Afdeling 12.2. Inrichtingsbesluit
Artikel 12.7
Een inrichtingsbesluit wordt gelijktijdig met het inrichtingsprogramma vastgesteld, als bij de landinrichting:
eigendom, beheer of onderhoud van voorzieningen van openbaar nut worden toegedeeld,
herverkaveling of korting wordt toegepast.
Artikel 12.8
Lid 1
Een inrichtingsbesluit voorziet, voor zover van toepassing, in:
de toedeling van eigendom van wegen of waterstaatswerken,
de toedeling van het beheer en het onderhoud van openbare wegen,
de toedeling van eigendom, het beheer en het onderhoud van gebieden van belang uit een oogpunt van natuurbescherming of landschapsbehoud of van elementen van landschappelijke, recreatieve, aardkundige of natuurwetenschappelijke waarde, of cultureel erfgoed, en
de toedeling van eigendom, het beheer en het onderhoud van andere voorzieningen van openbaar nut.
Lid 2
Als herverkaveling deel uitmaakt van de landinrichting, bevat het inrichtingsbesluit een verbeelding waarop de begrenzing van het herverkavelingsblok zo nauwkeurig mogelijk is aangegeven.
Lid 3
Als het nodig is om de eigendom van onroerende zaken te verwerven voor de verwezenlijking van maatregelen en voorzieningen van openbaar nut, bevat het inrichtingsbesluit een aanduiding van die maatregelen en voorzieningen en bepaalt het dat daarvoor korting kan worden toegepast.
Artikel 12.9
Lid 1
In afwijking van de artikelen 8 en 9 van de Wegenwet kan in een inrichtingsbesluit worden bepaald dat een openbare weg aan het openbaar verkeer wordt onttrokken.
Lid 2
In afwijking van de artikelen 4 en 5 van de Wegenwet kan in een inrichtingsbesluit worden bepaald dat een weg voor het openbaar verkeer wordt opengesteld.
Lid 3
De onttrekking aan en openstelling voor het openbaar verkeer gaan in op een tijdstip dat in het inrichtingsbesluit wordt bepaald.
Artikel 12.10
Lid 1
Bij landinrichting wordt geen wijziging gebracht in de rechten en de gebruikstoestand van:
begraafplaatsen, crematoria en bewaarplaatsen als bedoeld in de artikelen 23, 49 en 62, eerste lid, onder c, van de Wet op de lijkbezorging,
gesloten begraafplaatsen en graven of grafkelders als bedoeld in artikel 85 van de Wet op de lijkbezorging, binnen de termijnen, bedoeld in artikel 46, tweede en derde lid, van die wet en anders dan op de wijze, omschreven in artikel 46, derde lid, van die wet.
Lid 2
Zonder toestemming van de eigenaar wordt geen wijziging gebracht in zijn rechten ten aanzien van gebouwen.
Artikel 12.11
Lid 1
De toedeling van eigendom van wegen of waterstaatswerken, bedoeld in artikel 12.8, eerste lid, onder a, vindt plaats aan de betrokken openbare lichamen of andere rechtspersonen.
Lid 2
De toedeling van het beheer en het onderhoud van openbare wegen, bedoeld in artikel 12.8, eerste lid, onder b, vindt plaats aan de betrokken openbare lichamen.
Lid 3
In afwijking van het tweede lid kan het onderhoud van openbare wegen worden toegedeeld aan andere rechtspersonen dan openbare lichamen.
Artikel 12.12
Lid 1
De toedeling van eigendom van openbare wegen of waterstaatswerken of het beheer of het onderhoud van openbare wegen aan een rechtspersoon, niet zijnde een openbaar lichaam, vindt alleen plaats als overeenstemming is bereikt met de betrokken rechtspersoon, tenzij de eigendom, het beheer of het onderhoud voorafgaand aan de landinrichting bij die rechtspersoon berustte.
Lid 2
De toedeling van eigendom van openbare wegen of waterstaatswerken en van het beheer of het onderhoud van openbare wegen aan openbare lichamen vindt plaats zonder geldelijke verrekening, tenzij dit tot onredelijke gevolgen voor het betrokken openbaar lichaam zou leiden.
Lid 3
Toestemming van Onze Minister die het aangaat is vereist voor:
de onttrekking van de eigendom van openbare wegen of waterstaatswerken aan het Rijk,
de onttrekking van het beheer en het onderhoud van openbare wegen aan het Rijk,
de toedeling van eigendom, het beheer of het onderhoud van openbare wegen aan het Rijk, tenzij de eigendom, het beheer of het onderhoud voorafgaand aan de landinrichting bij het Rijk berustte.
Artikel 12.13
De eigendom, het beheer en het onderhoud van de gebieden en voorzieningen van openbaar nut, bedoeld in artikel 12.8, eerste lid, onder c en d, worden toegedeeld aan:
de provincie, of
een ander openbaar lichaam of een andere rechtspersoon dan de provincie, als dit lichaam of deze rechtspersoon daarmee instemt.
Artikel 12.14
Lid 1
Voor zover het beheer of het onderhoud van openbare wegen voorafgaand aan de landinrichting niet berustte bij het betrokken openbaar lichaam of de betrokken rechtspersoon, gaan het beheer en het onderhoud over op het tijdstip van bekendmaking van het inrichtingsbesluit.
Lid 2
Het beheer of het onderhoud gaan over op een later, door gedeputeerde staten te bepalen, tijdstip dan bedoeld in het eerste lid als:
aan bestaande wegen werkzaamheden tot verbetering daarvan worden uitgevoerd,
het nieuwe wegen betreft.
Artikel 12.15
Lid 1
Vanaf het tijdstip waarop op grond van artikel 12.18 een instructie is gegeven tot de uitvoering van werkzaamheden tot verbetering van bestaande wegen tot het tijdstip, bedoeld in artikel 12.14, tweede lid, berusten het beheer of het onderhoud van de betrokken wegen bij gedeputeerde staten van de provincie waarin deze wegen geheel of grotendeels liggen.
Lid 2
Het beheer en het onderhoud van nieuwe openbare wegen berusten tot het tijdstip, bedoeld in artikel 12.14, tweede lid, bij gedeputeerde staten van de provincie waarin deze wegen geheel of grotendeels liggen.