Artikel 36b Participatiewet

4 uitspraken verwijzen naar dit artikel ›

Lid 1

In aanvulling op de artikelen 7 en 7a, eerste lid, onderdeel b of c verstrekt het college op aanvraag van een belanghebbende die als rechtstreeks gevolg van een ziekte of gebrek structureel niet in staat is naast de studie inkomsten te verwerven, een studietoeslag waarvan de minimale hoogte, die voor naar leeftijd te onderscheiden categorieën belanghebbenden verschillend kan zijn, bij algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld.

Lid 2

Bij de beoordeling of recht bestaat op de studietoeslag vraagt het college een geneeskundig advies, tenzij zonder dit advies vastgesteld kan worden dat recht bestaat op de studietoeslag.

Lid 3

De aanvraag kan worden gedaan door een belanghebbende die:

  1. studiefinanciering ontvangt op grond van de Wet studiefinanciering 2000, niet zijnde het levenlanglerenkrediet, of een tegemoetkoming krijgt op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten; en

  2. geen recht heeft op een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten.

Lid 4

De belanghebbende doet aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op de studietoeslag. Deze verplichting geldt niet als die feiten en omstandigheden door het college kunnen worden vastgesteld op grond van bij wettelijk voorschrift als authentiek aangemerkte gegevens of kunnen worden verkregen uit bij ministeriële regeling aan te wijzen administraties. Bij ministeriële regeling wordt bepaald voor welke gegevens de tweede zin van toepassing is.

Lid 5

De belanghebbende die in het kader van zijn studie inkomsten uit een stage ontvangt, behoudt het recht op de studietoeslag, met dien verstande dat de hoogte van de studietoeslag wordt verminderd met het bedrag aan inkomsten uit de stage voor zover dat het een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen bedrag te boven gaat.

Lid 6

Artikel 40, eerste lid, en paragraaf 6.4, zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat waar «bijstand» staat steeds gelezen wordt «studietoeslag» en waar «de verplichting, bedoeld in artikel 17, eerste lid, of de verplichtingen, bedoeld in artikel 30c, tweede en derde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen» staat steeds gelezen wordt «de verplichting, bedoeld in artikel 36b, vierde lid».

Recente uitspraken

Art. 36b Pw is sinds 2021 in 4 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Den Haag en Rb. Noord-Holland.

  • ECLI:NL:RBDHA:2025:5879 — 08-04-2025 Rb. Den Haag
    Beroep tegen de afwijzing van de aanvraag om individuele studietoeslag op grond van de Participatiewet is gegrond. Het college heeft bij de beoordeling van de aanvraag een onjuist criterium gehanteerd door slechts te (laten) onderzoeken of eiser in verband met zijn structurele…
  • ECLI:NL:RBDHA:2024:16888 — 15-10-2024 Rb. Den Haag
    Afwijzing van aanvraag voor bijzondere bijstand op grond van de Participatiewet (Pw) voor cursussen. Beroep ongegrond.
  • ECLI:NL:RBDHA:2024:16887 — 15-10-2024 Rb. Den Haag
    Afwijzing van aanvragen om bijzondere bijstand op grond van de Participatiewet (Pw) voor buitenkleding en een computer. Beroep ongegrond.
  • ECLI:NL:RBNHO:2021:7655 — 23-07-2021 Rb. Noord-Holland
    Afwijzing aanvraag individuele studietoeslag. Aan het bestreden besluit ligt een advies ten grondslag dat niet voldoet aan het op dat moment geldende criterium. Beroep gegrond.

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.