ECLI:NL:GHARL:2023:9102

Datum uitspraak
27-10-2023
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Zaaknummer
Wahv 200.318.591
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Snelheidsoverschrijding. De betrokkene heeft niet aannemelijk gemaakt dat een verkeersregelaar hem maande harder te rijden dan was toegestaan.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.318.591/01

CJIB-nummer

: 232650956

Uitspraak d.d.

: 27 oktober 2023

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank NoordHolland van 20 september 2022, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd

van € 181,- voor: “overschrijding maximumsnelheid binnen bebouwde kom, met 19 km per uur”.

Deze gedraging zou zijn verricht op 18 maart 2020 om 13:38 uur op de Fonteinlaan thv perceel 1 in

Haarlem met het voertuig met het kenteken [kenteken] .

2. De betrokkene voert aan dat hij als weggebruiker op grond van artikel 82 lid 1 sub c

Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990) verplicht is om aanwijzingen

op te volgen die mondeling of door middel van gebaren worden gegeven door verkeersregelaars.

Deze aanwijzingen gaan boven verkeerstekens en verkeersregels. Artikel 82 lid 2 RVV 1990 stelt dat

bij het geven van aanwijzingen door middel van gebaren, voor zover mogelijk, de in bijlage II

vastgestelde aanwijzingen gegeven worden. Een verkeersregelaar kan en mag dus andere

aanwijzingen geven. De betrokkene reed met 50 km per uur, er waren geen voertuigen voor of achter

hem en hij maakte geen aanstalten om te stoppen of zijn snelheid te minderen. De verkeersregelaar

gaf hem met de arm het gebaar dat hij dóór moest rijden en de betrokkene heeft dit zo geïnterpreteerd

dat hij zijn snelheid moest vermeerderen. Deze aanwijzing was dwingend en werd herhaald door de

verkeersregelaar. Nu niet is achterhaald wat de bedoeling van de verkeersregelaar was en het gebaar

op meerdere manieren geïnterpreteerd kan worden, kan het niet zo zijn dat de kantonrechter

overtuigd kan zijn dat de verkeersregelaar met het gebaar niet bedoelde dat de betrokkene harder

moest gaan rijden. Tot slot voert de betrokkene aan dat de redelijke termijn hier is geschonden. Het

beroep is uiterlijk op 4 augustus 2020 door de officier van justitie aan de rechtbank verzonden en pas

op 15 juni 2022 ontving de betrokkene van de griffier van de rechtbank het bericht dat het

beroepschrift daar was ontvangen. Op 20 september 2022 werd de zaak door de kantonrechter

behandeld. De betrokkene wil het sanctiebedrag (inclusief administratiekosten) van € 190,- terug, te

vermeerderen met twee verhogingen tot € 552,-, zoals het CJIB dit ook verlangt bij niet tijdige

betaling.

3. Gelet op de stukken in het dossier en in aanmerking genomen dat de betrokkene de gedraging

erkent, is naar het oordeel van het hof komen vast te staan dat de gedraging is verricht.

4. Vervolgens dient het hof, gelet op hetgeen is aangevoerd, te beoordelen of er redenen zijn

een sanctie achterwege te laten. Van belang daartoe is of de betrokkene in redelijkheid uit de gebaren

van de verkeersregelaar kon afleiden dat hij zijn snelheid diende te verhogen tot boven de ter plaatse

geldende maximumsnelheid.

5. Het hof ziet in de door de betrokkene geschetste omstandigheden waaronder de gedraging is

verricht geen aanleiding tot het achterwege laten van de sanctie. Naar het oordeel van het hof heeft de betrokkene, mede in aanmerking genomen dat een aanwijzing van die strekking rechtens niet bestaat, niet aannemelijk gemaakt dat een verkeersregelaar hem maande harder te rijden dan was toegestaan. Ook al zou de verkeersregelaar met de arm het gebaar dat hij door moest rijden dwingend en herhaaldelijk hebben gemaakt, dan nog had de betrokkene hieruit in redelijkheid niet af mogen leiden dat hij harder moest rijden dan was toegestaan. Dat de betrokkene de instructie wel zo heeft geïnterpreteerd dient voor zijn rekening en risico te blijven.

6. De betrokkene wijst er terecht op dat de redelijke termijn van berechting als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) in eerste aanleg is overschreden. De sanctie is opgelegd bij inleidende beschikking van 30 maart 2020. De kantonrechter heeft op 20 september 2022 op het beroep beslist. Gelet hierop zal het hof het bedrag van de sanctie matigen met 25 procent (vgl. het arrest van het hof van 28 juli 2023, vindplaats op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2023:6369). Voor een verdergaande of andere vorm van compensatie ziet het hof geen aanleiding.

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;

verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond;

wijzigt de inleidende beschikking in zoverre dat het bedrag van de sanctie wordt gewijzigd in € 135,75;

bepaalt dat als de betrokkene op grond van artikel 11 van de Wahv teveel zekerheid heeft gesteld, het meerdere door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd.

Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Arntz als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »