Artikel 232 Gemeentewet
Lid 1
Het college kan bepalen dat voor de toezending of uitreiking van aanslagbiljetten ingevolge artikel 8, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 voor de in artikel 231, tweede lid, onderdeel c, bedoelde ambtenaar een andere gemeenteambtenaar in de plaats treedt.
Lid 2
De colleges van twee of meer gemeenten kunnen met betrekking tot een of meer gemeentelijke belastingen bepalen dat ambtenaren van een van die gemeenten worden aangewezen als:
de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, bedoelde ambtenaar van die gemeenten voor de uitvoering van enige wettelijke bepaling betreffende de heffing van gemeentelijke belastingen;
de in artikel 231, tweede lid, onderdeel c, bedoelde ambtenaar van die gemeenten voor de uitvoering van enige wettelijke bepaling betreffende de invordering van gemeentelijke belastingen;
de in artikel 231, tweede lid, onderdeel d, bedoelde ambtenaren van die gemeenten voor de uitvoering van enige wettelijke bepaling betreffende de heffing of de invordering van gemeentelijke belastingen;
de in artikel 231, tweede lid, onderdeel e, bedoelde ambtenaar van die gemeenten, voor de uitvoering van enige wettelijke bepaling betreffende de invordering van gemeentelijke belastingen.
Lid 3
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het college van de gemeente waarvan de ambtenaar, belast met de invordering van gemeentelijke belastingen op grond van het tweede lid, onderdeel b, wordt aangewezen.
Lid 4
Indien voor de heffing of de invordering van gemeentelijke belastingen een gemeenschappelijke regeling is getroffen en bij die regeling een openbaar lichaam of een bedrijfsvoeringsorganisatie is ingesteld, kan bij of krachtens die regeling worden bepaald dat een daartoe aangewezen ambtenaar van dat openbare lichaam of die bedrijfsvoeringsorganisatie wordt aangewezen als:
de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, bedoelde ambtenaar van de gemeente voor de uitvoering van enige wettelijke bepaling betreffende de heffing van gemeentelijke belastingen;
de in artikel 231, tweede lid, onderdeel c, bedoelde ambtenaar van de gemeente voor de uitvoering van enige wettelijke bepaling betreffende de invordering van gemeentelijke belastingen;
de in artikel 231, tweede lid, onderdeel d, bedoelde ambtenaren van de gemeente voor de uitvoering van enige wettelijke bepaling betreffende de heffing of de invordering van gemeentelijke belastingen;
de in artikel 231, tweede lid, onderdeel e, bedoelde ambtenaar van de gemeente voor de uitvoering van enige wettelijke bepaling betreffende de invordering van gemeentelijke belastingen.
Lid 5
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam of het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie waarvan een ambtenaar op grond van het vierde lid, onderdeel b, wordt aangewezen.
Dit artikel verwijst naar:
Recente uitspraken
Art. 232 Gemw is sinds 2011 in 21 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Den Haag, Hof 's-Hertogenbosch en Rb. Noord-Holland.
- ECLI:NL:HR:2012:BW1956 — 28-09-2012 Hoge Raad
Art. 231, lid 2, letter b, jo. 232, lid 4, Gemeentewet en art. 1, lid 2, jo. art. 30 Wet WOZ. Bevoegdheid ambtenaar openbaar lichaam. Art. 18a AWR en art. 22 Wet WOZ. Herziene WOZ-beschikkingen na onjuiste objectafbakening. - ECLI:NL:GHSHE:2025:1165 — 23-04-2025 Hof 's-Hertogenbosch
Het Delegatie- en mandaatbesluit BsGW, waarin de bevoegdheid tot het heffen van forensenbelasting aan het dagelijks bestuur van BsGW is overgedragen, is bekend gemaakt en in werking getreden na het opleggen van de aanslag forensenbelasting en het doen van uitspraak op bezwaar.… - ECLI:NL:GHSHE:2025:599 — 05-03-2025 Hof 's-Hertogenbosch
Het hof is van oordeel dat dat de WOZ-beschikking en uitspraak op bezwaar bevoegdelijk zijn gegeven door de heffingsambtenaar van de gemeente. In beroep en hoger beroep is geen sprake van een bevoegdheidsgebrek. De heffingsambtenaar van de gemeente is bevoegd op te treden op de… - ECLI:NL:GHAMS:2023:3628 — 19-12-2023 Hof Amsterdam
Vijf naheffingsaanslagen parkeerbelasting; evenredigheidsbeginsel. - ECLI:NL:GHSHE:2022:4557 — 14-12-2022 Hof 's-Hertogenbosch
WOZ-zaken. Proceskostenvergoeding. Griffierecht. Het Hof is het eens met het oordeel van de rechtbank dat per aanslagbiljet sprake is van één bezwaar en één beroep voor toepassing van de (proces)kostenvergoeding, ook al hebben de WOZ-beschikkingen betrekking op onroerende zaken…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.