ECLI:NL:GHARL:2025:6216

Datum uitspraak
09-10-2025
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Rechtsgebied
Civiel recht
Zaaknummer
200.359.320/01 en 200.359.320/02
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verwijzing op grond van betrokkenheid (art. 62b RO). Verzoekers hebben in eerste aanleg de rechtbank gevraagd een deskundigenverhoor te gelasten. De rechtbank heeft dit verzoek afgewezen (ECLI:NL:RBNNE:2025:3398). Verzoekers hebben tegen die beslissing hoger beroep aangetekend. Het hof heeft ambtshalve vastgesteld dat enkele verweerders worden bijgestaan door advocaten die tevens raadsheer-plaatsvervanger zijn bij dit hof. Om elke schijn van partijdigheid te vermijden wordt de zaak in hoger beroep daarom verwezen naar het gerechtshof in Amsterdam. Daar zal de zaak verder in behandeling worden genomen.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht, handel

zaaknummers gerechtshof 200.359.320/01 en 200.359.320/02

(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 199273)

beschikking van 9 oktober 2025

in de zaak van

1 [appellant1]

die woont in [woonplaats1]

2. [appellante2]

die woont in [woonplaats2]

3. [appellant3]

die woont in [woonplaats1]

die hoger beroep hebben ingesteld

hierna: [appellanten]

vertegenwoordigd door mr. P.W.A. Stassen, advocaat in Eindhoven

tegen

1 [geïntimeerde1]

die woont in [woonplaats3]

2. [geïntimeerde2]

die woont in [woonplaats4]

3. [geïntimeerde3]

die woont in [woonplaats5]

4. [geïntimeerde4]

die woont in [woonplaats6]

5. [geïntimeerde5]

die woont in [woonplaats7]

6. [geïntimeerde6]

die woont in [woonplaats8]

7. [geïntimeerde7]

die woont in [woonplaats9]

8. [geïntimeerde8]

die woont in [woonplaats10]

9. [geïntimeerde9]

die woont in [woonplaats11]

10. [geïntimeerde10]

die woont op een geheim adres

11. [geïntimeerde11]

die woont in [woonplaats12]

12. de publiekrechtelijke rechtspersoon de Staat der Nederlanden

die zetelt in Den Haag

13. [geïntimeerde13]

die woont in [woonplaats13]

14. [geïntimeerde14]

die woont in [woonplaats14]

15. [geïntimeerde15]

die woont in [woonplaats15]

16. [geïntimeerde16]

die woont in [woonplaats16]

17. [geïntimeerde17]

zonder bekende woonplaats

verweerders in hoger beroep

hierna: [geïntimeerden]

1 De procedure bij de rechtbank

1.1

Hoe de procedure bij de rechtbank is verlopen, blijkt uit de beschikking van 20 augustus 2025 van de rechtbank Noord-Nederland, afdeling civiel recht, locatie Leeuwarden.

2 De procedure bij het hof

2.1

Het verloop van de procedure bij het hof blijkt uit:

- het beroepschrift tevens houdende verzoek voorlopige voorziening analoog artikel 223 Rv, ingekomen op 15 september 2025. De bodemzaak is ingeschreven onder nummer 200.359.320/01. Het verzoek voorlopige voorziening heeft nummer 200.359.320/02.

2.2

[appellanten] hebben het griffierecht van € 362 voldaan. [geïntimeerden] hebben nog geen griffierecht voldaan.

2.3

Vandaag neemt het hof op grond van het griffiedossier een beslissing over verwijzing naar een ander hof.

3 De beoordeling

3.1

Artikel 62b van de Wet op de rechterlijke organisatie bepaalt dat het gerechtshof een zaak ter verdere behandeling kan verwijzen naar een ander gerechtshof, indien naar zijn oordeel door betrokkenheid van het gerechtshof behandeling van die zaak door een ander gerechtshof gewenst is.

3.2

Uit de bestreden beschikking van 20 augustus 2025 blijkt het volgende. Verweerders in hoger beroep 1 tot en met 12 zijn in de procedure bij de rechtbank bijgestaan door (onder meer) mr. M.E.A. Möhring, advocaat in Den Haag. Verweerder in hoger beroep 16 is in de procedure bij de rechtbank bijgestaan door (onder meer) mr. W. Heemskerk, advocaat in Den Haag.

3.3

Mrs. Möhring en Heemskerk zijn raadsheer-plaatsvervanger bij dit hof. Desgevraagd hebben de mrs. Möhring en Heemskerk meegedeeld dat zij hun cliënten in deze zaak ook in hoger beroep zullen bijstaan. Dat levert echter strijd op met het beleid van het hof dat een advocaat die raadsheer-plaatsvervanger is bij dit hof niet betrokken mag zijn bij zaken van dit hof. Dit is alleen anders wanneer de president van het hof op grond van zeer bijzondere omstandigheden aan de betreffende advocaat toestemming verleent om bij de zaak betrokken te mogen blijven. De president heeft een dergelijke toestemming niet verleend. Aldus ontstaat een situatie dat een aantal verweerders in hoger beroep zal worden bijgestaan door een advocaat die tevens raadsheer-plaatsvervanger is bij dit hof. Daardoor is sprake van betrokkenheid van het hof bij de zaak waardoor behandeling van de zaak door een ander hof gewenst is. Gelet op het bepaalde in art. 6 EVRM en ter vermijding van de schijn van partijdigheid zal het hof de zaak daarom niet verder behandelen, maar ambtshalve verwijzen naar het hof in Amsterdam.

4 De beslissing

Het hof, rechtdoende in hoger beroep:

4.1

verwijst de zaak, in de stand waarin deze zich bevindt, ter verdere behandeling naar het gerechtshof Amsterdam.

Deze beschikking is gegeven door mrs. J.H. Kuiper, S.C.P. Giesen en E.B.E.M. Rikaart-Gerard, en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 9 oktober 2025.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »