Artikel 7 Wet op de rechterlijke organisatie

Lid 1

De voorzitter van de meervoudige kamer doet in raadkamer hoofdelijk omvraag. De voorzitter geeft als laatste zijn oordeel.

Lid 2

Ieder lid is verplicht aan de besluitvorming deel te nemen.

Lid 3

De rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast, de rechters in opleiding en de officieren in opleiding, de senior-gerechtsauditeurs en gerechtsauditeurs, de griffier, substituut-griffier en waarnemend griffiers van de Hoge Raad, gerechtsambtenaren en buitengriffiers, bedoeld in artikel 14, vierde lid, zijn tot geheimhouding verplicht van hetgeen in de raadkamer over aanhangige zaken is geuit.

Dit artikel verwijst naar:

Recente uitspraken

Art. 7 RO is sinds 2010 in 7 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Rb. Zeeland-West-Brabant en Hof Leeuwarden.

  • ECLI:NL:HR:2018:2397 — 21-12-2018 Hoge Raad
    Wrakingsprocedure (art. 512 Sv). Wraking van alle leden van de strafkamer van de Hoge Raad. Art. 75 RO, behandeling en beslissing door de meervoudige kamer (de zetel). Rol van zgn. reservisten bij de behandeling van zaken. Protocol deelname aan behandeling en beraadslaging van…
  • ECLI:NL:HR:2013:BZ3462 — 06-03-2013 Hoge Raad
    Klachtprocedure ex art. 13a RO. Kinderrechter geeft op verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming uitleg aan tussenbeschikking waarin de Raad verzocht is een onderzoek in te stellen. Vordering procureur-generaal ex art. 13a RO. Kinderrechter heeft door beantwoording van de…
  • ECLI:NL:HR:2011:BU3447 — 13-12-2011 Hoge Raad
    Vervolging en berechting rechterlijke ambtenaren. Art. 510 Sv, verzoekschrift aanwijzing ander gerecht. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak. De HR herhaalt de toepasselijke overwegingen uit HR LJN AO3669 en HR LJN AD5455. Art. 510 Sv moet aldus worden uitgelegd dat…
  • ECLI:NL:GHLEE:2010:BL5431 — 24-02-2010 Hof Leeuwarden
    Schending geheim van de raadkamer De strekking van artikel 7, lid 3 Wet RO is dat rechters in raadkamer tijdens hun beraadslaging vrijelijk met elkaar moeten kunnen discussiëren en hun gedachten en gevoelens moeten kunnen uitwisselen zonder dat er gevaar bestaat dat dit later…
  • ECLI:NL:RBZWB:2020:105 — 20-01-2020 Rb. Zeeland-West-Brabant
    Feitelijk leidinggeven aan een BV die zich bezig hield met het beleggen van aangetrokken geld; beleggingsfraude (door oplichting beleggers). In prospectussen voor obligaties stond onjuiste en/of misleidende informatie waardoor beleggers werden bewogen in te leggen. De ingelegde…

Bekijk alle 7 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.