Artikel 6 Wet op de rechterlijke organisatie
Lid 1
Het bestuur van een gerecht vormt voor het behandelen en beslissen van zaken en het beëdigen van de daartoe bij de wet aangewezen functionarissen enkelvoudige en meervoudige kamers en bepaalt de bezetting daarvan.
Lid 2
Tenzij in deze wet anders is bepaald, bestaan de meervoudige kamers uit drie rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast, van wie een als voorzitter optreedt. Indien ook anderen dan rechterlijke ambtenaren deel uitmaken van een meervoudige kamer, treedt een rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast op als voorzitter.
Lid 3
Het bestuur kan bepalen dat in een zaak in verband met de veiligheid van personen dan wel indien de zitting langer dan een dag zal duren, een of meer rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast zich met het oog op mogelijke vervanging van een van de leden van een meervoudige kamer gereed houden. Deze rechterlijke ambtenaren zijn bij de behandeling ter terechtzitting van die zaak aanwezig, maar nemen aan het onderzoek in en de beraadslaging en beslissing over die zaak niet deel, tenzij zij op verzoek van de voorzitter van de meervoudige kamer in de plaats treden van een van de afwezige leden.
Lid 4
Dit artikel is niet van toepassing op de Hoge Raad.
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 6 RO is sinds 2012 in 37 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Amsterdam, Hoge Raad en Hof Amsterdam.
- ECLI:NL:HR:2022:1438 — 21-10-2022 Hoge Raad
Cassatie in het belang van de wet. Onvolkomenheden bij beëdiging van raadsheren bij hof ’s-Hertogenbosch, art. 5.2 en 6.2 wet RO. 1. Heeft omstandigheid dat bij afleggen van eed of belofte door raadsheren(-plaatsvervanger) gebruik is gemaakt van formulier dat is bestemd voor… - ECLI:NL:HR:2020:1312 — 17-07-2020 Hoge Raad
Arbeidsrecht; procesrecht. Vervolg op HR 30 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1187. Vordering billijke vergoeding wegens ernstig verwijtbaar handelen van werkgever. Klacht over behandeling bij hof door combinatie met twee raadsheren-plaatsvervangers. Positie raadsheer-plaatsvervanger… - ECLI:NL:HR:2019:1940 — 13-12-2019 Hoge Raad
Procesrecht. Contractenrecht. Vervolg van HR 20 september 2019, ECLI:NL:HR:2019:1408, na verkregen inlichtingen van het hof. Is eindarrest gewezen nadat raadsheer was gedefungeerd? Toepassing HR 13 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:604 en HR 18 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2607 en… - ECLI:NL:HR:2017:2561 — 06-10-2017 Hoge Raad
Procesrecht. Beschikking mede gegeven door raadsheer-plaatsvervanger die nog niet als zodanig beëdigd was. Nietigheid van de beschikking? Art. 5 en 6 Wet RO; art. 5g Wrra. HR 18 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2607, NJ 2017/202. - ECLI:NL:HR:2015:892 — 07-04-2015 Hoge Raad
Economische delicten. Bevoegde kamer. De vorming van economische kamers binnen de Rb. Art. 52.1 RO, 38 en 39.2 WED. 1. Aan verdachte zijn naast economische delicten ook strafbare feiten niet zijnde economische delicten tlgd. die klaarblijkelijk in samenhang zijn begaan. Ex. art.…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.