Artikel 50 Geneesmiddelenwet
Lid 1
De houder van een handelsvergunning brengt zonder voorafgaande toestemming van het College geen wijziging aan in een geneesmiddel indien die wijziging noodzaakt tot aanpassing van de bij de aanvraag overgelegde gegevens en bescheiden. Indien het een handelsvergunning voor een traditioneel kruidengeneesmiddel betreft, verzoekt de houder daarvan het College tevens om toestemming gegevens of bescheiden die bij de aanvraag zijn overgelegd, te wijzigen indien door het Comité voor kruidengeneesmiddelen een nieuwe communautaire kruidenmonografie is vastgesteld waarvan redelijkerwijs mag worden aangenomen dat deze noodzaakt tot aanpassing van zodanige gegevens of bescheiden.
Lid 2
De houder van een handelsvergunning legt voorgenomen wijzigingen van de buitenverpakking, de primaire verpakking of de tekst van de bijsluiter voor aan het College.
Lid 3
De houder van een handelsvergunning stelt het College in kennis van een wijziging van de methoden van bereiding en van een wijziging van de niet-werkzame bestanddelen van een geneesmiddel, voorzover deze wijzigingen naar redelijkerwijs mag worden aangenomen geen invloed hebben op de werking van het geneesmiddel. Indien het College van oordeel is dat een wijziging als bedoeld in de eerste volzin, wel van invloed is op de werking van een geneesmiddel, deelt hij dit onverwijld mede en behandelt hij deze mededeling als een verzoek om toestemming voor een wijziging als bedoeld in het eerste lid.
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 50 Geneesmiddelenwet is sinds 2012 in 1 uitspraak op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Utrecht.
- ECLI:NL:RBUTR:2012:BY7842 — 05-12-2012 Rb. Utrecht
6:162 BW 6:185 BW 6:186 BW. Bijwerking gokverslaving bij geneesmiddel tegen de ziekte van parkinson tijdig in de bijsluiter vermeld? Benoeming deskundige door de rechtbank.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.