Artikel 40 Participatiewet
Lid 1
Het recht op bijstand bestaat jegens het college van de gemeente waar de belanghebbende woonplaats heeft als bedoeld in de artikelen 10, eerste lid, en 11 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat bijstand aan een belanghebbende die niet is ingeschreven als ingezetene met een woonadres of briefadres in de basisregistratie personen wordt verleend door het college van een bij die maatregel aan te wijzen gemeente.
Lid 2
Indien bij de beoordeling van het recht op bijstand blijkt dat het door een belanghebbende verstrekte adres van hemzelf, van zijn echtgenoot of van een kind afwijkt van het adres waaronder de betrokkene in de basisregistratie personen is ingeschreven, schort het college de betaling van de bijstand op.
Lid 3
Geen opschorting vindt plaats indien:
de afwijking redelijkerwijs geen gevolgen kan hebben voor het recht op of de hoogte van de bijstand;
de belanghebbende van de afwijking redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt;
daarvoor naar het oordeel van het college dringende redenen aanwezig zijn;
de belanghebbende voor het leveren van mantelzorg bij een intensieve zorgbehoefte tijdelijk gebruikmaakt van een hoofdverblijf elders.
Lid 4
Het college doet schriftelijk mededeling van de opschorting, bedoeld in het tweede lid, aan de belanghebbende en geeft daarbij de gelegenheid tot adreswijziging in de basisregistratie personen binnen een door het college te stellen termijn.
Lid 5
De opschorting wordt beëindigd zodra het aan het college gebleken is dat de afwijking niet meer bestaat. Indien de afwijking ook na de krachtens het vierde lid gestelde termijn nog bestaat, herziet het college het besluit tot toekenning van de bijstand of trekt het dit in met ingang van de eerste dag waarop de betaling van de bijstand is opgeschort.
Dit artikel verwijst naar:
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 40 Pw is sinds 2016 in 4 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Den Haag, Hof Arnhem-Leeuwarden en Rb. Rotterdam.
- ECLI:NL:RVS:2026:6222 — 21-10-2026 Raad van State
Bij besluit van 22 maart 2024 heeft de burgemeester van Leidschendam-Voorburg de aanvraag van [appellant] om afgifte van een reisdocument voor vreemdelingen niet in behandeling genomen. [appellant] staat sinds 16 januari 2001 in de Basisregistratie personen (brp) ingeschreven… - ECLI:NL:GHARL:2016:10074 — 13-12-2016 Hof Arnhem-Leeuwarden
Hedwigepolder, artikel 7:377 BW (ontbinding wegens bestemming voor niet-landbouwkundige doeleinden) Eigenaar van Hedwigepolder vordert ontbinding van de overeenkomsten met de pachters in de Hedwigepolder in verband met de ontpoldering van de polder. Het hof toetst of de wil… - ECLI:NL:RBDHA:2026:13933 — 05-06-2026 Rb. Den Haag
Afwijzing van een aanvraag om eenmalige energietoeslag over 2023. Bewijslast. Hoofdverblijf. Geen sprake van zeer dringende redenen als bedoeld in artikel 16 Pw en geen dringende redenen als bedoeld in artikel 5 van de Beleidsregels. Beroep ongegrond. - ECLI:NL:RBROT:2026:2881 — 04-03-2026 Rb. Rotterdam
De toezegging in de procedure over het briefadres dat eiseres gedurende een periode van drie maanden geen reactie hoefde te geven op vragen over haar verblijfplaats, betekent niet dat eiseres in het kader van haar bijstandsaanvraag geen duidelijkheid hoefde te geven over haar… - ECLI:NL:RBDHA:2023:19945 — 14-12-2023 Rb. Den Haag
Tussenuitspraak. Herziening, intrekking, terugvordering en beeindiging ivm schending inlichtingenplicht en niet meerwerken aan huisbezoek. Extreem laag waterverbruik. Ter zitting heeft het college desgevraagd verklaard dat bij de berekening van het terug te vorderen bedrag en…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.