Artikel 34 Participatiewet
Lid 1
Onder vermogen wordt verstaan:
de waarde van de bezittingen waarover de alleenstaande of het gezin beschikt of redelijkerwijs kan beschikken, verminderd met de aanwezige schulden. De waarde van de bezittingen wordt vastgesteld op de waarde in het economische verkeer bij vrije oplevering;
middelen die worden ontvangen in de periode waarover algemene bijstand is toegekend, voorzover deze geen inkomen betreffen als bedoeld in de artikelen 32 en 33.
Lid 2
Niet als vermogen wordt in aanmerking genomen:
bezittingen in natura die naar hun aard en waarde algemeen gebruikelijk zijn dan wel, gelet op de omstandigheden van persoon en gezin, noodzakelijk zijn;
het aanwezige vermogen voorzover dit minder bedraagt dan de van toepassing zijnde vermogensgrens, genoemd in het derde lid;
spaargelden opgebouwd tijdens de periode waarin bijstand wordt ontvangen;
het vermogen gebonden in de woning met bijbehorend erf, bedoeld in artikel 50, eerste lid, voorzover dit minder bedraagt dan € 67.500,00;
vergoedingen voor immateriële schade als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdelen l en m.
Lid 3
De in het tweede lid, onderdeel b, bedoelde vermogensgrens is:
voor een alleenstaande: € 8.000,00;
voor een alleenstaande ouder: € 16.000,00;
voor de gehuwden tezamen: € 16.000,00.
Dit artikel verwijst naar:
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 34 Pw is sinds 1997 in 19 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Den Haag, Rb. Zeeland-West-Brabant en Rb. Noord-Holland.
- ECLI:NL:GHDHA:2024:1983 — 02-10-2024 Hof Den Haag
Geen schenking als bedoeld in art. 62f Participatiewet door uitkeringsgerechtigde aan haar broer of aan een stichting. Vermogen Surinaamse stichting, waarvan uitkeringsgerechtigde bestuurder was, is niet te vereenzelvigen met vermogen van uitkeringsgerechtigde. Overdracht van… - ECLI:NL:GHAMS:2016:2389 — 21-06-2016 Hof Amsterdam
De Nederlandse Bank niet aansprakelijk als toezichthouder op grond van art. 1:25 lid 1 Wet financieel toezicht bij uitschrijving van een pensioenfonds. - ECLI:NL:GHARN:1997:3 — 18-11-1997 Hof Arnhem
Art. 34 Pw, thans art. 7:361 BW. Vordering tot indeplaatsstelling van schoonzoon als pachter. Pachter is niet-ontvankelijk in zijn vordering tegen de economische eigenaar; wél ontvankelijk in gelijke vordering tegen de juridische eigenaar/verpachtster. - ECLI:NL:RBGEL:2026:7594 — 05-10-2026 Rb. Gelderland
Uitspraak over de afwijzing van de aanvraag om een AIO-aanvulling. De aanvraag is terecht afgewezen. Niet in geschil is dat eiser een woning heeft in Turkije. De waarde van de woning overstijgt de grens van het vrij te laten vermogen. De bepalingen uit de Pw hebben een… - ECLI:NL:RBZWB:2026:7919 — 28-07-2026 Rb. Zeeland-West-Brabant
Vervangende toestemming paspoort
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.