ECLI:NL:GHAMS:2026:2767

Datum uitspraak
29-09-2026
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Rechtsgebied
Civiel recht
Zaaknummer
200.355.715/01
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Kort geding. Beëindiging door Booking van overeenkomst met exploitant van accommodaties en verwijdering van die exploitant van het platform. In kort geding niet voldoende aannemelijk geworden dat een bodemrechter de beëindiging op grond van betrokkenheid van de exploitant bij (creditcard)fraude gerechtvaardigd zal achten. Voldoende aannemelijk dat de latere beëindiging op grond van onbetaald gelaten facturen in een bodemprocedure standhoudt. Beroep op die beëindigingsgrond niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht

team I (handel)

zaaknummer : 200.355.715/01

zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam : C/13/766884/ KG ZA 25-228

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 29 september 2026

in de zaak van

BOOKING.COM B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

appellante,

advocaat: mr. A. Oorthuys te Leiden,

tegen

de rechtspersoon naar buitenlands recht

SWISS HOTEL APARTMENTS SA,

gevestigd te Montreux, Zwitserland,

geïntimeerde,

advocaat: mr. A.E. Schluep te Amsterdam.

Partijen worden hierna Booking en SHA genoemd.

1 De zaak in het kort

Booking heeft de overeenkomst op grond waarvan SHA toegang had tot het platform van Booking beëindigd en de accommodaties van SHA van het platform verwijderd. Booking stelt daartoe dat SHA betrokken is bij (creditcard)fraude. De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat die betrokkenheid vooralsnog in kort geding onvoldoende vast is komen te staan en heeft Booking onder meer bevolen SHA weer op haar platform toe te laten. Booking komt van die beslissing in hoger beroep. Zij heeft de overeenkomst bovendien opnieuw beëindigd (ditmaal tegen 1 januari 2026) en SHA van het platform verwijderd (mede) op grond van door SHA niet betaalde facturen. Het hof bekrachtigt het bestreden vonnis, met dien verstande dat de door de voorzieningenrechter uitgesproken ge- en verboden, met de daaraan verbonden dwangsom, gelding hebben tot 1 januari 2026. De in hoger beroep gewijzigde eis van SHA wordt afgewezen.

2 Het geding in hoger beroep

Booking is bij dagvaarding van 15 mei 2025 in hoger beroep gekomen van een vonnis van 18 april 2025 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Amsterdam, onder bovenvermeld zaaknummer gewezen tussen SHA als eiseres en Booking als gedaagde (hierna: het bestreden vonnis).

Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:

- memorie van grieven, met producties;

- memorie van antwoord tevens houdende vermeerdering van eis, met producties;

- akte uitlating eisvermeerdering en producties, met producties.

Op 7 juli 2026 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Namens Booking hebben mr. Oorthuys en mr. W.J.L. de Clerck, advocaat te Leiden, de zaak toegelicht aan de hand van spreekaantekeningen die zij hebben overgelegd. Namens SHA hebben mr. Schluep en mrs. E.M.J. Pardoen en T.J.P.H. de Bekker, advocaten te Amsterdam, dat gedaan, ook aan de hand van spreekaantekeningen die in het geding zijn gebracht.

Ten slotte is arrest gevraagd.

3 Feiten

De rechtbank heeft in het bestreden vonnis onder 2.1 tot en met 2.5 de feiten vastgesteld die zij tot uitgangspunt heeft genomen. Booking komt met grief 1 en 2 op tegen deze feitenvaststelling. Het hof heeft daarmee bij de weergave van de feiten rekening gehouden. Samengevat en waar nodig aangevuld met andere feiten komen de feiten neer op het volgende.

3.1

SHA exploiteert meer dan 70 appartementen op verschillende locaties in Zwitserland.

3.2

Sinds oktober 2016 biedt SHA appartementen aan via het platform van Booking (hierna: het platform). Partijen hebben daartoe een overeenkomst gesloten (hierna: de overeenkomst), waarop General Delivery Terms (hierna: GDT) van toepassing zijn. Hierin is onder meer het volgende bepaald:

“(…) 7.2 Each Party may suspend or terminate the Agreement with immediate effect in the event of:

(i) a legal or regulatory obligation;

(ii) an imperative reason under applicable law; (iii) a repeated infringement of the Agreement by the other Party; or

(iv) a material breach by the other Party, including but not limited to instances of illicit or inappropriate content, fraud, or non-compliance with Security Incident notification requirements under Annex 2.

7.3

Without prejudice to Clauses 7.1 and 7.2, Booking.com may by notice in writing (which includes a statement of reasons) restrict or suspend all or part of its obligations, covenants, and undertakings pursuant to the Agreement with immediate effect, and/or may terminate the Agreement and/or close its Platform for the Accommodation after a notice period of 30 calendar days, in any of the following (reasonably anticipated or suspected) events or circumstances:

(i) a breach by the Accommodation of any term of the Agreement; (…) (iii) failure to pay any of Booking.com’s invoices, debit notes or charges by the due date; (…)(xi) the Accommodation directly or indirectly manipulating or attempting to manipulate a reservation or the functioning of the Platform (e.g., by manipulating Guest reviews);

(…)

(xvii) Booking.com reasonably believes that action is necessary to protect the personal safety or property of Booking.com, Guests, or third parties and to prevent inappropriate, unlawful, or unprofessional physical and/or non-physical behavior and/or acting in bad faith, fraud, or any other unacceptable activity;

(…)

8.1

The systems, books, and records of Booking.com (including its financial systems, the Extranet, the Online Reservation Statement, faxes, and/or emails) shall be considered conclusive evidence of the existence and receipt by the Accommodation of the reservations made and the Commission, damages, and costs due to Booking.com under the Agreement, unless the Accommodation can provide reasonable and credible counterevidence. (…)”

3.3.

Op 17 februari 2025 is SHA, locatie Lugano, gebruik gaan maken van het Hybrid Payment model van Booking, enkele weken later gevolgd door enkele andere locaties van SHA. Dit model houdt (samengevat) in dat Booking de betaling van gasten incasseert en de partner (SHA) zich vervolgens door Booking laat uitbetalen. Deze uitbetaling kan onder meer plaatsvinden via een virtuele creditcard, op een door de partner gekozen moment. Het risico voor frauduleuze creditcardbetalingen ligt in dit model bij Booking. Voorafgaand aan 17 februari 2025 maakte SHA gebruik van het Agency model waarbij Booking alleen de boeking faciliteert en geen rol heeft bij betalingen.

3.4.

De heer [naam 1] , CEO van SHA (hierna: de ceo), heeft 26 minuten na inwerkingtreding van het Hybrid Payment model via Booking een kamer bij SHA gereserveerd via zijn account bij Booking onder de (fictieve) naam “ [naam 2] ”. De ceo heeft een review achtergelaten.

3.5.

Op 6 maart 2025 heeft Booking de overeenkomst met onmiddellijke ingang beëindigd wegens schending van het bepaalde in artikel 7.3 (xvii) van de overeenkomst.

3.6.

Pogingen van SHA om opheldering te verkrijgen over (de redenen voor) de beëindiging zijn gestrand. De enige toelichting die Booking verder nog heeft gegeven, in een e-mail van 18 maart 2025, luidde als volgt:

“I’ve consulted with Booking.com’s legal and fraud teams who have confirmed that Swiss Hotel Apartments repeatedly engaged in conduct in breach of your company's accommodation agreement with Booking.com. Accordingly, Booking.com terminated your company's contract. This was in accordance with Booking.com's agreement with your company and in order to protect the integrity of our platform and the safety of our guests. (…)”

3.7.

Booking heeft reserveringen voor appartementen van SHA geannuleerd, waarbij zij wel aanspraak is blijven maken op de door SHA aan Booking te betalen commissie. Voor sommige van de betrokken klanten heeft Booking ander onderdak geregeld. Ook heeft Booking SHA afgesloten van het Extranet. Dat is het online systeem van Booking waarin haar partners onder meer informatie over de accommodaties en reserveringen kunnen invoeren.

3.8.

Begin april 2025 heeft SHA het onderhavige kort geding aanhangig gemaakt en onder meer gevorderd weer te worden toegelaten op het platform. Voorafgaand aan de mondelinge behandeling bij de voorzieningenrechter heeft Booking een rapportage “Compelling Case for Swiss Hotel Apartments Fraud Defense” in het geding gebracht en toegelicht dat de beëindiging van de overeenkomst berust op artikel 7.2 (iv) van de overeenkomst.

3.9.

Na de mondelinge behandeling bij de voorzieningenrechter heeft Booking bij e-mail van 17 april 2025 aan SHA bericht:

“(…) During the hearing for the summary proceedings on 14 April 2025, SHA admitted that it

used SHA’s credit card for a reservation at one of SHA’s own accommodations, that it deliberately used a fake name (…) for this reservation and as the alleged owner of the credit card. Furthermore, SHA admitted that it left a fake review (…) for this "stay". SHA’s CEO explicitly admitted (…) that he did not stay in the accommodation before leaving this review. Those acts qualify as fraud. On that basis, independently, and in addition to the other instances of fraud (…), Booking.com again terminates SHA's accommodation agreement with immediate effect. The termination is based on Article 7.2 (iv) (…). However, other grounds also apply. This termination notice is issued for the sake of completeness, because SHA has disputed the validity of the termination of 6 March 2025. (…)”

3.10.

Booking heeft (onder meer) in de periode van 3 juli 2025 tot en met 3 september 2025 diverse facturen aan SHA gezonden met de omschrijving:“Compensation / complaint charges paid on your behalf with respect to reservation number (…) – Complaint: Incorrect Charge (…)”. Deze facturen hebben betrekking op complaint charges uit 2024 en 2025.

3.11.

Booking heeft SHA in verband met deze facturen onder meer de volgende berichten gestuurd:

e-mail van 26 september 2025:“You have one or more overdue unpaid invoices. We ask that you bring the account balance to zero. (…)”

e-mail van 29 september 2025: “Please make a payment by bank transferTo avoid the suspension of your property from our platform and in accordance with art. 7.3 sub c(i) of your General Delivery Terms (…), make full payment of your outstanding invoice(s) by bank transfer within 48 hours. If your property is suspended, you won’t be able to receive any new bookings.(…)”

e-mail van 14 oktober 2025: “We recently sent you several reminders about overdue payments on your account. Unfortunately we haven’t received payment from you yet and we’ve had to suspend your property from Booking.com. This means that you won’t be able to receive any new bookings until the outstanding balance on your account has been paid. (…)”

3.12.

Bij brief van 20 november 2025 heeft Booking de overeenkomst opgezegd per 1 januari 2026. Daarbij heeft Booking, voor zover relevant, aan SHA laten weten:

“(…) Booking.com hereby terminates the accommodation agreement effective 1 January 2026. For the avoidance of doubt: Booking.com, without being under any obligation to do so and for its own reasons, is granting SHA a generous notice period. The grounds for termination are (i) the fraudulent booking and review referred to in this letter and (ii) the repeated non-payment of invoices despite numerous reminders, each of which constitutes an independent ground for termination. By acting in the way it did, SHA has repeatedly and seriously breached the provisions of the GDTs. (…)”

4 Procedure bij de rechtbank

4.1.

Samengevat heeft SHA bij de rechtbank gevorderd om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Booking te gebieden de overeenkomst na te komen en als die vordering wordt afgewezen Booking te gebieden te stoppen met adverteren met appartementen van SHA. SHA heeft ook gevorderd (uitvoerbaar bij voorraad) Booking te gebieden de informatie over te leggen waarop de beëindiging is gebaseerd, annuleringen voor zover mogelijk ongedaan te maken en SHA toe te laten op het Extranet en – totdat in een bodemprocedure komt vast te staan dat dat mag – Booking te verbieden non-refundable reserveringen, commissie voor geannuleerde reserveringen en relocation costs voor klanten van wie de reservering ten onrechte is geannuleerd, in rekening te brengen, dit alles op straffe van verbeurte van een dwangsom en met veroordeling van Booking in de (na)kosten van de procedure, met rente.

4.2.

De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat voorshands aannemelijk is dat Booking de relatie met SHA zonder goede grond heeft beëindigd. Hij heeft daartoe onder meer overwogen dat hetgeen Booking heeft aangevoerd onvoldoende vaste grond oplevert voor de aanname dat sprake was van fraude en dat SHA daarbij betrokken was. De voorzieningenrechter heeft de vorderingen van SHA (grotendeels) toegewezen, met oplegging van een dwangsom.

5 Vordering in hoger beroep

5.1.

Booking heeft in hoger beroep tien grieven gericht tegen het bestreden vonnis. Booking vordert in hoger beroep vernietiging van dat vonnis en alsnog – uitvoerbaar bij voorraad – afwijzing van de vorderingen van SHA, met terugbetaling, met rente, van alles wat Booking aan SHA heeft voldaan ter uitvoering van het bestreden vonnis en met veroordeling van SHA in de kosten van het geding in beide instanties met nakosten en rente.

5.2.

Volgens SHA moet het hof het bestreden vonnis bekrachtigen, met – uitvoerbaar bij voorraad – veroordeling van Booking in de kosten van het geding in hoger beroep. SHA heeft daarnaast in hoger beroep haar eis vermeerderd. Zij vordert ook dat het hof Booking gebiedt de overeenkomst na te komen en de accommodaties van SHA per direct weer toe te laten op het platform en dat het hof Booking verbiedt de overeenkomst nogmaals te beëindigen op dezelfde gronden als die aan de beëindigingen van 6 maart 2025, 17 april 2025 en 25 [lees: 20] november 2025 ten grondslag zijn gelegd, in ieder geval totdat in een bodemprocedure onherroepelijk is vastgesteld dat deze gronden niet onrechtmatig waren, op straffe van een dwangsom.

6 Beoordeling

Toetsingsmaatstaf en spoedeisend belang

6.1.

Het hof stelt bij de beoordeling voorop dat het gaat om in kort geding gevraagde voorzieningen. Het hof moet beoordelen of voldoende aannemelijk is dat de rechter in een eventuele bodemprocedure de vordering zal toewijzen, of de eisende partij bij die vordering, ook ten tijde van de uitspraak in hoger beroep, een spoedeisend belang heeft en het – mede gelet op de belangen van partijen over en weer – gerechtvaardigd is op de toewijzing in een bodemprocedure vooruit te lopen door het treffen van voorzieningen zoals gevorderd.

6.2.

SHA heeft naar het oordeel van het hof, ook in hoger beroep, voldoende spoedeisend belang bij haar (gewijzigde) vorderingen. Tussen partijen is niet in geschil dat Booking alle accommodaties van SHA sinds 1 januari 2026 opnieuw heeft verwijderd van het platform. SHA heeft onbetwist naar voren gebracht dat toegang tot het platform en het Extranet van Booking van groot belang is voor haar als aanbieder van verhuurappartementen, dat SHA door de verwijdering van het platform dagelijks omzet derft, dat zij reserveringen alleen via het Extranet kan beheren en dat zij financiële en commerciële schade lijdt zolang de situatie voortduurt dat zij geen toegang heeft tot het platform en het Extranet. Dit is, mede gezien de marktpositie van Booking, ook voldoende aannemelijk. Verder heeft SHA onbetwist gesteld dat het in rekening brengen van non-refundable reserveringen, commissies en relocation costs directe risico’s voor haar bedrijfsvoering meebrengt. Niet is gebleken dat dit inmiddels anders zou zijn. Het spoedeisend belang van SHA bij haar vorderingen is daarmee ook in hoger beroep voldoende gegeven.

6.3.

In de kern staat in dit hoger beroep de vraag centraal of voldoende aannemelijk is dat in een bodemprocedure zal worden geoordeeld dat Booking de overeenkomst met SHA mocht beëindigen, aanvankelijk op grond van door Booking gestelde betrokkenheid van SHA bij (creditcard)fraude en het geven van een valse review, en vervolgens daarnaast op grond van door SHA onbetaald gelaten facturen.

Gestelde fraude als grond voor (onmiddellijke) beëindiging?

6.4.

Booking heeft betoogd dat de voorzieningenrechter heeft miskend dat zij op grond van de GDT vergaande bevoegdheden heeft de overeenkomst te beëindigen. Booking wijst daarbij onder meer op artikel 7.2 sub (iii) en (iv) en op artikel 7.3 sub (xvii) GDT (grieven 4 en 5). Booking heeft aangevoerd dat de door SHA gepleegde fraude bestaat uit herhaalde medewerking aan creditcardfraude, het doen van een valse boeking, het vermelden van onjuiste gegevens bij het gebruik van een creditcard en het plaatsen van een valse review. Booking heeft betoogd dat zij aan de hand van de aanwijzingen die volgen uit haar metrics (statistische gegevens) voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat SHA betrokken is bij creditcardfraude (grief 8). SHA heeft verder de valse boeking, betaling en review erkend. Deze leveren hoe dan ook een grond op voor de (rechtsgeldige) beëindiging van de overeenkomst (grieven 6 en 7), aldus Booking.

Creditcardfraude

6.5.

Booking heeft aangevoerd dat zij de overeenkomst met SHA rechtsgeldig heeft beëindigd omdat SHA betrokken is bij fraude met creditcards. Het gaat daarbij volgens Booking in het bijzonder om collusion fraud: SHA heeft in samenspanning met derden betalingen ter zake van boekingen die waren gedaan met gestolen creditcards geïnd, terwijl zij wist dat eventuele verzoeken tot terugbetaling van creditcardmaatschappijen (chargebacks) voor rekening van Booking zouden komen. Booking heeft toegelicht dat duidelijk wordt dat het gaat om boekingen met gestolen creditcards als de fraudeafdeling van Booking dat met geavanceerde technieken vaststelt of als een creditcardmaatschappij een verzoek tot een chargeback doet. Zij betoogt dat uit haar metrics enkele specifieke, concrete, indicatoren volgen voor betrokkenheid van SHA bij fraude. Het gaat daarbij met name om een relatief grote hoeveelheid chargebacks bij SHA en snelle incassering door SHA van gelden uit de virtual creditcard bij betalingen die zijn terug te voeren op door Booking als frauduleus aangemerkte reserveringen.

6.6.

Het hof is van oordeel dat voorshands niet voldoende aannemelijk is dat in een bodemprocedure wordt geoordeeld dat de overeenkomst rechtsgeldig is beëindigd op grond van betrokkenheid van SHA bij creditcardfraude. Het hof licht dit als volgt toe.

6.7.

Vooropgesteld wordt dat Booking heeft erkend dat de reserveringen met gestolen creditcards niet rechtstreeks aan SHA te verbinden zijn. Booking heeft de betrokkenheid van SHA bij creditcardfraude met name geconcludeerd uit en onderbouwd met statistische gegevens. Naast de Compelling Case of Fraud heeft Booking in hoger beroep een aanvullende statistische onderbouwing overgelegd (productie 8 bij memorie van grieven) waaruit de fraude zou blijken. Zoals desgevraagd ter zitting toegelicht, definieert Booking (ook in productie 8) fraude als Fraud en Operations Fraud. Onder “Fraud” wordt verstaan: “Payment Fraud event where Booking received a Notification of Fraud or a Fraud Chargeback from the bank related to the credit card used to pay for the corresponding reservation”. “Operations fraud” betekent: “Operations Payment fraud event containing all Fraud events plus additional tagged fraudulent reservations by Fraud Analyst and Manual review team”. Booking heeft toegelicht dat Notifications of fraud meldingen zijn van situaties die volgens Booking wijzen op fraude en die Booking registreert in haar systeem. Een deel van de boekingen wordt dus door Booking als frauduleus aangemerkt zonder dat daaraan een (externe) fraudemelding ten grondslag ligt. Hoe het systeem van Booking precies werkt en wanneer een reservering als frauduleus wordt aangemerkt is niet toegelicht, anders dan dat dit gebeurt op grond van statistische data gebaseerd op aannames en algemene fraude-indicatoren. Uit het statistische model van Booking, ook als wordt meegewogen dat Booking goede redenen kan hebben om over haar fraudedetectiesystemen geen volledige openheid te geven, kan de (vergaande) conclusie van fraude en betrokkenheid van SHA daarbij voorshands niet worden getrokken. Daarnaast geldt dat vooralsnog evenmin voldoende aannemelijk is geworden dat de chargebacks door banken of creditcardmaatschappijen (steeds) zijn terug te voeren op fraude. Zoals Booking ook zelf heeft toegelicht, kunnen chargebacks die zijn gebaseerd op een klacht van een klant over een niet-geautoriseerde betaling wijzen op fraude, maar kunnen chargebacks ook door andere omstandigheden veroorzaakt worden. Booking kon ter zitting ook niet uitsluiten dat een chargeback van een bank of creditcardmaatschappij naast frauduleus gebruik van die kaart ook een andere oorzaak kan hebben, zoals bijvoorbeeld een dispuut tussen de accommodatie en de gast over een betaling.

6.8.

Ter onderbouwing van de stelling dat SHA betrokken was bij fraude, heeft Booking ook stellingen ingenomen die erop neerkomen dat bij SHA meer fraude plaatsvindt dan bij andere hotels, in Zwitserland en wereldwijd. Nu niet voldoende inzichtelijk is geworden hoe Booking tot de conclusie komt dat sprake is van fraude, missen die stellingen dus vooralsnog eveneens voldoende grond. Booking heeft nog betoogd dat zij geen andere manieren heeft om fraude aan te tonen dan via haar statistieken, maar ook als dat zo is, doet dat aan het voorshands oordeel van het hof niet af. Booking heeft bovendien ook geen concreet onderzoek gedaan, bijvoorbeeld door het stellen van gerichte vragen naar aanleiding van haar bevindingen op basis van de statistieken. Dat SHA onderdeel zou zijn van een fraudenetwerk is daarmee eveneens onvoldoende onderbouwd. Uit niets blijkt dat SHA een rol heeft gespeeld bij het gebruik van bepaalde IP-adressen voor boekingen vanuit verschillende landen (waaronder Montenegro) die Booking als frauduleus heeft aangemerkt.

6.9.

Booking heeft aangevoerd dat tussen 17 februari 2025 en 6 maart 2025 98 reserveringen zijn gedaan bij SHA waarvoor vijftien chargebacks zijn ontvangen en dat dat een bijzonder hoog aantal is, veel hoger dan normaal. Voor zover de stelling is dat deze chargebacks samenhangen met frauduleuze reserveringen, geldt hetgeen onder 6.7 is overwogen over de vaststelling door Booking van het frauduleuze karakter van een reservering en over de grondslag van de chargebacks. Het is dus vooralsnog niet voldoende aannemelijk geworden dat de chargebacks (steeds) zijn terug te voeren op fraude, en daarmee ook niet dat een relatief hoog aantal chargebacks fraude door SHA betekent.

6.10.

Booking heeft verder erop gewezen dat de betalingen op de 83 reserveringen die door Booking als frauduleus zijn aangemerkt, zeer snel door SHA zijn opgenomen van haar virtuele creditcard, binnen gemiddeld dertien uur. Betalingen op reguliere, niet door Booking als frauduleus aangemerkte boekingen heeft SHA binnen gemiddeld 169 uur geïnd, terwijl de gemiddelde opnametijd voor alle Zwitserse hotels 267 uur is, aldus Booking. Dit is volgens Booking een indicatie dat SHA wist dat de betalingen frauduleus waren en dat SHA deze dus snel moest innen voordat Booking de betalingen zou terugvorderen. Het verschil in opnametijd is volgens Booking op zichzelf niet zo significant, de betrokkenheid van SHA bij fraude volgt eruit dat de snelle incasso ziet op de 83 reserveringen die Booking als frauduleus heeft aangemerkt. Ook deze stelling berust dus op de aanname van Booking dat de 83 reserveringen frauduleus waren. Zoals hiervoor geoordeeld is dat vooralsnog in het kader van dit kort geding onvoldoende vast komen te staan. Dat betekent dat evenmin voldoende aannemelijk is geworden dat uit de incassosnelheid volgt dat SHA betrokken is bij fraude(netwerken). Daarbij komt dat het onderzoek van Booking een korte periode beslaat, van 17 februari 2025 tot 6 maart 2025, waarbij bovendien de incassotijden zijn afgezet tegen slechts een klein aantal (dertien) reserveringen die door Booking als regulier zijn aangemerkt. Ter zitting heeft de ceo verder toegelicht dat het systeem van SHA automatisch afschrijft, snel bij non refundable reserveringen en minder snel bij reserveringen die zonder kosten geannuleerd kunnen worden. Dat de snelle afschrijvingen ter zake van de 83 reserveringen (alleen) kunnen worden verklaard door wetenschap van SHA van fraude, is ook daarom niet voldoende aannemelijk geworden. Ook de stelling van Booking dat een aanwijzing voor de betrokkenheid van SHA bij fraude is dat de kosten van fraude voor rekening van Booking komen, wordt niet gevolgd. Dit geldt immers in zijn algemeenheid binnen het Hybrid Payment model, waarvoor ook een vergoeding aan Booking is verschuldigd.

6.11.

Het staat tussen partijen vast dat de ceo vrijwel onmiddellijk na de inwerkingtreding van het Hybrid Payment model via Booking een reservering bij SHA heeft gedaan onder de naam “ [naam 2] ”. Deze reservering is gedaan via het account van de ceo bij Booking, waaraan zijn emailadres en telefoonnummer zijn verbonden, waardoor de reservering (eenvoudig) traceerbaar was. Voor de reservering is betaald. In het licht van deze omstandigheden en de niet onbegrijpelijke toelichting van SHA dat dit een eenmalige reservering betrof om het nieuwe betalingsmodel te testen, is onvoldoende aannemelijk geworden dat in een bodemprocedure zal worden geoordeeld dat deze eenmalige reservering onder valse naam een beëindiging van de overeenkomst op grond van (creditcard)fraude kan rechtvaardigen. Dat sprake is van handelen in strijd met artikel 225 Wetboek van Strafrecht is ook niet voldoende aannemelijk geworden, gelet op genoemde omstandigheden en de toelichting van de ceo over zijn oogmerk bij het doen van de reservering.

De review

6.12.

SHA heeft eveneens erkend dat de ceo na het doen van genoemde reservering een review op het platform heeft achtergelaten. Booking heeft dit in haar email van 17 april 2025 als fraude gekwalificeerd en de overeenkomst nogmaals per direct beëindigd op basis van artikel 7.2 (iv) GDT. Bij grieven heeft Booking verder erop gewezen dat het doen van een valse review verboden is in de artikelen 4.2.4 en 7.3 (xi) GDT en betoogd dat dit een oneerlijke handelspraktijk oplevert in de zin van artikel 6:193g onder aa BW.

6.13.

Het hof is voorshands van oordeel dat ook onvoldoende aannemelijk is geworden dat de review, al dan niet in combinatie met de reservering, voldoende grond oplevert voor een rechtsgeldige beëindiging van de overeenkomst op grond van fraude. SHA heeft onbetwist aangevoerd dat het gaat om een eenmalige review; Booking heeft ook niet gesteld dat dit vaker voorgekomen is. Als deze (eenmalige) review al een beëindigingsgrond oplevert, is het hof voorshands van oordeel dat een beroep daarop in dit geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Het hof neemt hierbij onder meer de duur van de samenwerking (negen jaar) in aanmerking, het belang van die samenwerking voor de onderneming van SHA, het feit dat het gaat om een eenmalige review en dat andere, minder vergaande, sancties voorhanden zijn zoals het verwijderen van de review en/of het geven van een waarschuwing en/of een tijdelijke opschorting van de diensten van Booking. Ook als de valse review kwalificeert als oneerlijke handelspraktijk, maakt dat dit oordeel in het licht van genoemde omstandigheden niet anders.

6.14.

Uit het bovenstaande volgt dat uit hetgeen Booking heeft aangevoerd, ook in samenhang bezien, voorshands niet voldoende aannemelijk is geworden dat een bodemrechter een beëindiging van de overeenkomst op grond van fraude door SHA gerechtvaardigd acht. Grieven 4 tot en met 6, 8 en 9 slagen niet en ook de stelling van Booking dat SHA door de nieuwe beëindiging van 17 april 2025 geen belang meer heeft bij haar vorderingen (grief 7), stuit hierop af. Nu fraude door SHA vooralsnog niet voldoende aannemelijk is geworden, leidt een belangenafweging niet tot een ander oordeel. Grief 10 slaagt evenmin. De door de voorzieningenrechter opgelegde voorzieningen zijn voldoende duidelijk. Booking heeft ook onvoldoende toegelicht op grond waarvan deze niet specifiek genoeg zijn. Het hof ziet, anders dan Booking heeft betoogd, geen aanleiding om de hoogte van de door de voorzieningenrechter opgelegde dwangsommen te wijzigen. Deze is passend en vormt een effectieve prikkel tot naleving gezien het duidelijke belang voor de onderneming van SHA bij toegang tot het platform. Dit geldt ook indien SHA haar accommodaties ook verhuurt via andere platforms of indien de (misgelopen) omzet van SHA lager is dan door haar gesteld. Grief 3 behoeft geen behandeling, nu deze niet kan leiden tot een ander oordeel.

6.15.

Booking heeft zich in de procedure bij de voorzieningenrechter uitdrukkelijk op het standpunt gesteld dat de onmiddellijke beëindiging van de overeenkomt berustte op fraude in de zin van artikel 7.2 (iv) GDT en dat de vermelding van artikel 7.3 sub (xvii) GDT in het bericht van 6 maart 2025 een ongelukkige verwijzing betrof. In de e-mail van 17 april 2025 heeft Booking de beëindiging wederom gebaseerd op fraude in de zin van artikel 7.2 (iv) GDT. Voor zover Booking in hoger beroep heeft betoogd dat zij zich nu (ook en toch weer) beroept op beëindiging op grond van artikel 7.3 sub (xvii) GDT, wegens een redelijk vermoeden van fraude met inachtneming van de daarvoor geldende opzegtermijn, is dat niet voldoende kenbaar geworden. De (rechts)gevolgen daarvan, zoals de vraag vanaf welk moment de overeenkomst zou zijn geëindigd, zijn in hoger beroep ook geen onderdeel van het debat geweest. Overigens geldt in het licht van hetgeen het hof hiervoor heeft geoordeeld, ook hiervoor dat voorshands niet voldoende aannemelijk is dat een beëindiging op grond van artikel 7.3 sub (xvii) GDT in een bodemprocedure rechtsgeldig wordt bevonden.

Onbetaalde facturen als grond voor beëindiging?

6.16.

Per brief van 20 november 2025 heeft Booking de overeenkomst opnieuw beëindigd, ditmaal per 1 januari 2026 en mede op grond van het onbetaald laten van facturen door SHA. Zij heeft de facturen die zij aan deze beëindiging ten grondslag heeft gelegd aan die brief gehecht (hierna: de facturen). Door haar bij memorie van antwoord gewijzigde eis heeft SHA ook deze beëindiging ter beoordeling aan het hof voorgelegd.

6.17.

Booking heeft SHA in de periode van 3 juli 2025 – 3 september 2025 facturen gestuurd voor customer complaint costs uit 2024 en 2025, voor een totaalbedrag van circa € 130.000 (CHF 120.784,73). Booking heeft toegelicht dat zij, toen SHA de facturen niet betaalde, ingebrekestellingen heeft verstuurd, bepaalde accommodaties van SHA tijdelijk de toegang tot het platform heeft ontzegd en vervolgens de overeenkomst, met een opzegtermijn van vijf weken, per 1 januari 2026 rechtsgeldig heeft beëindigd op grond van, onder meer, artikel 7.3 (iii) GDT.

6.18.

SHA heeft de verschuldigdheid van de facturen gedeeltelijk betwist en verder aangevoerd dat de beëindiging door Booking vanwege de niet betaalde facturen naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

6.19.

Het hof oordeelt als volgt. Tussen partijen is niet in geschil dat de facturen voortvloeien uit de tussen partijen geldende werkwijze dat indien een gast een refundable reservering annuleert, op SHA de verplichting rust de van de creditcard van de gast afgeschreven reserveringskosten terug te betalen. De gast kan zich tot Booking wenden als hij niet wordt terugbetaald. Indien Booking niet binnen 24 uur een bewijs van betaling van SHA ontvangt, betaalt Booking de gast zelf en brengt zij deze kosten bij SHA in rekening als customer complaint costs. Tussen partijen staat evenmin ter discussie dat SHA in ieder geval een deel van de facturen van Booking onbetaald heeft gelaten en dat Booking ingebrekestellingen heeft gestuurd en haar verplichtingen eerst heeft opgeschort en SHA de gelegenheid heeft gegeven alsnog te betalen alvorens zij de overeenkomst met inachtneming van een afdoende opzegtermijn heeft beëindigd.

6.20.

SHA heeft aangevoerd dat de facturen in ieder geval gedeeltelijk zien op vergoeding door Booking van kosten van gasten die al betaald zijn (dubbele betalingen). SHA heeft toegelicht dat zij als bewijs dat het gaat om dubbele betalingen schermafdrukken van haar property management systeem, MEWS, aan Booking heeft verstrekt maar dat Booking die afdrukken niet als bewijs accepteert. Ook als sprake zou zijn van dubbele betalingen betekent dat echter niet zonder meer dat SHA de facturen onbetaald mocht laten. Het staat tussen partijen bovendien niet ter discussie dat MEWS een hotelmanagementsysteem is dat boekingen en betalingen bijhoudt. Het is echter geen betalingssysteem; betalingen worden separaat bancair verricht. Op de schermafdrukken van dit hotelmanagementsysteem worden weliswaar betalingen aan gasten vermeld, maar op de onderliggende bankafschriften is alleen een geaggregeerd bedrag zichtbaar van betalingen van SHA aan gasten. Uit de bankafschriften blijkt niet aan welke gast zij wanneer welk bedrag heeft betaald. SHA heeft op basis van enkel de schermafdrukken van het hotelmanagementsysteem voorshands niet voldoende aannemelijk gemaakt dat en/of welke door Booking aan SHA gezonden facturen betrekking hebben op kosten die SHA al aan de gast heeft betaald. SHA heeft verder aanvankelijk aangevoerd dat een deel van de facturen van Booking zag op reserveringen geplaatst via reisbureau Tek Travels, waarmee SHA op 10 september 2025 een schikking heeft getroffen die met Booking is gedeeld. Ook daaruit zou volgen dat de facturen betrekking hebben op betalingen die al aan gasten zijn gedaan. Ter zitting in hoger beroep heeft SHA echter erkend dat de facturen geen betrekking hebben op de Tek Travels schikking. Dit volgt overigens ook voldoende uit de onbetwist gebleven stelling van Booking, zowel in de brief van 20 november 2025 als in deze procedure, dat dit blijkt uit een lijst met reserveringen genoemd bij de schikkingsovereenkomst.

6.21.

Ter zitting in hoger beroep heeft SHA aangevoerd dat de facturen bovendien betrekking hebben op terugbetalingen door Booking op non refundable reserveringen of op kosten waarover met de gast een discussie loopt over de vraag of SHA deze terecht in rekening heeft gebracht (betwiste complaints). SHA heeft desgevraagd echter niet kunnen bevestigen dat de facturen van Booking allemaal zien op dubbele betalingen, non refundable reserveringen of betwiste claims van gasten, en dat zij niet ook betrekking hebben op terechte claims van gasten die betaald dienden te worden. SHA heeft evenmin kunnen aangeven welk deel van de openstaande vordering van Booking ziet op vergoeding door Booking aan gasten die al door SHA waren terugbetaald en/of zagen op non refundable boekingen of betalingen waarover een dispuut liep. Het is dus ook niet duidelijk geworden of het daarbij gaat om een gering deel van het (aanzienlijke) openstaande bedrag van de facturen van ongeveer € 130.000. SHA heeft in deze procedure in het geheel niet inzichtelijk gemaakt hoeveel gasten zij wel en hoeveel zij niet heeft terugbetaald, om welke redenen en hoe deze betalingen in verband staan met de facturen. Dat had wel op haar weg gelegen, omdat zij in elk geval vanaf november 2025 op de hoogte was van deze beëindigingsgrond en de door Booking gegeven onderbouwing, en zij een en ander ter beoordeling aan het hof heeft voorgelegd.

6.22.

Het hof is in het licht van het voorgaande voorshands van oordeel dat voldoende aannemelijk is dat SHA (in ieder geval een deel van) de facturen ten onrechte niet heeft voldaan en dat in een bodemprocedure zal worden geoordeeld dat Booking de overeenkomst daarom per 1 januari 2026 mocht beëindigen op grond van artikel 7.3 (iii) GDT.

6.23.

SHA heeft gesteld dat de beëindiging van de overeenkomst naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Zij heeft daartoe aangevoerd dat de facturen zien op oude customer complaint costs en Booking deze pas na het kort geding heeft verstuurd, dat haar betalingsproblemen door de onrechtmatige beëindiging door Booking zijn veroorzaakt, dat Booking de schermafdrukken uit MEWS niet als betalingsbewijs heeft aanvaard en dat het gaat om een langdurige samenwerking. Deze omstandigheden kunnen, ook in samenhang bezien, een voorshands oordeel dat een beroep op beëindiging vanwege onbetaalde facturen door Booking naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zal worden bevonden, echter niet dragen. Dat Booking de facturen pas na het kort geding heeft verstuurd doet niet eraan af dat voldoende aannemelijk is dat in ieder geval een deel van die facturen ten onrechte onbetaald is gebleven. De facturen zien op customer complaint costs uit de periode juli, augustus en december 2024 en mei, juni en juli 2025 en betreffen, voor zover al relevant, dus niet (alleen) “oude” kosten. SHA heeft niet gesteld en/of inzichtelijk gemaakt dat van de facturen die zij onbetaald heeft gelaten slechts een zeer gering bedrag betrekking heeft op terechte claims van gasten. Booking heeft nader toegelicht dat haar eigen administratie voor haar leidend is bij de vraag of een gast nog niet is voldaan. Zij heeft verder erop gewezen dat uit de schermafdrukken ook niet volgt dat daadwerkelijk is betaald, omdat een hotelmanagementsysteem geen betalingssysteem is. Zij heeft aangevoerd dat van haar, mede gezien het grote aantal transacties via haar platform, niet kan worden gevergd dat zij uit de combinatie tussen de geaggregeerde bedragen op de bankafschriften en die schermafdrukken zelf zou moeten afleiden welke betalingen SHA aan welke gasten heeft gedaan. Deze toelichting komt het hof niet onbegrijpelijk of onredelijk voor. Dat SHA geen individuele bankafschriften kan verstrekken door de manier waarop MEWS is ingericht, komt voor haar rekening en doet daaraan niet af; SHA heeft ook niet op andere wijze aannemelijk gemaakt dat zij gasten al heeft betaald, bijvoorbeeld door een verklaring van de accountant of van (enkele van de) betreffende gasten. Ook als de betalingsproblemen van SHA (mede) zijn veroorzaakt door de beëindiging door Booking, is voorshands niet voldoende aannemelijk dat dat toereikend is voor het oordeel dat beëindiging van de overeenkomst naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Zoals SHA belang heeft bij toegang tot het platform van Booking, zo heeft Booking belang bij een samenwerking met haar partners waarin ook de onderlinge financiële afwikkeling, mede in het belang van de gasten, conform afspraak en controleerbaar verloopt. Van Booking kan niet worden verwacht dat zij een samenwerking in stand laat waarbij SHA telkens beweert klanten met klachten al te hebben vergoed maar dat niet kan staven op een werkbare en/of overtuigende manier. Een afweging van belangen leidt niet tot een ander oordeel.

Slotsom, kosten en bewijsaanbod

6.24.

Het bestreden vonnis wordt bekrachtigd, met dien verstande dat de door de voorzieningenrechter uitgesproken ge- en verboden, met de daaraan verbonden dwangsom, gelding hebben tot 1 januari 2026. De in hoger beroep gewijzigde eis van SHA wordt afgewezen. Voor bewijslevering is in het kader van dit kort geding geen plaats. Booking en SHA zijn in het hoger beroep allebei gedeeltelijk in het ongelijk gesteld; om die reden zal worden geoordeeld dat ieder de eigen proceskosten in hoger beroep draagt.

7 Beslissing

Het hof:

7.1.

bekrachtigt het bestreden vonnis, met dien verstande dat de veroordelingen onder 5.1. tot en met 5.5. gelding hebben tot 1 januari 2026; en, opnieuw rechtdoende,

7.2.

wijst de in hoger beroep gewijzigde vorderingen van SHA af;

7.3.

bepaalt dat partijen hun eigen proceskosten dragen.

Dit arrest is gewezen door mr. R.M. de Winter, mr. G.R. den Dekker en mr. J. van Overeem en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 29 september 2026.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »