Artikel 27 Invorderingswet 1990
Lid 1
De ontvanger kan de verjaring van een rechtsvordering tot betaling stuiten door een schriftelijke mededeling waarin hij zich ondubbelzinnig zijn recht op betaling voorhoudt.
Lid 2
Indien een belastingschuldige is opgehouden te bestaan of vermoedelijk is opgehouden te bestaan en voor zover voor zijn belastingschuld een aansprakelijkstelling als bedoeld in artikel 49, eerste lid, heeft plaatsgevonden, treedt de aansprakelijk gestelde voor die belastingschuld in de plaats van de belastingschuldige, voor zover het betreft de stuiting van de verjaring of de verlenging van de verjaringstermijn van de rechtsvordering tot betaling.
Lid 3
Indien een belastingschuldige is opgehouden te bestaan of vermoedelijk is opgehouden te bestaan en voor zover voor zijn belastingschuld geen aansprakelijkstelling als bedoeld in artikel 49, eerste lid, heeft plaatsgevonden, kan de ontvanger de verjaringstermijn van de rechtsvordering tot betaling stuiten door verzending of uitreiking van een schriftelijke mededeling, waarin hij zich ondubbelzinnig zijn recht op betaling voorhoudt, aan het parket van een ambtenaar van het Openbaar Ministerie bij de rechtbank binnen het rechtsgebied waarin de laatst bekende vestigingsplaats van de belastingschuldige is gelegen of aan het parket van de ambtenaar van het Openbaar Ministerie bij de rechtbank Den Haag.
Lid 4
Indien de verjaring van een belastingaanslag op de wijze, bedoeld in het derde lid, is gestuit, worden zo spoedig mogelijk de volgende gegevens ter publicatie aan de Staatscourant verzonden of uitgereikt:
de naam van de belastingschuldige;
de soort belastingaanslag;
de belastingsoort;
het belastingjaar;
de dagtekening van het aanslagbiljet.
Lid 5
Bij toepassing van het vierde lid wordt een kopie van de schriftelijke mededeling, bedoeld in het derde lid, verzonden of uitgereikt aan de laatste bestuurders, aandeelhouders en vereffenaars van de belastingschuldige, bedoeld in het derde lid, voor zover die redelijkerwijs bij de ontvanger bekend kunnen zijn.
Dit artikel verwijst naar:
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 27 Invord1990 is sinds 2005 in 13 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Amsterdam, Hof Arnhem-Leeuwarden en Hof 's-Hertogenbosch.
- ECLI:NL:HR:2013:CA3743 — 06-12-2013 Hoge Raad
Invordering. Vervolg van HR 5 december 2008, ECLI:NL:HR:2008:BF0411, NJ 2009/5. Verjaring recht tot dwanginvordering; art. 27 lid 1 IW 1990. Rechtsgeldige stuiting verjaring? Betekening dwangbevel aan rechtspersoon die is opgehouden te bestaan. Art. 54, leden 3 en 4, Rv van… - ECLI:NL:GHSHE:2025:1549 — 04-06-2025 Hof 's-Hertogenbosch
Invordering; artikel 4:104 Awb; artikel 9, lid 2, IW 1990; artikel 49, lid 1, IW 1990; artikel 27, lid 2, IW 1990; aansprakelijkstelling. Hoge Raad 24 januari 2025, ECLI:NL:HR:2025:111, leidt tot vernietiging van beschikkingen aansprakelijkstelling. Het hof verwerpt het betoog… - ECLI:NL:GHAMS:2023:2936 — 28-11-2023 Hof Amsterdam
Verjaring van het recht op dwanginvordering van belastingschulden. - ECLI:NL:GHARL:2022:1678 — 01-03-2022 Hof Arnhem-Leeuwarden
Invordering. Kosten betekening dwangbevelen. Verjaring onderliggende aanslagen gestuit? - ECLI:NL:GHARL:2022:1677 — 01-03-2022 Hof Arnhem-Leeuwarden
Invordering. Kosten betekening dwangbevelen. Verjaring onderliggende aanslagen gestuit?
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.