Hoofdstuk 5a. Medegebruik voorzieningen en coördinatie van civiele werken
Wordt genoemd in:
Artikel 5a.1
In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
netwerkexploitant: een aanbieder van
een openbaar elektronisch communicatienetwerk, of
fysieke infrastructuur waarmee een dienst wordt geleverd die bestaat uit vervoer of uit de productie, het transport of de distributie van gas, elektriciteit, straatverlichting, verwarming en water;
coördinatie: coördinatie als bedoeld in artikel 5 van richtlijn nr. 2014/61/EU;
civiele werken: het product van een geheel van bouwkundige of civieltechnische werken dat bestemd is om als zodanig een economische of technische functie te vervullen en dat een of meer elementen van een fysieke infrastructuur omvat.
Artikel 5a.2
Onverminderd de in dit hoofdstuk opgenomen verplichtingen omtrent medegebruik en coördinatie gelden de gegeven voorschriften bij of krachtens andere wetten of decentrale regels ter zake van:
het netwerk van een netwerkexploitant en de daarmee te leveren diensten, en
een voor het medegebruik of het uitvoeren van civiele werken benodigde vergunning, ontheffing of andere toestemming.
Artikel 5a.3
Lid 1
Een netwerkexploitant stemt in met redelijke verzoeken van aanbieders van openbare elektronische communicatienetwerken tot medegebruik van zijn fysieke infrastructuur ten dienste van de aanleg van elementen van een openbaar elektronisch communicatienetwerk met hoge snelheid.
Lid 2
Gebruikers van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen frequentieruimte en aanbieders van bijbehorende faciliteiten voldoen aan redelijke verzoeken tot medegebruik van bijbehorende faciliteiten.
Lid 3
Aanbieders van elektronische communicatienetwerken die bestaan uit radioapparaten die geschikt zijn voor het verspreiden van programma’s, alsmede aanbieders van antenne-opstelpunten die bestemd zijn om genoemde netwerken te ondersteunen, voldoen aan redelijke verzoeken tot medegebruik van antenne-opstelpunten, antennesystemen of antennes.
Lid 4
Aanbieders van openbare elektronische communicatienetwerken zijn over en weer verplicht te voldoen aan redelijke verzoeken tot medegebruik van de fysieke infrastructuur waarop de gedoogplicht, bedoeld in hoofdstuk 5, van toepassing is.
Artikel 5a.4
Lid 1
Medegebruik als bedoeld in artikel 5a.3 vindt plaats onder billijke en niet-discriminerende voorwaarden en tegen een billijke en niet-discriminerende vergoeding, en kan uitsluitend worden geweigerd op objectieve, transparante en evenredige gronden.
Lid 2
Onder een grond als bedoeld in het eerste lid, kan in ieder geval worden verstaan:
dat de fysieke infrastructuur technisch of economisch ongeschikt is voor de aanleg, van elementen van een openbaar elektronisch communicatienetwerk met hoge snelheid;
dat er, rekening houdend met de toekomstige behoeften aan ruimte van de netwerkexploitant, onvoldoende ruimte beschikbaar is voor de aanleg van elementen van een openbaar elektronisch communicatienetwerk met hoge snelheid;
redenen van veiligheid of volksgezondheid;
redenen van integriteit en veiligheid van alle reeds aangelegde netwerken of van kritieke nationale infrastructuur;
een risico van ernstige verstoring van de geplande elektronische communicatiediensten wanneer andere diensten via dezelfde infrastructuur worden verstrekt;
dat de netwerkexploitant beschikt over levensvatbare alternatieve middelen voor het verlenen van wholesaletoegang tot fysieke netwerkinfrastructuur die geschikt zijn voor het aanbieden van elektronische communicatienetwerken met hoge snelheid, op voorwaarde dat de toegang onder billijke en redelijke voorwaarden wordt verleend.
Artikel 5a.5
Lid 1
De bij een verzoek tot medegebruik betrokken partijen streven naar overeenstemming over de omstandigheden waaronder het medegebruik plaatsvindt. Zij maken in ieder geval afspraken over:
de plaats, het tijdstip en de wijze van uitvoering van de werkzaamheden,
een redelijke vergoeding voor het medegebruik, alsmede
redelijke eisen, voorwaarden en voorzorgsmaatregelen ter waarborging van de veiligheid, continuïteit en levensvatbaarheid van de betrokken fysieke infrastructuur, antennesystemen, antennes en netwerken.
Lid 2
Van een redelijke vergoeding voor medegebruik van antenne-opstelpunten voor omroep, is sprake als de vergoeding efficiënt, transparant en niet-discriminatoir is, en de kosten van de werkelijk afgenomen capaciteit weerspiegelt. Daarbij draagt de aanbieder die aan het verzoek tot medegebruik voldoet bij geschillen de bewijslast voor de redelijkheid van de vergoeding.
Lid 3
In het geval de voor medegebruik als bedoeld in het tweede lid te betalen vergoeding mede wordt bepaald door een door de verlener van het medegebruik zelf voor medegebruik aan een derde te betalen vergoeding mag laatstbedoelde vergoeding slechts worden doorberekend voor zover deze vergoeding redelijk is.
Lid 4
Indien een verzoek tot medegebruik betrekking heeft op:
fysieke infrastructuur van een aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk, of
een antenne-opstelpunt van een gebruiker of een aanbieder als bedoeld in artikel 5a.3, tweede, of derde lid, kunnen partijen wat betreft veiligheid en continuïteit als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, volstaan met afspraken over hoe zij uitvoering geven aan de bij of krachtens hoofdstuk 11a vastgestelde maatregelen en eisen.
Artikel 5a.6
Lid 1
Indien een netwerkexploitant tevens degene is die beslist op een vergunning, ontheffing of andere toestemming betreffende de aanleg van elementen van een openbaar elektronisch communicatienetwerk met hoge snelheid waarop het verzoek tot medegebruik betrekking heeft, coördineert deze netwerkexploitant zijn beslissing op het verzoek tot medegebruik met het besluit op een aanvraag voor een vergunning, ontheffing of andere toestemming.
Lid 2
In aanvulling op artikel 5a.4, eerste en tweede lid, weigert een netwerkexploitant als bedoeld in het eerste lid, in ieder geval het medegebruik wanneer de in het eerste lid bedoelde vergunning, ontheffing of andere toestemming wordt geweigerd.
Lid 3
Een aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk die het voornemen heeft om de fysieke infrastructuur van een netwerkexploitant als bedoeld in het eerste lid, te gebruiken voor de aanleg van elementen van een openbaar elektronisch communicatienetwerk met hoge snelheid coördineert zijn verzoek tot medegebruik met de in het eerste lid, bedoelde aanvraag.
Artikel 5a.7
Lid 1
In het geval dat voor het verlenen van medegebruik toestemming van een derde is vereist, is deze daartoe slechts gehouden indien het een redelijk verzoek betreft en hij:
direct of indirect een relevant economisch belang heeft in degene tot wie het verzoek tot medegebruik is gericht, of
deel uitmaakt van een groep als bedoeld in artikel 24b van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek waartoe een andere groepsmaatschappij als bedoeld in dat artikel behoort, die een direct of indirect relevant economisch belang heeft in degene tot wie het verzoek is gericht.
Lid 2
De derde die op grond van het eerste lid gehouden is toestemming te verlenen, ontvangt voor het medegebruik een redelijke vergoeding als bedoeld in artikel 5a.5, eerste lid, onderdeel b.
Artikel 5a.8
Indien een netwerkexploitant of een onderneming als bedoeld in artikel 5a.3, tweede en derde lid, weigert te voldoen aan een verzoek tot medegebruik informeert hij de verzoeker gemotiveerd en schriftelijk over de redenen voor zijn weigering.
Artikel 5a.9
Lid 1
Een netwerkexploitant, of een onderneming als bedoeld in artikel 5a.3, tweede en derde lid, is verplicht in te gaan op redelijke verzoeken tot inspecties ter plaatse van de voorzieningen waarop het verzoek tot medegebruik ziet.
Lid 2
In een verzoek als bedoeld in het eerste lid, specificeert de verzoeker de elementen van het betrokken netwerk dat hij wil inspecteren met het oog op de aanleg van elementen van elektronische communicatienetwerken met hoge snelheid.
Lid 3
Een netwerkexploitant, of een onderneming als bedoeld in artikel 5a.3, tweede en derde lid, stemt in met het verzoek tot inspectie op de voorgestelde datum of op een ander moment, doch uiterlijk binnen vier weken na ontvangst van het verzoek.
Artikel 5a.10
Lid 1
Een netwerkexploitant die een civiel werk uitvoert dat direct of indirect, geheel of gedeeltelijk gefinancierd is met overheidsgeld, voldoet aan elk redelijk verzoek van een aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk om zijn civiele werken en de civiele werken ten dienste van de aanleg van elementen van een openbaar elektronisch communicatienetwerk met hoge snelheid, te coördineren.
Lid 2
Een netwerkexploitant kan coördineren als bedoeld in het eerste lid, weigeren indien:
coördineren aanvullende kosten veroorzaakt voor de oorspronkelijk geplande civiele werken van de netwerkexploitant;
coördineren een belemmering vormt voor de controle over de coördinatie van de civiele werken van de netwerkexploitant, of
het verzoek wordt gedaan minder dan één maand voordat de netwerkexploitant voornemens is een aanvraag in te dienen voor de voor oorspronkelijk geplande civiele werken benodigde vergunning, ontheffing of andere toestemming.
Lid 3
Indien een netwerkexploitant weigert te voldoen aan een verzoek om te coördineren informeert hij de verzoeker uiterlijk een maand na de datum van ontvangst van het verzoek om te coördineren gemotiveerd en schriftelijk over de redenen voor zijn weigering.
Artikel 5a.11
Lid 1
Een netwerkexploitant stelt slechts billijke, transparante en niet-discriminerende voorwaarden aan de coördinatie van civiele werken.
Lid 2
De bij het verzoek tot coördinatie betrokken netwerkexploitant en aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk streven naar overeenstemming over de omstandigheden en voorwaarden waaronder coördinatie van de civiele werken plaatsvindt. Zij maken in ieder geval afspraken over:
de plaats, het tijdstip en de wijze van uitvoering van de werkzaamheden,
een redelijke vergoeding van de kosten die zijn gemoeid met coördinatie van de civiele werken, alsmede
andere redelijke eisen, voorwaarden en voorzorgsmaatregelen die noodzakelijk zijn om de veiligheid, continuïteit en levensvatbaarheid van de betrokken fysieke infrastructuur en netten te waarborgen.
Artikel 5a.12
De bij medegebruik of coördinatie betrokken partijen gebruiken informatie die in het kader van medegebruik van fysieke infrastructuur of coördinatie van civiele werken wordt verstrekt, alsmede informatie die gedurende het medegebruik of de coördinatie is verkregen uitsluitend voor het doel waarvoor deze informatie is verstrekt of verkregen. Alle informatie wordt vertrouwelijk behandeld.
Artikel 5a.13
Lid 1
Indien in dit hoofdstuk geregelde onderwerpen in het belang van een goede uitvoering van de richtlijn nr. 2014/61/EU nadere regeling behoeven, kan deze geschieden bij algemene maatregel van bestuur. Hierbij kunnen aan de Autoriteit Consument en Markt taken worden opgedragen en bevoegdheden worden verleend.
Lid 2
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen fysieke infrastructuur of civiele werken om veiligheidsredenen worden uitgezonderd van de in dit hoofdstuk opgenomen verplichtingen.
Lid 3
Een maatregel als bedoeld in het tweede lid, wordt niet eerder vastgesteld dan vier weken nadat het ontwerp aan belanghebbende partijen is overgelegd.
Artikel 5a.14
Lid 1
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de procedure van een verzoek tot medegebruik of coördinatie. Daarbij kan onder meer worden bepaald op welke wijze en binnen welke termijn een verzoek wordt ingediend dan wel behandeld, alsmede welke gegevens bij een verzoek moeten worden overgelegd.
Lid 2
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent omstandigheden, eisen en voorwaarden als bedoeld in de artikelen 5a.4, eerste lid, 5a.5 en 5a.11, alsmede over de procedure om tot overeenstemming te komen over die omstandigheden, eisen en voorwaarden.
Lid 3
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels gesteld worden aan de procedure van een verzoek om inspectie en aan de maatregelen die een netwerkexploitant, of een onderneming als bedoeld in artikel 5a.3, tweede en derde lid, tijdens of voorafgaand aan de inspectie stelt.
Lid 4
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voorts nadere regels gesteld worden met betrekking tot de vergoeding aan een derde als bedoeld in artikel 5a.7.
Lid 5
In de in het eerste tot en met vierde lid bedoelde nadere regels kunnen aan de Autoriteit Consument en Markt taken worden opgedragen en bevoegdheden worden verleend.
Artikel 5a.15
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent:
de door degene, bedoeld in artikel 5a.3, tweede en derde lid, te verstrekken informatie over de antenne-opstelpunten waarover zij beschikken,
de door degene, bedoeld in artikel 5a.3, tweede en derde lid, te reserveren ruimte op antenne-opstelpunten voor eigen gebruik of voor medegebruik.
Hierbij kunnen aan de Autoriteit Consument en Markt taken worden opgedragen en bevoegdheden worden verleend.