Afdeling 16.7. Beslistermijn, bekendmaking, inwerkingtreding en beroep
Artikel 16.77
Als een beslissing op een aanvraag om een besluit op grond van deze wet of een besluit tot wijziging daarvan niet kan worden genomen dan nadat is voldaan aan een internationaalrechtelijke verplichting, wordt de termijn voor het nemen van dat besluit opgeschort tot de voor die verplichting geldende procedure is afgerond.
Artikel 16.77a
Als een beslissing op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit niet kan worden genomen dan nadat de aanvrager de aanvraag heeft aangevuld met gegevens die nodig zijn om te beoordelen of is voldaan aan artikel 6, vierde lid, van de habitatrichtlijn, wordt de termijn voor het nemen van dat besluit opgeschort tot de dag waarop de aanvraag is aangevuld of de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken.
Artikel 16.77aa
Als toepassing wordt gegeven aan artikel 13.20, vijfde lid, wordt op een verzoek om een eindafrekening uiterlijk beslist op een in het omgevingsplan, de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 13.14, derde lid, onder a, of het projectbesluit bepaald tijdstip.
Artikel 16.77b
Lid 1
Een omgevingsplan wordt niet eerder bekendgemaakt dan nadat twee weken zijn verstreken sinds de dag waarop het omgevingsplan is vastgesteld, tenzij:
gedeputeerde staten over het ontwerp van het omgevingsplan geen zienswijzen naar voren hebben gebracht,
ten opzichte van het ontwerp van het omgevingsplan geen wijzigingen zijn aangebracht, of
gedeputeerde staten hebben bepaald dat het omgevingsplan eerder ter inzage mag worden gelegd.
Lid 2
Artikel 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvisie en een programma als bedoeld in de paragrafen 3.2.2 tot en met 3.2.4.
Lid 3
Bij de bekendmaking van een projectbesluit, een besluit tot uitvoering van een projectbesluit of een besluit dat is aangewezen op grond van artikel 16.87a wordt de bijzondere regeling over het aanvoeren van gronden van het beroep, bedoeld in artikel 16.86, vermeld.
Artikel 16.78
Lid 1
Een omgevingsplan treedt in werking met ingang van de dag waarop vier weken zijn verstreken sinds de dag waarop het besluit is bekendgemaakt, tenzij bij het besluit een later tijdstip is bepaald.
Lid 2
Een besluit als bedoeld in artikel 16.21 treedt tegelijk in werking met het omgevingsplan waarop het betrekking heeft.
Lid 3
Een projectbesluit treedt in werking met ingang van de dag waarop vier weken zijn verstreken sinds de dag waarop het besluit is bekendgemaakt. Als eerdere inwerkingtreding volgens het bevoegd gezag vanwege spoedeisende omstandigheden nodig is, kan het bevoegd gezag bepalen dat het projectbesluit eerder in werking treedt.
Lid 4
In afwijking van het derde lid treedt een projectbesluit van het dagelijks bestuur van het waterschap in werking met ingang van de dag waarop vier weken zijn verstreken sinds de dag waarop het besluit over goedkeuring is bekendgemaakt.
Lid 5
Een besluit tot vaststelling van geluidproductieplafonds als omgevingswaarden als bedoeld in de artikelen 2.12a, eerste lid, 2.13a, eerste lid, en 2.15, tweede lid, treedt in werking met ingang van de dag waarop vier weken zijn verstreken sinds de dag waarop het besluit is bekendgemaakt. Als eerdere inwerkingtreding volgens het bevoegd gezag vanwege spoedeisende omstandigheden nodig is, kan het bevoegd gezag bepalen dat het besluit eerder in werking treedt.
Artikel 16.78a
Lid 1
In afwijking van artikel 3:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, wordt een omgevingsvergunning voor een jachtgeweeractiviteit aan degene aan wie zij wordt verleend, in persoon uitgereikt. De eerste volzin is niet van toepassing in bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen.
Lid 2
Dit lid is nog niet in werking getreden.
Artikel 16.79
Lid 1
Een omgevingsvergunning treedt in werking met ingang van de dag na de dag waarop:
het besluit is bekendgemaakt, of
als het besluit is voorbereid met toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht: het besluit overeenkomstig artikel 3:44, eerste lid, onder a, van die wet ter inzage is gelegd.
Lid 2
In afwijking van het eerste lid bepaalt het bevoegd gezag in de omgevingsvergunning dat die in werking treedt met ingang van de dag waarop vier weken zijn verstreken sinds de dag van bekendmaking of terinzagelegging als naar zijn oordeel:
het verrichten van de activiteit die de omgevingsvergunning mogelijk maakt binnen die vier weken kan leiden tot een wijziging van een bestaande toestand die niet kan worden hersteld, en
de regels over het verlenen van de omgevingsvergunning ertoe strekken die bestaande toestand te beschermen.
Lid 3
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen gevallen van activiteiten worden aangewezen, waarin het bevoegd gezag in ieder geval toepassing geeft aan het tweede lid.
Lid 4
Als binnen de termijn, bedoeld in het tweede lid, bij de bevoegde rechter een verzoek om voorlopige voorziening is gedaan, treedt de omgevingsvergunning niet in werking voordat op het verzoek is beslist. Belanghebbenden die door de opschorting rechtstreeks in hun belang worden getroffen, kunnen de voorzieningenrechter verzoeken de opschorting op te heffen of te wijzigen.
Lid 5
Als het eerder in werking treden van een omgevingsvergunning volgens het bevoegd gezag vanwege spoedeisende omstandigheden nodig is, kan het in afwijking van het tweede lid bepalen dat het besluit eerder in werking treedt en het vierde lid niet van toepassing is.
Lid 6
Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op een besluit tot wijziging van de voorschriften van een omgevingsvergunning of tot intrekking van een omgevingsvergunning.
Artikel 16.80
Onverminderd artikel 16.79 treedt een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of een omgevingsplanactiviteit bestaande uit een bouwactiviteit of het in stand houden van een bouwwerk, als die activiteit ook is aan te merken als het oprichten of wijzigen van een inrichting waarvoor een vergunning als bedoeld in artikel 15, aanhef en onder b, van de Kernenergiewet is vereist, niet eerder in werking dan nadat laatstbedoelde vergunning in werking is getreden.
Artikel 16.81
Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2020/87.
Artikel 16.82
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen, als dat nodig is in het belang van een doelmatige uitvoering en handhaving, gevallen worden aangewezen waarin een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of een omgevingsplanactiviteit bestaande uit een bouwactiviteit of het in stand houden van een bouwwerk, onverminderd artikel 16.79, niet eerder in werking treedt dan nadat een omgevingsvergunning voor een andere activiteit in werking is getreden.
Artikel 16.82a
Lid 1
Nadat een voorkeursrechtbeschikking is bekendgemaakt, kan de beschikking binnen vier dagen worden ingeschreven in de openbare registers.
Lid 2
Het voorkeursrecht gaat in op het tijdstip waarop de beschikking is ingeschreven.
Artikel 16.82b
Lid 1
De bekendmaking van een inrichtingsbesluit vindt plaats met toepassing van artikel 3:42, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Lid 2
Als het inrichtingsbesluit voorziet in de toedeling van eigendom, bedoeld in artikel 12.8, eerste lid, onder a, c of d, of in de toedeling van beheer en onderhoud, bedoeld in artikel 12.8, eerste lid, onder b, c of d, wordt het inrichtingsbesluit ook toegezonden of uitgereikt aan de belanghebbenden tot wie het is gericht.
Artikel 16.82c
Lid 1
Een besluit tot het tijdelijk in gebruik geven als bedoeld in artikel 12.21, eerste lid, en een ruilbesluit treden in werking met ingang van de dag waarop:
de beroepstermijn is verstreken,
als beroep is ingesteld: op het beroep is beslist en, voor zover het beroep een ruilbesluit betreft, de termijn voor het instellen van beroep in cassatie is verstreken, of
als beroep in cassatie is ingesteld: op het beroep in cassatie is beslist en, als de Hoge Raad het geding heeft verwezen, de rechter waarnaar is verwezen, uitspraak heeft gedaan.
Lid 2
Een besluit geldelijke regelingen treedt in werking met ingang van de dag waarop de beroepstermijn is verstreken of, als beroep is ingesteld, waarop op het beroep is beslist.
Artikel 16.83
Als tegen een besluit dat is voorbereid met toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht beroep aanhangig is, kan die afdeling, voor zover niet in strijd met internationaalrechtelijke verplichtingen, buiten toepassing worden gelaten op de voorbereiding van een besluit tot wijziging van dat besluit, als het gaat om een wijziging van ondergeschikte aard.
Artikel 16.83a
In gevallen waarin artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is, hoeft, in afwijking van artikel 7:1a, eerste lid, van die wet, in geval van een bezwaar tegen een beslissing op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of een omgevingsplanactiviteit bestaande uit een bouwactiviteit voor woningbouwprojecten van ten minste een woning het schriftelijk verzoek aan het bestuursorgaan in te stemmen met rechtstreeks beroep bij de bestuursrechter niet in het bezwaarschrift te worden opgenomen.
Artikel 16.83b
In afwijking van artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan een gemeente of een bestuursorgaan van een gemeente geen beroep instellen tegen een van de volgende besluiten van een bestuursorgaan van een andere gemeente, voor zover dat besluit betrekking heeft op de bouw van een of meer woningen:
een besluit tot vaststelling of wijziging van een omgevingsplan; of
een besluit op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor:
een omgevingsplanactiviteit bestaande uit een bouwactiviteit; of
een bouwactiviteit.
Artikel 16.84
Lid 1
Als nadat toepassing is gegeven aan artikel 16.7, eerste lid, aanhef en onder b, alleen beroep is ingesteld tegen de beslissing op de aanvraag om één van de omgevingsvergunningen, heeft het beroep ook betrekking op de beslissing op de aanvraag om de andere omgevingsvergunning, voor zover het beroep betrekking heeft op de samenhang tussen beide omgevingsvergunningen.
Lid 2
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het beroep tegen beslissingen op een aanvraag om wijziging van de voorschriften van een omgevingsvergunning en tegen beslissingen tot ambtshalve wijziging van die voorschriften als bedoeld in artikel 16.7, eerste lid, onder b.
Artikel 16.85
Lid 1
Voor de mogelijkheid van beroep wordt een besluit tot het verlenen van een ontheffing op grond van artikel 2.32 geacht deel uit te maken van het besluit waarover de regel waarvan ontheffing is verzocht, is gesteld.
Lid 2
Voor de mogelijkheid van beroep wordt:
een instructie, gegeven op grond van artikel 2.33 of 2.34, en
een besluit over instemming op grond van artikel 16.16,
geacht deel uit te maken van het besluit waarop dat besluit betrekking heeft.
Artikel 16.86
Lid 1
Bij het beroep tegen een projectbesluit en tegen besluiten ter uitvoering van een projectbesluit kunnen geen gronden worden aangevoerd na afloop van de termijn voor het instellen van beroep.
Lid 2
Bij het beroep tegen een besluit tot uitvoering van een projectbesluit kunnen geen gronden worden aangevoerd die betrekking hebben op het projectbesluit waarop dat besluit berust.
Lid 3
In afwijking van artikel 6:6 van de Algemene wet bestuursrecht wordt het beroep tegen een projectbesluit of tegen een besluit ter uitvoering van een projectbesluit niet-ontvankelijk verklaard als niet is voldaan aan artikel 6:5, eerste lid, onder d, van die wet, tenzij bij de bekendmaking van het besluit niet is voldaan aan artikel 16.77b, derde lid, en redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener van het beroepschrift in verzuim is geweest.
Artikel 16.86a
Onverminderd artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht kan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bij beroepen tegen een beslissing op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of een omgevingsplanactiviteit bestaande uit een bouwactiviteit voor woningbouwprojecten van ten minste een woning bepalen dat een nader onderzoek ter zitting achterwege blijft als het beroep al ter zitting is behandeld.
Artikel 16.87
Lid 1
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelt beroepen tegen een projectbesluit, tegen een besluit over goedkeuring als bedoeld in artikel 16.72 en tegen een besluit ter uitvoering van een projectbesluit met toepassing van afdeling 8.2.3 van de Algemene wet bestuursrecht.
Lid 2
Als de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State voor beroepen tegen besluiten als bedoeld in het eerste lid advies van de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening inwint, brengt die stichting binnen twee maanden na het verzoek advies uit.
Lid 3
Op beroepen tegen een projectbesluit of tegen een besluit over goedkeuring als bedoeld in artikel 16.72 beslist de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes maanden na ontvangst van het verweerschrift.
Lid 4
In bijzondere omstandigheden kan de Afdeling de in het derde lid genoemde termijn met ten hoogste drie maanden verlengen.
Lid 5
Op beroepen tegen een besluit ter uitvoering van een projectbesluit waarop op grond van artikel 16.7 afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is, beslist de Afdeling binnen zes maanden na ontvangst van de verweerschriften.
Lid 6
Het derde en vijfde lid zijn niet van toepassing als artikel 8:51a of 8:51d van de Algemene wet bestuursrecht wordt toegepast. In dat geval doet de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
binnen zes maanden na ontvangst van het verweerschrift een tussenuitspraak; en
binnen zes maanden na verzending van de tussenuitspraak een einduitspraak.
Lid 7
Het derde en vijfde lid zijn voorts niet van toepassing als de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State met toepassing van artikel 267 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie prejudiciële vragen stelt. In dat geval worden de vragen binnen zes maanden na ontvangst van het verweerschrift bij tussenuitspraak gesteld. In de tussenuitspraak beslist de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zoveel mogelijk ook op de beroepsgronden die niet door de vragen worden geraakt.
Artikel 16.87a
Lid 1
Op voordracht van Onze Minister die het aangaat, mede namens Onze Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, in overeenstemming met Onze Minister van Justitie en Veiligheid, kunnen bij algemene maatregel van bestuur besluiten voor categorieën projecten die bijdragen aan het nastreven van de doelen, bedoeld in artikel 1.3, aanhef en onder b, waarvan de versnelde uitvoering noodzakelijk is vanwege zwaarwegende maatschappelijke belangen worden aangewezen waarop de artikelen 16.86, eerste en derde lid, en 16.87, eerste tot en met vierde lid, zesde lid en zevende lid, ook van toepassing zijn.
Lid 2
Bij de maatregel wordt in ieder geval bepaald:
gedurende welke termijn de aanwijzing geldt, waarbij geldt dat die termijn ten hoogste tien jaar bedraagt;
hoe de evaluatie en monitoring van de aanwijzing worden uitgevoerd.
Lid 3
Als de evaluatie van de aanwijzing aanleiding geeft tot verlenging daarvan, kan Onze Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, in overeenstemming met Onze Minister van Justitie en Veiligheid, besluiten om de termijn, bedoeld in het tweede lid, onder a, eenmaal met ten hoogste vijf jaar te verlengen.
Lid 4
Als een besluit uit verschillende besluitonderdelen bestaat waarvan alleen een gedeelte als een besluit als bedoeld in het eerste lid is aangewezen, strekt de aanwijzing zich uit over alle besluitonderdelen.
Lid 5
Bij de maatregel worden in ieder geval woningbouwprojecten waarbij ten minste een woning wordt gerealiseerd aangewezen als categorie projecten als bedoeld in het eerste lid.
Artikel 16.87b
Bij beroepen tegen een beslissing op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of een omgevingsplanactiviteit bestaande uit een bouwactiviteit voor woningbouwprojecten van ten minste een woning kan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zich, als het een hoger beroep betreft en als zij van oordeel is dat een grond van het beroep niet tot vernietiging van het bestreden besluit of een gedeelte van dat besluit kan leiden, bij de vermelding van de gronden van de beslissing beperken tot dit oordeel.
Artikel 16.87c
Lid 1
Tegen een besluit dat alleen betrekking heeft op de weigering van een omgevingsvergunning voor een jachtgeweeractiviteit of op de intrekking van een vergunning op de in het tweede lid genoemde gronden, staat administratief beroep open bij Onze Minister van Justitie en Veiligheid.
Lid 2
De gronden, bedoeld in het eerste lid, zijn:
de vergunninghouder heeft misbruik gemaakt van wapens of munitie of van de bevoegdheid om wapens of munitie voorhanden te hebben, of
er zijn andere aanwijzingen dat aan de vergunninghouder het voorhanden hebben van wapens of munitie niet of niet langer kan worden toevertrouwd.
Artikel 16.88
Lid 1
Tegen een besluit tot het tijdelijk in gebruik geven als bedoeld in artikel 12.21, eerste lid, een ruilbesluit en een besluit geldelijke regelingen kunnen belanghebbenden door indiening van een verzoek als bedoeld in artikel 261 van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering in beroep komen bij de rechtbank binnen het rechtsgebied waarvan gedeputeerde staten hun zetel hebben. De artikelen 6:2, 6:7 tot en met 6:20 en 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.
Lid 2
Het verzoekschrift wordt door de belanghebbende of zijn gemachtigde ondertekend.
Lid 3
Zodra het verzoekschrift is ingediend, zendt de griffier een afschrift daarvan aan gedeputeerde staten. Bij beroep tegen een ruilbesluit of een besluit geldelijke regelingen zenden gedeputeerde staten onverwijld aan de griffier:
een lijst van de belanghebbenden voor wie het ruilbesluit of het besluit geldelijke regelingen wordt gewijzigd als het beroep gegrond is,
een afschrift van de stukken waarop het ruilbesluit of het besluit geldelijke regelingen voor de indiener van het beroep is gebaseerd,
een afschrift van de over het ruilbesluit of het besluit geldelijke regelingen naar voren gebrachte zienswijzen, voor zover samenhangend met het beroep, en
afschriften van de overige op het ruilbesluit of het besluit geldelijke regelingen betrekking hebbende bescheiden die van belang zijn voor de beoordeling van het beroep.
Artikel 16.89
Lid 1
De rechtbank beslist over de wijze waarop het ruilbesluit of het besluit geldelijke regelingen wordt gewijzigd na oproeping van de verzoeker, gedeputeerde staten en de belanghebbenden voor wie het ruilbesluit of het besluit geldelijke regelingen wordt gewijzigd als het beroep gegrond is. Belanghebbenden en gedeputeerde staten kunnen bij gemachtigde verschijnen.
Lid 2
Beroepen tegen het ruilbesluit en het besluit geldelijke regelingen worden gezamenlijk behandeld.
Artikel 16.90
Lid 1
Tegen een beschikking van de rechtbank over een besluit tot het tijdelijk in gebruik geven als bedoeld in artikel 12.21, eerste lid, kan geen hoger beroep of beroep in cassatie worden ingesteld.
Lid 2
Tegen een beschikking van de rechtbank over het ruilbesluit of het besluit geldelijke regelingen kan geen hoger beroep worden ingesteld. Voor de belanghebbende die voor de rechtbank is verschenen en voor gedeputeerde staten staat beroep in cassatie open op grond van de artikelen 426 tot en met 429 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Lid 3
De griffier van de rechtbank of, in geval van cassatie, de griffier van de Hoge Raad zendt een afschrift van de beschikking aan de belanghebbenden die zijn opgeroepen in verband met het beroep tegen het ruilbesluit of het besluit geldelijke regelingen en ook aan gedeputeerde staten.
Lid 4
Zodra het afschrift van de beschikking van de rechtbank door gedeputeerde staten is ontvangen en die beschikking in kracht van gewijsde is gegaan, wijzigen gedeputeerde staten zo nodig het ruilbesluit of het besluit geldelijke regelingen op grond van die beschikking.