Artikel 49 Invorderingswet 1990

Lid 1

Aansprakelijkstelling geschiedt bij voor bezwaar vatbare beschikking door de ontvanger en vindt niet plaats vóór het tijdstip waarop de belastingschuldige in gebreke is met de betaling van zijn belastingschuld. In afwijking van de eerste zin vindt aansprakelijkstelling van een bestuurder op de voet van artikel 36b niet plaats voor het tijdstip waarop het aansprakelijk gestelde lichaam in gebreke is met de betaling van zijn aansprakelijkheidsschuld. Voor zover de aansprakelijkstelling betrekking heeft op een bestuurlijke boete, geschiedt zij met overeenkomstige toepassing van hoofdstuk VIIIA, afdeling 2, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.

Lid 2

Op de in het eerste lid bedoelde beschikking is afdeling 4.4.2 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.

Lid 3

De ontvanger maakt de beschikking bekend door toezending als aangetekend stuk.

Lid 4

Op het bezwaar, beroep, hoger beroep en beroep in cassatie inzake de in het eerste lid bedoelde beschikking is hoofdstuk V van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van overeenkomstige toepassing.

Lid 5

Met betrekking tot het vierde lid zijn de artikelen 25, derde lid, en 27e van de Algemene wet inzake rijksbelastingen niet van toepassing indien het niet aan de aansprakelijk gestelde is te wijten dat:

  1. de vereiste aangifte niet is gedaan; of

  2. niet volledig is voldaan aan de verplichtingen ingevolge de artikelen 41, 47, 47a, 49 en 52 van die wet, alsmede aan de verplichtingen ingevolge artikel 53, eerste, tweede en derde lid, van die wet voor zover het verplichtingen van administratieplichtigen betreft ten behoeve van de heffing van de belasting waarvan de inhouding aan hen is opgedragen.

Lid 6

De ontvanger stelt de aansprakelijk gestelde desgevraagd op de hoogte van de gegevens met betrekking tot de belasting waarvoor hij aansprakelijk is gesteld voor zover deze gegevens voor het maken van bezwaar, het instellen van beroep of beroep in cassatie redelijkerwijs van belang kunnen worden geacht.

Lid 7

Het bezwaar kan geen betrekking hebben op feiten of omstandigheden die van belang zijn geweest bij de vaststelling van een belastingaanslag en ter zake waarvan een onherroepelijke rechterlijke uitspraak is gedaan.

Recente uitspraken

Art. 49 Invord1990 is sinds 1996 in 52 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Hof 's-Hertogenbosch en Hof Amsterdam.

  • ECLI:NL:HR:2023:1371 — 06-10-2023 Hoge Raad
    Artikel 36 IW 1990; bestuurdersaansprakelijkheid; bewijspositie bestuurder; evenredigheidsbeginsel; prejudiciële vragen
  • ECLI:NL:HR:2022:1188 — 09-09-2022 Hoge Raad
    Procesrecht. Aansprakelijkheidsrecht; onrechtmatige daad. Herroeping; achterhouden door wederpartij van stukken van beslissende aard (art. 382 onder c Rv). Kan derde die door curator aansprakelijk wordt gesteld ('Peeters/Gatzen-vordering') zich met succes verweren door materiële…
  • ECLI:NL:HR:2020:1107 — 26-06-2020 Hoge Raad
    Bestuurdersaansprakelijkheid; artt. 36 en 49, lid 6, Invorderingswet 1990; art. 8:42 Awb; op de zaak betrekking hebbende stukken als aansprakelijkgestelde hoogte van aanslag wil betwisten
  • ECLI:NL:HR:2017:2348 — 15-09-2017 Hoge Raad
    Art. 7:1 Awb Art. 26a AWR. Belanghebbende komt niet het recht toe bezwaar te maken tegen een aan een vof opgelegde naheffingsaanslag. Wel kan de rechtmatigheid van die naheffingsaanslag via bezwaar en beroep ter discussie worden gesteld indien de ontvanger bij voor bezwaar…
  • ECLI:NL:HR:2016:2724 — 02-12-2016 Hoge Raad
    Bestuurdersaansprakelijkheid. Artt. 7, lid 1, 32, lid 2, 36, lid 4, en 49, lid 7, IW 1990; art. 7, lid 2, Uitv.besl. IW 1990; artt. 8:31 en 8:42 Awb; art. 1 Eerste Protocol. Aansprakelijkstelling zonder vooraankondiging is niet in strijd met art. 1 EP. Art. 49, lid 7, IW 1990…

Bekijk alle 52 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.