Parketnummer : 20-002005-25
Uitspraak : 27 juli 2026
TEGENSPRAAK (art. 279 Sv)
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 10 juli 2025, in de strafzaak met parketnummer
03-127346-25 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] ( [land] ) op [geboortedag] 1968,
zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,
blijkens de informatiestaat SKDB-persoon d.d. 2 april 2026 sedert 27 april 2025 als laatst opgegeven woon- of verblijfplaats: [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter de verdachte ter zake van het ‘opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het
Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst’ veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden, waarvan 1 maand voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft – naar het hof begrijpt – gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen, en opnieuw rechtdoende, het tenlastegelegde feit bewezen zal verklaren en de verdachte te dien aanzien zal veroordelen tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 weken en een geldboete ter hoogte van € 2.000,00. Voorts heeft de advocaat-generaal ten aanzien van het beslag gevorderd dat het hof het onder de verdachte in beslag genomen voorwerp zal onttrekken aan het verkeer.
De raadsman van de verdachte heeft primair vrijspraak van het tenlastegelegde bepleit. Voor het geval het hof zou overwegen het tenlastegelegde bewezen te verklaren, heeft de raadsman van de verdachte een voorwaardelijk verzoek gedaan tot het verrichten van, kortweg, nader onderzoek naar de authenticiteit van het onder de verdachte in beslag genomen Oekraïens rijbewijs. Voorts heeft de raadsman van de verdachte verzocht dat het hof de teruggave zal gelasten van het onder de verdachte in beslag genomen voorwerp.
Vonnis waarvan beroep
Het beroepen vonnis zal worden vernietigd, reeds omdat de politierechter heeft volstaan met aantekening van de uitspraak op een aan het dubbel van de dagvaarding gehecht stuk, maar het hof gebonden is aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359 van het Wetboek van Strafvordering.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 27 april 2025 te Roermond opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vals en/of vervalst geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten een (Oekraïens) rijbewijs als ware het echt en onvervalst, door deze te tonen/overhandigen aan [verbalisant 1] .
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 27 april 2025 te Roermond opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vals geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten een Oekraïens rijbewijs, als ware het echt en onvervalst, door dit te overhandigen aan [verbalisant 1] .
Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
Bewijsmiddelen
Hierna wordt – tenzij anders vermeld – steeds verwezen naar het dossier van de
Brigade Limburg grenscontroles, dossiernummer 25-001618 (daaronder staat met de hand geschreven PL27YN/25-035955), op ambtsbelofte opgemaakt door verbalisant [verbalisant 2] , wachtmeester der eerste klasse der Koninklijke Marechaussee, gesloten d.d. 21 mei 2025, bevattende een verzameling op ambtseed dan wel ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal met daarin gerelateerde bijlagen, met doorgenummerde dossierpagina’s 1 tot en met 28.
Alle tot het bewijs gebezigde processen-verbaal zijn, voor zover niet anders vermeld, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde verbalisanten en alle verklaringen zijn, voor zover nodig, zakelijk weergegeven.
1. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 april 2025 (pg. 5-7), voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 2] , [verbalisant 1] en [verbalisant 3] :
Op 27 april 2025, omstreeks 11:45 uur, bevonden wij ons aan de Nederlandse zijde gelegen net na de grensovergang Duitsland-Nederland, op de N280 te Roermond. Wij zagen een witte Mercedes-Benz Vito deze grensovergang passeren. Wij zagen dat dit voertuig was voorzien van de Oekraïense kentekenplaten [kenteken] . Wij hebben besloten om de inzittenden van dit voertuig te onderwerpen aan een controle.
Op 27 april 2025, om 11:57 uur, hebben wij de inzittenden gecontroleerd op grond van artikel 8 van de Schengengrenscode ter verificatie van de identiteit, de nationaliteit en van de echtheid en geldigheid van het reisdocument voor het overschrijden van de grens.
Ik, [verbalisant 1] , kreeg op eigen initiatief van de bestuurder van het voertuig twee Oekraïense paspoorten, een Oekraïens rijbewijs en een kentekenbewijs behorend bij het voertuig.
Ik zag dat beide Oekraïense paspoorten voorzien waren van de onderstaande gegevens:
Achternaam: [verdachte]
Voornaam: [verdachte]
Geboortedatum: [geboortedag] 1968
Geboorteland: [geboorteplaats]
Nationaliteit: Oekraïense
Wij zagen dat dit document was voorzien van een op de houder van dit document gelijkende pasfoto. Wij zagen dat het Oekraïens rijbewijs voorzien was van dezelfde gegevens als hierboven staan vermeld. Wij zagen dat dit rijbewijs voorzien was van documentnummer [documentnummer] .
Op 27 april 2025 zagen wij dat er bij voornoemd rijbewijs meerdere druk- en beveiligingstechnieken niet overeenkwamen met een door de autoriteiten van Oekraïne afgegeven exemplaar van dit model.
Op 27 april 2025, te 12:07 uur, heb ik, [verbalisant 2] , op locatie van aanhouding/controle voornoemd, het volgende goed onder verdachte [verdachte] in beslag genomen:
1 (vermoedelijk vals) Oekraïens rijbewijs, documentnummer [documentnummer] .
2. Het proces-verbaal van verhoor d.d. 27 april 2025 met fotobijlagen (pg. 13-20), voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte:
O: Opmerking verbalisant
V: Vraag verbalisant
A: Antwoord verdachte
V: Was u vandaag (het hof begrijpt: op 27 april 2025) de bestuurder van een
Mercedes-Benz Vito, voorzien van Oekraïens kenteken [kenteken] ?
A: Dat is mijn eigen auto. Hier liggen de documenten van de auto.
V: Was u de bestuurder van de auto?
A: Ik zat achter het stuur en ik ben zelf de eigenaar van deze auto sinds 2020.
V: Welke documenten heeft u tijdens de controle (het hof begrijpt: tijdens de controle op 27 april 2025 te Roermond) aan mijn collega's overhandigd?
A: Mijn paspoort en rijbewijs en autopapieren.
O: Verbalisanten tonen verdachte een kopie van het overhandigde rijbewijs.
V: Is dit het rijbewijs dat u aan mijn collega's heeft overhandigd?
A: Ja.
V: Van wie zijn de foto en personalia vermeld op het document?
A: Dat rijbewijs staat op mijn eigen naam.
3. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 april 2025 met fotobijlage
(pg. 21-23), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 4] :
ONDERZOCHT DOCUMENT:
Hoedanigheid: fysiek document
Document: rijbewijs
Land: Oekraïne
Nummer: [documentnummer]
Geldig vanaf: 19-02-2013
Geldig tot: 19-02-2063
Reisdocument: nee
Ten name van:
Naam: [verdachte]
Voornamen: [verdachte]
Geboorteplaats: [geboorteplaats]
Geboortedatum: [geboortedag] 1968
Geslacht: mannelijk
VASTGESTELDE AFWIJKENDE KENMERKEN T.O.V. EEN ORIGINEEL DOCUMENT:
-
de ondergrond is aangebracht middels een printtechniek in plaats van een druktechniek;
-
de UV-beveiliging wijkt af na aanstraling met een ultraviolette lichtbron.
CONCLUSIE:
Het onderzochte rijbewijs is een nabootsing van een origineel model van dit rijbewijs.
Het rijbewijs is vals.
Bewijsoverwegingen
De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de
feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.
De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep vrijspraak van het tenlastegelegde bepleit. Daartoe is in de kern het volgende aangevoerd. Ten eerste bevat het dossier, in het bijzonder het voormelde proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 4] , volgens de verdediging onvoldoende steekhoudend bewijs voor het oordeel dat het desbetreffende rijbewijs vals of vervalst is. Ten tweede heeft de raadsman bepleit dat opzet aan de zijde van de verdachte ontbreekt, nu de verdachte het rijbewijs op reguliere wijze van de autoriteiten in Donetsk, Oekraïne, heeft verkregen. Ten tijde van het tenlastegelegde gebruik van het rijbewijs door de verdachte ging hij er daarom vanuit dat het een authentiek rijbewijs betrof.
Het hof overweegt als volgt.
Het hof ziet, anders dan de verdediging, geen reden om voormeld proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 4] niet voor het bewijs te bezigen. Uit dit proces-verbaal blijkt genoegzaam dat deze verbalisant bekend is met de relevante eigenschappen van een authentiek Oekraïens rijbewijs, alsmede is genoegzaam omschreven op welke gronden de verbalisant heeft geconcludeerd dat het door de verdachte gebruikte rijbewijs vals is. Op grond van dit proces-verbaal acht het hof daarom wettig en overtuigend bewezen dat het door de verdachte gebruikte rijbewijs vals is. Ten overvloede overweegt het hof dat de valsheid van het desbetreffende rijbewijs kennelijk zodanig evident was dat de controlerend verbalisanten [verbalisant 2] , [verbalisant 1] en [verbalisant 3] zonder nader onderzoek reeds zagen dat sprake was van meerdere afwijkingen in echtheidskenmerken ten opzichte van een authentiek Oekraïens rijbewijs. Ook op grond van (enkel) de bevindingen van deze drie verbalisanten, waarvan de juistheid door de verdediging als zodanig niet is bestreden, is het hof van oordeel dat de valsheid van het desbetreffende rijbewijs bewezen is.
Het hof acht aldus bewezen dat het door de verdachte gebruikte rijbewijs vals is. Daarmee kan als vaststaand worden aangenomen dat het rijbewijs niet op reguliere wijze door de Oekraïense autoriteiten aan de verdachte is verstrekt. De andersluidende verklaring van de verdachte, die overigens maar in beperkte mate is geconcretiseerd en niet is onderbouwd, acht het hof ongeloofwaardig. Daarmee moet de verdachte het rijbewijs op een andere, niet reguliere wijze hebben verkregen. Op grond hiervan kan naar het oordeel van het hof bewezen worden geacht dat de verdachte, ten minste in voorwaardelijke vorm, opzet heeft gehad op het voorhanden hebben en tevens op het tenlastegelegde gebruik van het desbetreffende rijbewijs.
Aldus verwerpt het hof de tot vrijspraak strekkende verweren van de verdediging in al zijn onderdelen.
De verdediging heeft voor zover het hof niet reeds tot vrijspraak van het tenlastegelegde komt, verzocht om, kortweg, nader onderzoek te (laten) doen bij de Oekraïense autoriteiten naar de authenticiteit van het desbetreffende rijbewijs. De beoordeling van het verzoek tot dergelijk onderzoek dient te geschieden aan de hand van het zogenoemde noodzaakscriterium. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen over het bewijs van het tenlastegelegde acht het hof zich echter voldoende voorgelicht en ziet het hof ook niet de noodzaak tot het (laten) uitvoeren van het verzochte onderzoek. Het door de raadsman voorwaardelijk gedane verzoek wordt derhalve afgewezen.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:
opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. Het feit is strafbaar.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.
Op te leggen straffen
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte zal veroordelen tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 weken en een geldboete ter hoogte van € 2.000,00. De raadsman van de verdachte heeft geen verweer met betrekking tot de straf gevoerd.
Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
In het bijzonder heeft het hof het navolgende in aanmerking genomen.
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk gebruik maken van een vals Oekraïens rijbewijs. Valse rijbewijzen verhinderen een effectieve controle op de rijvaardigheid en verkeersveiligheid, waarbij men voorts, bij gebruik van een dergelijk vals document, in het verkeer niet is verzekerd, met alle gevolgen van dien voor andere weggebruikers. Ook wordt het vertrouwen dat in van overheidswege verstrekte rijbewijzen moet kunnen worden gesteld, aangetast door het gebruik van dergelijke falsificaties. Het hof rekent het de verdachte dan ook aan dat hij heeft gehandeld zoals is bewezenverklaard.
Voorts heeft het hof acht geslagen op de inhoud van het uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 2 april 2026, betrekking hebbende op het justitiële verleden van de verdachte, waaruit blijkt dat hij niet eerder onherroepelijk is veroordeeld ter zake van een strafbaar feit.
Het hof heeft tevens acht geslagen op de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan uit het procesdossier en ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken. De raadsman van de verdachte heeft in dat kader met name naar voren gebracht dat de verdachte een partner en een zoon heeft. Voorts kampt de verdachte met ernstige gezondheidsproblemen en is hij arbeidsongeschikt.
Alles afwegende acht het hof, met de advocaat-generaal, een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 weken, met een proeftijd van 2 jaren en een geldboete ter hoogte van € 2.000,00, subsidiair 20 dagen hechtenis, passend en geboden. Bij de vaststelling van de hoogte van de geldboete heeft het hof rekening gehouden met de financiële draagkracht van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting is gebleken.
Met oplegging van een gedeeltelijk voorwaardelijke straf wordt enerzijds de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.
Beslag
Onder de verdachte is een vals Oekraïens rijbewijs in beslag genomen. Uit het onderzoek ter terechtzitting is naar voren gekomen dat het bewezenverklaarde met betrekking tot dit inbeslaggenomen goed is begaan. Het hof is van oordeel dat het ongecontroleerde bezit van dit valse document in strijd is met de wet en met het algemeen belang.
Het hof zal het valse Oekraïens rijbewijs aldus onttrekken aan het verkeer.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
Het hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) weken;
bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 2.000,00 (tweeduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis;
beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: 1 STK Rijbewijs ( [goednummer] ).
Aldus gewezen door:
mr. T. van de Woestijne, voorzitter,
mr. M.J.M.A. van der Put en mr. M.A.M. Wagemakers, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. M.E. van Vessem en mr. R.A.C.G. Heijse, griffiers,
en op 27 juli 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. M.A.M. Wagemakers en mr. R.A.C.G. Heijse zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.