Hoofdstuk 9a. Stelselonderzoek, vroegsignalering en toezicht door de zorgautoriteit
Artikel 9a.1
Lid 1
De zorgautoriteit onderzoekt in algemene zin of het aanbod van jeugdhulp aansluit op de vraag, het aanbod van gecertificeerde instellingen aansluit op de uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering en in welke mate de colleges, Jeugdregio’s, jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen erin slagen jeugdigen en hun ouders de noodzakelijke jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering te verschaffen.
Lid 2
Het onderzoek kan zich onder meer richten op:
het aanbod van jeugdhulp en gecertificeerde instellingen, alsmede de te verwachten ontwikkelingen daarin;
de vraag naar jeugdhulp en de uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering, alsmede de te verwachten ontwikkelingen daarin;
de mate waarin het aanbod van jeugdhulp aansluit of naar verwachting zal aansluiten op de vraag naar jeugdhulp, alsmede de risicofactoren voor een goede aansluiting;
de mate waarin het aanbod van gecertificeerde instellingen aansluit of naar verwachting zal aansluiten op de uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering, alsmede de risicofactoren voor een goede aansluiting;
de wijze van totstandkoming van overeenkomsten tussen colleges of Jeugdregio’s enerzijds en jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen anderzijds en de in die overeenkomsten opgenomen prestaties, de prijzen daarvoor en overige voorwaarden, alsmede de totstandkoming van door colleges of Jeugdregio’s aan jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen verstrekte subsidies en de subsidievoorwaarden;
de wijze van totstandkoming van overeenkomsten van opdracht waarmee jeugdhulpaanbieders of gecertificeerde instellingen andere jeugdhulpaanbieders of gecertificeerde instellingen bij de verlening van jeugdhulp of het uitvoeren van kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering inschakelen, de daarin opgenomen prestaties, de prijzen daarvoor en overige voorwaarden;
de ontwikkeling van de kosten voor jeugdhulp en de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering;
de invloed van de inrichting van de toegang tot de jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering op de snelheid waarmee benodigde hulp of maatregelen kunnen worden ingezet, en
de wijze waarop en de mate waarin de continuïteit van jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering voor jeugdigen of hun ouders wordt gewaarborgd indien nieuwe jeugdhulpaanbieders of gecertificeerde instellingen oude opvolgen.
Artikel 9a.2
Lid 1
De zorgautoriteit heeft tot taak zo vroeg mogelijk te signaleren dat er:
risico’s zijn die ertoe kunnen leiden dat colleges niet kunnen voorzien in een toereikend aanbod van:
vormen van jeugdhulp als bedoeld in artikel 2.19, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, om aan de taken, bedoeld in de artikelen 2.3 en 2.4, tweede lid, onderdeel b, te kunnen voldoen;
gecertificeerde instellingen voor de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering, en
in geval toepassing is gegeven aan artikel 2.21, eerste lid, vormen van jeugdhulp als bedoeld in dat lid, om aan de taken, bedoeld in de artikelen 2.3 en 2.4, tweede lid, onderdeel b, te kunnen voldoen;
sprake is van een ontoereikend aanbod van de vormen van jeugdhulp, bedoeld in onderdeel a, of gecertificeerde instellingen.
Lid 2
Ter uitvoering van het eerste lid:
zorgt de zorgautoriteit ervoor dat eenieder aan haar ontwikkelingen bij gemeenten, Jeugdregio’s, jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen kan melden die de aanwezigheid van een toereikend aanbod van jeugdhulp en gecertificeerde instellingen in gevaar kunnen brengen of meldingen over een ontoereikend aanbod kan doen;
analyseert de zorgautoriteit in ieder geval:
de meldingen, bedoeld in onderdeel a;
gegevens en inlichtingen van de inspecties, bedoeld in artikel 9.1, eerste en tweede lid, die kunnen duiden op een risico als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a;
bij haar op grond van artikel 71b van de Wet marktordening gezondheidszorg aan te leveren gegevens met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering, alsmede met betrekking tot de jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen die deze diensten leveren;
informatie die tot haar beschikking is gekomen in het kader van het onderzoek, bedoeld in artikel 9a.1;
informatie die tot haar beschikking is gekomen bij de uitvoering van haar in de Wet marktordening gezondheidszorg geregelde taken; en
openbare informatie.
Lid 3
De zorgautoriteit verstrekt colleges en Jeugdregio’s bij ministeriële regeling te bepalen gegevens om zelf zo vroeg mogelijk een risico of ontoereikend aanbod als bedoeld in het eerste lid in hun eigen gemeente of regio te kunnen signaleren.
Lid 4
Jeugdhulpaanbieders die vormen van jeugdhulp als bedoeld in het eerste lid verlenen of doen verlenen, gecertificeerde instellingen, colleges, Jeugdregio’s en, voor zover het om landelijk gecontracteerde of te contracteren jeugdhulp gaat, de door gemeenten gezamenlijk in stand gehouden landelijk werkende organisatie belast met de contractering:
leveren de zorgautoriteit desgevraagd de aanvullende informatie die zij nodig heeft om te kunnen bepalen of sprake is van een risico of ontoereikend aanbod als bedoeld in het eerste lid;
doen een melding aan de zorgautoriteit zodra zij voorzien dat de diensten, bedoeld in het eerste lid, op afzienbare termijn niet meer geleverd zullen kunnen worden en zodra deze daadwerkelijk niet meer geleverd worden.
Lid 5
Zodra de zorgautoriteit tot de overtuiging is gekomen dat een risico of ontoereikend aanbod als bedoeld in het eerste lid bestaat, waarschuwt zij de betrokken jeugdhulpaanbieders, gecertificeerde instellingen, colleges, Jeugdregio’s en, indien het om landelijk gecontracteerde of te contracteren jeugdhulp gaat, de door gemeenten gezamenlijk in stand gehouden landelijk werkende organisatie belast met de contractering.
Artikel 9a.3
Lid 1
De zorgautoriteit bevordert dat partijen waaraan zij een signaal als bedoeld in artikel 9a.2, vijfde lid, heeft afgegeven, voldoende maatregelen treffen om een toereikend aanbod van de in haar signaal genoemde jeugdhulp of een toereikend aanbod van gecertificeerde instellingen zoveel mogelijk te waarborgen.
Lid 2
Partijen betrekken de zorgautoriteit zowel op eigen initiatief als op haar verzoek bij hun planning om te komen tot maatregelen als bedoeld in het eerste lid, alsmede bij de inhoud van die maatregelen en bij de invoering ervan.
Lid 3
De zorgautoriteit adviseert partijen over de onderwerpen, bedoeld in het tweede lid, en kan hen ook voor het overige met raad terzijde staan om het doel, bedoeld in het eerste lid, te bereiken.
Lid 4
De zorgautoriteit informeert Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport of Onze Minister van Justitie en Veiligheid indien:
de diensten als bedoeld in artikel 9a.2, eerste lid, niet meer geleverd worden of de zorgautoriteit voorziet dat zij op afzienbare termijn niet meer geleverd zullen kunnen worden; of
zij van mening is dat een of meer colleges of Jeugdregio’s onvoldoende inspanningen verrichten om het door haar gesignaleerde risico af te wenden.
Artikel 9a.4
De zorgautoriteit houdt toezicht op de naleving door jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 4.5.1 en 4.5.2.