Hoofdstuk 5. Verstrekking van gegevens aan bestuursorganen en andere bevoegde autoriteiten en gebruik van gegevens door bestuursorganen

Artikel 28

Lid 1

De in artikel 10, tweede lid, onderdeel a, en derde lid, onderdeel e, onder 1°, eerste gedachtestreepje, en artikel 16, eerste lid, bedoelde gegevens kunnen worden ingezien door een bestuursorgaan in het kader van de uitoefening van zijn wettelijke taak of bevoegdheid of een rechtspersoon met een overheidstaak als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur in het kader van de uitoefening van zijn wettelijke bevoegdheid.

Lid 2

De in artikel 15a, tweede lid, genoemde gegevens en de in artikel 15a, derde lid, genoemde bescheiden kunnen worden ingezien door:

  1. de Financiële inlichtingen eenheid en een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bevoegde autoriteit;

  2. een op grond van artikel 10, eerste lid, van de Sanctiewet 1977 aangewezen ambtenaar of andere persoon in het kader van het uitoefenen van het toezicht op de naleving van het bij of krachtens die wet bepaalde;

  3. een krachtens artikel 10, tweede lid, van de Sanctiewet 1977 door Onze Minister van Financiën aangewezen rechtspersoon in het kader van het toezicht op de naleving van het bij of krachtens afdeling 5 van die wet bepaalde met betrekking tot het financieel verkeer;

  4. bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bestuursorganen en rechtspersonen met een overheidstaak, voor zover dit noodzakelijk is in het kader van de uitoefening van een taak of bevoegdheid waar bestuursorganen en rechtspersonen met een overheidstaak bij of krachtens de wet dan wel bij of krachtens een verordening als bedoeld in artikel 288 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie mee zijn belast;

  5. de instellingen, genoemd in artikel 11, eerste lid, onderdelen e tot en met h, van Richtlijn (EU) 2024/1640 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2024 betreffende de mechanismen die de lidstaten moeten invoeren om het gebruik van het financiële stelsel voor witwassen of terrorismefinanciering te voorkomen, tot wijziging van Richtlijn (EU) 2019/1937, en tot wijziging en intrekking van Richtlijn (EU) 2015/849 (PbEU 2024, L 2024/1640).

Lid 3

Artikel 22 is van overeenkomstige toepassing op verstrekking van gegevens als bedoeld in het eerste of tweede lid.

Lid 4

Bij het verstrekken van gegevens omtrent de samenstelling van ondernemingen en rechtspersonen worden deze gegevens uitsluitend gerangschikt naar natuurlijke personen, indien het verzoek daartoe wordt gedaan door een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bestuursorgaan of rechtspersoon met een overheidstaak als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur in het kader van de uitoefening van zijn wettelijke taak of bevoegdheid.

Lid 5

Bij het verstrekken van gegevens en bescheiden omtrent de uiteindelijk belanghebbenden worden deze gegevens uitsluitend gerangschikt naar natuurlijke personen, indien het verzoek daartoe wordt gedaan door de Financiële inlichtingen eenheid of een krachtens het tweede lid aangewezen bevoegde autoriteit, bestuursorgaan, instelling of andere persoon of rechtspersoon, voor zover de Financiële inlichtingen eenheid of die bevoegde autoriteit, bestuursorgaan, instelling of andere persoon of rechtspersoon handelt in het kader van de uitoefening van haar wettelijke taak of bevoegdheid.

Lid 6

De Kamer verstrekt de gegevens en bescheiden omtrent een uiteindelijk belanghebbende aan de Financiële inlichtingen eenheid of aan een krachtens het tweede lid aangewezen bevoegde autoriteit, bestuursorgaan, instelling of andere persoon of rechtspersoon op een zodanige wijze dat de vennootschap of andere juridische entiteit, bedoeld in artikel 15a, eerste lid, geen weet heeft van de verstrekking.

Artikel 29

Lid 1

De Kamer registreert bij het handelsregister:

  1. de bij onherroepelijke uitspraak uitgesproken ontzetting uit het beroep van een bestuurder dan wel commissaris van een rechtspersoon, bedoeld in artikel 28, eerste lid, sub 5°, van het Wetboek van Strafrecht, voor de duur waarvoor het is opgelegd;

  2. het bij onherroepelijke uitspraak uitgesproken ontslag van een bestuurder, alsmede de termijn van vijf jaar na het ontslag dat de ontslagen bestuurder geen bestuurder van een stichting kan worden, bedoeld in artikel 298, eerste lid, respectievelijk derde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

Lid 2

Daartoe doet de griffier van de rechtbank of, in geval van hoger beroep, het gerechtshof, de betreffende uitspraak met bekwame spoed aan de Kamer toekomen, die overeenkomstig de uitspraak terstond overgaat tot uitschrijving van de betrokken bestuurder uit het handelsregister.

Lid 3

Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald welke gegevens in verband met de in het eerste lid, respectievelijk artikel 106b, derde lid, van de Faillissementswet bedoelde uitspraak bij het handelsregister worden geregistreerd en welke daarvan door een ieder kunnen worden ingezien.

Lid 4

De op grond van het derde lid bij het handelsregister geregistreerde gegevens blijven gedurende acht jaar na het verstrijken van een bestuursverbod beschikbaar voor een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bestuursorgaan of rechtspersoon met een overheidstaak als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur in het kader van de uitoefening van zijn wettelijke taak of bevoegdheid.

Lid 5

De betrokken bestuurder of commissaris kan bij de Kamer een opgave doen om ervoor te zorgen dat de gegevens, bedoeld in het derde lid, juist en volledig bij het handelsregister zijn geregistreerd.

Artikel 30

Lid 1

Een bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene wet bestuursrecht dat bij de vervulling van zijn taak informatie over een onderneming of rechtspersoon nodig heeft die in de vorm van een authentiek gegeven beschikbaar is in het handelsregister, gebruikt voor die informatie dat gegeven.

Lid 2

Het eerste lid is niet van toepassing indien:

  1. in het handelsregister is opgenomen dat een gegeven in onderzoek is;

  2. het bestuursorgaan een melding doet als bedoeld in artikel 32, eerste lid;

  3. bij wettelijk voorschrift anders is bepaald;

  4. een goede vervulling van de taak van het bestuursorgaan door de onverkorte toepassing van het eerste lid wordt belet.

Artikel 31

Een onderneming of rechtspersoon aan wie door een bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene wet bestuursrecht een gegeven wordt gevraagd, waarop artikel 30, eerste lid, van toepassing is, behoeft dat gegeven niet mede te delen, behoudens voor zover het gegeven noodzakelijk wordt geacht voor een deugdelijke vaststelling van de identiteit van de onderneming of rechtspersoon.