de verdachte de hulpverlening vanuit Homerun Humanitas graag wil voortzetten. Daarnaast wil de verdachte een woning toegewezen krijgen, aangezien hij, na zijn invrijheidstelling, anders (wederom) dakloos zal zijn, met alle negatieve gevolgen van dien.

De raadsvrouw heeft ter terechtzitting in hoger beroep voorts aangevoerd dat de verdachte op de tweede plek van de wachtlijst bij NEOS (Nieuwe Eindhovense Opvang Stichting) staat voor een verblijf in een instelling voor beschermd wonen. Voorts heeft de raadsvrouw bepleit dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van meer dan twee weken in de weg staat aan een plaatsing, dan wel aan het kunnen behouden van die plaats, in een instelling voor beschermd wonen.

Naar het oordeel van het hof kan gelet op de ernst van het bewezenverklaarde niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt.

Gelet op de hiervoor geschetste persoonlijke omstandigheden van de verdachte, die het hof aannemelijk vindt, acht het hof het niet wenselijk dat de positieve ontwikkeling dat de verdachte in de (nabije) toekomst mogelijk geplaatst wordt in een instelling voor beschermd wonen zou kunnen worden doorkruist. Het hof acht het in dit geval van belang dat de verdachte niet langer dan twee weken van zijn vrijheid zal worden beroofd.

Alles afwegende acht het hof – net als de advocaat-generaal en de verdediging – oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 8 weken, waarvan 6 weken voorwaardelijk, passend en geboden. Het hof ziet in de persoonlijke omstandigheden en het justitiële verleden van de verdachte reden om daaraan een proeftijd van 3 jaren te verbinden. Anders dan de politierechter, de advocaat-generaal en de verdediging, acht het hof het niet opportuun om aan het voorwaardelijk strafdeel, naast de algemene voorwaarden, tevens bijzondere voorwaarden te verbinden. Het hof ziet daarom af van oplegging van een meldplicht bij de reclassering en begeleiding door Homerun Humanitas.

Met oplegging van een gedeeltelijk voorwaardelijke straf wordt enerzijds de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

Vordering van de benadeelde partij Gemeente Veldhoven

De benadeelde partij Gemeente Veldhoven heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 435,50 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente. De benadeelde partij is bij het vonnis waarvan beroep in deze vordering niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Het hof heeft met betrekking tot de gevorderde materiële schade geen concrete onderbouwing daarvan in het dossier aangetroffen, nu geen factuur of een andere, voldoende gespecificeerde onderbouwing van de schade is aangeleverd. De gegrondheid van de vordering behoeft aldus nader onderzoek. Het hof is van oordeel dat dit nader onderzoek een onevenredige belasting van het strafgeding zou opleveren. De vordering van de benadeelde partij kan daarom thans niet worden ontvangen. Het hof zal bepalen dat de benadeelde partij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. Bovendien heeft het hof vastgesteld dat het verzoek tot schadevergoeding is ondertekend door [naam] , terwijl niet is gebleken dat deze persoon door de benadeelde partij is gemachtigd om de vordering in te dienen. Een schriftelijke volmacht van de benadeelde partij daartoe ontbreekt.

Vordering tot tenuitvoerlegging onder parketnummer 01-121064-23

Het Openbaar Ministerie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven, van 18 december 2023 opgelegde voorwaardelijke taakstraf, in de vorm van een werkstraf, voor de duur van 14 uren. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

Het hof is ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging van oordeel dat, nu gebleken is dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig heeft gemaakt en geen bijzondere feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden op grond waarvan desalniettemin van tenuitvoerlegging zou behoren te worden afgezien, de tenuitvoerlegging van de gehele voorwaardelijk opgelegde straf dient te worden gelast. Het hof ziet in hetgeen door de raadsvrouw is aangevoerd, geen grond om anders te oordelen. Het hof is van oordeel dat het niet aannemelijk is dat het verrichten van deze werkstraf, gelet op de beperkte duur, voor de verdachte onmogelijk of buitengewoon bezwaarlijk is.

Vordering tot tenuitvoerlegging onder parketnummer 01-339723-23

Het Openbaar Ministerie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven, van 17 oktober 2024 opgelegde voorwaardelijke werkstraf voor de duur van 40 uren. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

Het hof is van oordeel dat het Openbaar Ministerie in deze vordering tot tenuitvoerlegging niet-ontvankelijk is, nu niet kan worden vastgesteld dat de verdachte zich tijdens de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit. Immers, het feit waaraan de vordering is gekoppeld is de beschadiging van een bushokje op 17 oktober 2024, zoals hierboven bewezenverklaard. Dit betreft dezelfde datum als waarop de verdachte door de politierechter is veroordeeld tot voornoemde voorwaardelijke werkstraf van 40 uren. Onduidelijk is echter of de beschadiging van het bushokje voorafgaand of na deze voorwaardelijke veroordeling is gepleegd, nu op grond van het dossier niet kan worden vastgesteld op welk tijdstip de politierechter uitspraak heeft gedaan. Derhalve kan evenmin worden vastgesteld of de proeftijd op dat moment al was ingegaan.

Vordering tot tenuitvoerlegging onder parketnummer 01-260508-21

Het Openbaar Ministerie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 30 november 2021 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee weken. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

Op grond van hetgeen bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoonlijke omstandigheden van verdachte – wat betreft het vooruitzicht op beschermd wonen in een instelling – acht het hof het niet opportuun om naast de in de onderhavige strafzaak opgelegde gevangenisstraf, tevens de tenuitvoerlegging van deze voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee weken te gelasten. Om deze reden zal de vordering tot tenuitvoerlegging worden afgewezen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57, 63, 300, 310 en 350 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 01-015366-25, het in de zaak met parketnummer 01-221540-24 en het in de zaak met parketnummer 01-406789-24 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 01-015366-25, het in de zaak met parketnummer 01-221540-24 en het in de zaak met parketnummer 01-406789-24 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) weken.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 6 (zes) weken, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Vordering van de benadeelde partij Gemeente Veldhoven

Verklaart de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij Gemeente Veldhoven niet-ontvankelijk en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Veroordeelt de benadeelde partij in de door de verdachte gemaakte kosten en begroot deze op nihil.

Beveelt de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven, van 18 december 2023, met parketnummer 01-121064-23, voorwaardelijk opgelegde straf, te weten van: een taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van 14 (veertien) uren, bij gebreke van het naar behoren verrichten te vervangen door 7 (zeven) dagen jeugddetentie.

Verklaart de vordering van de officier van justitie in het arrondissement Oost-Brabant van 4 februari 2025, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven, van 17 oktober 2024, met parketnummer 01-339723-23, voorwaardelijk opgelegde werkstraf voor de duur van 40 uren niet-ontvankelijk.

Wijst af de vordering van de officier van justitie in het arrondissement Oost-Brabant van 4 februari 2025, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 30 november 2021, met parketnummer 01-260508-21, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 2 weken.

Aldus gewezen door:

mr. G.J. Hanssen, voorzitter,

mr. T. van de Woestijne en mr. C.C.H.T. Coert, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. N.S. Willems Ettori-Oort en mr. K. Holleman, griffiers,

en op 28 januari 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »